Varkenshouderij

Achtergrond

Verkoop varkensbedrijf om legio redenen

Varkenshouders die hun bedrijf te koop zetten, is van alle tijden. De redenen zijn divers en verschuiven wat in de tijd. Variatie is er ook in de mogelijkheden met een locatie.

De afgelopen decennia volgt het aantal stoppers in de varkenshouderij een vrij constante lijn; globaal halveert elke 10 jaar het aantal. Ook nu staan honderden bedrijven te koop. Via makelaarsvereniging NVM zijn het er eind september officieel 84. Maar dat zijn lang niet alle bedrijven; niet alle makelaars zijn bij NVM aangesloten en niet bij elk bedrijf staat een bord in de tuin.

Toch omschrijft Ard Klijsen, agrarisch makelaar en voorzitter van de vakgroep Agrarisch & Landelijk Vastgoed van NVM, het aanbod bedrijven, zeker de laatste jaren, als ‘stabiel’. Daarbij liggen de jaarlijkse verkopen structureel op een relatief laag niveau. “Goede bedrijven gaan redelijk vlot van de hand; voor minder courante bedrijven is het lastig”, zegt Klijsen. De tijd dat bedrijven te koop staan duurt volgens hem 12 dagen tot enkele jaren. “Een courant bedrijf wordt meestal wel binnen een jaar verkocht.” Hij schaart niet alleen te kleine bedrijven onder ‘niet courant’, maar ook te grote. “De investering is te hoog. Of de omvang past niet bij het bedrijf van de koper.”

Lees verder onder de grafiek.

Constant aanbod

De redenen dat bedrijven te koop staan zijn divers. “Vaak is het een combinatie.” Over de bedrijven heen noemt Klijsen met name het ontbreken van een opvolger, ondernemers die benodigde investeringen niet meer willen of kunnen doen en bedrijven die voor de lange termijn op de verkeerde locatie zitten met te weinig uitbreidingsmogelijkheden.


Lees ook tips voor de koper en verkoper.
Lees ook het verhaal van Jim Ketelaars. Hij verkocht zijn varkensbedrijf.


Bedrijfsopvolging

Ook Hans Peters, voorzitter sectie agrarisch vastgoed van VBO makelaars, ziet een constant aanbod bedrijven. Zijn makelaars constateren dat vergeleken met 5 of 10 jaar geleden opvallend meer varkenshouders stoppen vanwege gebrek aan opvolging en personeel. “Dat zijn vaak de betere, courante bedrijven.” Aan de andere kant van het spectrum ziet Peters de kleine, verouderde bedrijven of bedrijven liggend op een verkeerde locatie. “Die zijn nauwelijks verkoopbaar. Saneren of herbestemmen is dan vaak de enige optie.”

Naast zakelijke redenen, waar geen opvolging ook onder valt, noemt Jeroen Adams, makelaar bij Adriaan van den Heuvel, ook andere redenen voor verkoop. Daaronder vallen onder meer gezondheid, privéomstandigheden of het niet meer trekken van de regeldruk of financiële zorgen. “Soms is er één duidelijke reden voor verkoop, maar net zo vaak is het een combinatie”, aldus Adams.

Bij zeugenbedrijven is de prijsdaling sterker dan bij vleesvarkens

Lagere verkoopprijzen

De geraadpleegde makelaars constateren dat grote vleesvarkensbedrijven gemakkelijker verkopen dan zeugenbedrijven. Deze zijn vaker bij de tijd (te brengen) en qua arbeid en organisatie gemakkelijker bij een ander bedrijf te voegen. Adams schat dat prijzen gemiddeld zo’n kwart lager liggen dan 5 tot 10 jaar geleden. “Bij zeugenbedrijven is de daling sterker dan bij vleesvarkens.”

Economische redenen

Van alle redenen om het bedrijf te koop te zetten, speelt bij een deel van de varkenshouders ook een economische. Kees Ligthart, bedrijfsadviseur varkenshouderij bij Abab Agro Advies, ziet dat er relatief weinig bedrijven verplicht te koop staan. “Economie speelt altijd een rol. Maar verplichte verkopen vonden plaats rond en net na de crisis van 2015, als crediteurs niet meer betaald kunnen worden.” Hij waarschuwt wel voor een nieuwe ronde van verplichte verkoop in 2019; als de varkenscyclus klopt, wordt dat een ondergemiddeld varkensjaar. Varkensbedrijven met een onbalans tussen moderniteit en rentabiliteit krijgen het dan zwaar. “Bedrijven hebben de afgelopen 2 jaar wel positief gedraaid, maar een deel staat nu pas op 0. Die kunnen geen nieuw prijsdal aan.”

Ongeveer een kwart van de ondernemers heeft nog ontwikkelingspotentie, schat de Abab-adviseur op basis van eigen onderzoek. Het zijn de qua omvang bovengemiddelde vleesvarkensbedrijven, zo’n 500 tot 600 zeugen gesloten of enkele grote zeugenbedrijven.

Lees verder onder de foto.

Voor niet-courante bedrijven is herbestemming of saneren vaak de enige optie. De mogelijkheden voor beide verschillen per gemeente en provincie. - Foto: Ruud Ploeg
Voor niet-courante bedrijven is herbestemming of saneren vaak de enige optie. De mogelijkheden voor beide verschillen per gemeente en provincie. - Foto: Ruud Ploeg

Verkoopmoment

Ligthart adviseert om voortijdig actie te ondernemen en keuzes te maken. “Verkoop op het dieptepunt van de markt is het slechtste moment. Dan kunnen mensen mogelijk niet eens blijven wonen.” Daarbij zijn ook niet-conventionele constructies denkbaar. Zo werkt Abab aan een model waarbij een vroegtijdige samenwerking tussen een jonge en uitdrijvende varkenshouder voor beiden voordelen kan opleveren. Het zal niet voor iedereen werken; bedrijven moeten voldoende omvang hebben en bij elkaar passen. Ook belangrijk is dat ondernemers het zelf willen en kunnen samenwerken. “Maar als het lukt, is het op veel manieren gunstig, ook voor het behouden van waarde van investeringen en het optimaal benutten van het afschrijvingspotentieel.” Het belangrijkste is volgens Ligthart om op tijd hiermee te beginnen. Op die manier kan de uitdrijver nog nodige investeringen doen en raakt het bedrijf niet verouderd waardoor er straks niks meer kan.

Beleid van gemeente

De komende jaren zullen nog veel bedrijven stoppen. Dat betekent echter niet automatisch dat er veel meer bedrijven op de markt komen. Voor een deel is saneren of herbestemmen vaak de enige optie. Het is belangrijk tijdig scherp te krijgen wat de mogelijkheden zijn. Dat begint met de juridische; wat staan de gemeente en eventueel de provincie toe op deze locatie? Er zijn een aantal opties zoals omzetten naar een burgerbestemming, een andere agrarische activiteit of een niet-agrarische bestemming.

Sloopregeling

Saneren kan via een sloopregeling (ROK), Ruimte voor Ruimte of verkopen van de sloopmeters. Veel hangt af van de omstandigheden van en rondom de locatie en het beleid van de gemeente en provincie. Klijsen ziet dat gemeenten en provincies gemakkelijker meewerken aan een andere bestemming dan 5 jaar geleden. “Toch bestaan er nog zeker verschillen tussen overheden.”

Tips voor koper

Bepaal welke voor- en nadelen een tweede locatie geeft. Het moet de totale onderneming versterken. Denk ook aan organisatie en arbeidsvoorziening.
Maak een reële inschatting van de noodzakelijke kosten voor nu en de komende jaren. Neem deze mee in de onderhandeling.
Kijk goed naar de omgeving; die bepaalt mede de mogelijkheid om nu of in de toekomst met hoge gezondheid te produceren.
Laat het provinciale en gemeentelijke beleid meewegen; dat kan bepalend zijn bij verkoop of saneren van de locatie.

Tips voor verkoper

Besef dat stoppen en verkopen van het bedrijf ook ondernemen is. Er hoeft geen taboe meer op te rusten en vraagt een serieuze aanpak.
Maak en bespreek om de zoveel jaar uw toekomstvisie zodat er tijdig een goed plan is richting overname, verkoop of afbouw van het bedrijf.
Bekijk het bedrijf door de ogen van een ander; wat kan er beter op dit bedrijf? Werk daar indien mogelijk naartoe.
Breng de mogelijkheid van alternatieven in beeld. Mogelijk is een bestemming mogelijk voor (een van) de kinderen.

Kinderen in plaats van varkens

Met de verkoop van zijn vleesvarkenslocatie stopt officieel de carrière van Jim Ketelaars als varkenshouder. Hij is een andere richting ingeslagen.

Enkele jaren geleden is de thuislocatie met zeugen omgezet naar een volwaardige kinderopvang met in totaal 86 plaatsen. Tien jaar geleden was de vraag stoppen, beperkt doorgroeien of verbreden. Met 185 zeugen, geen uitbreidingsmogelijkheden en 2 zussen met interesse in kinderopvang was de omschakeling een logische keuze. “En toen was het strenge Brabantse beleid nog niet eens bekend.”

Lees verder onder de foto.

Jim Ketelaars (42) heeft in Veghel (N.-Br.) met 2 zussen kinderopvang Het Snuitje. Er is plaats voor 48 kinderen in de dagopvang (0 tot 4 jaar) en 38 in de buitenschoolse opvang (4 tot 12 jaar). - Foto: Bert Jansen
Jim Ketelaars (42) heeft in Veghel (N.-Br.) met 2 zussen kinderopvang Het Snuitje. Er is plaats voor 48 kinderen in de dagopvang (0 tot 4 jaar) en 38 in de buitenschoolse opvang (4 tot 12 jaar). - Foto: Bert Jansen

Voor de ombouw van varkens naar kinderen zijn alle stallen gesloopt en verrees een nieuw gebouw. Voor de benodigde zekerheid had Ketelaars met de bank afgesproken de vleesvarkenslocatie te verkopen. Nu het nieuwe bedrijf goed loopt, is dat niet meer nodig, maar toch zet hij de verkoop door. “Het is niet meer te combineren. Ik ben de hele dag bezig met personeel en ouders.”

Gemeente terughoudend

Ketelaars merkt dat zijn gemeente moeite had met afwijkende bedrijvigheid in het buitengebied. “Ik begrijp dat, maar als ondernemer wil je vooruit.” Hij benadrukt in dat proces veel te hebben gehad aan ZLTO, Rabobank en de Vereniging Agrarische Kinderopvang.

De omschakeling naar kinderopvang mag bijzonder lijken, maar op een aantal vlakken ziet Ketelaars overeenkomsten. Zo wordt in vierkante meters per kind gesproken, gelden strikte eisen en controles daarop en is kwaliteit belangrijk. Een verschil is dat hij nu dagelijks met mensen heeft te maken. “Het werk bij de varkens was een rustpunt, daar kon ik goed nadenken. Ik moet kijken hoe dat nu in te vullen.”

Check de grond- en pachtprijzen, actuele koopaktes en andere agrarische transacties op boerderij.nl/landbouwgrond

Of registreer je om te kunnen reageren.