Varkenshouderij

Achtergrond

Welzijnskeurmerk in trek, meerkosten blijven punt

Varkensvlees met een keurmerk is gewild, maar ... wie zal dat betalen? De betalingsbereidheid van consumenten dreigt achter te blijven bij de extra kosten die varkenshouders maken.

Het Beter Leven Keurmerk (BLK) van de Dierenbescherming bestaat 10 jaar. “In die periode hebben meer dan 100 miljoen dieren een beter leven gekregen doordat ze meer ruimte, daglicht en afleidingsmateriaal kregen. Meer dan 1.500 veehouders produceren volgens een van de ‘sterrenconcepten’ van BLK”, meldt de Dierenbescherming trots. In 2016 werden bijna 3 miljoen varkens volgens de eisen van BLK geproduceerd.

Groot marktaandeel Beter Leven

Het keurmerk is populair. Uit de Varkensvleesmonitor van september 2017 van Varkens in Nood (VIN) blijkt dat 70% van het aanbod van varkensvlees in Nederlandse supermarkten volgens de richtlijnen van BLK is geproduceerd. Verreweg het grootste deel daarvan, 61%, is geproduceerd volgens de eisen van één ster Beter Leven. Het keurmerk voorziet in de toenemende behoefte van consumenten aan kwalitatief goed vlees voor een acceptabele prijs.

De vergoeding voor de varkenshouder bestaat uit een toeslag op de prijs. Die bestaat uit 2 delen: een vaste vergoeding van de meerkosten en een markttoeslag. Die laatste is onderhandelbaar.

De vergoeding voor de varkenshouder bestaat uit een toeslag op de prijs. Die bestaat uit 2 delen. Een vaste vergoeding van de meerkosten en een markttoeslag. Die laatste is onderhandelbaar.

De toeslag is eigenlijk een vergoeding voor gemiste opbrengsten. De stalbezetting met Beter Leven is namelijk lager. Als de voerwinst stijgt, neemt het mogelijke voordeel van Beter Leven-productie af. De vergoeding voor de ‘onbenutte’ varkensplaatsen blijft immers gelijk.

Inititatieve Tierwohl

Ook in de ons omringende landen staat dierenwelzijn in de varkenshouderij volop in de schijnwerpers. In Duitsland staat Initiatieve Tierwohl aan de vooravond van de tweede ronde van 3 jaar. Het initiatief is in 2015 gestart met een budget van € 65 miljoen. Dat is bijeengebracht door de retail door middel van een afdracht van € 0,04 per kilo verkocht varkensvlees. Hiermee kunnen zo’n 2.500 varkenshouders extra welzijnsmaatregelen voor hun dieren nemen.

In de tweede ronde is het budget verhoogd naar € 100 miljoen. Het extra geld komt door een verhoging van de afdracht naar € 0,0625 per kilo verkocht varkensvlees. Tegelijkertijd ontvangen de varkenshouders minder geld voor hun inspanningen om het dierenwelzijn te verbeteren. Zo wordt de vrijwillige maatregel van 10% extra ruimte onderdeel van de basiscriteria om mee te mogen doen.

Bij het Duitse Initiatieve Tierwohl kan het aantal deelnemers stijgen naar 4.800, maar deelname wordt voor varkenshouders financieel wel minder interessant.

Daarnaast gaat de bijdrage per dier voor een aantal vrijwillige maatregelen omlaag en de maximale bijdrage per dier wordt naar beneden bijgesteld. Daardoor wordt deelname voor varkenshouders financieel minder interessant. Daar tegenover staat dat het aantal deelnemende bedrijven kan stijgen naar 4.800. Dan kunnen na 2018 alle huidige deelnemers meedoen en alle bedrijven die nog op de wachtlijst staan voor Initiatieve Tierwohl.

Duits staats-welzijnslabel naast Initiatieve Tierwohl

Naast Initiatieve Tierwohl werkt de Duitse overheid aan een nationaal dierenwelzijnslabel voor varkensvlees. Aanvankelijk gebeurde dat in goede harmonie met maatschappelijke organisaties en de varkenshouders. Nadat landbouwminister Christian Schmidt de criteria van het label bekendmaakte, trokken de Duitse dierenbescherming en de consumentenbond hun steun aan het label in. Zij vinden de eisen niet ver genoeg gaan. Daarnaast verwijten zij de minister dat hij het label veel te snel wil invoeren en voorbijgaat aan onopgeloste vragen over de controles, certificeringen en de financiering van het geheel.

Duitse varkenshouders twijfelen over de financiële haalbaarheid om de welzijnseisen vergoed te krijgen uit de markt.

Ook de varkenshouders zijn kritisch over het staatslabel. Zij twijfelen over de financiële haalbaarheid om de eisen vergoed te krijgen uit de markt. De vergoedingen voor de eisen komen niet overeen met de extra kosten die zij moeten maken. De grootste pijn zit bij het stoppen met couperen van staarten. Bij 1 ster is dit weliswaar nog toegestaan, maar varkenshouders zijn verplicht toe te werken naar stoppen met couperen.

Vleeswaren met Beter Leven-keurmerk. Door ook vleeswaren onder het keurmerk te verkopen, is 70% van het karkas van een Beter Leven-varken als Beter Leven-vlees te verkopen. - Foto: Joep van der Pal
Vleeswaren met Beter Leven-keurmerk. Door ook vleeswaren onder het keurmerk te verkopen, is 70% van het karkas van een Beter Leven-varken als Beter Leven-vlees te verkopen. - Foto: Joep van der Pal

Meerprijs onvoldoende

Daarnaast kent het label verschillende andere eisen (zie tabel) die ook extra kosten met zich meebrengen. Schmidt gaat ervan uit dat, om alle extra kosten en inspanningen die de keten moet maken, een opslag nodig is van 20% op de winkelprijs voor varkensvlees. Gezien de eisen waar de varkenshouders aan moeten voldoen om aan het label te kunnen deelnemen, vinden meerdere deskundigen deze inschatting erg optimistisch. Zij becijferen dat boeren bij het 1-ster-label al € 25 per vleesvarken extra kosten hebben. Voor het 2-sterren-label komt dat bedrag nog hoger uit.

Duidelijk is wel dat de Duitse retail niet veel voelt voor 2 dierenwelzijnslabels.

Hoe het verdergaat met Initiatieve Tierwohl en het welzijnslabel van de staat, is nog onduidelijk. Duidelijk is wel dat de retail niet veel voelt voor 2 dierenwelzijnslabels. Momenteel wordt een discussie gevoerd om Initiatieve Tierwohl in 2020 op te laten gaan in het staatslabel. Grootste knelpunt is de afstemming van de criteria van beide labels.

Denemarken legt de lat meteen hoog, bij harten voor dierenwelzijn

In navolging van Nederland en Duitsland startte ook Denemarken met een label voor dierenwelzijn. Het label kent 3 niveaus die aangeduid worden met harten. De lat ligt meteen hoog. Bij 1 hart is het verstrekken van stro verplicht in de kraamstal, net als het gebruik van vrijloopkraamhokken.

Het Deense systeem kent geen eenduidige vergoeding voor varkenshouders; zij moeten zelf over de extra toeslag onderhandelen.

Het Deense systeem kent geen eenduidige vergoeding voor de varkenshouders. Zij moeten zelf over de extra toeslag onderhandelen met afnemer Danish Crown. Daardoor is het onduidelijk of het systeem met de harten op lange termijn economisch houdbaar is. Inmiddels wordt ongeveer 25% van het aanbod varkensvlees in Deense supermarkten volgens het keurmerk geproduceerd. Het meeste vlees ligt met een of twee hartjes in de winkels. Biologisch vlees heeft drie hartjes.

Een varken knabbelt geperst stro uit een strokoker. Het verstrekken van kauwbaar afleidingsmateriaal is een van de criteria voor 1 ster Beter Leven-varkens. - Foto: Henk Riswick
Een varken knabbelt geperst stro uit een strokoker. Het verstrekken van kauwbaar afleidingsmateriaal is een van de criteria voor 1 ster Beter Leven-varkens. - Foto: Henk Riswick

Verwaarding lastig

Het blijkt lastig om de extra kosten voor dierenwelzijn op de consumenten te verhalen. Dat blijkt uit een studie van Eurobarometer, het onderzoeksbureau van de Europese Commissie (zie grafiek). Ongeveer 60% van de ondervraagden is bereid meer te betalen voor dierenwelzijn, maar: niet meer dan 5% tot 10 % meer dan dat ze nu betalen. Complicerende factor daarbij is dat meer dierenwelzijn zich alleen in het verse segment laat vertalen in een hogere prijs. Slechts 25% tot 30% van het karkas komt hierin terecht. De rest wordt verwerkt tot worst en andere producten.

De betalingsbereidheid van Europese consumenten voor dierenwelzijn loopt uit de pas met de extra kosten die varkenshouders maken voor meer dierenwelzijn.

De retailers moeten de toeslag die de boeren voor het hele varken ontvangen, verrekenen over dat deel van dat varken dat zij onder het label kunnen verkopen. Mede dankzij het grote aandeel BLK-vleeswaren dat Albert Heijn aanbiedt, weet leverancier Vion Food Group 70% van een karkas van een Beter Leven-varken als Beter Leven-product tot waarde te brengen. De rest van het karkas wordt zonder keurmerk afgezet. Zonder Beter Leven-vleeswaren werd ongeveer 30% van het karkas onder het keurmerk tot waarde gebracht.

Overzicht van welzijnskeurmerken varkensvlees in Nederland, Duitsland en Denemarken. De minimumeisen op dit gebied verschillen behoorlijk tussen de 3 genoemde landen.

Of registreer je om te kunnen reageren.