Varkenshouderij

Achtergrond

Minder varkens over de grens

Vorig jaar zijn fors minder vleesvarkens naar Duitsland geëxporteerd. Dat is onder andere te wijten aan goede binnenlandse afzetmogelijkheden.

Export werd de afgelopen jaren steeds belangrijker voor de afzetmogelijkheden van vleesvarkens. Het is ooit ingezet door een aantal handelaren met name uit het Oosten van het land. Het nam een vlucht door een goede Duitse prijs voor mooie koppels vleesrijke varkens. Een deel van de varkenshouders kan met de juiste varkens en koppelgrootte een dik bovengemiddelde opbrengstprijs halen. Naast Duitsland gaat een beperkt aantal vleesvarkens naar België, Spanje, Italië en een aantal Oost-Europese landen.

Kentering varkensexport

Het aantal vleesvarkens dat de grens overging lag jarenlang tussen de 3,5 en 4 miljoen dieren. Na het wegvallen van de stalkeuring in 2014 zakte het aantal onder de 3 miljoen per jaar. Na een paar stabiele jaren is weer sprake van een kentering; in 2016 gingen nog ruim 3.174.000 varkens over de grens, veruit het grootste deel naar Duitsland. Vorig jaar kwam de teller niet verder dan afgerond 2.766.000 varkens. Een verschil van bijna 408.000 varkens.

De export van vleesvarkens ligt in 2017 structureel lager dan het jaar ervoor. Vooral op het einde is het verschil groot; waarschijnlijk doordat Meatfriends een begin maakte met slachten in Nederland. Omdat die operatie dit jaar pas is afgerond, zullen de exportcijfers over 2018 verder dalen.

Meer biggen de grens over

In 2017 lag het aantal exportvarkens continu onder dat van 2016, maar vooral in de laatste maanden nam het verschil toe. Uit de slachtcijfers van de Nederlandse slachterijen blijkt dat in 2017 circa 421.000 varkens meer in het binnenland zijn geslacht. Een deel van de traditionele stroom exportvarkens vindt dus inmiddels een slachthaak in Nederland. Overigens is er bij de export van biggen weinig aan de hand; vorig jaar gingen ruim 6,6 miljoen biggen over de grens; een stijging van 3% ten opzichte van 2016. Duitsland is met krap 4,5 miljoen biggen nog veruit de grootste afnemer van Nederlandse biggen.
Artikel gaat verder onder de foto.

Steeds vaker blijven vleesvarkens in Nederland, deels vanwege de prijs. Ook spelen de hoge keuringskosten en praktische belemmeringen de ontwikkeling in de hand. - Foto: Hans Banus
Steeds vaker blijven vleesvarkens in Nederland, deels vanwege de prijs. Ook spelen de hoge keuringskosten en praktische belemmeringen de ontwikkeling in de hand. - Foto: Hans Banus

Varkens brengen meer op

Een aantal grote varkenshandelaren met een sterke Duitse export, zoals Handelshuis Schuttert en Varkenshandel Dijk, herkennen zich in het beeld dat meer vleesvarkens in Nederland blijven. “De trend is al even geleden ingezet en gaat dit jaar nog verder door. Ik verwacht dat het in de loop van het jaar stabiliseert”, aldus directeur Jan Schuttert van Handelshuis Schuttert. Hij ziet een combinatie van redenen voor de exportdaling van circa 14% ten opzichte van 2016.

Een belangrijke is een economische: een deel van de varkens brengt in Nederland onder de streep meer op dan in Duitsland. Eén van de oorzaken daarvan is dat de grote Duitse slachterijen vorig jaar een prijskorting voor beren hebben ingevoerd. Aan de andere kant belonen Nederlandse slachterijen varkens met wat meer vet en een grote spreiding beter dan een jaar geleden. Met het Good Farming Balance-concept, gericht op de internationale vleesmarkten, introduceerde Vion 2 modules die dat mogelijk maken (zie kader onderaan dit artikel).

Vette varkens belonen

Ook andere slachterijen hebben inmiddels een aangepast programma om vet wat minder af te straffen of zelfs te belonen. “We zien daardoor een verschuiving van genetica op bedrijven waarvan de slachtvarkens in Nederland meer geld opbrengen”, aldus Schuttert.

Ook Jan Vernooij, voorzitter van de sectorcommissie varkens- en biggenhandel van Vee&Logistiek Nederland, ziet dat bij een prijsvergelijking met Duitsland steeds vaker levering in Nederland het beste uit de bus komt. “Zeker als je meeneemt dat een beer meer afslacht dan een borg en de logistieke nadelen van slachten in Duitsland door langere wachttijden.” Vernooij noemt als belangrijke reden voor de interesse in Nederlandse slachterijen dat de concurrentiepositie ten opzichte van de Duitse collega’s is verbeterd. Zo is het financiële voordeel van lage loonkosten in Duitse slachterijen langzaam weggeëbd. Bovendien kunnen Nederlandse slachterijen door hoge aanvoer efficiënt en goedkoper slachten, wat positief is voor de kostprijs per eenheid.

Uitbreiding slachtcapaciteit

De binnenlandse slachterijen hebben de extra varkens graag. In 2016 is weliswaar de slachterij van Hilckmann in Nijmegen weggevallen (22.000 varkens per week); er is ook uitgebreid in capaciteit. Zo kreeg Westfort vorig jaar met de nieuwe slachterij meer capaciteit dan in de oude locaties samen. Het bedrijf slacht nu circa 50.000 varkens per week. Nieuwkomer op de vleesvarkensmarkt Pali is gaan slachten in Geldrop. Daar is de slachtcapaciteit in een paar jaar tijd verdrievoudigd. Ook Van Rooi is de afgelopen jaren telkens meer varkens gaan slachten. Vion heeft al eerder aangegeven ruimte te hebben in de slachtcapaciteit.

Het aantal binnenlandse slachtingen lag in 2017 een stuk boven het niveau van 2016. Het zijn ongeveer dezelfde aantallen als uit de lagere exportcijfers.

Meatfriends naar Nederland

Naast de markt en de prijs voor een bepaald type varken zijn ook de keuringskosten een bepalende factor, geven handelaren aan. Deze kosten voor export zijn hoog en stijgen elk jaar. Sinds 2014 moet bij elke partij een NVWA-medewerker zijn geweest. De overheidsdienst rekent dit jaar afgerond € 108 aan keuringskosten plus € 44 per kwartier. Zeker bij relatief kleine koppels betekent dit al gauw een kostenpost van enkele euro’s per varken.

‘Kijkend naar transport, keuring en slachtkosten kan het in Nederland goedkoper’

Er is nog een andere reden dat veel varkens in Nederland blijven: Meatfriends, één van de divisies van Van Loon Vlees, liet jarenlang de varkens slachten bij Westfleisch in Duitsland maar laat de varkens voortaan in Nederland slachten. Dat zal vooral van invloed zijn op de exportcijfers van 2018 want de overgang is pas eind vorig jaar begonnen. Volgens directeur Roland van Loon biedt slachten in Nederland meer logistieke voordelen. “Dat was vroeger anders. Maar als we het hele pakket bekijken zoals transport, keuring en slachtkosten kan het in Nederland nu goedkoper.”

Een ander aspect is dat het voor klanten duidelijker is als de gehele productie en verwerking van varkensvlees in Nederland plaatsvindt. Van Loon verwacht dat tegen het einde van het jaar alle varkens in Nederland worden geslacht. Hij wil niet zeggen waar Meatfriends nu de varkens laat slachten, maar in het veld melden verschillende bronnen dat het bedrijf nu de dieren bij Vion in Apeldoorn zou laten slachten.
Artikel gaat verder onder de foto.

Nederlandse slachterijen hebben de afgelopen jaren uitgebreid in capaciteit, zoals Westfort met de bouw van een nieuwe fabriek. Ze hebben de extra varkens graag. - Foto: Paul Dijkstra
Nederlandse slachterijen hebben de afgelopen jaren uitgebreid in capaciteit, zoals Westfort met de bouw van een nieuwe fabriek. Ze hebben de extra varkens graag. - Foto: Paul Dijkstra

Duitse maskes aangepast

Doordat Van Loon de varkens nog bezig is terug te halen uit Duitsland zal de daling van de export naar Duitsland dit jaar verder doorzetten. Hoe het zich op de langere termijn ontwikkelt is onzeker. De varkensmarkt is altijd in beweging en slachterijen spelen in op vragen vanuit de markt en zijn altijd bezig met optimaliseren van de slachtcapaciteit. De kans is daarom reëel dat ook de maskes (uitbetalingsschema’s) van de Duitse slachterijen worden aangepast en wat vettere varkens beter worden beloond.

De Duitse varkensorganisatie ISN gaf onlangs nog aan dat Duitse slachterijen de komende jaren Nederlandse varkens nodig blijven houden, zeker als een castratieverbod tot veel stoppende vermeerderaars in Duitsland gaat leiden.

Stalkeuring

Ook hangt het gebruik maken van de stalkeuring bij exportvarkens nog altijd boven de markt. Wettelijk is het al toegestaan, maar alleen als varkens individueel elektronisch identificeerbaar zijn. De uitvoering daarvan is echter nog niet praktijkrijp. Zodra dat het geval is, kunnen de keuringskosten flink omlaag. Dat was immers ook de insteek van de stalkeuring. Exporteurs zijn dan een stuk flexibeler qua planning. Vernooij van Vee&Logistiek Nederland schat dat de kosten met € 1 tot € 2 per varken zullen dalen. “Mogelijk is dan afzet naar de Duitse slachterijen weer interessanter, zeker als de slachterijen ook andere type varkens beter betalen.”

Vleesvarken mag weer wat vetter zijn

Vion introduceerde vorig jaar 2 nieuwe modules omdat varkens steeds uniformer werden qua gewicht en magerheid: Balance Robuust en Balance Breed.

Varkens mogen binnen deze modules weer wat vetter zijn. Naast de dikte van de speklaag gaat het indirect ook om intramusculair vet. Dat is het vet in het vlees dat smaak en malsheid geeft.

Volgens Vion gaan de varkens uit deze modules vooral naar de vleeswa-renindustrie en daarbinnen naar de droogindustrie: voor gedroogde vleeswaren als hammen zijn een goede vetbedekking en hoeveelheid intramusculair vet belangrijk tijdens het droogproces. Ook vanuit het versvleessegment merkt Vion meer vraag naar smaakvoller en malser vlees.

De aanpassingen van de uitbetalingstabellen verschillen per module. Zo betaalt Vion in Robuust voor een spekdikte tussen 14 en 22 millimeter een premie.

In de module Basis geldt voor dit varken de basisprijs. In Basis geeft de slachterij een korting vanaf 15 millimeter spekdikte voor beren en 19 millimeter voor borgen en gelten; in Robuust is dat pas vanaf 22 millimeter spekdikte.

Of registreer je om te kunnen reageren.