Varkenshouderij

Achtergrond

Kans Nederlandse biggen door minder Duitse zeugen

De krimp van de Duitse zeugenstapel zet de komende jaren door. Dat is het gevolg van stoppende bedrijven, onder andere door het naderende castratieverbod. Dat biedt kansen voor Nederlandse biggenexport.

Het rommelt bij onze Oosterburen, dat merken ook Nederlandse exporteurs van biggen. De afzet verloopt moeizaam en prijzen staan structureel onder druk.

Veel Duitse zeugenhouders denken na over stoppen met het bedrijf, zeker de kleinere bedrijven. - Foto: Henk Riswick
Veel Duitse zeugenhouders denken na over stoppen met het bedrijf, zeker de kleinere bedrijven. - Foto: Henk Riswick

Albert Hortmann-Scholten van de Landwirtschaftskammer in Oldenburg herkent het beeld. “Er is echt wat aan de hand”, vertelt de marktdeskundige. Hortmann-Scholten noemt 3 redenen waarom vleesvarkenshouders terughoudend zijn om biggen op te leggen: de hoge mestafzetkosten, de gestegen voerprijzen en de lage opbrengstprijs van varkens. Dat tegen een achtergrond van een hoge biggendruk vanuit Nederland en Denemarken.

Mest het grootste probleem

Wisselende kosten voor voer en opbrengsten voor vleesvarkens komen vaker voor. Maar met name de forse uitgaven voor mestafzet spelen de sector nu parten. 2 jaar geleden betaalden varkenshouders € 8 tot € 10 per kuub, nu is dat in de intensieve gebieden in Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen opgelopen tot € 18 tot € 20 per kuub.

Nieuwe mestwetgeving (Düngeverordnung) is vooral bedoeld om aan de Brusselse Nitraatrichtlijn te voldoen. Een aantal deelstaten met veehouderij, zoals Nedersaksen, gaat nog een stapje verder dan de landelijke overheid. In de nieuwe wetgeving is onder andere de periode dat veehouders mest en digestaat mogen uitrijden beperkt. Ook gelden strengere regels rondom administratie en opslag.

In combinatie met de gemiddeld € 6 per varken gestegen voerkosten kopen varkenshouders minder biggen aan, zodat ze minder mest hoeven af te zetten. Een deel daarvan kiest ervoor om maar 2 in plaats van 3 rondes per jaar te draaien. Hortmann-Scholten is er niet gerust op dat het huidige niveau het dieptepunt is. “Het zou me niet verbazen als de prijs nog verder zakt om tegen het einde van het jaar weer wat op te klimmen.”

Stoppende zeugenhouders

Voor de wat langere termijn voorziet Hortmann-Scholten verschuivingen in de Duitse varkenshouderij. Dit jaar valt de varkensproductie al lager uit dan vorig jaar, mede als gevolg van stoppers. Dat is ook het beeld dat varkenshoudersorganisatie ISN van de sector heeft. Een recente enquête geeft aan dat ruim 52% binnen 10 jaar denkt te stoppen. Slechts 12% van de varkenshouders denkt in die periode aan uitbreiden. Volgens ISN-marktexpert Matthias Quaing is het de combinatie van maatregelen die pijn doet, waarbij de castratiediscussie de druppel is.

Enquête

De Duitse varkenshoudersorganisatie ISN vroeg afgelopen zomer aan 645 zeugenhouders hoe ze tegen de toekomst van hun bedrijf aankijken. Gemiddeld hebben de bedrijven 379 zeugen, variërend van 20 tot enkele duizenden. Het onderzoek betreft daarmee circa 13% van de Duitse zeugenhouderij. Uit Nedersaksen deden 239 bedrijven mee; uit Noordrijn-Westfalen 190 bedrijven.

Over alle bedrijven heen denkt ruim 52% om binnen 10 jaar te stoppen met het bedrijf. De meeste stoppers bevinden zich in het noorden en zuiden van het land. Van de bedrijven met minder dan 150 zeugen verwacht bijna 85% het bedrijf af te bouwen. De Duitse zeugenstapel krimpt in dat scenario binnen 10 jaar met 20 tot 25%.

In principe geldt per 1 januari 2019 een landelijk verbod op onverdoofd castreren. Er was lange tijd onduidelijkheid over de termijn en de invulling. Met name de deelstaten Beieren en Nedersaksen wilden uitstel, maar dat heeft in het laatste landbouwcomité van de Duitse Bondsraad medio september niet gehaald. De kans is dus groot dat het verbod daadwerkelijk over enkele maanden een feit is.

Beren mesten is mogelijk, maar lang niet alle slachterijen willen beren – kortingsloos – afnemen. Narcose door een dierenarts is eveneens mogelijk, maar duur en praktisch omslachtig. De Duitse landbouworganisaties en slachterijen pleiten voor een lokale verdoving, net zoals in Denemarken. “Het kost tijd om dat mogelijk te maken.” De kans dat uitstel van het verbod samenvalt met de toelating van die optie is nu erg klein.

Duitser wil vleesrijke, gezonde, gemakkelijke, zware big

Krimp van de Duitse zeugenstapel biedt kansen voor Nederlandse export van biggen. Om de concurrentie met Denemarken aan te kunnen is het belangrijk te weten wat Duitse vleesvarkenshouders belangrijk vinden.
*Duitsers willen vooralsnog een vleesrijk ras, zoals Piétrain of Duroc. Het hangt van de bestemming in Duitsland af welke kruising het beste past. In het Westen, waar veel Nederlandse biggen terechtkomen, is de Piétrain nog altijd populair. In andere delen is ook de Duroc geliefd; de eindbeer waar de Denen mee op de markt zijn.*Biggen die gemakkelijk opstarten en zonder problemen groeien. Vaccinaties dragen daaraan bij. Het minimum was lange tijd een dubbele enting, dus tegen Circo en Mycoplasma. Inmiddels is ‘dreifach geimpft’ een nieuwe standaard, dus ook een (derde) enting tegen PRRS.*Een gewicht van circa 30 kilo per big. Dat Duitsers een zwaardere big dan Nederlands opleggen, heeft een praktische reden rondom gemakkelijker opstarten en geeft een fiscaal voordeel. Een bijkomend voordeel is dat de gewichten van het ondereind ook omhooggaan. Een hoger gewicht is op bedrijfsniveau vaak lastig in verband met de ruimte in de biggenstal.*Uniforme koppels, want Duitsers hebben een hekel aan uniformeren; dat betekent immers meer werk. Wat dat betreft doet Nederland het niet slechter dan de Denen. Om ze tijdens de mestperiode niet uit elkaar te laten groeien, is het ook belangrijk dat de biggen ongeveer dezelfde leeftijd hebben.

De grootste zorg van ISN is dat de concurrentiepositie van Duitse zeugenhouders verslechtert ten opzichte van Nederlandse en Deense producenten. Niet alleen stijgen de kosten, maar de vrees is dat vleesvarkenshouders meer (gecastreerde) biggen uit Nederland en Denemarken importeren. Een aantal slachterijen wil namelijk geen beren of gaat berenkortingen invoeren.

Naast mestkosten en castratie spelen volgens Quaing meer problemen voor met name zeugenhouders. Zo voldoen ligboxen voor dragende zeugen niet allemaal aan de minimale afmetingen. Ook de minimale oppervlakte in de kraamstal en het vastzetten van zeugen zijn actuele onderwerpen; vooralsnog moeten alle zeugen vanaf 2032 los in de kraamstal staan. “Bedrijven moeten te grote investeringen doen in situaties dat er vaak geen opvolger aanwezig is.” Hij benadrukt wel dat juist in Duitsland veel bedrijven gemengd zijn of de ondernemer een bijbaan of andere bedrijfsactiviteit heeft. Klein zijn, is niet per se een reden om te stoppen.

Probleemloos opstarten

Een daling van het aantal varkensbedrijven is op zich niet vreemd, dat gebeurt in Nederland ook. Meer ingrijpend voor de sector als totaal is dat per saldo 20% tot 25% van de zeugenplaatsen verdwijnt. Volgens Quaing is het niet de verwachting dat in het Oosten volop wordt bijgebouwd. “Daar is een grote maatschappelijk en politieke weerstand tegen uitbreiding. Ook kampen grote bedrijven met structureel personeelstekort, zodat uitbreiden minder vanzelfsprekend is als vroeger.” Als de vraag van de slachterijen en het aantal vleesvarkensplaatsen gelijk blijven, moet de biggenimport verdubbelen tot jaarlijks 20 miljoen biggen.

Vorig jaar vonden 6,6 miljoen Nederlandse biggen een bestemming in een Duitse vleesvarkensstal. Het is vooral in gebieden waar vraag is naar Piétrainbiggen. Met de voorspelde krimp van de eigen zeugenstapel neemt de Duitse importbehoefte toe. Dat biedt kansen voor de Nederlandse biggenexport. - Foto: Bert Jansen
Vorig jaar vonden 6,6 miljoen Nederlandse biggen een bestemming in een Duitse vleesvarkensstal. Het is vooral in gebieden waar vraag is naar Piétrainbiggen. Met de voorspelde krimp van de eigen zeugenstapel neemt de Duitse importbehoefte toe. Dat biedt kansen voor de Nederlandse biggenexport. - Foto: Bert Jansen

De hele situatie biedt daarom zeker kansen voor Nederland, ziet ook Paul Reuling, directeur van Reuling Intervar. “Hoe groot de afname in zeugen gaat zijn, weten we niet, maar het lijkt vrij zeker dat de behoefte aan biggen zal toenemen.” Volgens Reuling is daarbij een ding belangrijk: Nederlandse vermeerderaars moeten goed beseffen wat de klant vraagt. “Dat gaat nu beter dan vroeger, maar het blijft belangrijk in de concurrentie met de Denen.”

In het algemeen moeten biggen gemakkelijk en probleemloos opstarten. In het westelijk deel van Duitsland, waar veel Nederlandse biggen een bestemming vinden, zijn het vooral akkerbouwers die vleesvarkens erbij houden. Ze zitten niet de hele dag in de stal en willen daarom een voorspelbare big. De belangrijkste kwaliteitsaspecten zijn genetica, gezondheid, gewicht en uniformiteit. Het Duitse kwaliteitssysteem QS lijkt geen beperking te geven voor de Nederlandse aanpak van castratie.

Reuling ziet dat vooral op het gebied van gezondheid nog grote slagen gemaakt moeten worden. Hij merkt dat vooral de aandacht voor App nog wat mager is bij Nederlandse varkenshouders. “Voor App-vrije biggen zijn op termijn heel goede vaste afspraken in Duitsland te maken.”

Of registreer je om te kunnen reageren.