Rundveehouderij

Nieuws 3 reacties

CBb: meer fosfaatrechten nodig voor opfokbedrijf

Er is hoop voor veehouderijen die nog een rechtszaak hebben lopen en bij wie de veebezetting op de peildatum niet representatief is in verband met een specifieke bedrijfscyclus door het jaar heen.

De kans bestaat dat ze meer fosfaatrechten toegekend krijgen. Die conclusie valt te trekken uit een recente uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb).

Te weinig fosfaatrechten

In de uitspraak komt het CBb tot het oordeel dat een jongvee-opfokbedrijf te weinig fosfaatrechten toegekend heeft gekregen. Het systeem van de toekenning van fosfaatrechten, dat uitgaat van een enkele dag als peildatum, houdt geen rekening met de bedrijfscyclus, is het oordeel. Daardoor lijdt de veehouder in kwestie een individuele buitensporige last als gevolg van het fosfaatrechtenstelsel oordeelt het CBb. Dat is in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EP).

Bedrijfscyclus

De veehouder in deze zaak heeft een jongvee-opfokbedrijf voor de melkproductie. Elk jaar koopt de veehouder ongeveer 40 kalveren in september of oktober. Na ongeveer 14 maand worden de dieren gedekt en als ze drie tot zes maanden drachtig zijn worden ze verkocht. In 2015 waren bijna alle drachtige dieren, 32 stuks al voor 2 juli 2015 verkocht en van het bedrijf af. Daardoor had de veehouder op de peildatum slechts 41 stuks jongvee jonger dan een jaar en 3 stuks jongvee van een jaar of ouder op het bedrijf staan. Op basis daarvan werd hem 460 kilo fosfaatrecht toegekend.

In de rechtszaak eist de veehouder 1.147,8 kilo fosfaatrecht, op basis van het hoogste aantal dieren op het bedrijf. Mocht dit als te veel worden ingeschat eist hij 936,6 kilo op basis van het gemiddelde aantal dieren van 2012 tot en met 2015.

Gevolgen niet te voorzien

Volgens het CBb stelt in de uitspraak dat de fosfaatbehoefte op het opfokbedrijf door het jaar heen fluctueert. Ter zitting erkend LNV dat het bedrijf van de veehouder afwijkt van een standaard melkveehouderij en dat het systeem van één peildatum geen rekening houdt met de specifieke bedrijfscyclus van het opfokbedrijf. Het College oordeelt dat de keuze van de wetgever om uit te gaan van één peildatum in dit geval betekende dat de veehouderij fosfaatrechten kreeg toegekend voor slechts 3 dieren van een jaar en ouder en voor 32 dieren niet. Terwijl die dieren wel deel uitmaakten van de standaard bedrijfscyclus. Het was voor de veehouder niet te voorzien welke gevolgen de verkoop van zijn vee voor 2 juli 2015 zou hebben, aldus het CBb.

Nieuw besluit

Het CBb spreekt zich niet uit over hoeveel fosfaatrecht de veehouder toegekend moet krijgen. LNV zal een nieuwe beslissing moeten nemen, waarbij de veehouder ‘in ieder geval tot op zekere hoogte moet worden gecompenseerd’. Binnen zes weken moet LNV met een nieuw besluit komen.

Laatste reacties

  • kanaal

    l n v negeert constant artikel 1,boeren zijn vogelvrij.

  • hooghoes

    Snap nog steeds niet , dat er niet gekozen is voor gve ,s per ha .

  • info58

    Dubbel telling dus

Of registreer je om te kunnen reageren.