Varkenshouderij

Achtergrond

Leegstand niet zomaar verzekeren

Verzekeren tegen vervolgschade door varkenspest of MKZ is mogelijk, maar is hier nauwelijks bekend.

Als morgen varkenspest of MKZ uitbreekt, worden de bestrijdingskosten – waaronder vergoedingen voor ruimingen – betaald uit het Diergezondheidsfonds (DGF). Dat gebeurt op basis van de dagwaarde van de dieren. Gevolgschade, door leegstand en/of lagere productie, is voor de varkenshouder.

Een varkensbedrijf. Verzekeren tegen leegstand of lage productie wordt een belangrijker thema - foto: Bert Jansen.
Een varkensbedrijf. Verzekeren tegen leegstand of lage productie wordt een belangrijker thema - foto: Bert Jansen.

Je daartegen verzekeren is in Nederland nauwelijks bekend. In Duitsland is dat een ander verhaal. Daar heeft veruit de meerderheid van de varkenshouders een dergelijke calamiteitenverzekering, als aanvulling op de Tierseuchenkasse.

Die is qua opzet en uitbetaling vergelijkbaar met het Nederlandse DGF. Er zijn drie Duitse maatschappijen die een dekking aanbieden: R+V Versicherung, Uelzener Allgemeine Versicherungs-Gesellschaft en Münchener und Magdeburger Agrarversicherung.

Betalen via Diergezondheidsfonds

Het Diergezondheidsfonds (DGF) wordt sinds 2015 beheerd door de overheid; momenteel door het ministerie van LNV. Tot die tijd viel het onder het Productschap Vee en Vlees (PVV). Het is in het leven geroepen na de varkenspest van vorige eeuw om de sector voortaan mee te laten betalen voor bestrijdingskosten.

Het geld in het DGF is afkomstig van de diergezondheidsheffing van veehouders, de landelijke overheid en de EU. Het DGF wordt per deelsector gevuld en premies zijn afhankelijk van de situatie in die sector.

De afgelopen jaren is de bijdrage voor de varkens gedekt uit de reserve van de PVV; vanaf 2019 is er weer een heffing. Vanwege vogelgriepuitbraken kampt de pluimveehouderij inmiddels met verdubbeling van premies.

Alle directe kosten van de bestrijding op bedrijven worden betaald uit het DGF en komen voor rekening van de varkenssector. Als de uitgaven boven een bepaald plafond uitkomen, zijn de kosten voor LNV. Voor de vergoeding van geruimde dieren is cofinanciering mogelijk vanuit de EU.

Meer interesse door dreigende varkenspest

Verzekeren tegen vervolgschade door ziekte staat door de dreigende varkenspest in Nederland in de belangstelling. Dat komt ook omdat Topteam sinds dit jaar de eerdergenoemde verzekering van R+V aanbiedt.

Volgens Johan Dollevoet, adviseur bij Topteam, hebben rond de 20 varkenshouders een verzekering afgesloten. Met de toegenomen dreiging van de varkenspest staat de verkoop ‘on hold’. Dollevoet ziet dat vooral varkenshouders die 20 jaar geleden zijn geruimd interesse tonen. “Varkenshouders durven steeds minder op de overheid te rekenen als het mis gaat. Ze willen het zelf regelen.”

Voor de melkveehouderij bieden Nederlandse verzekeraars wel een calamiteitenverzekering aan, maar voor de intensieve veehouderij niet. Door de grote aantallen per bedrijf en mogelijke snelle verspreiding is de totale schade niet te overzien.

Het afdekken van het risico kan daarom alleen tegen een extreem hoge premie of als een groot deel van de ondernemers meedoet. Die interesse is er nooit geweest.

Dat R+V de verzekering wel kan dragen, heeft met de Duitse cultuur van verzekeren te maken en omdat banken het vaak eisen bij een financiering. Bovendien kent Duitsland een meer verspreide varkenshouderij waarbij een uitbraak minder risico’s voor de verzekeraar met zich meebrengt. Dat is één van de redenen dat R+V nu in andere landen pioniert.

De kans om getroffen te worden door varkenspest of MKZ hangt af van de mate van biosecurity en management. Dat bepaalt ook de keuze voor verzekeren - foto: Peter Roek.
De kans om getroffen te worden door varkenspest of MKZ hangt af van de mate van biosecurity en management. Dat bepaalt ook de keuze voor verzekeren - foto: Peter Roek.

Een jaar inkomstenderving door varkenspest vergoed krijgen

De verzekering van R+V die Topteam aanbiedt, is in feite een opbrengstenschadeverzekering als gevolg van calamiteiten. Daaronder vallen varkenspest en MKZ.

Varkenshouders betalen een jaarlijkse premie van € 15 per zeug en € 1 per vleesvarkensplaats. De verzekering vergoedt het verlies aan inkomen als gevolg van leegstand en waardevermindering van de dieren. Standaard wordt € 320 per zeug bijbetaald op de vergoeding van de overheid.

Voor gederfde voerwinst is de uitbetaling € 25 per afgeleverde big. Het eigen risico is 4 tot 6% van de verzekerde som. De uitkeringsperiode is één jaar, maar is te verlengen naar 1,5 of 2 jaar.

Ook is een aanvullende verzekering mogelijk voor andere besmettelijke ziekten als PED of PRRS. De hoogte van de premie is onder andere afhankelijk van de omvang en de gezondheidssituatie. Globaal bedraagt die € 7,50 tot € 10 per zeug (nog niet verkocht in Nederland. Ook zijn er aanvullingen met schade als gevolg van giftige stoffen (dioxine) en verstikking.

Aantal leden te klein

Verzekeren tegen vervolgschade is in de Nederlandse varkenshouderij niet helemaal vreemd. Tot 2012 was er een zogenoemde onderlinge verzekeraar: Porcopol. Die is in 2002 door LTO en Interpolis opgericht voor exporterende zeugenbedrijven. Die waren omwille van de export vrijgesteld van enting tegen ziekte van Aujeszky en liepen daardoor een groter risico op besmetting.

Toen de entplicht verviel, is de dekking aangepast voor MKZ en klassieke varkenspest (kvp). Op het hoogtepunt waren circa 100 varkenshouders aangesloten. Volgens John de Hoon, sectormanager veehouderij bij Interpolis, nam de interesse jaarlijks af. Varkenshouders haakten af omdat ze jaarlijks premie moesten betalen terwijl ziekte-uitbraken uitbleven.

Een nieuwe onderlinge verzekering komt alleen van de grond als de sector het zelf wil

“Op een gegeven moment was het aantal leden te klein om het nog in de benen te houden.” In 2012 is Porcopol opgeheven, het opgebouwde vermogen werd uitgekeerd aan de overgebleven leden. De intensieve veehouderij kent nu alleen nog de onderlinge waarborgmaatschappij Avipol voor houders van vleeskuikenouderdieren.

Ten tijde van Porcopol adviseerde en faciliteerde Interpolis, maar was het zelf geen partij. Dat het niet heeft gewerkt, is volgens De Hoon een teken dat de varkenshouderij destijds niet zat te wachten op een dergelijk product met relatief hoge premie. Hij heeft niet de indruk dat dit veel is veranderd.

Ook zijn verzekeraars vanwege de risico’s en het kleine volume terughoudend. Een onderlinge, zoals destijds met Porcopol, zou Interpolis best willen faciliteren. “Maar ook daarvoor geldt dat de sector het zelf moet willen, anders komt het niet van de grond. En de realiteit is dat een deel van de bedrijven de meeste schade heeft door gekelderde prijzen als grenzen dichtgaan. Dat is niet verzekerd.”

Tegen inkomensderving als gevolg van een dierziekte is in Nederland pas recent een verzekering mogelijk. Een eerder initiatief is door gebrek aan animo gestopt - foto: Bert Jansen.
Tegen inkomensderving als gevolg van een dierziekte is in Nederland pas recent een verzekering mogelijk. Een eerder initiatief is door gebrek aan animo gestopt - foto: Bert Jansen.

Bredere discussie

In Duitsland zijn banken een motor achter de ziekteverzekering. Koen van Bergen, sectormanager varkenshouderij bij Rabobank Nederland, zegt dat de bank daarin een neutrale houding heeft. “Bij risicoverzekering is het kijken naar het bedrijf, de doelstelling en de risicobereidheid. Hoeveel kan een ondernemer dragen? Het moet een onderdeel zijn van het totale risicoprofiel van een bedrijf.”

Van Bergen zegt recentelijk meer vragen te krijgen van klanten. Door het aanbod van een commerciële verzekering ligt het onderwerp op tafel. Rabobank heeft geen vergelijkbaar product, maar is wel betrokken bij gesprekken met de sector en verzekeraars over wat dit voor de Nederlandse varkenshouderij kan betekenen.

De POV wil het onderwerp meenemen in een bredere discussie over verzekeren. Volgens de organisatie wordt het door toenemende eisen en beperkte marktwerking steeds lastiger om verzekeringen tegen calamiteiten zoals brand af te sluiten. De POV gaat daarover in overleg met verzekeraars.

In dat kader worden ook de mogelijkheden voor verzekering tegen vervolgschade van dierziekten verkend. Dit moet uitwijzen of er daadwerkelijk een behoefte is voor verzekeren tegen deze vervolgschade.

Veel factoren zijn bepalend

Of een verzekering tegen vervolgschade van een ziekte-uitbraak interessant is, hangt van nogal wat factoren af:

  • Het risicoprofiel van het bedrijf. Bedrijven met optimale biosecurity, management en geen aanvoer van dieren hebben een beduidend lager besmettingsrisico.
  • De ligging in Nederland. Het risico op besmetting is veel kleiner voor een geïsoleerd bedrijf in een extensief gebied dan in een cluster van bedrijven in een varkensintensief gebied in het zuiden of oosten.
  • Productie van duurdere dieren, zoals fokmateriaal.
  • Wel of geen andere inkomsten dan varkens. Bedrijfsmatig of van buiten het bedrijf.
  • Een royale buffer aan liquide middelen op de bank. Meestal als gevolg van een structurele hoge voerwinst.
  • Vermogen dat voor een uitzonderlijke situatie vrij kan worden gemaakt. Zoals te verkopen landbouwgrond of ander onroerend goed.
  • De houding ten aanzien van het lopen van risico’s en het verzekeren ervan door de varkenshouder zelf.

Of registreer je om te kunnen reageren.