Varkenshouderij

Achtergrond

‘Zorg voor draagvlak bij innoveren varkenssector’

Nieuwe ideeën gaan gepaard met onzekerheden. Dat maakt financiering van innovaties lastig. Subsidies kunnen dit vereenvoudigen. Maatschappelijke acceptatie is cruciaal.
Directeur van Alfa Accountants Henk Overbeek voor het kantoor in Barneveld. Hij is van mening dat een gebrek aan innovatiesubsidies de herstructurering van de varkenshouderij belemmert. - Foto: Ton Kastermans
Directeur van Alfa Accountants Henk Overbeek voor het kantoor in Barneveld. Hij is van mening dat een gebrek aan innovatiesubsidies de herstructurering van de varkenshouderij belemmert. - Foto: Ton Kastermans

“Innoveren doe je samen met de keten”, stelt Henk Overbeek, directeur van Alfa Accountants in Barneveld. Volgens hem zijn innovaties hard nodig in de varkenshouderij om het rendement te verbeteren. Dat kan door optimalisatie van bedrijfsprocessen om de productie te verbeteren, bijvoorbeeld de aanleg van zonnepanelen om milieudoelen te halen en energiekosten te besparen. Maar dat zijn niet de innovaties waar Overbeek op doelt.

Volgens hem is het goed om eerst vast te stellen wat een ‘innovatie’ is. Veel nieuwe technieken worden al snel tot innovatie bestempeld, terwijl hij zich afvraagt of dat wel terecht is. Een goede innovatie verbetert in zijn ogen de positie van varkensbedrijven in de productieketen en in de maatschappij. “Het heeft geen zin om geld te stoppen in de ontwikkeling van nieuwe technieken en systemen die enkel leiden tot nog meer en efficiëntere bulkproductie. Maatschappelijk draagvlak en de acceptatie door de directe omgeving zijn cruciaal”, vindt Overbeek.

Beter inkomen

Het uiteindelijke doel van innovaties is dat varkenshouders een betere boterham kunnen verdienen. Dat kunnen boeren niet alleen, daarvoor zijn meerdere partijen in de keten nodig. Dat kunnen bijvoorbeeld leveranciers zijn die een proeflocatie zoeken voor hun nieuwe techniek, maar ook een retailer wanneer een varkenshouder zijn varkensvlees beter in de markt wil positioneren of de vierkantsverwaarding van zijn varkens wil verbeteren.

Een goede innovatie begint in de ogen van Overbeek dan ook met marktonderzoek. Is er afzetmarkt voor het varkensvlees dat geproduceerd is in de innovatieve stal of met behulp van de innovatieve productiewijze? Daarbij moet ook beantwoord worden hoe het is gesteld met de maatschappelijke acceptatie. “Je moet de omgeving mee hebben om te kunnen innoveren”, vindt de accountant.

Financiering is lastig

Een belangrijk kenmerk van een innovatie is dat er onzekerheden in zitten. Die maken de financiering ervan lastig. Pierre Berntsen, directeur agrarische bedrijven van ABN Amro, beaamt dat zijn bank terughoudend is met het financieren van onzekerheden. Volgens hem omvat elke financieringsaanvraag nieuwe installaties en technieken. Waar het gaat om technieken die zich nog moeten bewijzen in de praktijk, maakt de bank op basis van het worstcasescenario een inschatting of de ondernemer aan zijn verplichtingen kan voldoen. “Banken zijn risicomijdend. Als het fout gaat, overleeft de bank het wel. Voor de ondernemer is dat nog maar de vraag, dus zijn we voorzichtig”, vat de bankier samen.

Het heeft geen zin om geld te stoppen in de ontwikkeling van technieken die leiden tot nog meer bulkproductie

Net als Overbeek ziet Berntsen in deze gevallen de waarde van subsidie. Voor de bank werkt die als verlaging van de financieringslasten. Dat vereenvoudigt de financiering. Voorwaarde is wel dat de exploitatie rendabel moet zijn. “Daarnaast hangt het vooral af van de financiële positie van het bedrijf, de ondernemer en het vertrouwen in de financiële resultaten of de bank een financiering verstrekt”, vertelt hij. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) biedt daarnaast de mogelijkheid tot borgstelling voor innovaties, zoals nieuwe stalconcepten, via Borgstelling voor de Landbouw PLUS.

Idee moet rendabel zijn

Van belang is dat de innovatie binnen een beperkte tijd, bijvoorbeeld 5 jaar, rendabel is te maken zonder structurele financiële ondersteuning. Overbeek verwijst naar een subsidieproject voor mestvergisting waarvan bekend is dat de vergisters stoppen zodra de subsidie stopt. “Dat geld had beter geïnvesteerd kunnen worden in projecten die op termijn wel rendabel worden. Innovatiesubsidies zijn bedoeld om de risico’s en onzekerheden te financieren. Niet om structureel de exploitatie te steunen”, zegt hij.

Volgens Overbeek belemmert het gebrek aan subsidiemogelijkheden voor innovaties de herstructurering van de varkenshouderij. “De coalitie Vitalisering Varkenshouderij heeft € 80 miljoen beschikbaar. Dat is een uitgelezen kans om richting te geven aan de varkenshouderij en om de sector toekomstbestendig te maken”, aldus Overbeek.

Provincies spelen hoofdrol via subsidies

De grootste rol is echter weggelegd voor de provincies. Zij kunnen subsidieregelingen openstellen vanuit de Europese fondsen voor plattelandsontwikkeling, de zogenoemde POP-gelden. Deze Europese middelen zijn voor de provincies en gemeenten vaak de kapstok om het landelijk gebied in te richten. Met dit geld kunnen zij de innoveerders ondersteunen om hun plannen te verwezenlijken.

Politiek bepaalt of mogelijkheden benut worden

De Europese Unie (EU) stelt geld beschikbaar om de uitdagingen waar het platteland voor staat, aan te gaan. Deze financiële middelen vloeien voort uit het Europese plattelandsontwikkelingsbeleid, wat een onderdeel is van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). De landelijke overheid vertaalt het Europese plattelandsontwikkelingsbeleid naar nationale en regionale plattelandsontwikkelingsprogramma’s (POP).
De Europese Commissie stelt doelen waaraan de subsidiabele activiteiten moeten voldoen. In aanmerking komen activiteiten die gericht zijn op kennisoverdracht en innovatie, verbeteren van de concurrentiepositie, organisatie van de voedselketen en risicobeheer, instandhouding en verbetering van ecosystemen, efficiënt gebruik van grondstoffen en hulpmiddelen en economische ontwikkeling van het platteland. De Europese subsidieregelingen zijn zogenoemde co-financieringsregelingen. Dat betekent dat de nationale overheid en de provincies meefinancieren. Daardoor hebben zij een sleutelpositie bij het openstellen van subsidieregelingen in het kader van plattelandsontwikkelingsprogramma’s.
Voor provincies, en ook waterschappen, zijn deze regelingen belangrijke instrumenten om onder andere het natuur- en waterbeleid vorm te geven. Maar ook agrarische initiatieven kunnen, volgens de Europese voorwaarden, aanspraak maken op een bijdrage uit de POP-geldpot. Dat kan alleen als de nationale overheid en de provincies bereid zijn hier financiële middelen voor in te zetten en het onderdeel te maken van hun programma’s.

Er zijn grote verschillen tussen provincies welke regelingen beschikbaar zijn. Dat komt doordat de landelijke overheid bepaalt waar de Europese middelen aan besteed kunnen worden en provincies zelf kiezen welke regelingen ze openstellen. Ze kiezen daarbij voor de thema’s die in die provincie spelen. Verschillende provincies stellen binnenkort nieuwe regelingen open waar varkenshouders gebruik van kunnen maken. Een overzicht is te vinden op de website van Regiebureau POP. “Naast de POP-subsidies zijn er ook interessante regelingen uit het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO)”, stelt Mart Mensink, POP-coördinator van de provincie Gelderland.

De potentie van subsidies maakt dat de sleutel tot innovatie voor een groot deel in handen ligt van de overheden, maar dat betekent niet dat de sector kan afwachten. Hij moet het initiatief nemen om de koers uit te zetten voor de toekomst van de varkenshouderij en dit met beleidsmakers realiseren. Samen kunnen zij zorgen dat er financiële middelen beschikbaar komen om innovaties in de varkenshouderij te stimuleren. “Subsidiegelden zijn het ideale middel om de onzekerheden in de financiering van innovaties te dekken”, vindt Overbeek.

De consument moet het varkensvlees willen kopen en de omgeving moet de productiewijze en het bedrijf accepteren

Daarnaast hebben subsidies een voordeel ten opzichte van de fiscale stimuleringsmaatregelen die er zijn, zoals MIA en Vamil. Die leveren alleen voordeel op als er fiscaal winst wordt gemaakt. Bovendien zijn deze regelingen niet geschikt voor echte innovaties, maar meer om de implementatie van innovaties onder een grote groep bedrijven te stimuleren.

Vernieuwing keten nodig

Tegelijkertijd wil de accountant niet het idee opwerpen dat het wel goed komt met vernieuwingen in de varkenshouderij zodra er ruimere subsidiemogelijkheden komen. Er is meer nodig. In zijn ogen is de hele keten toe aan innovatie om het product varkensvlees beter aan de man te brengen.

Het inspelen op nichemarkten is een prima ontwikkeling die door moet blijven gaan, maar biedt perspectief voor slechts een klein aantal bedrijven. Het is zinvoller om subsidies toe te kennen aan innovaties die nuttig zijn voor grote groepen bedrijven.

Mestvergister die draait op verse mest. Dagontmesting reduceert de ammoniakemissie. Een subsidie maakt onderzoek mogelijk om het systeem breed toepasbaar te maken. - Foto: Bert Jansen
Mestvergister die draait op verse mest. Dagontmesting reduceert de ammoniakemissie. Een subsidie maakt onderzoek mogelijk om het systeem breed toepasbaar te maken. - Foto: Bert Jansen

De dagontmesting van Keten Duurzaam Varkensvlees (KDV) is hier een mooi voorbeeld van, vindt de accountant. Momenteel hebben 4 stallen die met het systeem zijn uitgerust een proefstalstatus. De provincie Noord-Brabant draagt € 2,6 miljoen bij aan dit project om de systemen te onderzoeken. Als de onderzoeken zijn afgerond en de stalsystemen een erkenning hebben gekregen, kunnen andere varkenshouders het systeem ook toepassen.

Weerstand van omgeving

Overbeek merkt dat vergunningverleners huiverig zijn voor maatschappelijke weerstand wanneer innovaties buiten de vergunning vallen. Communicatie met omwonenden is hierbij van cruciaal belang. Uit ervaring weet hij dat toekenning van een POP-subsidie voor innovatie een positieve invloed heeft op de mening van de buurt.

Voor de toekomst van de varkenshouderij liggen de grootste uitdagingen op het vlak van consument en maatschappij. De consument moet het varkensvlees willen kopen en de omgeving moet het bedrijf en de manier van produceren accepteren. Vernieuwing op deze gebieden is nodig om toekomstperspectief voor de sector te houden. Dat vraagt om een gezamenlijke aanpak door de hele keten.

Of registreer je om te kunnen reageren.