Rundveehouderij

Nieuws

Sorghumrassen niet klaar voor praktijk

Sorghum biedt mogelijkheden als aanvulling op snijmais, maar praktijkrijpe rassen zijn er nog niet.

Sorghum heeft, als aanvulling op de teelt van snijmaïs op een melkveebedrijf, potentie als het gaat om productie, stikstofopname en voederwaarde. Praktijkrijpe rassen zijn er echter nog niet. Dat is de conclusie uit onderzoek van het Louis Bolk Instituut in samenwerking met Ilvo in België.

Het onderzoek vond plaats in de Achterhoek, waar 8 sorghumrassen/lijnen en 2 maisrassen in 3 herhalingen zijn onderzocht. In Merelbeke (B.) zijn 12 sorghumrassen/lijnen en 2 maisrassen in 3 herhalingen onderzocht.

Sorghum C7 en HDH2

In de Nederlandse proef presteerden de sorghumlijnen C7 en HDH2 het best als combinatie van opbrengst en voederwaarde, waarbij C7 als enige sorghum een vergelijkbaar zetmeelgehalte had als maïs. In de Vlaamse proef presteerden de sorghumlijnen C7, HDH30, HDH16 en STH14059 het best als combinatie van opbrengst en voederwaarde.

Vegga viel door de mand

In 2016 werd Vegga mogelijk als praktijkrijp ras gezien, maar is in 2017 wat betreft een slechte koude tolerantie bij zaadzetting door de mand gevallen. C7 is de afgelopen jaren het ras/lijn met de meest constante cijfers. Het aanbod van 6 nieuwe rassen/lijnen door DSV-zaden voor een rassenvergelijking in 2018 voor zetmeelproducerende sorghumrassen geeft volgens de onderzoekers echter wel aan dat er ontwikkelingen zijn wat betreft genetica.

Of registreer je om te kunnen reageren.