Varkenshouderij

Achtergrond

‘We leveren 95% van biggen antibioticavrij af’

Mede-eigenaar Walter Laut van Jayce Mountain Pork neemt deel aan een kooi- en antibioticavrij varkensconcept. Dat vraagt extra arbeid maar staat een vaste biggenprijs tegenover.

Dat Amerikaanse varkensbedrijven niet per definitie alleen groot en kostprijsgericht zijn, bewijst Jayce Mountain Pork, in de staat Missouri. Mede-eigenaar Walter Laut vertelt dat zij biggen produceren voor een collectief dat antibiotica- en kooivrij varkens houdt. In de zeugenstal werkt Jayce Mountain Pork met voerstations met groepen van 275 tot 300 zeugen. In de kraamstal wordt gewerkt met vrijloopkraamhokken. De gespeende biggen gaan op een leeftijd van gemiddeld 23 dagen naar contractmesters. 3 jaar geleden zijn ze in dit concept gestapt, vertelt Walter Laut.

Waarom deze stap?

“Samen met 2 broers heb ik dit bedrijf. Zij hebben net als ik ook kinderen die in het bedrijf willen werken. Met dit concept is er genoeg inkomen voor iedereen. We zijn daarvoor wel uitgebreid van 3.600 naar 5.100 zeugen. De bevolking van de nieuwe stallen met ruimte voor 1.600 zeugen staat gepland voor december. De stallen op het bedrijf met 3.600 zeugen zijn 3 jaar oud.”

Walter Laut (49) is mede-eigenaar van Jayce Mountain Pork in Fredericktown, in de Amerikaanse staat Missouri. - Foto: Henk Riswick
Walter Laut (49) is mede-eigenaar van Jayce Mountain Pork in Fredericktown, in de Amerikaanse staat Missouri. - Foto: Henk Riswick

En halen jullie voldoende inkomen?

“Dat lukt wel, inderdaad. We werken met een vaste prijs die hooguit eenmaal per jaar wordt aangepast. Eigenlijk zijn de aanpassingen minimaal. De vleesverwerker koopt onze biggen en brengt deze onder op bedrijven die tegen vergoeding de dieren opfokken en afmesten. Zowel prijspieken als –dalen op de vrije markt gaan aan ons voorbij. Wij kunnen meer verdienen door meer biggen te produceren en de kostprijs te drukken.”

We steken veel extra arbeid in het gezond houden van de biggen en het tegengaan van doodliggers

Gaat dat, kooi- en antibioticavrij?

“Ja, maar niet zonder meer. We steken veel extra arbeid in het gezond houden van de biggen en het tegengaan van doodliggers. Die extra uren betaalt het concept. Anders blijven wij geen boer. Tijdens het werpen en het eerste etmaal dat de biggen het levenslicht zien, is er constant personeel in de stal. Tijdens het werpen loopt ieder kwartier een kraamstalmedewerkster langs de zeugen. Dat klokken we zelfs. Zij vangt de biggen op en wrijft ze zo nodig droog en warmt ze op. We doen ook aan gescheiden zogen na het werpen. Dat is belangrijk om te zorgen dat iedere big voldoende biest krijgt. We spenen 29 biggen per zeug per jaar. We leveren 95% af als antibioticavrij. Dat komt overeen met onze doelstelling. Een big dat is behandeld met antibiotica krijgt tegelijk een oormerk en is niet meer geschikt voor het concept.”

En de biggenuitval?

“Die varieert tussen de 10 en 13%. De eerste 3 dagen zit de zeug wel gefixeerd. Dat doen we vooral ook om de veiligheid van de kraamstalmedewerksters te garanderen. Zij kunnen niet telkens veilig een hok in met een loslopende kraamzeug.”

Of registreer je om te kunnen reageren.