Varkenshouderij

Achtergrond laatste update:30 jan 2017

‘Alleen meer biggen per worp als ze levensvatbaar zijn'

De Deense fokkerijdirecteur Claus Fertin ziet geen bezwaar in grotere tomen, mits de biggen vitaal zijn en de boer het kan behappen.

Als directeur van het Danish Pig Reseach Centre was Claus Fertin verantwoordelijk voor het fokkerijbeleid van de Deense varkensgenetica. Intern maakte hij driekwart jaar geleden bekend eind 2016 af te treden. Niettemin ziet fokkerijleider Anders Vernersen Fertin als aangewezen persoon voor een interview dat plaatsheeft tijdens landbouwbbeurs Agromek, december vorig jaar. Fertin heeft dit tot de laatste dag uitgedragen, is de motivatie. Het Danish Pig Reseach Centre, DPRC, is onderdeel van kennis- en adviesdienst SEGES.

Waar ligt het accent in de fokkerij, de komende jaren?

“Het begint en eindigt met dieren die de varkenshouders financieel vooruit helpen. Varkens die een goede prijs opbrengen en tegen een scherpe prijs zijn te produceren. In de afgelopen drie jaar is het genetisch potentieel van de varkens gemiddeld €1,91 per afgeleverd varken per jaar gestegen. In 2016 bedraagt deze toename €1,51. De voornaamste factor om dit te bereiken is verlaging van de voederconversie met gemiddeld 65 eurocent per jaar. Verhoging van het aantal biggen per worp heeft de afgelopen drie jaar gemiddeld 57 cent per varken gebracht. Sinds genomic selection wordt toegepast, gaat de vooruitgang in de fokkerij duidelijk sneller dan daarvoor. Tussen 25 en 50% van de toegevoegde waarde in de fokkerij is te danken aan genomic selection. We hebben daarom besloten meer te investeren in genomics in de toekomst.”

Naam: Claus Fertin (48). Bedrijf: SEGES, Danish Pig Research Centre, kennisdienst van de koepelorganisatie Deense Landbouw en Voedselraad met 170 medewerkers. Functie: Algemeen directeur. - Foto: Henk Riswick
Naam: Claus Fertin (48). Bedrijf: SEGES, Danish Pig Research Centre, kennisdienst van de koepelorganisatie Deense Landbouw en Voedselraad met 170 medewerkers. Functie: Algemeen directeur. - Foto: Henk Riswick

Hoeveel investeren jullie de komende jaren in genomics?

“Helaas, die cijfers zijn niet openbaar. Maar we doen significant meer testen op een aantal dat al hoog is.”

Meer levend geboren, is dat gewenst?

“De discussie in Nederland, Duitsland en Denemarken over biggensterfte is ons natuurlijk bekend. Die nemen we ter harte. Tegelijk slagen we erin de worpgrootte te vergroten en de biggensterfte tot de vijfde levensdag te verlagen. Dat klinkt tegengesteld, maar de cijfers bewijzen dat. Dat is het resultaat van selectie met data van fok- en vermeerderingsbedrijven. In dit verband hebben we ook de Piétrain-eindbeer vergeleken met onze Duroc. Het blijkt dat de Piétrain 18,7 biggen per worp geeft tegenover 18 biggen van de Duroc. Op de vijfde levensdag zijn van de Duroc echter nog 15,1 biggen in leven, tegenover 14,8 van de Pietrain. De Duroc geeft dus robuustere biggen.”

Is er plafond voor het aantal levend geboren biggen?

“Ik zie geen bovengrens in dit kengetal de komende jaren. Biologisch kan het nog. Net zoals de voederconversie verder daalt en de groei van de vleesvarkens blijft stijgen. Voor ieder fokdoel kijken we vooruit, ook naar de ethische kant. We willen alleen meer biggen per worp als ze levensvatbaar zijn en het arbeidstechnisch mogelijk is ze groot te brengen. Varkenshouders zijn alleen gebaat bij gezonde biggen. Dertig jaar geleden zeiden we ook dat het onmogelijk zou zijn om meer dan 30 biggen per zeug per jaar spenen. Dat is nu normaal.”

Doen jullie ook praktijkproeven om bigoverleving te verhogen?

“Zeker. We doen onderzoek op stalniveau, zodat de varkenshouders over de beste kennis beschikken. Een ding is bijvoeren van melk aan zogende biggen. Ik geloof dat melk en prestarter bijvoeren van zogende biggen op termijn gemeengoed wordt. De big kan kiezen waar deze drinkt. Begin 2017 presenteren we resultaten van diverse systemen van bijvoeren van zogende biggen met melk.”

Wat kunnen varkenshouders doen om biggen in leven te houden?

“Heel veel. Dat begint met goede zorg vóór de zeug de kraamstal ingaat, maar ook tijdens en na het werpen. Veel aandacht en secuur en consequent werken dragen bij aan een hoger overlevingspercentage van biggen. Extra controle en aandacht tijdens de avonduren is ook belangrijk om de bigoverleving te verhogen. Daar zit een afweging in tussen arbeidskosten en bigoverleving. Top- en subfokbedrijven zijn erin geslaagd de biggenuitval – inclusief dood geboren – tot de vijfde levensdag te verlagen van 22% in 2004 tot 14% in 2015. De 25% slechtste zeugenbedrijven in Denemarken zitten op 24,2% uitval, inclusief dood geboren. De 25% beste zit op 19,7% en de toppers zitten op 16,3%. Het gemiddelde in de Deense varkenssector zakte van 23% uitval vijf jaar geleden tot 21,5% nu.”

Is er verband met bedrijfsgrootte?

“Totaal niet. Onder de grote, goed geleide bedrijven zijn er veel met de laagste biggenuitval. Daar is het management goed geregeld en is vijf dagen na werpen 84% van de worp gezond en vitaal. We deden ook onderzoek naar biggensterfte op 40 bedrijven. Voor deze resultaten is ook veel belangstelling van varkenshouders. De Deense varkenssector heeft ook een dierenwelzijnscode afgesproken met de overheid. Een doel is de biggensterfte te verlagen naar 16%. Dat is ambitieus. Het gemiddelde moet dus omlaag naar het percentage dat de beste bedrijven nu realiseren.”

‘Doel is dat in 2020 10% van Deense de zeugen werpt in vrijloophok’

Nog meer welzijnsafspraken gemaakt?

“Ja, bijvoorbeeld meer vrijloopkraamhokken voor zeugen. Doel is dat in 2020 10% van de Deense zeugen werpt in vrijloopkraamhok. De overheid verstrekt ook subsidie om de keuze voor deze hokken te stimuleren, tot 20% van de investering. Het is voor de zeugenhouder ook een risico. Het is een compleet nieuw kraamhoksysteem.”

Nog een issue is non-castratie. Wat doen jullie daarmee?

“Dat is ook een onderwerp in het dierenwelzijnsakkoord met de Deense regering. Net als in Duitsland is het de bedoeling in 2019 te stoppen met het onverdoofd castreren van beerbiggen. We hebben veel kennis over non-castratie en weten derhalve dat het een gecompliceerd onderwerp is.

In de fokkerij hebben we producten met lage berengeur. Wanneer de markt zover is, kunnen we via fokkerij berengeur verder terugdringen. Maar berengeur of niet, er zijn veel landen waar Deens varkensvlees heengaat, die geen vlees van intacte beren willen. De Deense sector leunt zwaar op de export van varkensvlees. Daarom blijft castratie nodig. We moeten zodoende goede methodes toepassen om beertjes te verdoven voor castratie. In landen als China of Zuid-Korea staat men niet eens open voor discussie over berenvlees. Dat willen ze niet. Ze begrijpen totaal niet waar we het over hebben als het gaat over non-castratie. Een oplossing vinden om deze dierenwelzijnsdoelen te bereiken en tegelijkertijd onze exportmarkten in Azië niet kwijt te raken, is lastig. Op lange termijn blijft stoppen met castreren het doel.”

Berengeur is toch niet uit te fokken?

“Dat is waar. Niettemin geloof ik dat het aantal beren met afwijkende geur significant omlaag kan via fokkerij.”

We spraken veel over efficiëntie en welzijn. Meer geld uit de markt halen is ook een item. Denken jullie daar ook over?

“Zeker weten. Dat is ook onderdeel van het welzijnsakkoord met de overheid. Daarom heeft onze minister van landbouw in oktober 2016 een label aangekondigd dat vergelijkbaar is met Beter Leven in Nederland. Wij werken echter niet met sterren, maar harten om het niveau van dierenwelzijn uit te drukken. De klant kan dan kiezen. In alledrie de programma’s is staartcouperen niet toegestaan en hebben de vleesvarkens meer ruimte. Ik ben blij dat dit welzijnsprogramma er is. De Deense consumenten kunnen laten zien hoe belangrijk zij welzijn vinden, als het vlees iets duurder wordt. Het label is klaar voor introductie en wordt begin 2017 ingevoerd. De boeren zijn blij dat de consumenten kleur moeten bekennen en bereid zijn meer te betalen voor dierenwelzijn. De boeren kunnen het produceren en zijn er klaar voor.”

Komt er een einde aan de Deense uitstroom van biggen?

“Dat is een punt. We richten ons sterk op vleesvarkenshouderij. De biggenproductie in Denemarken groeit, tegelijk zien we het aantal varkensslachtingen dalen. We willen deze negatieve trend stoppen en in Denemarken het aantal varkensslachtingen omhoog krijgen.

We hebben bijvoorbeeld een overheidssubsidie voor investeringen in de vleesvarkenshouderij. De inschrijfperiode loopt sinds eind 2016. Voor vleesvarkenshouders zijn er adviesprogramma’s om de stalresultaten op een stabiel, hoger plan te krijgen. Politiek proberen we via belastingvoordelen vleesvarkenshouden aantrekkelijker te maken en de vergunningverlening voor een stal te vereenvoudigen. Het is om een economische reden dat de biggen voornamelijk naar Duitsland gaan. Daarom moeten we een gelijk speelveld hebben.”

Fertin verlaat na 2,5 jaar het DPRC

Na een periode van 2,5 jaar is Claus Fertin sinds eind december 2016 weg bij het Danish Pig Research Centre. Zijn opvolger is Christian Fink Hansen, die het beleid van Fertin gaat voortzetten. Fertin begon in augustus 2014 bij het DPRC. Daarvoor werkte hij 4,5 jaar voor Viking Genetics, een fokkerijorganisatie voor de rundveehouderij. Reden voor het vertrek van Fertin bij het DPRC is de op handen zijnde wijziging in de organisatie, waaronder de verzelfstandiging van de verkoop van DanAvl-genetica. Het werk biedt Fertin zodoende minder uitdaging.

Of registreer je om te kunnen reageren.