Rundveehouderij

Achtergrond 1 reactie

Cruciale rol voor voeding droge koe

De kwaliteit van de droogstand bepaalt mede het succes van de volgende lactatie. Het toepassen van een verlaagd kation-anionverschil in het rantsoen kan daar een rol in spelen.

Lees in dit artikel

► Nieuwe toepassingen om KAV zelfs negatief te maken
► KAV richt zich op betere calciumhuishouding van de koe
► KAV van -50 tot -100 vraagt duidelijke en strakke monitoring
Lees onderaan dit artikel: Zes veehouders delen kort hun ervaringen over verlagen van het kation-anionverschil bij droge koeien.

De laatste paar maanden leggen verschillende voerleveranciers weer nadruk op de mogelijkheden van het kation-anionverschil (hierna KAV). Het idee en de werking zijn overigens niet nieuw, wel nieuw zijn de toepassingen die het mogelijk maken om het KAV te verlagen of zelfs negatief te maken.

Lees verder onder het kader.

Wat is is kation-anionverschil?

De introductie van het kation-anionverschil of de kation-anionbalans stamt uit de jaren negentig, maar vernieuwde inzichten en toepassingen maken deze voerstrategie weer actueel.
Het kation-anionverschil is het resultaat van de som van de belangrijkste kationen (positief geladen ionen) natrium en kalium, minus de som van de belangrijkste anionen (negatief geladen ionen) chloor en zwavel (x0,6).
Veruit de meeste rantsoenen voor droge koeien bevatten meer positief geladen ionen dan negatief geladen ionen. De balans of het verschil levert daardoor een positief resultaat. Vaak ergens tussen 300 en 500. De rol van gras is daarin belangrijk. Naarmate er meer gras in het rantsoen zit, neemt het kation-anionverschil toe.
Verbeterde opname calcium
Verlagen van het rantsoen aan het eind van de droogstand richting 100 of zelfs het negatief maken van het verschil zorgt voor een verhoogde afgifte van calcium uit de botten en een verbeterde calciumopname uit het voer via de darmen. Deze factoren maken dat de kans dat de koe in het begin van de lactatie tegen een calciumtekort aanloopt, wezenlijk wordt verminderd en dus (sub)klinische melkziekte wordt voorkomen.
Verlagen van het kation-anionverschil wordt doorgaans bereikt door de voeding aan het eind van de droogstand aan te passen via speciale krachtvoeders eventueel in combinatie met voeren van anionische zouten. Omdat deze laatste niet smakelijk zijn, worden deze via speciaalvoeders met smaakversterkers ‘lekkerder’ gemaakt.

Verlenging levensduur koeien

Naast de nieuwe inzichten wordt er ook steeds meer nadruk gelegd op de noodzaak van het verlengen van de levensduur van de koeien om bijvoorbeeld de fosfaatrechten zo efficiënt mogelijk te benutten en derhalve dus ook om economische redenen. Verder wordt het de veehouders steeds duidelijker dat ze met een goede droogstand veel ellende in begin lactatie kunnen voorkomen, zeggen Jorien Papen, productmanager transitie en TMR bij Agrifirm, en Aukje Geurtsen, productmanager Rundvee bij De Heus voeders. Dat alles maakt ook de bereidheid om tijd en geld in de droogstand te investeren steeds groter, zo ervaart Marieke Roseboom, marketing manager bij ForFarmers. “Niet alleen investeer je in de gezondheid van de melkkoe, maar zorg je met een goede droogstand ook voor de beste start van de opfok van het kalf.”

Veel interesse in informatie over droogstand

De interesse in dit onderwerp is groot. Zo geeft Geurtsen aan dat er in het voorjaar naast de geplande bijeenkomsten over droogstandsmanagement nog eens twintig extra bijeenkomsten zijn ingelast vanwege het grote aantal aanmeldingen. Ook Roseboom zag afgelopen winter en voorjaar liefst 600 veehouders afkomen op de verschillende bijeenkomsten met transitie en jongveeopfok als onderwerp. Papen herkent deze grote interesse ook tijdens de ‘Transitie masterclasses’ die Agrifirm organiseert.

Spierfunctie

Bij de verlaging van het KAV draait alles vooral om het verbeteren van de calciumhuishouding van de koe. Een juiste calciumspiegel in het bloed, in verhouding met magnesium en fosfor, zorgt voor een goede spierfunctie. Een te lage of suboptimaal calcium zorgt voor een verminderde spierfunctie. Deze uit zich het eerst in (sub)klinische melkziekte, geeft Geurtsen aan. Uit onderzoek van De Heus dat vorig jaar is uitgevoerd, en ook dit jaar nog doorloopt op een flink aantal praktijkbedrijven, blijkt dat meer dan de helft van de koeien te maken te heeft met subklinische melkziekte. Papen geeft aan dat hetzelfde beeld tien jaar geleden ook bleek uit onderzoek dat ze uitvoerde in samenwerking met De Graafschap Dierenartsen in de Achterhoek.

Veehouders moeten er vanuit gaan dat als ze een koe hebben met klinische melkziekte, dat er meer koeien zijn die op het randje lopen in hun calciumvoorziening, zegt Papen. De zogenoemde ijsberg, waarbij het klinische geval het topje boven water is, en dat er zich onder water nog veel meer problemen voordoen.

Lees verder onder de tabel.

Verteringsproblemen

Naast melkziekte zijn er meer aandoeningen te relateren aan een verminderde spierfunctie. Denk bijvoorbeeld aan een verminderde samentrekking van de baarmoeder waardoor de koe na afkalven minder goed opschoont, met witvuilen en/of verminderde vruchtbaarheid tot gevolg. Ook de penswerking kan bij verminderde spierfunctie minder goed werken, waardoor verteringsproblemen zich sneller voordoen, legt Roseboom uit.

Ze geeft aan dat naast melkziekte de droogstand ook voor veel stress bij de dieren kan zorgen. Dit kan leiden tot een ‘lekkende darm’. Dat maakt dat veel bacteriën en gifstoffen gemakkelijk in de bloedbaan terechtkomen. Dit vermindert de opname van voedingsstoffen, verlaagt de weerstand van de koe en kost de koe tegelijkertijd veel energie die ze juist nodig heeft voor de ontwikkeling van het kalf.

En door minder goede vertering kan slepende melkziekte zich ook openbaren. Zo is circa 80% van de aandoeningen tijdens de lactatie terug te voeren op een suboptimale droogstand en blijkt bovendien dat gemiddeld 25% van de jaarlijkse afvoer van koeien reeds binnen 60 dagen van de lactatie afgevoerd worden.

Rol KAV

Het KAV in droogstandsrantsoenen ligt vaak rond 300-500. Het verlagen van het KAV aan het eind van de droogstand heeft invloed op de calciumbeschikbaarheid na afkalven. De belangrijkste twee effecten zijn dat de calciumafgifte uit de botten op peil blijft of verbetert, en dat de calciumopname uit het voer via de darmwand wordt verhoogd. Beide factoren zorgen voor het op peil houden van de calciumbloedspiegel.

In veel gevallen werd een KAV-verlaging voorgesteld tot circa 100. Nieuw voor een aantal voerleveranciers is dat ze nu dieper durven te gaan en sturen op een KAV van -50 tot -100. Dat betekent dat je de koe het licht aan het verzuren bent en dus moet daar een heel duidelijke en strakke monitoring en begeleiding bij. Dat vraagt tijd, inspanning en moeite en het is daardoor lang niet voor elke veehouder weggelegd.

ForFarmers geeft aan al enige jaren ervaring met deze aanpak te hebben waarmee, mits juist uitgevoerd, prima resultaten behaald worden in de praktijk. Dit vraagt wel om consequente uitvoering voor de melkveehouders. Dit maakt dat de andere aanpak met een Ca-binder nog breder wordt toegepast in de praktijk. Geurtsen denkt dat het voor veel bedrijven veiliger is om een verlaging toe te passen waarbij het KAV nog net positief blijft. Papen zegt dat bij Agrifirm juist wel op een negatieve KAV wordt gestuurd om zo het volledige effect van anionische zouten te halen.

Lees verder onder de foto.

Wie bezig gaat met verlagen van het kation-anion verschil in het droogstandsrantsoen kan het effect meten via de zuurgraad van de urine van de droge koeien. Leo Swart uit Zeyen controleert wekelijks. - Foto: Hans Banus
Wie bezig gaat met verlagen van het kation-anion verschil in het droogstandsrantsoen kan het effect meten via de zuurgraad van de urine van de droge koeien. Leo Swart uit Zeyen controleert wekelijks. - Foto: Hans Banus

Zuurgraad urine meten

Wie wel verder wil gaan, kan monitoren via lakmoespapiertjes die de zuurgraad (pH) van de urine meten, zegt Roseboom. De zuurgraad daalt namelijk bij verlagen van het KAV. Normaal ligt de pH van de urine op circa 8, maar bij een KAV van 50 daalt deze. Als het KAV van het rantsoen daalt tussen de -50 en -100, daalt de pH onder naar waarden tussen 6 en 6,5 en zal het lakmoespapier verkleuren. Het is ook mogelijk om met digitale meters te werken om de pH snel en gemakkelijk te kunnen aflezen.

Monitoring kan ook via bloedonderzoek, door de bloedcalciumwaarde van verse koeien steekproefsgewijs te laten vaststellen door de dierenarts. Doe dat tussen twee en vijf dagen na afkalven. De bloedcalciumwaarde van nieuwmelkte koeien moet dan op of boven de normwaarde van 2,125 mmol/l liggen, zo stelt De Heus.

Lees verder onder de foto.

Een digitale meter maakt het aflezen van de urine-pH gemakkelijk. Uit ervaring blijkt het lastiger om aanwezig te zijn als een koe plast. Dat doen ze nou eenmaal niet op commando zo merken de boeren op. - Foto: Hans Banus
Een digitale meter maakt het aflezen van de urine-pH gemakkelijk. Uit ervaring blijkt het lastiger om aanwezig te zijn als een koe plast. Dat doen ze nou eenmaal niet op commando zo merken de boeren op. - Foto: Hans Banus

Concepten

Alleen verlagen van het KAV is overigens niet het antwoord op alle problemen, geven de deskundigen aan. Het gaat om het totaalplaatje van het transitiemanagement. Daarbij telt de huisvesting mee waarbij overbezetting uit den boze is, er voldoende vreetruimte moet zijn, een goed bereikbare ruime en schone drinkbak aanwezig is, en de dagelijkse verzorging optimaal is. Het rantsoen moet constant zijn, zeker als de verlaging van het KAV gestuurd wordt naar negatieve waarden. Alle voerleveranciers hebben dan ook een transitieplan of concept waarbij met de specialist naar al deze factoren wordt gekeken. Het kan heel goed zijn dat alleen aanpassing van het management al flinke stappen vooruit kan betekenen. Met een totaalaanpak is de kans op succes en verbetering van de resultaten dan ook het grootst, zo stellen de specialisten van de voerfirma’s, en dat betekent dat investeren van tijd en geld in de droogstand zich terugbetaalt in gezondere, beter producerende koeien in de volgende lactatie.

Geen gedonder met melkziekte meer en veel meer werkplezier

Zes veehouders delen kort hun ervaringen over verlagen van het kation-anionverschil bij droge koeien.

Ze merken dat melkziekte amper meer voorkomt. Verder kalven de koeien makkelijker af en starten beter op met hogere melkproductie tot gevolg. Ook stijgt de biestkwaliteit en samen met een gemakkelijke geboorte geeft dat het kalf een goede start. Hoewel het aanvullende voer in de droogstand niet goedkoop is, klaagt niemand over de kosten. Belangrijker is dat geen gedonder met zieke koeien werkplezier brengt.

Individueel voeren

Dirk de Vries (47)in Gersloot (Fr.) melkt 55 koeien. De gemiddelde productie is 10.500 kilo melk. “Wij hebben maar een klein koppeltje droge koeien. Het voordeel is dat ik ze individueel kan voeren.” Hij geeft de koeien vanaf twee weken voor afkalven 1 tot 1,5 kilo droogstands Toplac-brok van De Heus per dag, verdeeld in twee giften. Verder bestaat het rantsoen uit gras uit de baal van land met uitgestelde maaidatum. Zo nodig verschraalt hij dat met gehamerd stro. “Sinds we dit doen, heb ik eigenlijk geen melkziekte meer. De koeien starten veel gemakkelijker op en de biesthoeveelheid is sterk gedaald. Nu nog zo’n 6 liter biest, waar vroeger ook wel eens 15 liter voorkwam. Dit maakt de biestkwaliteit ook hoger, geconcentreerder. Het apart voeren kost een klein beetje werk, maar dat weegt lang niet op tegen de zorg die ik eerder had voor zieke koeien. De opstart gaat zoveel beter, dat is gewoon mooi om te zien en geeft enorm veel werkplezier.”

Sturen op pH 6,4

“Onze droge koeien krijgen één keer per twee dagen een mengsel van mais, gras, gehakseld stro, soja en een speciaal KAV-verlagend voer van ForFarmers”, zegt Leo Swart (48) in Zeijen (Dr.). Hij heeft 370 melk- en kalfkoeien en startte een jaar geleden met het verlagen van het kation-anionverschil, omdat de opstart van de koeien niet goed liep. “Te weinig melk in het begin en met regelmaat een melkziektegeval. Dat is nu helemaal over. Ook is het afgelopen half jaar het rantsoen van de droge koeien aangepast naar een far-off en close-up groep. De nieuwmelkte koeien 0-60 dagen geven gemiddeld 6 liter meer dan vorig jaar. Bij de droge koeien meet ik zeker een keer per week de pH van de urine met een digitale meter. Ik vind een pH van 6,4 optimaal. Afhankelijk van de pH speel ik met de hoeveelheid correctievoer. Dat is op nu 250 gram per dier per dag. De hele opstart verloopt makkelijker en de vruchtbaarheid is ook beter. Er zijn minder inseminaties nodig en de tussenkalftijd daalde met 25 dagen naar 400. Het belangrijkste is dat je geen gedonder meer hebt met zieke koeien. Dat werkt zóveel prettiger.”

Zonder probleem toch beter

Wietse Duursma (41) in Bellingwolde (Gr.) had geen melkziekte-problemen bij zijn 300 melk- en kalfkoeien. Hij voert zijn droge koeien al bijna drie jaar een constant rantsoen van 1/3 gras, 1/3 mais en 1/3 gehamerd stro en soms nog wat soja. Toch wilde Agrifirm onderzoeken of gebruik van Soychlor, dat het kation-anionverschil verlaagt, ook op zijn bedrijf toegevoegde waarde zou bieden. Duursma ging die uitdaging aan en voerde de hoeveelheid langzaam op tot circa 1,2 kilo per koe per dag. “De koeien krijgen deze 1,2 kilo over de hele zes weken droogstand. We mikken op een urine-pH tussen 6 en 7. In het begin controleerden we wekelijks, nu nog een keer per maand. En dan zie je toch verbetering. Het afkalfproces gaat sneller. Daardoor zijn de kalfjes fitter. En de koeien zijn vlugger en gaan sneller vreten. Dat verbetert de voeropname en zo de productie en de gehalten. De BSK van de nieuwmelkte koeien is toch zo’n 5 punten gestegen naar 53 en dat trekken ze ook door. De hele lactatiecurve komt zo op een hoger niveau.”

Directe invloed ander voer

“De droge koeien staan hier in twee groepen. Ik voer de close-up koeien afhankelijk van het rantsoen ongeveer 1,3 kilo Soychlor van Agrifirm per dier per dag”, vertelt Joost Voeten (49). Hij heeft 400 melk- en kalfkoeien in Zeewolde (Fl.). Hij startte daar in het laatste kwartaal van 2019 mee. “Het liep best aardig, maar ik kreeg de urine-pH niet laag genoeg. Dan verrast je af en toe toch nog een koe met melkziekte. Met Soychlor kan je heel goed en snel sturen. Ik dacht dat vooral gras invloed had op het KAV, maar ik merkte dat zelfs een andere partij stro al invloed had.” Voeten ziet de urine-pH het liefst richting de 6 gaan. Dat is een niveau waarbij hij ervaart dat melkziekte niet meer voorkomt. “Het is wel superbelangrijk dat het voer goed gemend is om selectie te voorkomen. Anders krijg je ook variatie in de urine-pH. De tijd die ik stop in het voeren van de droge koeien, betaalt zich dubbel en dwars terug bij de melkgevende koeien. Dat werkt prettig. Ik melk liever 400 koeien dan dat ik er op een dag éen zieke moet nalopen.”

Kalveropfok verloopt ook beter

“Wij hadden eigenlijk niet veel problemen toen we, alweer een jaar of zes geleden, zijn gestart met voeren van de transitiebrok met calcium-binder van ForFarmers”, zegt Robbin Geurtsen (30). Hij houdt 125 melk- en kalfkoeien in Ruurlo (Gld.). Hij voert zijn droge koeien een keer per twee dagen een mengsel van gras, mais, stro en soja. De close-up koeien krijgen dan nog, verdeeld in twee porties, 2,5 kilo transitiebrok. Dat voert hij met de hand. “We willen ooit een krachtvoerbox plaatsen, zodat de koeien het zelf kunnen ophalen. “Hoewel de opstart van de koeien prima loopt, wordt er steeds gefinetuned in het droogstandsrantsoen. Vorig jaar is gefocust op de kwaliteit van het stro en gecontroleerde voeropname bij de droge koeien, zodat ze de juiste hoeveelheid energie binnen krijgen. Ook is veel aandacht besteed aan de watervoorziening. Er zijn nu geen problemen met nageboorte of melkziekte. En de biestkwaliteit is ook veel beter. De kalveropfok verloopt dan nu ook zonder problemen, waar vroeger nog wel eens diarree was door rota-corona of crypto. Dus het werkt niet alleen goed voor de koeien, maar werkt door bij de kalveren.”

Kosten geen issue

Arjan Verhoef (37) voert zijn droge koeien kort voor afkalven al jarenlang de Toplac-droogstandsbrok van De Heus. “We beginnen twee weken voor afkalven met twee keer 0,5 kilo en een week voor afkalven wordt dat twee keer 1 kilo. Meer moet niet, want dan krijg je echt te weinig biest. Ik mik op 6 à 7 liter biest. Dat is het mooist.” De droge koeien krijgen in het begin van de droogstand voer van de melkkoeien, aangevuld met een droge kuil. In de close-up krijgen ze het rantsoen van de melkkoeien dat bestaat uit kuilgras, mais en aardappelen, aangevuld met de droogstandsbrok. Verhoef is ooit gestart om het risico op melkziekte te verminderen. “En dat bevalt goed, heel goed kan ik wel zeggen.” Over de kosten is hij kort. “Ik voer maar een paar ton op jaarbasis. Wat is dat nou, afgezet tegen het feit dat je geen zieke koeien meer hebt?” De vraag stellen is hem beantwoorden.

Lees ook: ‘Droge koe op handen dragen’

Eén reactie

  • bartje14

    Doorkijkje naar de effecten van de komende voermaatregelen is wellicht interessant. Juist voor de droogstaande koeien wordt het een hele klus om een kloppend rantsoen te maken zoals in dit artikel wordt beschreven.

Of registreer je om te kunnen reageren.