2 reacties

‘Overheid moet meer oog hebben voor zeldzame rassen’

In het nieuwe fosfaatstelsel is geen rekening gehouden met de desastreuze gevolgen voor de zeldzame runderrassen. Inmiddels hebben deze, mede dankzij de Stichting Zeldzame Huisdierrassen, een status aparte.

In 1978 ontsnapte, dankzij de Stichting Zeldzame huisdierrassen (SZH), de laatste Groninger hengst Baldewijn ternauwernood aan de slager en kon de fokkerij van het Groninger paard opnieuw beginnen. Nu, bijna veertig jaar verder, heeft de SZH alles uit de kast moeten halen om onze zeldzame rundveerassen voor uitsterven te behoeden.

De SZH is vaker op de bres gesprongen om Nederlands levend erfgoed te redden. In de afgelopen veertig jaar zijn we erin geslaagd om geen enkel ras meer te laten verdwijnen, al zijn de meeste rassen nog lang niet uit de gevarenzone.

Desastreuze gevolgen zeldzame rassen

Bij het optuigen van het fosfaatreductieplan 2017 en het fosfaatrechtenstelsel 2018 is geen rekening gehouden met de desastreuze gevolgen voor de zeldzame runderrassen. Bedrijven worden nu extra gestimuleerd zoveel mogelijk liters melk per koe te produceren. Daarom wordt het nog onaantrekkelijker om zeldzame rassen te melken. Bovendien zal het nauwelijks mogelijk zijn om de toch al te kleine populaties te laten groeien naar een minimaal gewenste omvang. Dit terwijl onze overheid ondertekenaar is van internationale verdragen en afspraken. Van belang zijn het Biodiversiteitsverdrag (CBD) en het FAO Global Plan of Action (GPA) for Animal Genetic Resources. De ondertekenaars beloofden om de oorspronkelijke rassen in stand te houden en het behoud op boerderijniveau te stimuleren.

Slechts 9.000 GVE

De Zuivelsector, LTO en de banken hebben ongetwijfeld een dikke vinger in de pap gehad bij het opstellen van de reductieregelingen, maar daarbij hadden ze totaal geen oog voor ons levend erfgoed en de internationale afspraken. De overheid, waaronder het ministerie van Economische Zaken, had dat evenmin. Wellicht is ons levende erfgoed over het hoofd gezien vanwege de kleine aantallen? Alles bij elkaar gaat het slechts om zo’n 9.000 GVE (waarvan ongeveer 2.400 GVE melkkoeien). Dat is minder dan een kwart procent van de Nederlandse rundveestapel.

Zeldzame runderrassen vertegenwoordigen volgens Geert Boink een zeer diverse genenpool. Foto: Jan Willem Schouten
Zeldzame runderrassen vertegenwoordigen volgens Geert Boink een zeer diverse genenpool. Foto: Jan Willem Schouten

Genenpool

Toch is het de SZH gelukt om overheid, publiek en politiek van het grote maatschappelijk belang te overtuigen: de Lakenvelder, de Blaarkop, het Fries Hollands rund, het Roodbont Fries rund, het Brandrode rund en de Witrik vertegenwoordigen een zeer diverse genenpool. Dit in tegenstelling tot de huidige Holstein Frisian-populatie die een beduidend hoger inteeltpercentage heeft dan elk van de Nederlandse rassen afzonderlijk. Die hoge diversiteit dienen we te koesteren omdat we niet weten wat we in de toekomst nodig hebben.

Vooral de duurzaamheidseigenschappen, de geschiktheid voor een extensievere vorm van landbouw, de bijzondere vleeskwaliteit van bijvoorbeeld de Lakenvelder en de onderscheidende melksamenstelling van de Blaarkop zijn eigenschappen die steeds meer worden gewaardeerd. Als die verdwijnen, zijn we ze kwijt. Gelukkig is er nog de diepvriesgenenbank om dieren weer terug te fokken, maar zoiets duurt minimaal enige decennia.

De zeldzame rassen zijn dus van levensbelang. Bovendien behoren deze rassen tot ons cultuurhistorisch erfgoed: ze zijn het resultaat van eeuwen Nederlandse fokkerskunst. Als levende stoffering van ons Nederlands landschap zijn deze koeien een lust voor het oog.

Zesduizend dieren nodig per ras

De instandhouding van levend erfgoed staat of valt echter bij professionele bedrijven die erin slagen om de bijzondere eigenschappen om te zetten in verdienmodellen. Daarom is het zo belangrijk dat melkvee- en zoogkoeienbedrijven met deze rassen zich kunnen blijven ontwikkelen. Om een populatie gezond te houden, zijn er per ras minimaal zesduizend runderen nodig. De alarmbel had al lang af moeten gaan, want op het MRIJ na, dat ook al de gevarenzone nadert, komt de teller van geen enkel ras in 2017 boven de drieduizend exemplaren. Enkele rassen zijn met duizend of zelfs nog maar vijfhonderd stuks ‘kritiek.’

Het stimuleren van het behoud van genetisch erfgoed is mede een overheidstaak, maar ook fokkerijorganisaties als CRV zouden verantwoordelijkheid mogen nemen. Binnen de EU behoort Nederland met Tsjechië en Roemenië tot de slechtste jongetjes van de klas. Zo maakt Nederland geen gebruik van de EU-regelingen om bedrijven met zeldzame rassen te ondersteunen. Ook binnen het GLB zijn mogelijkheden. Vrijwel alle EU-landen kennen individuele dierpremies, maar Nederland schafte die af omdat er meer geld ging naar uitvoering en handhaving dan er bij de veehouder terechtkwam.

Belang erkend, meer is nodig

Door de zeldzame rundveerassen een status aparte te geven in de fosfaatreductieregelgeving 2017 heeft de overheid het belang van het behoud erkend. Maar om een stimulerend beleid te voeren moet er veel meer gebeuren richting 2018. De SZH pleit ervoor om melkvee van een zeldzaam ras de factor 0,7 te geven bij de berekening van de GVE. Het houden van zoogkoeien inclusief opfokkalveren en jongvee, moeten buiten het fosfaatrechtenstelsel blijven. Het wordt tijd dat alle spelers op het veehouderijterrein het maatschappelijk belang van de SZH-missie inzien en hun verantwoordelijkheid nemen door ons te ondersteunen in woord en daad.

Laatste reacties

  • parnas

    De enkele die op een gewoon melkveebedrijf lopen kan daar dan ook een uitzondering voor worden gemaakt? Of zal dit te moeilijk worden voor rvo

  • winden

    Dit is mijn inziens zeker mogelijk echter ze moeten wel stamboek zijn geregistreerd. Voor vragen denk ik dat je kan mailen met de szh.

Of registreer je om te kunnen reageren.