Rundveehouderij

Nieuws 1 reactie

Kwaliteit zomerkuilen wisselt per regio

De opbrengst en kwaliteit van de zomerkuilen verschilt sterk per regio. Dat blijkt uit een eerste inventarisatie van de analyses van de zomerkuilen, uitgevoerd door Eurofins Agro. Met name neerslagverschillen beïnvloeden de grashoeveelheid en kwaliteit.

De hergroei van gras na de eerste snede is in de (voor)zomer in delen van het land sterk vertraagd door aanhoudend vochttekort. Cijfers van KNMI tonen dat met name het westen en zuiden van Nederland kampen met droogte in de periode april – augustus. Maar ook in delen van de Achterhoek en Twente viel er te weinig water. Met name op de zandgronden geeft dat opbrengstderving. Op de zwaardere gronden, die van nature meer water vasthouden, viel er gemiddeld op tijd voldoende regen om de grasgroei op peil te houden. In deze regio’s hebben veel veehouders bovengemiddeld gevulde kuilplaten.

Meer ruw eiwit

Door de geringe neerslag in de voorzomer, is de hoeveelheid beschikbare stikstof in de bodem hoog, omdat er nauwelijks is uitgespoeld.

Het effect hiervan is terug te vinden in de eerste analyseresultaten van de zomerkuilen. Het gras bevat meer ruw eiwit dan vorig jaar. In 2016 bevatten de zomerkuilen slechts 155 gram ruw eiwit, terwijl in de jaren ervoor 165-170 normaal is. In combinatie met wisselende drogestofopbrengsten per perceel kunnen de gehalten sterk variëren. In de rantsoenberekening moeten verschillende partijen voer worden gecombineerd op basis van hun specifieke samenstelling.

Eurofins Agro geeft aan dat het bijkomend effect van de droge weersomstandigheden is dat de tweede snede veelal (te) droog is ingekuild. Het risico op broei is daardoor groot, zeker als de tweede snede bovenop de eerste snede is ingekuild, in één grote kuil. De voersnelheid moet dan voldoende hoog zijn om broei in de tweede snede te voorkomen.

Eén reactie

  • koestal

    Melkveehouders hebben hier in de buurt een overvloed aan kuilvoer van goede kwaliteit

Of registreer je om te kunnen reageren.