Rundveehouderij

Partner

Welke keuze maak je: stro hakselen of afvoeren?

Aan de vooravond van de graanoogst staan veel bedrijven nog voor de keuze om het stro af te voeren of toch te hakselen. Afvoeren levert direct geld op, met hakselen investeer je (in)direct in je bedrijf. Stro achterlaten betekent een positieve bijdrage aan de organische stofbalans, de bodemstructuur en het bodemleven. Wat betekent het als je de voorkeur geeft aan hakselen?

Het hakselen van stro biedt een aantal duidelijke voordelen ten opzichte van het persen en verkopen van stro.

  • Om te beginnen behoud je een prima en rijke bron aan organische stof om het OS-gehalte op peil te houden; zonder groenbemesters in de rotatie is dit op bedrijfsniveau al moeilijk genoeg.
  • Er worden geen mineralen afgevoerd; 5 ton stro bevat namelijk zo’n 8 kg P en 75 kg K (met een waarde van € 60-70). Het stro levert ongeveer evenveel organische stof als een teelt groenbemester. De teelt van groenbemester kost ongeveer € 200 tot € 250 per hectare. Hakselen kost zo’n € 60 per hectare. Als stro dus € 250 per hectare oplevert, dan is er ten opzichte van een groenbemesterteelt per saldo niets verdiend.
  • Na het hakselen kan er direct mest worden uitgereden en eventueel een groenbemester worden ingezaaid. Er hoeft dus niet gewacht te worden tot het stro van het land is gehaald.
  • Bodem graanstoppel krijgt verhoudingsgewijs meer rust. Pers, verreiker en wagens kunnen immers behoorlijke structuurschade veroorzaken.

Stro heeft stikstof nodig om te verteren

Voor de vertering van stro is stikstof nodig. Het verteringsproces wordt op gang gebracht door het stro licht in te werken, zodat er contact ontstaat tussen grond en vocht.

Bij de afbraak van stro is een bepalende factor de koolstof-stikstof (C/N)-verhouding. Groenbemesters en loofresten hebben vaak een C/N-verhouding van minder dan 25. Bij het verteringsproces hiervan komt direct stikstof vrij door mineralisatie.

Bij een C/N-verhouding tot 30 is er ook nog voldoende stikstof beschikbaar voor het bodemleven om het afbraakproces optimaal te laten verlopen. De beschikbare stikstof wordt dan vastgelegd in het bodemleven (immobilisatie).

Hoe hoger de C/N-verhouding is, hoe langer het verteringsproces en de immobilisatie duurt. Het proces kan worden vertraagd of zelfs stilgelegd als er niet voldoende of geen stikstof in de bodem beschikbaar is.

In vergelijking met de meeste andere gewasresten hebben stro en stoppelresten een hoge C/N-verhouding van circa 75. Dan heeft het bodemleven stikstof uit de bodem nodig om te kunnen groeien en zo het organisch materiaal af te breken. De benodigde hoeveelheid varieert tussen de 4 tot 14 kg N per ton stro. Ook zijn er verschillen in strosoort; haverstro bijvoorbeeld verteert makkelijker dan tarwestro.

Besteed aandacht aan stoppelbewerking

Het goed inwerken van stro bevordert het verteringsproces in de bodem. Een paar tips:

  • Zorg voor voldoende fijn hakselen van het stro en voorkom dat stro op banen ligt op het perceel. Een gelijkmatige menging door de grond is cruciaal voor het verteringsproces. Naarmate de grond zwaarder is, moet het inwerken vlakker gebeuren. Het stro mag gerust gedeeltelijk uit de grond blijven steken. Voor het onderwerken kunnen verschillende machines worden gebruikt. Een frees of roterende spitmachine vermengen het stro met de grond al bij het onderwerken. Dit is in mindere mate het geval met bijvoorbeeld een schijveneg of cultivator. Meerdere bewerkingen of overdwars de kavel bewerken kunnen wel voor een intensievere menging zorgen. Door de goede menging kan het bodemleven en de zuurstof het stro beter bereiken en verloopt de vertering sneller.
  • Trek sporen los na combinen of mest uitrijden. Onderschat niet de verdichting in de combinesporen. Met name bij nattere oogstomstandigheden, maar ook onder droge omstandigheden kan er in de combinesporen verdichting optreden, onderschat dit niet. Dit heeft gevolgen voor bijvoorbeeld een nateelt met groenbemesters, maar het vertraagt ook de vertering van stro. Trek indien nodig de sporen los onder goede omstandigheden. Als er mest is uitgereden na de oogst, denk dan ook aan deze sporen!
  • Maak een inschatting van de hoeveelheid stro en geef 7 kg stikstof per ton stro mee. Deze gift komt bovenop de gift voor een eventuele groenbemester.
  • Ploeg in het najaar niet te diep en het liefst onder droge omstandigheden. Het versmeren van stro, zeker in combinatie met een groenbemester, zorgt voor zuurstofloze omstandigheden. Pas bij het ploegen ook op voor ‘inkuilen’ van het stro. Ingekuild stro onderin de bouwvoor zal namelijk de groei van het volggewas belemmeren.

Onverteerd stro kan in het komend teeltjaar leiden tot groeistagnatie in het volggewas. Als zowel het onverteerde stro als het gewas dat op dat moment gaat groeien stikstof vragen, zal het gewas deze ‘strijd’ altijd verliezen in de stikstofopname. Naarmate het stro verder verteert zal de opgeslagen stikstof weer vrij worden gemaakt en kan het door de plant worden benut.

Tekst: OCI Agro / NutriNorm.nl