Rundveehouderij

Achtergrond 7 reacties

Eiwit in weidegras mag tandje lager

Weidegras bevat nogal eens uitbundig veel eiwit. Dat is niet goed voor de koeien en zorgt voor stikstofverliezen. Er zijn knoppen om aan te draaien voor een wat ‘rustiger’ eiwitgehalte.

Grassen zijn kampioen in het efficiënt omzetten van stikstof in de bodem naar energie en eiwit, en raaigras al helemaal. Maar ja, die eiwitproductie is uitbundig, die krijgen de koeien een deel van de tijd niet meer efficiënt benut. Waar een gemiddeld gehalte van 160 gram ruw eiwit per kg droge stof voor de koeien optimaal is, bevat het weidegras meestal meer dan 200 gram. In het najaar, vooral op gronden met veel mineralisatie als veenweiden, kan het pieken naar gehaltes tussen 250 en 300 gram RE per kilo droge stof. In de grafiek is te zien hoe het gemiddelde RE-gehalte in vers gras door het seizoen 2019 verliep.

Tekst gaat verder onder de grafiek.

De grafiek toont het verloop van het gehalte ruw eiwit in vers grasmonsters in het groeiseizoen 2018 en 2019 (in gram per kilo droge stof). Het droge voorjaar van 2019 gaf iets lagere gehaltes ruw eiwit te zien, maar nog altijd boven 225 gram. De gehaltes zijn het hoogst in voorjaar en najaar. In het najaar zorgt de warme bodem voor veel stikstof uit mineralisatie.
De grafiek toont het verloop van het gehalte ruw eiwit in vers grasmonsters in het groeiseizoen 2018 en 2019 (in gram per kilo droge stof). Het droge voorjaar van 2019 gaf iets lagere gehaltes ruw eiwit te zien, maar nog altijd boven 225 gram. De gehaltes zijn het hoogst in voorjaar en najaar. In het najaar zorgt de warme bodem voor veel stikstof uit mineralisatie.

Bij weidegang overdag trek je dat nog wel recht door mais of eiwitarm kuilvoer of krachtvoer bij te voeren op stal. Ga je naar 12 of meer uren weidegang dan is er minder ruimte voor bijsturen. Bij laagproductieve melkkoeien (minder of geen krachtvoer) en pinken is die ruimte er ook nauwelijks. Bedrijven met veel weidegang zien dagen en weken ureumgehaltes in de melk van boven de 30 en uitschieters naar 40, vooral in het najaar. Dat is ongezond voor de koeien (merkbaar in vruchtbaarheid) en resulteert in stikstofverliezen.

Tekst gaat verder onder de foto‘s.


  • Vers weidegras is smakelijk voor de koe. Qua gehaltes is het vergelijkbaar met krachtvoer. - Foto: Mark Pasveer

    Vers weidegras is smakelijk voor de koe. Qua gehaltes is het vergelijkbaar met krachtvoer. - Foto: Mark Pasveer

  • Binnen een gekozen beweidingssysteem valt te sturen op zo laat mogelijk inscharen. - Foto: Cor Salverius

    Binnen een gekozen beweidingssysteem valt te sturen op zo laat mogelijk inscharen. - Foto: Cor Salverius

Later inscharen scheelt 4 gram per groeidag

“De stikstofcrisis maakt aandacht voor stikstofverliezen noodzakelijk, maar het is niet de enige reden om eens goed naar RE-gehaltes in het rantsoen en in het gras te kijken”, zegt Bert Philipsen, grasdeskundige van Wageningen UR. “Mineralenbenutting op het bedrijf en diergezondheid zijn net zo goed reden om er meer vat op te willen krijgen.”

Stikstofbemesting en de leeftijd van het gras op het moment van inscharen zijn de eerste twee knoppen om aan te draaien. Gras dat begint te groeien heeft een piekgehalte ruw eiwit. Daarna neemt het gehalte elke groeidag met 4 gram af. Ofwel: vijf dagen later inscharen scheelt 20 gram per kilo droge stof in het RE-gehalte.

RE-gehalte bepalen via inschaarmoment

Op maaipercelen kun je spelen met het maaimoment om een hoger of lager RE-gehalte in de kuil te krijgen. Het moment van weiden is een compromisverhaal. Kort inscharen is goed voor smaak en opname, inscharen in langer gras geeft een betere grasproductie en lager RE-gehalte, maar in lang gras zijn de beweidingsverliezen hoger.

Bij omweiden ligt het optimum rond 1.700 kilo droge stof als moment om in te scharen (graslengte ongeveer 15-17 centimeter), bij stripgrazen mag dat ook wel 2.000 kilo droge stof ofwel 18-19 centimeter graslengte zijn en kan het gras dus op een ouder moment worden gebruikt. In het systeem van Nieuw Nederlands Weiden, of ook wel roterend standweiden is inscharen bij op zijn langst 12 centimeter graslengte en uitscharen bij 8 centimeter de norm. Het gekozen beweidingssysteem is het meest bepalend, maar daarbinnen is het wel mogelijk om nog te sturen op zo laat mogelijk inscharen.

Door groei- en weersomstandigheden kan de samenstelling binnen een paar dagen al flink variëren. Valt er na droogte weer regen, dan komt veel stikstof beschikbaar uit bodem en mest en kan het RE-gehalte pieken. Daarom wordt juist voor weidepercelen aangeraden om vaker kleine beetjes kunstmest te strooien en alleen als er ook vocht is, dan komen die pieken minder vaak voor.

N-gift stuurt RE-gehalte

Een beetje cijfermatig houvast over effecten van minder stikstof op het RE-gehalte en groei van het gras valt te halen uit een proef met zomerstalvoedering op De Vliert in 1991 en 1992. Met een bemesting van 300 kilo N (mest en kunstmest) kon na 27 groeidagen een snede van 1.700 kilo droge stof worden geoogst met 197 gram ruw eiwit per kilo droge stof. Kreeg het gras maar 150 kilo N, dan stond er op dag 27 een snede van bijna 1.300 kilo droge stof met 170 gram RE per kilo droge stof. Acht dagen later viel er wel 1.700 kilo droge stof te oogsten, met 141 gram RE. Het laat mooi zien hoe de kwaliteit van weidegras valt te sturen met de stikstofgift en het inschaarmoment. Meer groeidagen voor dezelfde drogestofopbrengst betekent wel dat het op jaarbasis drogestofopbrengst kost.

Tekst gaat verder onder de tabel.

Effecten van lagere N-bemesting op proefbedrijf De Vliert (1991/’92). Bemesting met 300 kilo N voor zomerstalvoedering bij 1.700 kilo drogestofopbrengst werd vergeleken met een gehalveerde N-bemesting. In het ene geval werd geoogst op hetzelfde moment (150 N-Tijd). In het tweede geval bij dezelfde opbrengst. Dit duurde acht dagen langer, 35 groeidagen. Het RE-gehalte daalde het meest als gewacht werd op 1700 kg droge stof. Bij de koeien resulteerde dat in iets minder melk met lager ureum. De N-benutting steeg met ruim 5%.
Effecten van lagere N-bemesting op proefbedrijf De Vliert (1991/’92). Bemesting met 300 kilo N voor zomerstalvoedering bij 1.700 kilo drogestofopbrengst werd vergeleken met een gehalveerde N-bemesting. In het ene geval werd geoogst op hetzelfde moment (150 N-Tijd). In het tweede geval bij dezelfde opbrengst. Dit duurde acht dagen langer, 35 groeidagen. Het RE-gehalte daalde het meest als gewacht werd op 1700 kg droge stof. Bij de koeien resulteerde dat in iets minder melk met lager ureum. De N-benutting steeg met ruim 5%.

Betere mestbenutting incalculeren

Op (arme) zandgronden is dat zeker een punt. “Bedrijven op de zandgronden zitten krap met de huidige mestnormen. Die moeten voor maaipercelen in elk geval voldoende kunstmest strooien”, zegt rundveespecialist Leo Tjoonk van Agrifirm. Hij meent wel dat er ook op zandbedrijven nog met veiligheidsmarges wordt gewerkt die kleiner kunnen. “Heel gericht de kunstmeststrooier inzetten, vaker kleine beetjes geven en aan de onderkant van het advies gaan zitten, het werkt allemaal in de goede richting”, zegt hij.

Meer drijfmest in het voorjaar, water bijmengen en stoppen in juli. Dat kun je vertalen in minder kunstmest

Sjon de Leeuw, adviseur van PPP-Agro Advies

Kleigronden warmen langzaam op en hebben in het voorjaar stikstofkunstmest nodig voor voldoende opbrengst en ruw eiwit in het gras, maar in het najaar valt juist te besparen.

Op kleigronden en veengronden is meer ruimte om de stikstofgiften te verlagen zonder veel opbrengstverlies. Sjon de Leeuw, adviseur van PPP-Agro Advies, begeleidt twee Koeien & Kansen-bedrijven waar nu met 80% van het advies wordt bemest. “Afgelopen tien jaar is op de meeste bedrijven de benutting van drijfmest sterk verbeterd: meer in het voorjaar, water bijmengen en stoppen in juli. Dat scheelt flink en kun je vertalen in minder kunstmest.”

Zonder kunstmest heb je nóg hoog eiwit in gras op veenweidepercelen

Frank Lenssinck, bedrijfsleider van KTC Zegveld

Grondsoort bepaalt stikstofgift

Op veenweidepercelen bestemd voor weidegang kan de stikstofgift uit kunstmest omlaag, of helemaal achterwege blijven, meent Frank Lenssinck, bedrijfsleider van KTC Zegveld. “Als je hier geen stikstofkunstmest strooit, heb je altijd nog 180 gram RE in het gras en nog steeds een hoge drogestofproductie. Je hoeft nooit bang te zijn dat het eiwitgehalte te laag wordt, hier zijn juist de hoge gehaltes het probleem. Veel veehouders zijn gewend aan een ureumgetal tussen 30 en 40 in de melk. Het moet eigenlijk naar gemiddeld 17, maar als je het tussen de 20 en 25 kunt houden is dat al een flinke stap in de goede richting.” Met kuilgras van rond de 150 gram RE en weidegras met niet meer dan 180 à 200 gram RE in de droge stof wordt voeren eenvoudiger, zegt hij. “Naast weidegras heb je dan aan een paar kilo mais of eiwitarme kuil genoeg om in balans te blijven. En je bent af van hoge pieken voor de koe, met dito verliezen naar het milieu.”

Tekst gaat verder onder de grafiek.

Het RE-gehalte in gras reageert sterk op N-bemesting, zo laat deze grafiek zien. Bij een bemesting van 60 kilo N op zandgrond is het gehalte op het hoogste punt ongeveer 30 gram per kg droge stof lager dan bij 120 kilo N. Bij meer groeidagen neemt het gehalte gestaag af: -4 gram per groeidag ongeveer. De lijnen in de grafiek zijn gebaseerd op een model met data uit honderden graslandproeven sinds 1960.
Het RE-gehalte in gras reageert sterk op N-bemesting, zo laat deze grafiek zien. Bij een bemesting van 60 kilo N op zandgrond is het gehalte op het hoogste punt ongeveer 30 gram per kg droge stof lager dan bij 120 kilo N. Bij meer groeidagen neemt het gehalte gestaag af: -4 gram per groeidag ongeveer. De lijnen in de grafiek zijn gebaseerd op een model met data uit honderden graslandproeven sinds 1960.

Grasrassen met lagere RE-gehaltes

Wat op wat langere termijn kan helpen zijn andere grasrassen met lagere RE-gehaltes. Veredelaars hebben rassen in de pijplijn die bij dezelfde bemesting de voeding meer omzetten in drogestofproductie en suiker en relatief minder in eiwitvorming. Kruidenrijk grasland is omwille van biodiversiteit in opkomst, maar levert als vanzelf ook een bijdrage aan het verlagen van stikstofverliezen. Om de kruiden erin te houden verlangt het een lagere N-bemesting, maar levert daarbij doorgaans veel tonnen met lagere RE-gehaltes.

Tekst gaat verder onder de grafiek.

Het gehalte ruw eiwit in gras, afgezet tegen de snede-opbrengst en bij bemesting met 120 kilo N en 60 kilo N. Het moment van inscharen of maaien is sterk bepalend voor het RE-gehalte in het gras. De N-bemesting is dat ook. Een weidesnede van 1.700 kilo bevat bij bemesting volgens advies 230 gram ruw eiwit en bij een gehalveerde N-bemesting nog 200 gram.
Het gehalte ruw eiwit in gras, afgezet tegen de snede-opbrengst en bij bemesting met 120 kilo N en 60 kilo N. Het moment van inscharen of maaien is sterk bepalend voor het RE-gehalte in het gras. De N-bemesting is dat ook. Een weidesnede van 1.700 kilo bevat bij bemesting volgens advies 230 gram ruw eiwit en bij een gehalveerde N-bemesting nog 200 gram.

Een vierde optie voor mineraliserende gronden klinkt onwennig: meer water in de bodem, door een hogere sloot- en grondwaterstand. Lenssinck: “want dan heb je immers minder mineralisatie. En in het najaar scheelt dat echt een slok op een borrel.”

Laatste reacties

  • René de jong

    Van weidebonus naar opstalbonus.......
    Wat een toneelstuk.

  • Mtswi

    Ze weten het leuk te brengen die jongens van Wageningen.
    Laten ze boer worden als ze het zo goed weten.
    Kunnen ze halveren in inkomen en verdubbelen in kopzorgen.

  • pieterfranken1

    met de nieuwe regelgeving eind van het jaar, moet je juist hoger eiwitgehalte in het gras hebben, dan is het basisrantsoen makkelijker te compenseren. Soja/raap mag dan niet meer

  • deB.

    Zorg eerst maar eens dat je genoeg te vreten hebt... Ipv gazonmaaien voor eiwit

  • j.verstraten1

    Het artikel is duidelijk geschreven zonder de voermaatregel in het achterhoofd.

  • farmerbn

    Gemiste kans van de minister om te sturen op ureumgehalte van de melk. Begin met een max van 25 of 30 en verlaag dat elk jaar met een paar punten. Binnen 5 jaar is het probleem door de boeren zelf opgelost op een manier die elke boer zelf kan kiezen (minder kunstmest, meer mais enz). Hoef je echt geen Wageningen voor hebben gedaan.

  • ardlegters

    Ik heb met weiden in combinatie met zomerstalvoedering een ureum van 14. Vorige week was het zelfs 7. Gemiddeld over het jaar kom ik op 19 uit, met vers gras vanaf begin april tot november.

Laad alle reacties (3)

Of registreer je om te kunnen reageren.