Varkenshouderij

Achtergrond

‘We garanderen genetisch stankvrije beren’

Ki-organisatie GFS heeft eindberen geselecteerd waarvan de mannelijke nakomelingen niet stinken als het vlees in de pan ligt. Directeur Meike Friedrichs legt uit hoe dat in zijn werk gaat.

De Duitse ki-organisatie GFS Ascheberg werkt al bijna 10 jaar mee aan projecten om het probleem met stinkers in de berenmesterij op te lossen. Daarvoor heeft het nu een oplossing gevonden, vertelt directeur Meike Friedrichs. Samen met fokkerijorganisatie German Piétrain en de universiteit Bonn is GFS nu zover dat het eindberen selecteert die geen mannelijke nakomelingen krijgen waarvan het vlees gaat stinken tijdens verhitting. Het berengeurproject waarbinnen dit gebeurt, heet Strat-E-Ger. Dit staat voor Strategien zur Vermeidung von Geruchsabweichungen bei der Mast unkastrierter männlicher Schweine oftewel strategiën om stinkende mestberen te voorkomen.

De GFS-eindberen waarvan de mannelijke nakomelingen niet stinken, vallen onder het label Inodorus 2.0. De merknaam voor de stankvrije eindberen, legt Friedrichs uit. Vanaf januari 2019 is sperma te krijgen van de Inodurus 2.0-eindberen.

Hoe realiseert GFS dit?

“Van alle eindberen nemen we een piepklein stukje nekweefsel af en laten dit onderzoeken op een specialistisch laboratorium in München. Dit gebeurt voordat de eindberen 220 dagen oud zijn, als deze nog in de quarantainestal liggen. Samen met de informatie van het stamboek plus de genetische informatie van de eindberen geeft dit een betrouwbare fokwaarde voor de vererving van berengeur. We kiezen voor het nemen van een biopt omdat dit sneller gaat dan nakomelingen testen. De informatie is ook op jongere leeftijd van de beer beschikbaar. Nog een voordeel van een biopt ten opzichte van nakomelingen testen, is dat er geen invloed is van de zeug. Het is dus zuiverder. Voor het nemen van een biopt hebben we natuurlijk toestemming. Dat is juridisch geregeld.”

Lees verder onder de foto.

Meike Friedrichs (41) vormt met 2 collega’s de directie van coöperatieve ki-vereniging GFS. Ze studeerde landbouw, met als zwaartepunt dierwetenschappen aan de universiteit Kiel. In 2004 trad ze in dienst bij GFS. Ze hield zich in de beginjaren vooral bezig met berenselectie en nakomelingentesten voor het bepalen van fokwaarden. Sinds 2015 maakt ze deel uit van de directie. - Foto: Henk Riswick
Meike Friedrichs (41) vormt met 2 collega’s de directie van coöperatieve ki-vereniging GFS. Ze studeerde landbouw, met als zwaartepunt dierwetenschappen aan de universiteit Kiel. In 2004 trad ze in dienst bij GFS. Ze hield zich in de beginjaren vooral bezig met berenselectie en nakomelingentesten voor het bepalen van fokwaarden. Sinds 2015 maakt ze deel uit van de directie. - Foto: Henk Riswick

Wat is een goede fokwaarde in dit verband?

“Alleen eindberen met een fokwaarde voor berengeur met 80% zekerheid of hoger krijgen het Inodurus 2.0-predicaat. We willen de varkenshouders en vleesverwerkers de garantie geven dat genetisch gezien onze Inodorus 2.0-eindberen geen risico geven op stinkers bij mannelijke nakomelingen. Mocht er toch een stinker tussen zitten aan de slachtlijn dan ligt dat aan de zeug of de huisvesting. Het vlees van een varken dat lang in een vuil hok lag, kan immers ook gaan stinken.

We zijn gestart met het testen van de eindberen van fokkerijorganisatie German Piétrain. In totaal is van 859 beren een biopt genomen. Tachtig eindberen zijn goed genoeg voor het predicaat Inodorus 2.0. We denken dat bij Piétrian-beren een kwart van de dieren geen mannelijke stinkers vererft. Genetisch gezien is van deze kwart het risico op stinkers nul.”

Nul risico. Dat is een forse claim, toch?

“Ja, genetisch gezien durven we dat te claimen. Onze werkwijze is voldoende onderbouwd en geborgd om zoiets te beloven. Een Inodorus 2.0-eindbeer is genoeg om stinkers te voorkomen. Het is niet nodig om de mannelijke nakomelingen van een stankvrije beer in de afmestfase nog speciaal voer te verstrekken als extra zekerheid om stinkers te voorkomen.”

Een Duroc is ongeschikt voor een berenmesterij zonder stinkers

Gaan jullie ook beren testen van andere fokkerijorganisaties?

“Ja, dat gaan we doen. Van alle fokkerijorganisaties waar we beren van hebben liggen, gaan we de fokwaarde voor berengeur vaststellen. Het is een feit dat Piétrain-eindberen het meest geschikt zijn om mannelijke nakomelingen te fokken die niet stinken. Zoveel is al wel duidelijk. Deze zijn vleesrijk met relatief weinig intramusculair vet. De Duroc-beren zijn een ander verhaal. Ik houd het voorlopig voor onmogelijk dat een Duroc het Inodorus 2.0-predicaat krijgt. Een Duroc is ongeschikt voor een berenmesterij zonder stinkers.”

Groeien Inodorus 2.0-nakomelingen even goed als andere varkens?

“Ja, deze doen niet onder voor soortgenoten van een niet-stankvrije eindbeer. De voederconversie, groei en karkaskwaliteit van Inodorus 2.0-nakomelingen is gelijk aan die van andere vleesvarkens. Op berengeur is namelijk goed te fokken. De erfelijkheid is zeer hoog, van 45% tot bijna 60%. Daarentegen is de relatie tussen berengeur en andere, technische fokwaarden erg klein.”

Hoe zit het met de prijs van Inodorus 2.0-sperma?

“Daarvoor gaan we een meerprijs vragen. Dat is nodig om de meerkosten te dekken van het onderzoek en de selectie van Inodorus 2.0-eindberen. Hoeveel de meerkosten worden, kan ik nog niet zeggen. Dat gaan we nog uitrekenen.”

Hoe reageren slachterijen op dit concept?

“We hebben nog amper met slachterijen gesproken over het Inodorus 2.0-programma. Een uitzondering daarop vormt slachterij Westfleisch. Die heeft dit project gevolgd en ziet het zitten. Hij vraagt vanaf volgend jaar van zijn contractleveranciers die beren mesten dat ze een Inodorus 2.0-eindbeer gebruiken.”

Minder stinkers zal geld opleveren

De Nador-beren met minder stankrisico hebben het niet gered. Waarom gaat dit wel slagen?

“Dat is zo. Slachterijen zien geen meerwaarde in de Nador-beren om het aantal stinkers aan de slachtlijn te verlagen. De premie voor Nador-nakomelingen bestaat daarom niet meer. De fokwaarde van de Nador-beren is mij niet tot in detail bekend. Ik kan wel zeggen dat de fokwaardezekerheid cruciaal is om te claimen dat eindberen genetisch gezien geen stinkers vererven. Ons concept heet Inodorus 2.0. Die 2.0 staat vanuit ons perspectief voor nieuw tijdperk om gegarandeerd minder stinkers aan de slachtlijn te krijgen. Praktijkresultaten wijzen dat uit. Op een bedrijf met 200 zeugen en 1.480 vleesvarkensplaatsen is drieënhalf jaar ervaring met beren mesten. Deze groeien 900 gram en prikken in Duitsland 59,4% mager vlees. Het aantal stinkers is gezakt van 3,06% in 2015 tot 0,3% in 2017. In 2017 leverde het bedrijf 1.025 beren. Het aantal stinkers is dus nihil, waarbij het mogelijk is dat dit de invloed is van de zeug.

Slachterijen gaan een korting in rekening brengen voor een stinker. Dat gaat volgend jaar vermoedelijk komen. Dit jaar is de betaling al naar beneden aangepast om de minpunten van beren aan de slachtlijn en bij de vleesverwerking en afzet te compenseren. Dus minder stinkers zal geld opleveren.”

Wanneer is het sperma van de Inodorus 2.0-eindberen beschikbaar?

“Vanaf januari 2019 is dat te koop. In principe ook in Nederland. Nederlandse varkenshouders hebben de keuze. Ze kunnen direct bij ons bestellen of via een Nederlandse ki-organisatie waar wij zaken mee doen. Dat is aan de varkenshouder. Ik wil wel aangeven dat het een nieuw product is. We kunnen lastig inschatten hoe groot de vraag wordt naar sperma van de Inodorus 2.0-eindberen. Het kan dus zijn dat het niet leverbaar is door de grote vraag.”

Hoe kan ik als varkenshouder een selectie maken van de meeste geschikte, stankvrije beer voor mijn bedrijf?

“We hebben een digitale berencatalogus. Op onze website of via de app op de mobiele telefoon is van iedere beer de fokwaarde van een groot aantal eigenschappen te raadplegen. Dat gaat om de groei, karkas- en vleeskwaliteit, voederconversie enzovoort. Voor de Inodorus-eindberen komt daar een fokwaarde bij voor berengeur. Deze staat in het digitale overzicht en is door iedereen eenvoudig te raadplegen. De betrouwbaarheid van de fokwaarde voor berengeur is altijd 80% of hoger.”

GFS verkoopt bedrijfsbenodigheden in Nederland

GFS staat voor Genossenschaft zur Förderung der Schweinehaltung. De coöperatie telt meer dan 7.700 actieve leden, meldt de organisatie. GFS heeft 7 ki-stations in Duitsland. In 2017 verkocht GFS 4,2 miljoen doses sperma.
Via 100% dochter Top-Animal Shop levert de ki-organisatie GFS bedrijfsbenodigdheden aan veehouders. Top-Animal Shop heeft sinds begin dit jaar een winkel in Nederland. De Duitsers namen de voorraad en het personeel van het bedrijf Agro Verhen in Helmond over. Agro Verhen gaat sindsdien verder onder de naam Agro Topshop.

Of registreer je om te kunnen reageren.