‘Strijden voor de waarheid over MKZ-kwestie’

Veehouders in Kootwijkerbroek strijden voor de waarheid over de MKZ-kwestie in 2001. Ze hebben twijfels over de juistheid van de maatregelen destijds. Henk van den Brink legt uit waar het om gaat en waarom dat zo belangrijk is.

Op 20 maart 2001 werden van enkele kalveren op het bedrijf van Teunissen in Kootwijkerbroek bloedmonsters afgenomen en opgestuurd naar Lelystad. Deze monsters zijn door het plaatselijke taxibedrijf naar Lelystad vervoerd en afgegeven aan het einde van de inrit aan de huidige directeur. De tweede inzending was op 22 maart en is door hetzelfde taxibedrijf afgegeven bij het loket van de monsterinname, zoals gebruikelijk is. De derde inzending was op de 25 maart 2001 en deze monsters zijn zelfs niet onderzocht. De rest van alle inzendingen in Nederland zijn aan een ander koeriersbedrijf aanbesteed.

Gelijk vanaf 28 maart 2001, toen de eerste uitslag uit Kootwijkerbroek positief was, was er in Kootwijkerbroek sterke twijfel of het wel klopte. Dit is ook enkele malen verteld en er is zelfs gezegd dat als het tweede geval positief is, wij wel willen helpen om te ruimen. Kootwijkerbroek was echt anders; er was geen enkele afzetting, er was nergens controle, het gebeurde bijna zonder dat de dorpsgenoten wisten wat de gevolgen zouden kunnen zijn. In de verslagen en documenten van het inspectieteam werd van alles opgeschreven; er zouden blaren zijn aangetoond, koorts en noem maar op. Achteraf zijn al deze zaken juridisch onjuist gebleken.

Er is alleen overgebleven dat een van de monsters positief is gebleken, waarbij nogal wat kanttekeningen bij de uitslag te plaatsen zijn. En die kanttekeningen werden vanaf het begin alleen maar versterkt door de manier waarop men met de MKZ in Kootwijkerbroek omging. Er zijn in de achterliggende jaren dozen vol informatie, stukken en documenten ter discussie gesteld en bij elke omissie werd een oplossing gevonden door de andere partij. Protocollen werden niet nageleefd vanwege de drukte. De voorschriften klopten niet, omdat het crisis was. De accreditatie was niet op orde, maar werd pas achteraf verleend. En zo bleef het gevoel voortwoekeren dat het verhaal van de MKZ in Kootwijkerbroek niet zuiver zou zijn.

Ondanks de ingebrachte bezwaren werden de bezwaarmakers uit Kootwijkerbroek onthouden van essentiële informatie over het gebeuren. Hierin bracht het college van beroep duidelijkheid, door het ministerie te verplichten alle informatie te overleggen. Dit gebeurde grotendeels. De laatste stukken zijn later alsnog verstrekt.

‘Onderliggend bewijsmateriaal niet eenduidig’

Wat betreft de huidige stand van zaken zijn veel Kootwijkerbroekers nog steeds van mening dat de ziekte niet aanwezig was op het bedrijf van veehouder Teunissen. De reden daarvoor is dat het onderliggende bewijsmateriaal niet eenduidig is, en daarmee sterk afwijkt van andere MKZ zaken.

De onduidelijkheid werd versterkt toen de rechter in 2003 opdracht gaf een DNA-onderzoek te doen. De uitslag was dat van de vijf monsters van het ene positieve kalf er vier monsters verwantschap aantoonden met de moederkoe, en die vier monsters waren negatief voor MKZ. In het vijfde monster (toevallig het positieve monster) was geen DNA aanwezig, omdat er eerder een bacteriologische verontreiniging was in het monster. Door het toepassen van een eiwitmethode op dit vijfde monster zou de verwantschap met de moederkoe zijn aangetoond.

Second opinion op DNA-rapport

Het ministerie heeft nu recent een second opinion op het uitgevoerde DNA-rapport laten opstellen door het NFI. Deze kwam tot de conclusie dat het rapport klopte wat betreft het verwantschap van de vier monsters. Maar voor het vijfde monster werd de conclusie van de eiwitmethode niet onderschreven. Hiermee wordt de stelling dat het positieve monster niet afkomstig is van het bedrijf van Teunissen, door het ministerie zelf onderschreven.

Ook zijn er vraagtekens te plaatsen bij de bloedtaplijsten en andere formulieren. Aldo Dekker van ID Lelystad heeft maandag onder ede een en ander toegelicht over de route van het vijfde monster. Die informatie gaf meer een bevestiging van de feiten.

‘Wederzijds vertrouwen nodig’

Voor Kootwijkerbroek is vanaf het begin belangrijk geweest of de ziekte daadwerkelijk op het bedrijf aanwezig was. Als eerste is het voor iedereen belangrijk om zeker te weten waarom er na ruim zestien jaar nog geen 100% zekerheid is te geven op basis van bestaande feiten en documenten. Ook is de twijfel nog steeds aanwezig in het dorp of de overheid wel volledig betrouwbaar is. Dat is zeker mogelijk, maar dan moet er ook wederzijds vertrouwen zijn om eerlijk met elkaar om te gaan. Zolang Kootwijkerbroek miskend wordt om de MKZ, gaat dat niet vanzelf.

Wij denken dan ook bijna aan het einde te zijn van een lange juridische weg. De voorzitter van het college van beroep heeft voorgesteld om, na het horen van een onderzoekscommissie waarin partijen hun inbreng kunnen leveren, een hoorzitting te houden in het voorjaar, en D.V. in het najaar 2018 de finale uitspraak te kunnen doen.

Of registreer je om te kunnen reageren.