Rundveehouderij

Nieuws 4441 x bekeken 1 reactielaatste update:16 dec 2017

‘Verdiend compliment voor melkveesector’

Dierenarts Christian Scherpenzeel constateert in zijn proefschrift dat vermindering van antibioticagebruik en verbetering van de uiergezondheid best samen kunnen gaan.

Het proefschrift van Christian Scherpenzeel waarop hij op 14 december 2017 is gepromoveerd aan Universiteit Utrecht, is gebaseerd op een groot praktijkonderzoek, in opdracht van de Stuurgroep ABRES Rund. Dit lag ten grondslag aan het selectief droogzetten van koeien in het kader van de vermindering van antibioticagebruik. Ondanks de risico’s heeft de sector deze uitdaging opgepakt en uitgevoerd, zelfs met verbetering van de uiergezondheid, vindt Scherpenzeel.

Christian Scherpenzeel (37) is rundveedierenarts en als uiergezondheidsexpert verbonden aan de Gezondheidsdienst voor Dieren in Deventer. - Foto: Ronald Hissink
Christian Scherpenzeel (37) is rundveedierenarts en als uiergezondheidsexpert verbonden aan de Gezondheidsdienst voor Dieren in Deventer. - Foto: Ronald Hissink

Waarin lag die uitdaging?

“Veehouders en hun voorschrijvende dierenartsen mogen sinds 2012 antibiotica niet meer preventief inzetten. Ze moesten dus afscheid nemen van standaard droogzetten van alle koeien met antibiotica. En dat was 50 jaar dé manier om uierinfecties in de droogstand te voorkomen én te genezen.”

Wat was het gevaar?

“In het onderzoek zijn verschillende scenario’s doorgerekend op koeniveau. De optie die het minst risico gaf op nieuwe uierinfecties door het weglaten van droogzetantibiotica en waarbij toch veel antibioticum bespaard werd, is de leidraad voor de richtlijn voor dierenartsen, met de bekende celgetalgrenzen van 50.000 voor koeien en 150.000 voor vaarzen. Het onderzoek met afkapwaarden van 250.000 voor koeien en 150.000 voor vaarzen toonde een 1,7 x zo grote kans op klinische mastitis. Bij het gekozen scenario was die verhoging minder groot, maar duidelijk was dat het risico op mastitis toe zou nemen.”

Dat was dus geen hoopvol perspectief?

“Nee, en toch hebben veehouders dit, samen met hun dierenartsen, opgepakt en uitgevoerd. In het jaar van omschakeling voerde 75% van de veehouders al een vorm van selectief droogzetbeleid. Het bleek dat het kon als je de bedrijfsvoering rondom de droogstand serieus neemt. En dat is dus gebeurd. Dan moet je denken aan hygiëne, gebruik van teatsealers en aanpassen van het rantsoen aan het eind van de lactatie.”

Wat was het gevolg?

“Het antibioticumgebruik in de melkveehouderij is 48% gedaald ten opzichte van 2009. En de sector was toch al geen grootgebruiker. Dan is het extra knap om zo’n reductie te realiseren. Verder blijkt dat de uiergezondheid zelfs verbeterd is. Het tankcelgetal is van 220.000 in 2006 gedaald naar 188.000 in 2016. Het percentage klinische mastitis, dat onder invloed van het project UGCN in 5 jaar daalde van 33 naar 28% in 2012, is ongeveer gelijk, waar mogelijk een toename werd verwacht.”

Zijn er ook nog negatieve trends?

“Ja, het percentage bedrijven met meer dan 25% nieuwe infecties na afkalven stijgt licht. Er is dus nog ruimte voor verbetering en aandacht voor het management rondom de droogstand. Dat is echt belangrijk. Ik ben er echter van overtuigd dat de sector dit ook tackelt. Zoals ze ook selectief droogzetten hebben omarmd en ingevoerd hebben in hun management. Dat verdient een diepe buiging en respect.”

Eén reactie

  • koestal

    Eindelijk krijgen melkveehouders ook eens een compliment,ze staan bij het minste probleem altijd al weer negatief in het nieuws !

Of registreer je om te kunnen reageren.