Varkenshouderij

Achtergrond 2 reacties

Brabantse varkenshouders op achterstand

Varkenshouders in Noord-Brabant hebben met meer kostprijsverhogende maatregelen te maken dan hun collega's in andere provincies. Toch is de impact verschillend.

Zeg je Brabant, dan zeg je varkens. Met bijna 6 miljoen varkens herbergt deze zuidelijke provincie bijna de helft van alle varkens in Nederland. De omvang van de varkensstapel heeft bijgedragen aan een grote, sterke infrastructuur.

De varkenshouderij in Noord-Brabant is professioneel en grootschalig. Bedrijven kregen de afgelopen jaren echter steeds meer met beperkingen te maken.</p>
<p><em>Foto: Bert Jansen</em>
De varkenshouderij in Noord-Brabant is professioneel en grootschalig. Bedrijven kregen de afgelopen jaren echter steeds meer met beperkingen te maken.

Foto: Bert Jansen

Maar ondernemers ondervinden ook de nadelen. Brabant kent relatief veel verstedelijking en burgers in het buitengebied. Mede daardoor bemoeien politiek en maatschappij zich volop met de varkenshouderij. Aan de reconstructie, ooit bedoeld om de varkenshouderij op geschikte plaatsen door te laten groeien, hield de sector een bittere nasmaak over. Veel ontwikkelingsruimte is geschrapt, terwijl de enorme bouwblokken op nieuwe locaties mede het startschot zijn geweest voor de weerstand tegen megastallen en veehouderij in het algemeen.

De daling van bedrijven gaat in Brabant wat langzamer dan gemiddeld. In Nederland ligt nog 15% van het aantal varkens uit 1990; in Brabant is dat 20%.

 

Maarten Rooijakkers, varkenshouder en voormalig ZLTO-bestuurder, heeft de ontwikkelingen van dichtbij meegemaakt. Hij wijt de huidige situatie aan 'slappe knieën van politici'. “De discussie rondom de megastallen is een keerpunt gebleken, zeker toen ook nog eens gezondheidsaspecten een rol gingen spelen in de discussie. Ik heb politici als een blad zien omdraaien.” Kritiek dat de Brabantse belangenbehartiging te weinig een vuist heeft gemaakt, noemt Rooijakkers onterecht.

Strenge regels voor milieu en ruimtelijke ordening

Feit is dat de provincie strenge regels hanteert op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening. Zo maakte de Verordening ruimte een einde aan nieuwvestiging en bracht het bouwblok terug naar maximaal 1,5 hectare. Met de Brabantse Zorgvuldigheids Score (BZV) moeten veehouders aantonen dat ze bovenwettelijke maatregelen nemen. Ze moeten ook in dialoog met de omgeving. De achtergrondconcentratie geur bepaalt de bijdrage van een bedrijf aan de totale geurlast van bewoners in het buitengebied.

De Verordening stikstof eist dat bij uitbreiding extra ammoniakreductie plaatsvindt, waardoor praktisch alleen combi-luchtwassers als emissiearm systeem mogelijk zijn. Bovendien zijn de provinciale beleidsregels van het PAS rondom de depositie (mol per hectare) voor vier grote natuurgebieden strenger dan de landelijke.

Vorig najaar kondigde de provincie een acute bouwstop af voor mestverwerking, vooruitlopend op nieuw mestbeleid. In dat kader zijn dit jaar zogenoemde mestdialogen georganiseerd. Daar is de term 'staldering' gelanceerd; dat betekent dat een varkenshouder die een stal wil bouwen, elders een stal moet afbreken.

Verschillen in mestkosten tussen bedrijven zijn groot. In Noord-Brabant droeg mestverwerking regionaal bij aan enige verlichting van de mestmarkt.</p>
<p><em>Foto: Koos Groenewold</em>
Verschillen in mestkosten tussen bedrijven zijn groot. In Noord-Brabant droeg mestverwerking regionaal bij aan enige verlichting van de mestmarkt.

Foto: Koos Groenewold

Veruit de meeste impact heeft de achtergrondconcentratie geur, aldus Chris van der Heijden, mededirecteur van Van Dun Advies in Ulicoten en Someren. “De BZV en dialoog kosten tijd en geld maar leveren niet vaak problemen op. Maar ze zijn altijd nodig, zelfs bij één spantvak, een kleine loods of een voerkeuken eraan bouwen. Dan is het wel duur.”

Bij de achtergrondconcentratie wordt de geuruitstoot van alle bedrijven op een object gewogen en meegenomen. “We zien vaak dat bedrijven met een beperkte bijdrage toch een grote investering moeten doen in geurreductie.” Recentelijk is de geurnorm van vleeskuikens verhoogd, waardoor in gebieden met vleeskuikenbedrijven de achtergrondconcentratie van geur nu plotseling hoger is. Dit brengt vervolgens varkenshouders in problemen.

Het verplicht gebruiken van een combiwasser voor de Verordening stikstof kan leiden tot een hogere investering. Ook bij aanpassingen van bestaande stallen kan een dergelijke wasser verplicht worden. Een bijkomend nadeel van extra ammoniakreductie is dat het ammoniakplafond daalt, wat in de toekomst mogelijk minder ontwikkelingsruimte overblijft.

De impact van het nieuwe provinciale mestbeleid moet nog blijken. Veelbesproken is de staldering. Wie de kosten gaat betalen, is nog onzeker. Maar als varkenshouders die willen ontwikkelen eerst een oude stal moeten afbreken, gaan de bouwkosten al gauw met 10 tot 20% omhoog, becijfert Van der Heijden.

Steeds grotere verschillen in kostenstructuur

Ondanks de hogere kosten voor deze maatregelen is de impact niet voor iedereen gelijk. Voor ondernemers die hun bedrijf op orde hebben of in een gebied zitten zonder burgers en natuur in de omgeving, is er weinig aan de hand. Verschillen in kostenstructuur en toekomstperspectief nemen dus toe.

Paul Bens, directeur van DLV Advies, verwacht dat minder dan de helft van alle varkenshouders toekomstperspectief heeft. “Dat zal in Brabant zeker niet anders zijn.” De gemiddeld wat grotere, gespecialiseerde bedrijven hebben kostentechnisch wel voordelen, maar de extra kosten bij uitbreiding doen dat voordeel verdampen. Dat bedrijven vaker een tweede locatie ontwikkelen bij uitbreiding ziet Bens ook als een nadeel. Hij vindt dat overheden meer ruimte voor innovatie en maatwerk moeten bieden. Een verhoging van de investering in stallen van 10% is volgens Bens rampzalig voor ondernemers. “En elke euro die ze extra moeten uitgeven, kunnen ze niet in groei en innovatie stoppen.”

Innovatieve ondernemers belonen

Koen van Bergen, sectorspecialist varkenshouderij bij Rabobank, constateert dat er door de regionale verschillen in met name veedichtheid en maatschappelijk acceptatie binnen Nederland geen ‘level playing field’ meer is. Hij zoekt de oplossing op een minder dwingende wijze. “Je moet ondernemers die innovatief zijn en investeren in verduurzaming belonen in plaats van belasten met kostprijsverhogende maatregelen.”

Ook Van Bergen ziet dat verschillen tussen bedrijven toenemen. Zo betalen ondernemers die hun mestafzet goed voor elkaar hebben structureel minder. Dat is mede te danken aan mestverwerking; initiatieven als bijvoorbeeld Ecoson, Merensteijn, Kumac, Terramas en installaties bij distributeurs bewerken inmiddels een aanzienlijk deel van de Brabantse varkensmest. Daardoor is de fysieke mestmarkt in het zuiden minder overspannen dan in het oosten van het land.

Toch vindt Rooijakkers dat de sector het mestbeleid in de provincie niet uit handen moeten laten glippen. “Er is wel wat in gang gezet maar er moet nog veel gebeuren. Het onderwerp blijft het meest urgent en we moeten niet opnieuw een volgende generatie met het probleem opzadelen.”

Strikte regelgeving remt innovatie

Ondanks de beperkingen verwachten deskundigen dat schaalvergroting in Brabant doorgaat. De explosieve groei van de afgelopen decennia is echter voorbij; bedrijven zoeken een optimum in omvang wat mogelijk is gezien de bovengemiddelde omvang. Een deel kan vanwege de stikte regelgeving niet groeien. Sommigen zoeken ontwikkelruimte buiten de provincie. Anderen gaan doorgroeien op een andere locatie. Van Bergen: “Maar alleen ondernemers die het qua omvang en organisatie goed ingericht krijgen zijn daarmee succesvol.” Hij benadrukt dat de kosten van staldering niet op het bordje van varkenshouders mag komen te liggen. “Gebeurt dit wel, dan krijgen de ontwikkelaars een zwaardere last wat dan weer een rem zet op de innovatie en verdere verduurzaming van de sector.”

Er zijn bijna 6 miljoen varkens in Noord-Brabant; ongeveer de helft van het totaal. Ook zijn er veruit de meeste bedrijven die ook qua omvang bovengemiddeld zijn.

 

Brabant blijft sterke varkensprovincie

Iedereen is het erover eens dat Brabant een sterke varkensprovincie zal blijven. De sector heeft vaker voor hete vuren gestaan en al eerder door de buitenwereld afgeschreven. De varkenshouderij heeft het altijd gered door een sterke focus op groei en rendement door gedrevenheid, vakmanschap en ondernemerschap.

Rooijakkers ziet de Brabantse varkenshouderij gestaag veranderen, maar benadrukt dat er een generatie overheen gaat. Die tijd moet de sector wel krijgen. Hij heeft nog wel een suggestie voor de Brabantse politiek. “Het varken bij het provinciehuis is het trotse symbool van wat de varkenshouderij voor de ontwikkeling van een welvarend Brabant heeft betekend. Als ze daadwerkelijk naar een toekomstbestendige varkenshouderij wil, zou ze daar fysiek uiting aan moeten geven door een nieuw toekomstbestendig beeld te plaatsen. Dan kan de provincie laten zien dat de varkenshouderij een nieuw tijdperk is in gegaan.”

Rene Stevens

Laatste reacties

  • pieter.swinkels@home.nl

    Goed verhaal René. Binnen de EG dienen ondernemers in gelijk ‘level playing field’ te opereren. Nu is dat binnen Nederland al niet meer mogelijk.
    Jammer voor de Brabantse boer.
    Pieter Swinkels

  • WGeverink

    Al heel wat jaren geleden reden wij met de landbouwschool over de middenpeelweg naar ik dacht Liempde toe. Het was toen al een waanzinnig dichtgebouwd intensieve veehouderij gebied met al die witte kalkzandsteen gevels... Eigenlijk zou je als boer versteld moeten staan dat er nu pas maatregelen getroffen worden.

Of registreer je om te kunnen reageren.