Varkenshouderij

Achtergrond 1 reactie

Nergens zo streng als in varkensprovincie Brabant

De varkensprovincie bij uitstek is Noord-Brabant. De provincie heeft de meeste varkens en bedrijven, maar ook de strengste regelgeving.

Als laatste in de serie over varkenshouderij in de provincies is de meest varkensrijke provincie van Nederland aan de beurt: Noord-Brabant. Brabant heeft volgens het CBS in 2016 ruim 5,9 miljoen varkens; ongeveer de helft van het totaal aantal in Nederland. Er zijn in dat jaar 1.619 bedrijven met varkens; dat is 36,5% van het landelijk aantal.

Dat betekent dat de bedrijven groter zijn dan het gemiddelde. Dat blijkt ook uit de cijfers: het gemiddelde Brabantse bedrijf met zeugen heeft 718 zeugen tegenover 608 gemiddeld in Nederland. Het verschil bij de vleesvarkens is nog groter: 2.062 in Brabant tegenover 1.557 vleesvarkens in Nederland.

Brabant is bij uitstek dé varkensprovincie maar dat betekent niet dat de varkenshouderij overal hetzelfde is. Het zwaartepunt van de varkenshouderij ligt duidelijk in het Oosten.

In het gebied rechts van Tilburg liggen ruim 5 miljoen varkens. Dat is 85% van het provincietotaal. Er liggen in daar 1.300 bedrijven met varkens. De minste varkens zitten in het Westen van de provincie (van Bergen op Zoom tot Breda), gevolgd door het Midden.

In het Westen van Brabant ligt de focus sterk op de akkerbouw en de melkveehouderij. In het akkerbouwgebied zijn wel een aantal Oost-Brabantse varkenshouders neergestreken, vooral met vleesvarkens.

Het Midden kent van oudsher veel gemengde bedrijven met diverse veehouderijtakken en tuinbouw. De typische Brabantse ontwikkeling van de varkenshouderij vond vooral op de schrale zandgronden in het Oosten van de provincie plaats.

Meer varkens in Oosten

De grote omslag voor de Brabantse varkenshouderij kwam in 1997 met het uitbreken van de Varkenspest, juist in het hart van de Brabantse varkenshouderij. De maatregelen voor herstructurering en reconstructie, versterkt door lage opbrengstprijzen, zorgde voor een forse daling van het aantal bedrijven.

In 2000 telde Brabant 4.270 bedrijven met varkens; in 2016 staat de teller op ruim 1.600. In absolute aantallen daalde het aantal bedrijven in het Oosten het meeste, maar procentueel was de afname in het Westen en het Midden het grootst. Juist in die gebieden was de varkenshouderij vaak een tweede tak met melkvee of akkerbouw.

Het aantal bedrijven in Brabant is fors afgenomen; dat is niet het geval met het aantal varkens. In Brabant staan in 2016 zelfs 235.000 méér varkens dan in het jaar 2000. De groei vond in het Oosten plaats; in het Westen nam het aantal varkens licht af.

Nergens zo streng als in varkensprovincie Brabant

Verzet tegen megastal ontstond in Brabant

Het grote aantal varkens maakt dat politiek en maatschappij nog altijd kritisch staan ten aanzien van de varkenshouderij. De hoge mate van verstedelijking en toenemende focus op volksgezondheid doen daar geen goed aan. Niet voor niks ontstond het verzet tegen ‘megastallen’ in deze provincie. Nergens waren de protesten vanuit de buurt rondom landbouwontwikkelingsgebieden (LOG‘s) zo heftig als in Brabant.

Met de kennis van nu is het de vraag of de sector zijn hand overspeeld heeft rondom de invulling van de LOG’s. Dankzij de reconstructie werd in een aantal van deze gebieden ontwikkeling van nieuwe locaties mogelijk.

Ondanks een beperkt aantal nieuwe bedrijven zorgde het wel voor veel maatschappelijke onrust en onbegrip. Noodzaak voor nieuwe locaties was er feitelijk niet want er waren meer dan genoeg stoppende bedrijven. Nieuwvestiging is inmiddels niet meer mogelijk maar het is mede aanleiding voor de strenge ruimtelijke politiek die Brabant later is gaan voeren.

Protesten bij het provinciehuis in Den Bosch tegen zogenoemde megastallen en voor een betere leefomgeving. De politiek is niet ongevoelig voor de luide roep van een groep tegenstanders. - Foto: Jan Zandee
Protesten bij het provinciehuis in Den Bosch tegen zogenoemde megastallen en voor een betere leefomgeving. De politiek is niet ongevoelig voor de luide roep van een groep tegenstanders. - Foto: Jan Zandee

Nieuwe Verordening ruimte en BZV

De afgelopen jaren heeft de provincie Noord-Brabant steeds vooropgelopen bij wetgeving om de milieu-impact van de (intensieve) veehouderij te beperken. De mogelijkheden van nieuwvestiging waren al ingeperkt en zijn met de Verordening ruimte in 2010 en 2014 definitief onmogelijk gemaakt. In die verordening is de maximumoppervlakte van het bouwblok teruggebracht naar 1,5 hectare.

Met de Brabantse Zorgvuldigheids Score (BZV) moeten veehouders aantonen dat ze bovenwettelijke maatregelen nemen. Ook moeten varkenshouders in dialoog met de omgeving. De achtergrondconcentratie geur bepaalt de bijdrage van een bedrijf op de totale geurlast van bewoners in het buitengebied.

Brabantse varkenshouders hebben de afgelopen decennia flink bijgebouwd. Daarbij hebben ze te maken met strengere regels dan collega’s buiten de provincie. - Foto: Bert Jansen
Brabantse varkenshouders hebben de afgelopen decennia flink bijgebouwd. Daarbij hebben ze te maken met strengere regels dan collega’s buiten de provincie. - Foto: Bert Jansen

Dan is er ook nog de Verordening stikstof waardoor Brabantse varkenshouders bij uitbreiding extra ammoniakreductie moeten realiseren. Daardoor zijn praktisch maar een aantal typen luchtwassers mogelijk. Verder zijn provinciale beleidsregels van de PAS rondom depositie (mol per hectare) voor vier grote natuurgebieden strenger dan de landelijke. Ook voeren een aantal Brabantse gemeenten een eigen stand-still-beleid, zoals recentelijk in Reusel-De Mierden.

‘Huidige maatregelen onvoldoende’

Voor het provinciale provinciebestuur zijn de huidige maatregelen onvoldoende om hun doelen rondom natuurbescherming en volksgezondheid te realiseren. Daarom heeft Gedeputeerde Staten een wijziging van de verordeningen ruimte en stikstof in voorbereiding. Het is de bedoeling om Provinciale Staten eind mei bij te praten over de plannen. In juni vinden debatten plaats en in juli kan een definitief besluit genomen worden. Overigens werkt ook de landelijke overheid via de Wet veedichte gebieden aan meer provinciale mogelijkheden om de veestapel te beperken.

Staldering

Het meest opvallend en omstreden onderdeel van Verordening ruimte is de zogenoemde staldering. De provincie wordt verdeeld in zeven regio’s waarbij bedrijven kunnen groeien als de stallen van een ander bedrijf uit die regio worden gesloopt. Om extra milieuwinst te boeken is sloop van 110% van de uitbreiding nodig.

Ongunstig is dat een voorwaarde is dat stallen minimaal drie jaar onafgebroken in gebruik moeten zijn geweest. Dat verwacht Gieljan van Iersel, senior-adviseur bedrijfsontwikkeling bij Agrifirm Exlan. “Stallen die al langer leegstaan of waarvan de ondernemer één ronde per jaar houdt in verband met de stoppersregeling tellen dus niet mee. Daardoor kan het in gebieden weleens moeilijk zijn voldoende stalruimte te vinden.”

De regeling pakt dus ook voor de stoppers slecht uit omdat ze hun vierkante meters niet kunnen verkopen als ze korter dan drie jaar aaneengesloten varkens hebben gehouden.

Noord-Brabant telt de meeste varkens en meeste bedrijven van Nederland. Ook zijn de bedrijven bovengemiddeld qua omvang. - Foto: Bert Jansen
Noord-Brabant telt de meeste varkens en meeste bedrijven van Nederland. Ook zijn de bedrijven bovengemiddeld qua omvang. - Foto: Bert Jansen

Toch staat er ook een positief punt in de nieuwe verordening: de maximale omvang van 1,5 hectare bouwblok wordt onder voorwaarden verruimd naar 2 of 2,5 hectare. Als bij staldering het bouwblok wordt gesaneerd geeft dat de groeier extra ruimte, tot maximaal 2,5 hectare.

Een andere theoretische mogelijkheid is om een score van 8,5 of hoger binnen de BZV te realiseren. Dat is echter een forse opgave. Ook extra investeringen in dierwelzijn kunnen extra bouwruimte opleveren. Met beide opties is het maximumoppervlakte 2 hectare. Ook wil de provincie de mogelijkheden voor mestverwerking verruimen.

Meer ammoniak beperken

Een tweede aanscherping die Brabantse varkenshouders te wachten staat heeft betrekking op de Verordening stikstof. Alle intensieve veehouders in de provincie moeten bij nieuwe stallen al 85% ammoniak beperken, wat meer is dan de landelijke wetgeving eist (Besluit emissiearme Huisvesting).

In de huidige verordening staat dat bestaande stallen in 2028 moeten voldoen. In het voorstel van de provincie gaat deze datum naar 2020. Bedrijven die met interne saldering oude stallen met rust konden laten, moeten dus alsnog aan de bak. Van Iersel: “De invulling van deze maatregel is nog niet bekend. In het gunstige geval blijven er mogelijkheden voor saldering. De vraag is of de overheid dat gaat toestaan.”

Aanpak fijnstof

Naast ammoniak krijgt ook de aanpak van fijnstof een prominente plaats. De landelijke norm voor fijnstof is een jaargemiddelde 40 µg per kuub. De provincie heeft deze in het kader van Verordening ruimte al verlaagd naar gemiddeld 31,2 µg per kuub.

Bedrijven krijgen daarnaast bij een vergunningaanvraag te maken met een extra endotoxinen toetsingskader. Dit houdt onder andere in dat een minimale afstand tot nabijgelegen woning moet zijn of dat geen toename in fijnstofuitstoot. In de veel gevallen is overbelaste situatie wel op te lossen met een combi-luchtwasser, aldus Van Iersel. “Maar bedrijven die al maximaal emissie beperken en niet aan de minimale afstand voldoen kunnen weinig extra meer doen.”

Houding van politici

De Producten Organisatie Varkenshouderij (POV) ziet de aanscherping van de regels met lede ogen aan. “Brabantse varkenshouders hadden al met veel strengere regels te maken en nu komt dit er nog bij”, aldus Sander van den Heijkant, POV-bestuurder en vice-voorzitter van de LTO-vakgroep varkenshouderij.

Dat Brabant met de helft van de Nederlandse varkens van Nederland eerder tegen grenzen aanloopt, is volgens hem logisch. Maar de uitwerking richting beleid mist de ratio die Van den Heijkant wel in een provincie als Limburg ziet. Hij wijt dit aan de houding van individuele Brabantse politici, zoals Johan van Hout van de SP en Anne-Marie Spierings van D66. De Brabantse varkenshouderij vreest dat deze partijen het landbouwbeleid gegijzeld hebben.

‘Stalderen verhoogt kostprijs’

Het stoort Van den Heijkant vooral dat de reductie van ammoniakuitstoot op schema ligt en de provincie toch besluit de einddatum met acht jaar te vervroegen. “Dat treft juist de varkenshouderij hard.” Ook verwacht hij dat stalderen tot een verdere verhoging van de kostprijs gaat leiden. “Het werkt averechts als extra maatregelen ten koste gaan van bedrijfsontwikkeling. Daardoor komt ook de gewenste vernieuwing niet van de grond.”

‘Het werkt averechts als extra maatregelen ten koste gaan van bedrijfsontwikkeling’

Hij verwacht dat juiste toekomstgerichte bedrijven worden getroffen en houdt rekening met veel extra stoppers. Van den Heijkant hoopt dat de belangenbehartiging en initiatieven vanuit de sector het tij nog kunnen keren. “Het is nog geen gelopen race.”

Sterke punten varkenshouderij Brabant

Om met een positieve noot te eindigen: gevraagd naar de sterke punten van de Brabantse varkenshouderij hoeft Van den Heijkant niet lang na te denken: bedrijven zijn voldoende groot, Brabant heeft goede ondernemers en infrastructuur en een hoog kennisniveau van de varkenshouderij.

Ook wijst hij op het belang van de varkenshouderij voor de Brabantse economie en werkgelegenheid: de toegevoegde waarde van de intensieve veehouderij in Brabant is groot en levert tienduizenden banen op. “Er liggen zeker nog kansen. En de huidige problemen kunnen er na verkiezingen heel anders uitzien.

Eén reactie

  • JKr

    ziekmakende provinciebestuur.

Of registreer je om te kunnen reageren.