Varkenshouderij

Achtergrond

Daling van antibioticagebruik in varkenssector vlakt af

De Duitse varkenshouders grijpen aanzienlijk minder vaak naar antibiotica dan nog maar 3 jaar geleden, dankzij de monitoring van de inzet. De vraag is of het nog minder kan. Varkenshoudersbond ISN meent dat de grenzen dicht zijn genaderd.

De antibiotica-inzet in de Duitse varkenshouderij is de afgelopen jaren flink teruggelopen. Weinigen zullen betwijfelen dat dit een uitvloeisel is van de monitoring waarmee de overheid is begonnen. Deze monitoring is in handen van de voedselveiligheidsautoriteit, de Bundesanstalt für Verbraucherschutz und Lebensmittelsicherheit (BVL) en betreft de hele sector. Ketenbeheerder QS doet ook aan monitoring, maar deelname aan het kwaliteits- en veiligheidsprogramma van deze instantie is niet verplicht.

Resultaten van monitoring

De resultaten van de monitoring door het BVL monden uit in de berekening van de behandelingsfrequentie. Die frequentie wordt bepaald op individueel bedrijfsniveau en gemiddeld voor de sector als geheel. Als de cijfers van een individueel bedrijf duidelijk negatiever zijn dan het landelijk gemiddelde moet de varkenshouder in kwestie binnen 4 maanden met de assistentie van de dierenarts een plan van aanpak opstellen om de zaak te verbeteren. Dat plan wordt gecontroleerd door de regionale veterinaire dienst waar het bedrijf onder ressorteert.

Duidelijke verbetering

Bij de gemiddelde landelijke behandelingsfrequentie worden 2 cijfers berekend. Het ene cijfer gaat over het aantal keren behandeling waar 75% van de bedrijven onder blijft. Bij het tweede cijfer gaat het om de behandelingsfrequentie waar 50% onder blijft. In het eerste halfjaar werden bijvoorbeeld op 50% van de bedrijven biggen tot 30 kilo gemiddeld nog geen 3 keer (2,708 keer om precies te zijn) behandeld. In het eerste halfjaar van 2017 was de behandelingsfrequentie 2,968. Driekwart van de bedrijven bleef met de biggen onder de gemiddelde behandelingsfrequentie van 9,627 keer.

Ten opzichte van het eerste jaar van de monitoring (2015) is laatstgenoemd cijfer een heel duidelijke verbetering. Toen namelijk bleef 75% onder het gemiddelde van ruim 26 keer. Sinds 2016 is echter sprake geweest van een afvlakking van de daling en sinds vorig jaar zijn de halfjaarlijkse stapjes waarmee de frequentie wordt teruggedrongen nog maar heel klein.

Verplichte plan van aanpak

Het verplichte plan van aanpak komt aan de orde als de varkenshouders met de behandelingsfrequentie hoger uitkomen dan het gemiddelde waar 75% van de bedrijven onder weet te blijven. In het andere geval kan worden volstaan met het vaststellen van de oorzaak, maar wel ook in samenwerking met de veterinair.

Afvlakking van daling

Varkenshoudersorganisatie ISN ziet de terugdringing van de antibiotica-inzet als een groot succes. Maar in de afvlakking van de daling ziet de organisatie tevens dat de grenzen van verdere verbetering inmiddels dicht zijn genaderd. Dit temeer daar bij de huidige lage behandelingscijfers nog steeds 25% van de varkenshouders buiten de boot valt en met de rompslomp en kosten van de opstelling van een actieplan wordt geconfronteerd. “Dat is onredelijk en daarom is de tijd gekomen om het monitoringssysteem te overdenken”, aldus de ISN.

Of registreer je om te kunnen reageren.