Varkenshouderij

Achtergrond

Optimaliseren van het brijvoerproces loont

Brij voeren bespaart voerkosten. Voorwaarde is dat secuur wordt gewerkt. Periodieke controle van het voerproces vergroot het rendement van de installatie.

Het voeren van natte bijproducten kan een flink financieel voordeel opleveren ten opzichte van mengvoer zonder dat dit ten koste hoeft te gaan van de resultaten. Daarvoor moet wel aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan. Belangrijkste is dat de voerinstallatie ook werkelijk datgene voert wat de varkenshouder denkt. Dat begint met een juiste instelling van de installatie.

Volgens Joost Leijten, varkenshouder en onafhankelijk specialist brijvoertechniek, gaat er veel goed bij het voeren van brijvoer. Maar kan het altijd beter. “Brijvoerrantsoenen worden soms tot op twee cijfers achter de komma geoptimaliseerd, terwijl de installatie grote afwijkingen vertoont”, vertelt hij. Daardoor mist de varkenshouder veel rendement, want hij koopt jaarlijks voor honderdduizenden euro’s aan grondstoffen in.

Schone brijkeuken. Een goede hygiëne is een basisvoorwaarde om een goede kwaliteit voer te kunnen maken. - Foto's: Bert Jansen
Schone brijkeuken. Een goede hygiëne is een basisvoorwaarde om een goede kwaliteit voer te kunnen maken. - Foto's: Bert Jansen

Brijvoercheck

Leijten begon in 2008 met het uitvoeren van brijvoerchecks naast zijn bedrijf met 570 zeugen en 300 vleesvarkens. Daarvoor begeleidde hij brijvoerbedrijven voor een mengvoerfirma. In die tijd maakte hij kennis met veel verschillende merken installaties met verschillende toepassingsmogelijkheden.

Inmiddels heeft hij meer dan 280 brijvoerinstallaties gecontroleerd. Hij merkt dat het bewustzijn en de kennis onder varkenshouders over het belang van nauwkeurig voeren in pakweg tien jaar tijd duidelijk is gegroeid. Waar zijn werkterrein in het verleden vooral lag in het verbeteren van de basisinstellingen van de installatie, verschuift het steeds meer richting het finetunen en optimaliseren van de hygiëne.

Tijdens de check controleert Leijten de gehele installatie en stelt hij een lijst met verbeterpunten op in overleg met de installateur en brijvoerspecialist.

Nulpunt controleren

Als eerste checkt Leijten het nulpunt van de weger. Vaak staat dit te hoog ingesteld uit veiligheidsoverwegingen, om te voorkomen dat de pomp droogloopt. Deze hoeveelheid voer wordt door het eerstvolgende recept gemengd met alle risico’s van dien, zoals vermenging van mengsels en het doorenten van gisten. Ter illustratie: een nulpunt van 80 kilo op 400 kilo speenvoer geeft een vermenging van 20%. Bij een nulpunt van 20 kilo is de vermenging nog 5%.

Vervolgens kalibreert hij de weegstaven waarop de menger rust. Alleen als die goed wegen, kan de installatie de benodigde hoeveelheid voer met de juiste grondstofsamenstelling aanmaken en de voerkolom goed positioneren. Daarna brengt hij de vermengzones in kaart om de extra hoeveelheid aan te maken voer te bepalen.

De juiste instellingen zijn belangrijk voor de kwaliteit van het brijvoermengsel. Te veel afwijkingen leiden tot te veel restvoer. Dat leidt weer tot te veel gisting.

Vermenging in beeld

Maar er zijn meer aspecten van belang om nauwkeurig te kunnen voeren. Zo kan bij het indoseren van grondstoffen makkelijk vermenging optreden met een grondstof die nog in de indoseerleiding aanwezig is, maar niet in het recept hoort. Dit is te ondervangen door als laatste een grondstof in de menger te doseren die in elk recept wordt gebruikt.

Bij het gebruik van stuurvloeistof treedt na elke charge onvermijdelijk vermenging op met het aan te sturen mengsel. Hierdoor bevat de stuurvloeistof na een aantal voerbeurten restanten van verschillende mengsels. Minimaal één keer per dag moet de spoeltank worden geleegd en de stuurvloeistof worden opgevoerd in het daarvoor meest geschikte mengsel. Hiervoor is het nodig om het drogestofgehalte van de stuurvloeistof te kennen, want het moet wel als een component in het mengsel worden opgenomen. Het verschilt per merk brijvoerinstallatie hoe dit moet worden ingesteld.

Bepaling van het soortelijk gewicht van de brij. Dat is nodig om het juiste uitdoseervolume te berekenen.
Bepaling van het soortelijk gewicht van de brij. Dat is nodig om het juiste uitdoseervolume te berekenen.

Hygiëne bepaalt kwaliteit

Om een kwalitatief goed brijvoer te maken, is hygiëne van het allergrootste belang. Dat begint bij de opslagsilo’s. Het is van belang om deze elke keer leeg te maken en zo nodig schoon te maken. Dat geldt ook voor de aanvoerleidingen en de stenenvangers. Er mogen geen dode stukken in de leidingen zitten. De meeste brijvoerinstallaties hebben een reinigingsprogramma in de voercomputer zitten, die de installatie automatisch reinigt. Belangrijk is om ruim voldoende spoelwater te gebruiken. Leijten adviseert om minimaal 130% van de circuitinhoud in te stellen. Afhankelijk van de vervuiling wordt hierbij af en toe loog of waterstofperoxide ingezet.

Leijten vult de menger met water om de weegstaven te kalibreren. Door het volume te meten, is het gewicht bekend.
Leijten vult de menger met water om de weegstaven te kalibreren. Door het volume te meten, is het gewicht bekend.

In de stal is het belangrijk om te werken met zo kort mogelijke, verticale valpijpen. Deze moeten na elke ronde gereinigd worden. Zeker mengsels met relatief veel drogestof, zoals voor pas gespeende biggen, koeken snel aan in de valpijp. Dat vormt een goede broedplaats voor schimmels en gisten.

Om de vorming van schimmels en gisten in het systeem in de hand te houden, adviseert Leijten om een zuur in te zetten.

Hij waarschuwt ervoor dat het gebruik van zuur geen aanleiding moet zijn om het wat minder nauw met de hygiëne te nemen. Anders blijf het dweilen met de kraan open.

Extra nauwkeurigheid vereist bij PIA enten via brijvoer

Het kost relatief weinig arbeid om varkens te vaccineren tegen PIA via het brijvoer, en de dieren ondervinden er geen stress van. Volgens Pieter Mesu, dierenarts bij Boehringer-Ingelheim, is het nodig dat elk varken voldoende vaccin binnenkrijgt om een goede immuniteit op te kunnen bouwen. Dat vereist een goede verdeling van het vaccin door de brij. En de juiste hoeveelheid brij met vaccin moet bij de juiste dieren terechtkomen.

Als de gevoerde hoeveelheid afwijkt van de aangemaakte hoeveelheid ‘vaccinbrij’, krijgen niet alle dieren voldoende vaccin binnen. Stel dat het nulpunt op 80 kilo staat en de installatie 80 kilo voer extra aanmaakt om vermenging met de stuurvloeistof te compenseren. Wanneer 1.000 kilo voer wordt aangemaakt voor de te vaccineren varkens, wordt het vaccin verdeeld over 1.160 kilo voer. Dan krijgt elk varken 86% van de benodigde hoeveelheid vaccin binnen. Dat is te weinig.

‘Stel nulpunt in op 20 kilo’

Leijten adviseert in de eerste plaats het nulpunt op 20 kilo in te stellen. Dat scheelt al 60 kilo. Door twee groepen varkens tegelijk te enten, wordt het extra voer (80 kilo) en de hoeveelheid voer op het nulpunt (20 kilo) ‘verdeeld’ over 2.000 kilo brij met vaccin. Totaal 2.100 kilo. Op deze manier krijgt elk varken 95% van de dosis binnen. Dat is voldoende voor een goede immuniteitsopbouw.

Ander belangrijk aandachtspunt bij PIA-enten via brijvoer is de hygiëne en restanten van toevoegingen of reinigingsmiddelen. De entstof bevat verzwakte, levende bacteriën. Die zijn gevoelig voor chemicaliën en medicijnresten. Mesu adviseert daarom om de pomp voor watertoevoegingen als zuur- en chloorproducten uit te zetten, enkele dagen voor het vaccineren. Daarnaast is het zaak om de weger goed schoon te houden om te voorkomen dat medicijnresten het vaccin beïnvloeden. De te vaccineren dieren moeten minimaal drie dagen voor en na de enting vrij van antibiotica zijn.

Tenslotte is het raadzaam om de voerbeurt voorafgaand aan de vaccinatie, minder voer te geven. De troggen zijn dan schoon, zodat geen vermenging optreedt. De varkens zullen de ‘vaccinbrij’ vlot opnemen.

Of registreer je om te kunnen reageren.