Varkenshouderij

Achtergrond 3 reacties

Groepshuisvesting in dekstal pakt goed uit

Varkenshouder Kropp in Diepenau (D.) heeft geen zeugenboxen in de dekstal. Hij insemineert in de groep. Het aantal terugkomers is 5%.

Nieuwsgierig draaien de zeugen in de dekstal hun hoofd richting de fotograaf. Zodra ze merken dat er niet veel bijzonders gebeurt, richten ze hun aandacht weer op waar ze mee bezig waren. Wroeten in het stro, spelen met een van de ballen of gewoon een lekker ligplekje zoeken.
Artikel gaat verder onder de foto. Bekijk ook het filmpje halverwege dit artikel.

Naam: Tim Kropp (34). Plaats: Diepenau (D.). Onderaan het artikel meer informatie over het bedrijf. Foto's: Michel Velderman
Naam: Tim Kropp (34). Plaats: Diepenau (D.). Onderaan het artikel meer informatie over het bedrijf. Foto's: Michel Velderman

Gesloten bedrijf

Tim Kropp heeft een gesloten gangbaar varkensbedrijf met 160 zeugen. “De kraamzeugen, gespeende biggen en vleesvarkens liggen in conventionele stallen. Alleen de opfokzeugen en guste en dragende zeugen liggen in het stro.” Een aantal jaren terug stapte hij over van subfokkerij naar een gesloten bedrijf met vleesvarkens. De liefde voor de fokkerij is gebleven. Kropp fokt al zijn dieren zelf aan, ook de beren. Daarvoor heeft hij een aantal zuiverelijndieren van DanAvl-landras, Large White, Duroc en Piétrain.

Insemineren van de zeugen. Kropp heeft geen boxen in de dekstal en insemineert zijn zeugen terwijl ze loslopen in de groep.
Insemineren van de zeugen. Kropp heeft geen boxen in de dekstal en insemineert zijn zeugen terwijl ze loslopen in de groep.

Dekstal zonder boxen

De dekstal wijkt af van gangbaar. De zeugen en gelten lopen los in één grote groep met een voerstation. Er zijn geen boxen om ze op te sluiten. De dekstal heeft een liggedeelte met dichte vloer en veel stro en een activiteitengedeelte met een volledig roostervloer waar ze kunnen eten en drinken. De ruimtes zijn verbonden door een doorgang met plastic flappen in de muur. In de activiteitenruimte is een beerhok. De beer is er alleen bij insemineren.

Dragende zeugenstal. De gedekte zeugen gaan ongeveer tweeënhalve week na insemineren in de grote groep.
Dragende zeugenstal. De gedekte zeugen gaan ongeveer tweeënhalve week na insemineren in de grote groep.

Tevreden

Kropp is tevreden met de uitvoering van zijn dekstal. De zeugen zijn, ondanks de naderende berigheid, zichtbaar op hun gemak. “Ze kennen het huisvestingssysteem en het voersysteem van de opfokstal en de dragende zeugenstal.” De opfokzeugen komen op ongeveer zes maanden leeftijd in de dragende zeugenstal in een apart hok met stro. Van daaruit gaan ze naar de dekstal om het voerstation te leren kennen en om te socialiseren met de zeugen. Ze worden bij de zeugen in de groep geïnsemineerd op circa acht maanden leeftijd.
Bekijk hieronder de film met Tim Kropp.

Berige zeugen blijven stokstijf staan

We zijn te gast op het bedrijf op het moment van insemineren. Zodra Kropp de ‘inseminatieruimte’ betreedt, worden de zeugen onrustig. Ze weten wat er gaat gebeuren. Op het moment dat Kropp een van de twee Piétrain-beren in het beerhok laat, verdringen de zeugen elkaar voor de beer. Enkele bespringen zeugen die een stareflex vertonen. Volgens Kropp zijn de dieren wat drukker dan normaal door onze aanwezigheid.

Na een poosje worden de dieren rustiger en de berige zeugen blijven stokstijf staan voor het beerhok. Alleen als de beer zich verplaatst, bewegen ze mee. Op dat moment markeert Kropp de te insemineren zeugen met een spuitbus. Daarna brengt hij de inseminatiebeugels aan. Een enkele zeug zoekt nog een beter plekje met nog meer zicht op de beer, maar het merendeel blijft staan en laat zich vlot insemineren.

‘Ik herken de zeugen, ik weet welke dieren geweest zijn’

Nadat de tube sperma is leeggelopen, verwijdert Kropp de pipet en bevestigt hij de inseminatiebeugel op een nieuw te insemineren zeug. Ondertussen wordt hij van dichtbij gadegeslagen door de nog niet berige zeugen. Opvallend is dat hij de geïnsemineerde zeug niet markeert. Op de vraag hoe hij weet welke dieren nog geïnsemineerd moeten worden, antwoordt hij: “Ik herken de zeugen, ik weet welke dieren geweest zijn.”

Ligruimte van de dekstal. Via een doorgang in de muur kunnen de zeugen naar de activiteitenruimte met het beerhok waar ze geïnsemineerd worden.
Ligruimte van de dekstal. Via een doorgang in de muur kunnen de zeugen naar de activiteitenruimte met het beerhok waar ze geïnsemineerd worden.

Oog voor de dieren

Kropp heeft duidelijk oog voor zijn dieren. Niet alleen in de dekstal kent hij de zeugen, maar ook in de dragende zeugenstal weet hij van afstand het nummer van de meeste zeugen te noemen. “Zeker de oude zeugen ken ik zonder het nummer te lezen. Ik herken ze aan de lichaamsbouw en -houding, de stand van het beenwerk, of bijzondere oren of snuit en zo.”

Als de laatste zeug is geïnsemineerd en alles is opgeruimd, gaat de beer terug naar zijn hok. De volgende dag mag een andere beer aantreden. Kropp insemineert op vaste momenten: maandag eind van de middag, dinsdag net na de middag en woensdagochtend. Hij insemineert elke keer alle zeugen met een stareflex. Gemiddeld insemineert Kropp 2,5 keer.

Goede resultaten

Om de beren actief te houden, laat Kropp ze regelmatig dekken. Hij schat dat hij 85% van de zeugen kunstmatig insemineert en 15% door de beren. Hij boekt goede resultaten. Gemiddeld ligt het aantal terugkomers rond 5% en hij speent 31,5 biggen per zeug per jaar.

De opzet van de dekstal is ontstaan toen de zelfvangboxen in de dekstal aan vervanging toe waren. Toen stonden de dieren enkel vast rond de berigheid. Omdat de opfokzeugen en de dragende zeugen ook in groepen in het stro gehuisvest zijn, besloot Kropp dit systeem ook in de dekstal toe te passen. “Ik had op dat moment geen ervaring met insemineren van zeugen in een groep. Ik dacht als het niet gaat, kan ik altijd nog boxen plaatsen. Het bevalt me tot nu toe goed.”

Bedrijf van Kropp is een gesloten varkensbedrijf met 160 DanAvl-zeugen, 20 zoogkoeien, 120 hectare akkerbouw en 10 hectare grasland. De akkerbouwtak met mais en graan staat ten dienste van de varkenshouderij. Kropp mengt zijn eigen mais en graan in het voer voor de varkens. Een deel van de mais verkoopt hij aan derden. De varkenshouder insemineert zijn zeugen terwijl ze loslopen in de groep. Het percentage terugkomers is 5%. Op jaarbasis speent hij 31,5 biggen per zeug. Kropp voert geen dieren aan vanwege het risico op insleep van ziektes. Hij houdt zuiver Deens landras, Large White, Duroc en Piétrain.
Bedrijf van Kropp is een gesloten varkensbedrijf met 160 DanAvl-zeugen, 20 zoogkoeien, 120 hectare akkerbouw en 10 hectare grasland. De akkerbouwtak met mais en graan staat ten dienste van de varkenshouderij. Kropp mengt zijn eigen mais en graan in het voer voor de varkens. Een deel van de mais verkoopt hij aan derden. De varkenshouder insemineert zijn zeugen terwijl ze loslopen in de groep. Het percentage terugkomers is 5%. Op jaarbasis speent hij 31,5 biggen per zeug. Kropp voert geen dieren aan vanwege het risico op insleep van ziektes. Hij houdt zuiver Deens landras, Large White, Duroc en Piétrain.

Laatste reacties

  • Gaan we nu echt terug naar de middeleeuwen. Zo is het ook begonnen met de 4- dageneis en nu zitten we ermee. Dit kan in de praktijk in Nederland toch niet gaan werken, hoeveel dierenleed willen we ons op de hals halen . Dit wordt natuurlijk weer door de anti varkens lobby aangegrepen om te zeggen zie wel het kan wel.
    ALLE zeugen 2,5 keer insemineren slaat natuurlijk ook nergens op.
    Als nou eerst alle Duitse zeugenhouders hier mee beginnen dan volgen wij tzt
    Theo Menting

  • Hogman1

    Boerderij besteedt graag aandacht aan alles wat anders is dan wat bewezen goed is voor zowel boer als varken.

  • WGeverink

    Ik deed heel veel dingen die volgens Nederlandse "adviseurs" niet kunnen en volslagen onmogelijk zijn. Huurstallen liggen bij ons niet voor het oprapen en om er een goede productie in te draaien zonder er veel geld in te steken moet je kunnen improviseren. Zeugen dekken in de groep zoals deze duitser dat doet was er een van. Bij mij verbleven ze de eerste vier dagen na het spenen in ieder geval nog in boxen wat een hoop vechten en kreupelheid scheelt. Ik haalde er ook gewoon prima resultaten mee. Voor het dierenwelzijn heb ik het nooit gedaan en als ervaringsdeskundige vind ik dat het dierenwelzijn er ook niet echt mee gediend is. Als systeem is het gewoon een van de mogelijkheden.

Of registreer je om te kunnen reageren.