Varkenshouderij

Achtergrond

‘Opsluiten van biggen zou een derde schelen in uitval’

Peter Eriksson houdt op twee locaties 330 zeugen en 3.000 vleesvarkens in een land met strenge welzijnseisen: Zweden. Boerderij ging langs.

De zeugen van Peter Eriksson staan op een kilometer afstand van de vleesvarkens. De kraamafdelingen zijn ruim opgezet en goed geventileerd. Ook is er veel lichtinval en er ligt overal stro. “De Zweedse welzijnseisen zijn streng”, zegt Eriksson.

Kunt u een voorbeeld geven?

“Verplicht stro in de hokken is een prijzige welzijnseis. Jaarlijks heb ik 800 ronde en 1.200 vierkante balen nodig. Inclusief arbeid kost me dat € 0,07 per kilo extra. Ook moeten biggen na 4 weken weg bij de zeug. Voorheen was dat 5 weken. Ik ben dus een week kwijt en moet die welzijnsverandering beter onder de knie krijgen. De daggroei is met 900 gram nog te laag. De dieren zijn nu gemiddeld 20 kilo als ze naar de vleesvarkensstal verhuizen. Dat moet straks 23 tot 24 kilo worden via beter voer voor jonge biggen en een efficiëntere melkgift van zeugen.”

Peter Eriksson (56) heeft in Hjo (Zweden) een gesloten varkensbedrijf met 330 zeugen, 3.000 vleesvarkens en 320 hectare land. - Foto: Theo Brummelaar
Peter Eriksson (56) heeft in Hjo (Zweden) een gesloten varkensbedrijf met 330 zeugen, 3.000 vleesvarkens en 320 hectare land. - Foto: Theo Brummelaar

En alle varkens hebben hier staarten?

“Ja, in Zweden is dat vanzelfsprekend. Het wordt gezien als kwaliteitskenmerk. Ik heb in al die jaren nog nooit staarten gecoupeerd en ik zie zelden staartbijterij. In de vleesvarkensstal is er nu eentje, op 3.000 varkens. Dat het goed gaat, komt volgens mij door een combinatie van stro, extra ruimte, goede ventilatie en de juiste genetica -hier Topigs-/Norsvin. Niet-couperen kan denk ik ook prima in Nederland. Als ik al een probleem heb, ligt dat bijna altijd aan aangekocht voer.”

In het kraamhok heeft de zeug wel veel ruimte, of niet?

“Ja, dat is een andere welzijnseis. In de 3,10 bij 2,10 meter grote kraamhokken moet elke zeug minimaal 4 vierkante meter ruimte hebben. Daar komt het roostergedeelte nog bij. Maar dat is vooral goed voor de zeug, niet voor de biggen. In de eerste 4 weken is de uitval met 15% veel te hoog. Dat zou zo 5% minder kunnen zijn als ik de zeug een paar dagen mag opsluiten. Maar Zweedse regels staan dat niet toe. Toch ben ik ondanks dit minpunt blij met de strenge welzijnseisen. Ze geven de Zweedse varkenssector meerwaarde. Ik blijf een interessante partij.”

De kostprijs is hoog, maar verdient u ook?

“Ja, dankzij de Zweedse welzijnseisen ligt mijn kostprijs € 0,15 per kilo hoger dan in Nederland. Maar de opbrengsten zijn ook veel hoger. Sinds 2013 houd ik jaarlijks € 0,02 tot € 0,05 per kilo over; al heb ik er jaren over gedaan om op dat punt te komen. Het gaat nu in ieder geval goed. Maar er is een risico. De kostprijs mag niet te ver uit de pas gaan lopen met de Europese. De Zweedse consument wil het liefst Zweeds welzijnsvlees, maar als dat vlees door toenemende welzijnseisen nóg duurder wordt, kijkt diezelfde consument misschien toch een keer naar zijn portemonnee.”

Een deel van het vlees is huismerk?

“Ja, bijna 20% van het vlees is huismerk en gaat naar een restaurantketen. Daar krijg ik € 0,05 per kilo extra voor en ik hoef er niks extra’s voor te doen. De afnemer wil stro, veel ruimte en extra licht en via zijn website laten zien hoe wij werken. Daar voldoen we aan.”

Of registreer je om te kunnen reageren.