Rundveehouderij

Nieuws

Meer boterzuurproblemen met graskuilen 2018

Vooral kuilen die gemaakt zijn na de hergroei van grasland na de droogte in 2018, blijken tot problemen te leiden op gebied van boterzuur. Dat meldt Eurofins Agro.

De kuilen bevatten soms extreem hoge ruweiwitgehaltes. Samen met eveneens hoge celwandgehaltes is dat een obstakel voor een goede conservering. Dit leidde volgens het laboratorium tot veel kuilen met een hoge NH3-fractie (>12) en een hoog boterzuurgehalte (>3,0). Dit is een indicatie voor een groot risico op boterzuursporen. In sommige gevallen zijn de gemiddelde ammoniakfracties of boterzuurgehaltes wel goed, maar is toch sprake van een verhoogd boterzuurgehalte in de melk.

Eurofins Agro geeft aan dat een verhoogd boterzuurgehalte in de melk kan voorkomen als de kuil niet homogeen is, waarbij droge en nattere partijen over elkaar zijn gekuild. Ook broei kan een afwijkend beeld geven. In die gevallen is het gehalte boterzuur of ammoniak gemiddeld laag, maar kunnen pleksgewijs veel sporen voorkomen.

Hygiëne van cruciaal belang

Ook droog kuilgras met veel as (grondvervuiling) is een risico. Het tekort aan vocht maakt dat boterzuurbacteriën weinig zuur vormen, maar dat neemt het probleem in het voer niet weg. De problemen met boterzuur zijn immers niet het zuur van de boterzuurbacteriën, maar de sporen van de bacterie.

Deze sporen kunnen op de spenen terechtkomen via grond of mest. Hygiënisch werken in de stal is daarom van cruciaal belang, stelt Eurofins Agro. In 80% van de gevallen blijkt het ruwvoer (indirect) de belangrijkste bron van de boterzuurproblematiek.

Of registreer je om te kunnen reageren.