Rundveehouderij

Partner

Rol van de loonwerker steeds belangrijker bij de teelt van maïs

Het zal niemand ontgaan zijn dat, als onderdeel van het zesde ActieProgamma nitraatrichtlijn, een maïsteler op zand- en lössgrond met ingang van dit jaar verplicht wordt om het vanggewas uiterlijk op 1 oktober te zaaien.

Wanneer maïs als silomaïs geoogst wordt en het jaar erop maïs op hetzelfde perceel weer het hoofdgewas gaat zijn, zijn er 3 opties:

  1. Directzaai van het vanggewas rond het tijdstip zaai van de maïs
  2. Onderzaai van het vanggewas net voor het sluiten van de maïsrijen
  3. Nazaai van het vanggewas op ten laatste 1 oktober
Onderzaai geeft flexibiliteit in het te bepalen oogstmoment van de maïs.
Onderzaai geeft flexibiliteit in het te bepalen oogstmoment van de maïs.

Aan iedere optie kleven voordelen en aandachtspunten. Het is voor een teler daarom niet eenvoudig om een keuze te maken. Wat daarnaast de zaak bemoeilijkt is dat, ongeacht de vraag waarvoor gekozen wordt, dit direct gevolgen voor de planning van de werkzaamheden door de loonwerker.

Hieronder volgen opgesomd nog even in het kort de voordelen en aandachtspunten.

Zaai van het vanggewas tijdens het groeiseizoen (directzaai/onderzaai)

Voordelen:

  • Flexibiliteit in het bepalen van het oogstmoment in overleg met de loonwerker
  • Oogst op voor het maïsras ideale oogstmoment, want het oogstmoment is vrij te bepalen
  • Keuze voor een (iets) later maïsras met een hogere opbrengstpotentie

Aandachtspunten:

  • Moment van onderzaai van het vanggewas komt vrij nauw
  • Kans op structuur- of gewasschade bij onderzaai
  • Bij schade aan het perceel bij de oogst kan er geen grondbewerking plaatsvinden
  • Kans op opbrengstderving van maïs door concurrentie met het vanggewas op vocht en nutriënten
  • Onkruidbestrijding is veel lastiger, met name bij de aanwezigheid van gladvingergras in het perceel
  • Bij grondruil met akkerbouwers geen vanggewassen gebruiken die aaltjes vermeerderen

Nazaai van het vanggewas – ten laatste op 1 oktober

Voordelen:

  • Minder kans op structuurschade door oogst van maïs onder vaak betere omstandigheden in september
  • Combinatie met wisselteelt Snelle Lente Rogge is zeer goed mogelijk
  • Onkruidbestrijding goed uit te voeren door een bredere middelenkeuze
  • Nazorg van het perceel is mogelijk, zoals grondbewerking en bekalking
  • Geen concurrentie van het vanggewas tijdens het groeiseizoen

Aandachtspunten:

  • De kalenderdatum bepaalt het oogstmoment, ongeacht de rijpheid van de maïs op dat moment
  • Oogst op het ideale moment van maïs komt in gevaar bij slecht weer in september en beperking van de oogstcapaciteit van alle loonwerkbedrijven
  • In jaren met een minder gunstig groeiseizoen zoals in 2015 en 2016 bestaat de kans dat menig maïsras niet voldoende rijp geoogst wordt
  • Lagere opbrengst door de teelt van vroegere rassen

  • Nazaai van het vanggewas op uiterlijk 1 oktober voorkomt 'veronkruiding' van het perceel en verkleint de kans op structuurschade.

    Nazaai van het vanggewas op uiterlijk 1 oktober voorkomt 'veronkruiding' van het perceel en verkleint de kans op structuurschade.

  • Bij nazaai bepaalt de kalender het oogstmoment, ongeacht de vraag of de maïs rijp is of niet.

    Bij nazaai bepaalt de kalender het oogstmoment, ongeacht de vraag of de maïs rijp is of niet.

  • Maïsrassen die vroeg zijn in de korrel worden werkelijk rijp en halen de hoogste voederwaardeopbrengst.

    Maïsrassen die vroeg zijn in de korrel worden werkelijk rijp en halen de hoogste voederwaardeopbrengst.

Wanneer door telers massaal gekozen wordt voor zaai van een vroeg maïsras, met als doel dit te oogsten voor 1 oktober, dan zal de oogstplanning van de loonwerker bij mindere gunstige oogstomstandigheden in september hopeloos vastlopen. Hij zal, wil hij de al deze vroege maïs voor 1 oktober oogsten, al ruim voor deze datum moeten starten met de oogst van de eerste percelen. Zo mogelijk al vanaf begin september. In een vergelijkbaar jaar als 2018 lukt dat mogelijk, maar gemiddeld genomen zeker niet. Daarnaast betekent het dat heel veel maïs te vroeg en daarmee niet voldoende rijp geoogst gaat worden. Dit is met name een probleem met maïsrassen die weliswaar als vroeg ras verkocht zijn, maar in de korrel helemaal niet zo vroeg blijken te zijn. 2019 zal om die reden het kaf van het koren scheiden. Nog belangrijker dan ooit tevoren zal dan ook de keuze voor een maïsras, waarvan op basis van proeven is bewezen dat deze vroeg is in de korrel, moeten zijn. De Aanbevelende Rassenlijst Korrelmaïs, waarop dubbeldoelrassen als bijvoorbeeld Megusto, Benedictio en Genialis vermeld staan, brengt heel duidelijk de werkelijke vroegheid van het maïsras in beeld.

Onderzaai, met als doel wel vrij te zijn in het bepalen van het voor maïs ideale oogstmoment, heeft dus ook zo z’n beperkingen. Zo zal op ‘probleempercelen’ de onkruiddruk van met name grasachtigen snel toenemen en is een goede grondbewerking na oogst onder zwaardere omstandigheden niet meer mogelijk.

Overleg daarom goed met de loonwerker wat de voor u bedrijf juiste strategie gaat zijn. De rol van de loonwerker is daarin cruciaal en belangrijker dan ooit tevoren!