8 reacties

‘Van Koeien & Kansen naar Koeien & Kringlopen’

Met Koeien & Kansen is veel bereikt, maar sluit het project nog aan bij de huidige thema‘s?

Na heftige weerstand tegen het mestbeleid werd in 1998 Minas ingevoerd. Omdat melkveehouders vreesden dat de stikstof- en fosfaatnormen niet haalbaar zouden zijn, wilden overheid en landbouwbedrijfsleven kansen verkennen voor een stikstof- en fosfaatefficiënte bedrijfsvoering.

Een van deelnemers aan het project Koeien & Kansen - foto: Peter Roek.
Een van deelnemers aan het project Koeien & Kansen - foto: Peter Roek.

17 veehouders gingen de uitdaging aan om de stikstof- en fosfaatverliezen van hun bedrijven te verminderen. Met veel enthousiasme pasten de Koeien & Kansen-deelnemers de nieuwste inzichten toe met betrekking tot grondgebruik, bemesting, voeding en management. Vele andere veehouders hebben de afgelopen decennia ervaringen van Koeien & Kansen-deelnemers benut bij de ontwikkeling van hun bedrijven.

De Koeien & Kansen-deelnemers slaagden erin om technische resultaten van hun bedrijven te verbeteren en de stikstof- en fosfaatverliezen te verminderen. Dat ging op veel bedrijven gepaard met aanzienlijke intensivering.

Daarnaast zijn deze bedrijven met gemiddeld 140 melkkoeien circa 40% groter dan het Nederlands gemiddelde. Dat roept de vraag op of de grotere en intensievere Koeien & Kansen-bedrijven voldoende representatief zijn.

Er is een vicieuze cirkel ontstaan

Koeien & Kansen richtte zich sterk op een stikstof- en fosfaatefficiënte bedrijfsvoering binnen de huidige mestwetgeving. Die wetgeving is omgekeerd veelal gebaseerd op resultaten en ervaringen van Koeien & Kansen.

Daarmee is een vicieuze cirkel ontstaan: bedrijfsontwikkeling leidt tot onderzoeksresultaat en vervolgens tot wetgeving en daarna bedrijfsontwikkeling.

De laatste jaren is de context waarbinnen de melkveehouderij werkt sterk veranderd

Deze vicieuze cirkel is onderdeel van wat minister Schouten in haar visie beschrijft met ‘dat melkveehouders – als het ware – gevangen zitten in het huidige productiesysteem dat niet toekomstbestendig is’.

De laatste jaren is de context waarbinnen de melkveehouderij werkt sterk veranderd. Van louter stikstof- en fosfaatefficiëntie is de thematiek verbreed met weidegang, diergezondheid, grondgebondenheid, klimaat, kringlooplandbouw en biodiversiteit.

Dus is de vraag aan de orde of Koeien & Kansen wel voorop loopt bij de invulling van het veranderde toekomstbeeld en de gewenste verbreding. In onderstaande alinea’s loop ik de thema’s kort langs.

Op minder dan 40% van de Koeien & Kansen-bedrijven lopen melkkoeien minimaal 120 dagen x 6 uur in de wei - foto: Bert Jansen.
Op minder dan 40% van de Koeien & Kansen-bedrijven lopen melkkoeien minimaal 120 dagen x 6 uur in de wei - foto: Bert Jansen.

Merendeel doet aan ‘deeltijd-weiden’

Vrijwel alle K&K-bedrijven passen enige vorm van weidegang toe. Maar een groot deel van die bedrijven doet aan ‘deeltijd-weiden’ waarbij slechts een deel van het melkvee voldoende weidegang krijgt. Daarmee loopt Koeien & Kansen ten aanzien van weidegang niet vóór, maar achter.

Wat dit betreft zijn twee criteria van belang: de gemiddelde levensduur en het gebruik van antibiotica. Positief is de enkele maanden hogere levensduur van melkkoeien binnen Koeien & Kansen. Maar wat betreft antibiotica gebruiken Koeien & Kansen-bedrijven juist méér dan het sectorgemiddelde.

Koeien & Kansen-bedrijven halen door hun hoge intensiteit en voeraankoop het grondgebondenheidscriterium niet

De hoge stikstof- en fosfaatefficiëntie die de Koeien & Kansen-bedrijven realiseren, gaat gepaard met een intensieve bedrijfsvoering: gemiddeld ruim 22.000 kg melk per hectare. Dat is fors meer dan het gemiddelde van circa 17.000 kg.

Door die hogere intensiteit kopen deze bedrijven meer voer aan van buiten de bedrijfskringloop. De productie van dat voer veroorzaakt elders stikstof- en fosfaatverliezen, maar die worden niet meegerekend en dat flatteert de stikstof- en fosfaatefficiëntie van Koeien & Kansen-bedrijven.

Bovendien voldoen die bedrijven door hun hoge intensiteit en voeraankoop gemiddeld niet aan het grondgebondenheidscriterium. Dat criterium gaat uit van 65% eiwit van eigen land en nabij gelegen grond.

Biodiversiteit. Een deel van dit grasland van een veehouder is afgegraven om er een natuurvriendelijke oever van te maken - foto: René den Engelsman.
Biodiversiteit. Een deel van dit grasland van een veehouder is afgegraven om er een natuurvriendelijke oever van te maken - foto: René den Engelsman.

Klimaat en biodiversiteit

Op de Koeien & Kansen-bedrijven is het directe energiegebruik (diesel en elektriciteit) per kg melk vrijwel gelijk aan het gemiddelde in Nederland. Maar we zouden per kg melk juist een lager energiegebruik mogen verwachten. Immers, bedrijven zijn intensiever, kopen meer voer aan en het energiegebruik van aangekocht veevoer wordt niet meegerekend.

Wat betreft biodiversiteit is het positief dat Koeien & Kansen-bedrijven vaker dan gemiddeld lid zijn van een agrarische natuurvereniging en aan agrarisch natuurbeheer doen. Maar hoe ze scoren op basis van de biodiversiteitsmonitor is niet bekend.

Na Koeien & Kansen is een koerswijziging en verbreding nodig

Koeien & Kansen heeft zich de afgelopen jaren sterk gericht op stikstof- en fosfaatefficiëntie op het eigen bedrijf. Recent is de emissie van methaan opgepakt, maar weidegang, grondgebondenheid, biodiversiteit en kringlopen krijgen te weinig aandacht.

Daarom is een koerswijziging en verbreding nodig naar de doelen van Duurzame Zuivelketen en Commissie Grondgebondenheid, de visie van minister Schouten, het Deltaplan Biodiversiteitsherstel en het nieuwe GLB. Daar passen andere partners én een andere naam bij: Koeien & Kringlopen.

Laatste reacties

  • john***

    koeien en kansen is altijd gefocust gebleven op het beperken van de mineralen verliezen. Bij alle verduurzaming wordt toch ook eerst gekeken om een huis te isoleren voordat er een warmtepomp komt?

    Iedere club heeft zijn taak en bij koeien en kansen ligt die op het minimaliseren van de verliezen. Dat is de basis van kringlooplandbouw.

  • Bennie Stevelink

    Interessant is de vraag of mineralen-efficiëntie wel te combineren is met al die andere doelen die Frits van der Schans noemt.

  • a van Gerwen

    Dat is een interessante vraag @Bennie. Met de vraagstelling geef je feitelijk al het antwoord. De minister heeft dit gelukkig wel in de gaten gezien haar opmerking dat meermaals tegenstrijdige regelgeving op het boerenerf gekiept wordt en de boer zelf maar uit moet zoeken hoe hier mee om te gaan.

  • farmerbn

    Er blijft altijd werk voor Van der Schans. Heeft die met die boeren het doel bereikt, gaan ze andere doelen stellen en is er weer veel te bereiken. Jammer dat er steeds tegenstijdigheden zijn. Hadden de eerste groep boeren de slootkanten mooi efficient gebruikt, nu moeten daar bloemetjes komen met insecten. Naast dat Van der Schans nooit klaar is, zijn de boeren ook nooit klaar. VAn der Schans verdient er geld mee maar voor de boeren kost het geld. Wel een verschil.

  • kiepel

    Ronduit zwak artikel. Frits bedoelt het misschien niet zo, maar zoals ik het lees kotst hij K&K uit.
    Boerderij schrijft tussen de regels door zaken, die K&K te kijk zetten.
    Ik lees namelijk:
    -K&K deelnemers zijn te grote boeren.
    -K&K deelnemers zijn intensief(en dus fout).
    -K&K deelnemers scoren puur door het trucje: "Voeraankoop".
    en passant legt Boerderij ook nog een bommetje onder de KLW. Door overdreven te vermelden dat teeltverliezen en brandstofgebruik over aangekocht voer niet meetellen.
    Frits, beste kerel, hopelijk dwing je Boerderij tot een rectificatie. Zo niet dan vind ik je een slappeling. Vanuit je ivoren toren de K&K deelnemers(die hun stinkende best doen) de maat nemen. Stoer hoor.

  • michel.dehaan1

    Beste Frits,
    Dank voor je kritische blik op ons project. Het is altijd goed om elkaar scherp te houden. Enkele feiten zijn onjuist. 88% van de bedrijven deed aan weidegang, 76% van de bedrijven 720 uren per jaar of meer. Dit is niet lager dan het sectorgemiddelde. Daarnaast is, ondanks de hogere intensiteit, de voeraankoop op de Koeien & Kansen-bedrijven lager dan gemiddeld in Nederland.
    Verder constateer je terecht dat Koeien & Kansen inderdaad gemiddeld intensiever is dan het Nederlands gemiddelde. Het gedachtegoed van CLM is extensiever. Waar het ons om gaat is samen de kansen verkennen met en voor de sector om voedsel te produceren op een manier die past bij de ondernemer, klimaat, natuur en de koe. Dat is niet morgen klaar. Wij werken met ons project nu al aan een breed scala aan thema’s: klimaat, bodem, water en mineralenkringloop. Kringlooplandbouw staat centraal in onze gesprekken over hoe we gaan werken aan de toekomst van de sector. Dat gesprek gaan we ook graag met jou aan. Zullen we een afspraak plannen?

    Michel de Haan, namens de projectleiding van Koeien & Kansen

  • farmerbn

    Oei, er wordt gejokt en dat mag niet. Wat voor straf krijgt de jokkebrok want ongestraft jokken past niet meer in deze tijd.

  • CLM Culemborg

    Snel aan tafel gaan, lijkt ons een uitstekend plan Michel. Dan kunnen we voor K&K alle thema's mbt duurzaamheid op een rij zetten en dat publiceren. Het gaat daarbij over alle thema's (en sub-thema's) die de sector zichzelf heeft opgelegd ten aanzien van:
    - klimaat & energie,
    - weidegang,
    - dierenwelzijn & diergezondheid,
    - milieu & biodiversiteit, en
    - grondgebondenheid.

    Deelnemers aan een voorlopers project zoals Koeien & Kansen zouden op alle duurzaamheid (sub-)thema's positief moeten -willen- scoren.

Laad alle reacties (4)

Of registreer je om te kunnen reageren.