Varkenshouderij

Achtergrond 2877 x bekeken

Pali: ‘We breiden pas uit als er voldoende afzet is’

Schaalvergroting is niet de ambitie, zegt Pali-directeur Martijn Paridaans. Hij hekelt het kortetermijndenken in de varkenshouderij.

“Met 10.000 geslachte varkens per week zijn we eigenlijk maar een kleinduimpje in de varkenswereld.” Directeur Martijn Paridaans van varkensslachterij Pali in Geldrop etaleert bescheidenheid. Rustig werkt hij aan de opbouw van het bedrijf, dat in mei 2016 in handen kwam van Pali Group. “We zijn al meer dan 30 jaar actief in de varkenshandel. Per week halen we nog steeds 15.000 varkens op. Die gingen vroeger naar een andere slachterij of naar Duitsland, nu voor een belangrijk deel naar onze slachterij in Geldrop”, vertelt hij.

De overname is in stabiel vaarwater gekomen, constateert hij. “We zijn momenteel verder aan het opbouwen.” Van 250.000 geslachte varkens is het bedrijf ondertussen opgeschaald naar 500.000 stuks per jaar. De maximumcapaciteit van 800.000 varkens komt in zicht. “Groei is geen doel op zich. Het is niet onze ambitie om heel groot te worden. We breiden pas uit als er voldoende afzet is.” Daarnaast staat de bouw van een uitsnijderij op stapel. De vergunning is aangevraagd, maar het gaat nog circa twee jaar duren voordat deze open kan.

Martijn Paridaans
Martijn Paridaans. - Foto: Bert Jansen
Martijn Paridaans (44) is directeur van Pali Group en daarmee ook directeur van varkensslachterij Pali Geldrop. Pali Group is verder actief in de kalver- en varkenshandel en heeft kalverslachterij Vitelco in Den Bosch. Paridaans is een van de drie mede-eigenaren. Hij is bij Pali Group behalve voor Geldrop ook verantwoordelijk voor al het levende vee.

Is een grotere uitsnijderij nodig?

“We leveren nu karkassen en grotere delen, 10% wordt uitgebeend. We willen graag veel meer uitbenen. Het doel is zo’n 50% en we willen portioneren. Dat is wat de markt vraagt en waarmee je toegevoegde waarde kunt creëren. Van toegevoegde waarde moeten we het hebben, ook omdat onze kostprijs door de geringe aantallen hoger is dan bij de grotere slachterijen.”

Is een varkensslachterij een andere tak van sport dan een kalverslachterij?

“Helemaal niet. Je hebt met dezelfde voorschriften, controles, problematieken en uitdagingen te maken als bij de kalveren. Er is in die zin geen verschil.”

Waarom stapt een varkenshandelaar in een varkensslachterij?

“Logisch en het kwam op ons pad. Een slachterij die ons paste. Je ziet de markt veranderen. Varkenshouders willen dichter bij de slachterij zitten, meer samenwerken. Snellere info over slachtresultaten. Daar hebben ze baat bij. Inspelen op de strategie; welke richting wil de slachterij op met de varkens, welk type of welk keurmerk? Waar ziet de slachterij kansen? Het is meer ketendenken. Samen proberen we zo om de marge te verbeteren.”

‘De handel wordt meer de buffer tussen vraag en aanbod’

Wil je daarmee ook zeggen dat de rol van de handel afneemt?

“Zeker niet, maar de functie verandert. De handel wordt meer de buffer tussen vraag en aanbod. Er blijven varkenshouders die liever via de handel werken.”

Heeft een kleinere slachterij ook voordelen?

“We zijn flexibel en kunnen ook kleinere partijen op maat leveren. Dat doen we ook bij de kalveren. We leveren aan grossiers in Europa, maar we pakken ook in voor landen in Azië, zoals Korea, de Filippijnen en Japan. China is nog een stap te ver. Het mooie van Azië is dat ze daar delen van het varken willen die in Europa weinig of geen waarde hebben. Varkensvlees leveren aan de retail in Europa of Nederland doen we niet.”

‘We willen het bij de varkens net zo doen als bij de kalveren’

Pali Group heeft zowel kalveren als varkens. Welke strategie passen jullie toe?

“We willen het bij de varkens net zo doen als bij de kalveren. Geleidelijk een markt en een netwerk opbouwen. Stap voor stap positie verwerven. Niet overhaast. We hebben niets aan schaalvergroting, terwijl er geen afzet voor is.”

Zijn er duidelijke verschillen tussen varkenshouders en kalverhouders?

“De kalverhouderij is veel meer geïntegreerd. Er is een sterker ketenbewustzijn om samen zaken op te pakken. Bij de varkenshouderij is er meer de cultuur om op eigen initiatief te werken. Dat ‘samen’ van de kalverhouderij zou ik wel graag willen, want er zitten onnodige faalkosten in de huidige werkwijze van de varkenshouderij. Maar ik denk dat verandering op korte termijn moeilijk is. Hoewel, in Spanje werkt dat ketenbewustzijn wel.”

Noem eens een voorbeeld van een voordeel?

“Neem de logistiek. Als de prijzen stijgen, zie je dat varkenshouders de varkens vasthouden, terwijl ze bij een daling juist de varkens zo snel mogelijk kwijt willen. Dat overaanbod drukt nog eens een keer extra op de prijzen. Het is kortetermijndenken. Als slachterij heb je het liefst dat de dieren gestroomlijnd binnenkomen.”

De varkensprijs is een belangrijk element. Die is laag. Wanneer treedt een verbetering in?

“De markt zit onder de kostprijs. De eerste drie maanden van het jaar wordt het niet makkelijk. Daarna is het ongewis. Dat is moeilijk te voorspellen. Onze collega’s weten dat ook niet.”

Kan Geldrop goed meekomen met de prijs?

“Als je over een heel jaar kijkt, verschillen de roepprijzen tussen de verschillende slachterijen maar hooguit 1 cent. Wij zijn niet de marktleider, maar we doen behoorlijk mee. Varkenshouders moeten van ons bij de prijs ook geen wonderen verwachten. Zij kijken naar andere aspecten die verschil maken. Neem goede afspraken over transporttijden. Dat kunnen we gunstiger doen, omdat we met eigen vervoer rijden. Of neem de wijze van betalen. En wat we afspreken komen we na. We zijn te vertrouwen.”

‘De maatschappij levert de vergunning voor ons om te produceren’

Op welk segment in de markt richt Geldrop zich? Alles Beter Leven?

“Als alle slachterijen alleen nog Beter Leven leveren, hebben we met zijn allen een groot probleem. Je hebt een mix nodig. Elk land heeft zijn eigen specifieke wensen. Naar Griekenland gaat bijvoorbeeld een luxer varken dan naar Polen. Zo doe je het ook in Nederland; een mix. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik tegen Beter Leven ben. Integendeel, je moet kijken naar wat de maatschappij zegt. Zij levert de vergunning voor ons om te produceren. De maatschappij verandert. Dan kun je wel zeggen dat je je er niets van aantrekt, maar dan heb je geen toekomst. Je moet een duidelijk verschil maken tussen de maatschappij en de consument. Die laatste opereert steeds weer anders. We moeten naar de maatschappij luisteren en daarop inhaken.”

Brabant is jullie werkgebied. De provincie legt de varkenshouderij een versnelde krimp op. Wat vind je daarvan?

“Het is een gevaarlijke ontwikkeling dat één provincie zo’n maatregel erdoor kan drukken. Andere provincies kunnen zomaar meedoen. Dat hoop ik niet. Als we niet opletten, wordt het een koude sanering en raken we onze plek in de wereldtop kwijt. Gelukkig is er nu weer een ministerie van Landbouw. Dat hebben we node gemist. Een overheid moet bestendig blijven. Daar moet je op kunnen vertrouwen, anders kun je als ondernemer niet investeren. Nu worden ineens maatregelen zeven jaar naar voren gehaald. Dat kan gewoonweg niet.”

Wat verwacht je van de krimp?

“Het zal niet helemaal 10% minder worden, want het geldt alleen bij herbouw en aankoop van rechten. Als je statistisch kijkt, kom je uit op een aftopping van 5 tot 8%, afhankelijk van de markt. Dat raakt zowel de varkensaantallen als de dynamiek in de markt.”

Wil minder varkens zeggen dat er een strijd tussen slachterijen ontbrandt om voldoende varkens binnen te krijgen? Dus hogere prijzen?

“Een aanzienlijk deel van de varkens gaat naar het buitenland. Op het moment dat in Nederland krapte ontstaat, gaat hier het prijsniveau omhoog en blijft een deel in het land. Vraag en aanbod bepalen die prijs. Die hogere prijzen zullen we moeten opvangen door de kosten omlaag te brengen of door meer toegevoegde waarde te creëren. Anders dreigt bij de slachterijen eveneens een koude sanering. Dat is ook een economische wet.”

En dan komt de brexit er ook nog eens aan. Hoe hard gaat die de varkenshouderij raken?

“Dat is zorgelijk. Zeker voor specifieke delen als bacon. Direct heeft het bij ons niet zoveel invloed. We leveren maar een paar vrachtauto’s per week naar Groot-Brittannië. Maar als de Britten invoerheffingen gaan opleggen, hebben we als totale Nederlandse varkenssector een probleem. Dat soort beperkingen hebben we altijd nog kunnen opvangen door andere afzetmarkten aan te boren. Het gaat om veel vlees. Het is allemaal heel onzeker voor de export, net als de schommelende prijs voor de dollar.”

Wat is erger, de brexit of de dollar die in prijs zakt?

“De brexit. Die wetgeving heb je niet in de hand en kan voor ons heel verkeerd uitpakken. Dat ligt vast. De dollar is een ander verhaal. Dat is de markt. Het kan omlaaggaan, maar ook weer omhooggaan. Het is net de varkenshouderij: zeven vette en zeven magere jaren.”

Meeliften met de kalveren

Pali Group is binnen de kalversector de op een na grootste partij in Nederland. Er is een heel netwerk aan afnemers opgebouwd. Daar plukt de varkensslachterij nu ook de vruchten van. Waar mogelijk worden synergievoordelen optimaal benut, stelt de directie. Bijvoorbeeld: waar het kan lift het varkensvlees in de vrachtwagen mee met het kalfsvlees. Dat kan niet overal. halalvoorschriften verbieden dat in een vrachtwagen varkensvlees meegaat. Daar houdt Pali Group zich onverbiddelijk aan.

Of registreer je om te kunnen reageren.