Rundveehouderij

Nieuws

Nog grote verschillen tussen potentieel en praktijkopbrengst

De praktijk haalt voor snijmais gemiddeld 15,8 ton drogestofopbrengst per hectare en op grasland ligt dat cijfer op 10,8 ton. Het genetisch opbrengstpotentieel ligt echter op 22,7 ton droge stof voor snijmais en voor gras op 15,7 ton droge stof.

Dat blijkt uit de presentaties gegeven tijdens de bijeenkomst voor de presentatie van de onderzoeksresultaten in pps Ruwvoer en Bodem.

Online-tool

De logische vraag is hoe het verschil tot stand komt. Daartoe is naast het potentieel ook een drogestofopbrengst weergegeven bij beperkte waterbeschikbaarheid en bij zowel waterbeschikbaarheid en stikstofbeschikbaarheid. Deze zogenoemde ‘vensters’ kunnen per bedrijf gemaakt worden. Als praktijkopbrengst wordt dan de opbrengst bepaald met de KringloopWijzer weergegeven. Via een online-tool kan de teler dan verschillende bedrijfsspecifieke omstandigheden invullen waarmee ook een advies kan worden gegeven en een economische berekening om te bepalen of de actie ook zin heeft.

Voor de mais geldt dat het grootste deel van de vooruitgang uit genetica komt

De internet-tool is bijna klaar, maar nog niet zo ver om gedeeld te worden met de praktijk.

Vooruitgang door genetica

Voor de maisopbrengst wordt een stijgende lijn gevonden in de opbrengsten door de jaren heen. De gemiddelde jaarlijkse toename is volgens cijfers van het CBS 195 kilo droge stof per hectare voor de maisteelt, terwijl de toename voor grasland 0 is. Voor de mais geldt dat het grootste deel van de vooruitgang uit genetica komt en een klein deel uit teeltomstandigheden en optimalisatie. Voor gras is er een plus uit genetica, maar een negatief effect uit de praktijkomstandigheden waardoor het netto resultaat in de vooruitgang 0 is. De belangrijkste reden voor het achterblijven van meeropbrengst in de grasteelt is de vermindering van het stikstofbemestingsniveau dat in de loop der jaren steeds verder is beperkt.

Of registreer je om te kunnen reageren.