Rundveehouderij

Achtergrond

Zo slaan deze boeren losse grondstoffen op

Drie melkveehouders vertellen over de manier waarop zij losse grondstoffen opslaan.

Melkveehouders die kiezen voor losse grondstoffen. Met welke producten werken ze en hoe slaan zij die grondstoffen op? Veehouders doen dit op verschillende manieren. Ze kunnen de grondstoffen in een loods of onder een overkapping opslaan, kiezen voor opslag onder plastic of ze kunnen het voer in silo’s laten blazen. Boerderij zet deze drie methodes op een rij.

Losse grondstoffen in silo’s laten blazen, heeft meerdere voordelen. Er komt geen ongedierte bij, er zijn geen verliezen en het werkt zeer nauwkeurig. Veehouders zijn er zelf ook weinig tijd aan kwijt. Een nadeel is dat ‘blazen’ iets duurder is en dat grondstoffen in silo’s gevoelig kunnen zijn voor warm weer.

Bij opslag onder plastic is het belangrijk dat er voldoende zand op ligt. Zo is er altijd druk op de kuil en zijn er nauwelijks verliezen. Deze methode is het goedkoopst, maar ook het meest arbeidsintensief. Met goede machines hoeft dit echter geen bezwaar te zijn.

Als grondstoffen in een loods zijn opgeslagen, is het van belang dat alles zeer goed afgesloten is. Het grootste voordeel: het voer blijft zomers mooi koel. Het grootste nadeel: het stof tijdens het laden en lossen van de grondstoffen.

‘Niet het goedkoopst, wel op de kilo nauwkeurig voeren’

Henk-Jan Breeuwsma laat zijn drie losse grondstoffen – maismeel, citruspulp en raap – in evenveel silo’s blazen. Die grondstoffen – zo’n 340 ton per jaar – haalt hij uit een vaste ‘pool’ van vier leveranciers uit de regio. “Ik kijk naar de goedkoopste prijs – inclusief transport nu zo’n € 20 à € 22 per 100 kilo- , maar het moet ook in de buurt zijn”, zegt Breeuwsma, die merkt dat prijsverschillen wel kleiner zijn geworden. Om die reden werkt hij de laatste tijd vooral met één vaste leverancier.

Naam: Henk-Jan Breeuwsma (50). Woonplaats: Nijland (Fr.). Bedrijf: melkveebedrijf met 240 koeien, 170 stuks jongvee (tweede locatie) en 110 hectare land. - Foto's: Mark Pasveer
Naam: Henk-Jan Breeuwsma (50). Woonplaats: Nijland (Fr.). Bedrijf: melkveebedrijf met 240 koeien, 170 stuks jongvee (tweede locatie) en 110 hectare land. - Foto's: Mark Pasveer

Losse grondstoffen zijn voor Breeuwsma belangrijk geworden, want hij voert sinds een jaar geen krachtvoer meer aan zijn koeien. Daar is grotendeels maismeel voor in de plaats gekomen. Een keuze die goed uitpakt, stelt de veehouder. “Met maismeel haal ik meer melk uit de koe, krijg ik gezonder vee en gaat de levensduur vooruit. De pieken zijn verdwenen. Maismeel is veel constanter dan krachtvoer. De melkproductie is bijvoorbeeld gestegen van 27,5 tot 30 kilo per dag.” De voerkosten zijn daarbij flink omlaag gegaan, van 10 naar 8 cent per liter melk.

Met maismeel haal ik meer melk uit de koe, krijg ik gezonder vee en gaat de levensduur vooruit

Breeuwsma voert gemiddeld 4 tot 6 kilo maismeel per koe per dag. Die hoeveelheid kan variëren. Dat hangt vooral van de melkgift en de vertering af. Vast staat dat maismeel samen met citruspulp de basis vormt. Van die laatste grondstof schotelt Breeuwsma gemiddeld 1 tot 3 kilo per koe per dag voor. “Citruspulp geeft energie en is een goede smaakmaker. De grondstof is goed voor de drogestofopname. Echter, als maismeel goedkoop is, gaat dat wel ten koste van citruspulp.” Raap is de laatste grondstof die Breeuwsma gebruikt: gemiddeld 1 kilo per koe per dag.

Pieter Breeuwsma controleert de mengwagen die gevuld wordt. Rechts zijn de silo’s met maismeel, citruspulp en raap te zien.
Pieter Breeuwsma controleert de mengwagen die gevuld wordt. Rechts zijn de silo’s met maismeel, citruspulp en raap te zien.

De maismeel, citruspulp en raap worden elke tien dagen ‘bezorgd’. “Het grote voordeel van grondstoffen in de silo laten blazen, is dat er geen verliezen zijn; er komt geen ongedierte bij. Het is niet het goedkoopst, maar het is tot op de kilo nauwkeurig en het kost nauwelijks tijd.”

3 silo’s
4 à 6 kilo maismeel per dag
1 kilo raap per dag
1 à 3 kilo citruspulp per dag                                                  

Als Breeuwsma zijn koeien gaat voeren, rijdt hij eerst met zijn mengwagen naar de drie grondstoffensilo’s. Het mengen duurt vervolgens 10 tot 15 minuten. “Dan wordt er een papje van gemaakt, aangevuld met grainpro en water. Vervolgens rijd ik naar de gras- en maiskuil om het mengsel compleet te maken.” Elke koe krijgt vervolgens 30 tot 31 liter voer per dag. Daarvan bestaat een kwart uit losse grondstoffen en krachtvoer wordt dus niet gebruikt. Breeuwsma: “Homogeniteit van het mengsel is enorm belangrijk. Elke koe moet precies hetzelfde krijgen.”

‘In de loods blijven grondstoffen zomers mooi koel’

Frans van Kalmthout heeft een grote loods die voor de ene helft uit machines en voor de andere helft uit stro, losse grondstoffen en overige producten bestaat. Het voergedeelte is 30 meter breed en 25 meter diep. Er is één grote ingang van 5 bij 4,80 meter. “Als de leverancier de grondstoffen brengt, rijdt hij achteruit naar binnen en komt in een open ruimte terecht”, vertelt van Kalmthout. “Vervolgens kiept hij de grondstoffen in een van de 8 meter diepe voerbunkers die zich achter de open ruimte bevinden. Dat vraag om stuurmanskunst en precisie, want het dak is net hoog genoeg.”

Naam: Frans van Kalmthout (55). Woonplaats: Rucphen (N-Br.). Bedrijf: in vof een melkveebedrijf met 330 koeien, 200 stuks jongvee (grotendeels uitbesteed) en 110 hectare land. - Foto: Peter Roek
Naam: Frans van Kalmthout (55). Woonplaats: Rucphen (N-Br.). Bedrijf: in vof een melkveebedrijf met 330 koeien, 200 stuks jongvee (grotendeels uitbesteed) en 110 hectare land. - Foto: Peter Roek

De grote loods is goed afgesloten. De buitenmuren zijn drukvaste betonwanden met erboven damwand. De voor- en tussenwand is dichtgemaakt met kuilkleden om vogels en stof te weren. De bunkers zijn gemaakt met betonnen afscheidingswanden van 50 centimeter dik en 1,50 meter hoog. Van Kalmthout: “Die wegen elk 2,6 ton, maar zijn te verplaatsen met de lepels van de heftruck. Er zit namelijk een sparing in.”

Met 11 ton premix kunnen we bijna een week vooruit en is afwegen maar één keer nodig

Van Kalmthout kan dus flexibel zijn. Op dit moment heeft hij vier van maximaal zes bunkers in gebruik. Drie voor losse grondstoffen: soja, maismeel en raap en één voor gedroogde bietenpulp. “Dat laatste gebruiken we alleen als absorptiemiddel om perssappen af te vangen bij natte bijproducten of tijdens kuilen met slecht weer. Niet in het voer zelf.”

Als de grondstoffen geleverd zijn, gaat van Kalmthout aan de slag en laadt hij soja, maismeel en raap met een shovel in een voermengwagen. Zo maakt hij elke week een premix van alle producten. Op dit moment bestaat het ‘menu’ onder meer uit 5 ton soja, 2,4 ton maismeel, 1 ton raap en 0,6 ton gerstestro. “Met 11 ton premix kunnen we bijna een week vooruit en is afwegen maar één keer nodig. We voeren gemiddeld 1.600 kilo per dag.”

Van Kalmthout vult de voermengwagen met losse grondstoffen. Op dit moment bestaat de premix onder meer uit soja, maismeel en raap.
Van Kalmthout vult de voermengwagen met losse grondstoffen. Op dit moment bestaat de premix onder meer uit soja, maismeel en raap.

Van Kalmthout is tevreden met zijn grondstoffenopslag in een loods. “We hebben de ruimte groot genoeg gemaakt om makkelijk te kunnen werken. Een ander voordeel is dat losse grondstoffen in een loods zomers mooi koel en droog blijven. Ook lijkt kiepen iets goedkoper te zijn dan het in een silo laten blazen. Het grootste nadeel is het stof tijdens het laden en het lossen.”

Nu 4 grondstoffen
Maximaal 6 bunkers
Elke week 11 ton premix
1.600 kilo voer per dag                                                            

De factor arbeid is in de praktijk niet zo groot, merkt van Kalmthout. “Het maken van een premix is een kwestie van scheppen met de heftruck en qua gewicht doseren in de voermengwagen. Bovendien kunnen we de samenstelling van de premix elke week eenvoudig wijzigen.”

‘Plastic met goede laag zand beste verzekeringspremie’

Henk Waterink heeft niet alleen zijn gras en mais onder plastic liggen. Dat geldt ook voor de losse grondstof die hij aan zijn koeien voert: perspulp. “Opslaan onder plastic bevalt me prima”, vertelt Waterink. “Het werkt relatief makkelijk, er moet alleen voldoende zand op het plastic liggen. Als je het zand bij het afmaken ervan naar achteren verplaatst, moet je dat niet te ver naar achteren schuiven.”

Naam: Henk Waterink (50). Woonplaats: Anevelde (Ov.). Bedrijf: in maatschap met zijn vrouw Aly (48) een melkveebedrijf met 120 koeien, 60 stuks jongvee en 69 hectare land. - Foto's: Michel Velderman
Naam: Henk Waterink (50). Woonplaats: Anevelde (Ov.). Bedrijf: in maatschap met zijn vrouw Aly (48) een melkveebedrijf met 120 koeien, 60 stuks jongvee en 69 hectare land. - Foto's: Michel Velderman

Waterink heeft een vaste leverancier voor de perspulp: Bonda. Tussen september en februari brengt die vijf vrachten langs met een walking floor-trailer. Per vracht gaat om het om 30 tot 35 ton perspulp. Waterink spreekt in de voorverkoop een vaste prijs voor alle vrachten af. Nu ligt die prijs rond de € 1,60 per % droge stof. Jaarlijks gaat het om een bedrag van € 6.000 à € 7.000.

Op dit moment liggen er vier kuilen perspulp op het erf van Waterink, die geen sleufsilo’s heeft, maar met rijkuilen werkt. “Dat gaat hartstikke goed. Als de perspulp gebracht wordt, laten we het altijd één dag liggen omdat het warm is en nog stoomt. Zo kan de perspulp afkoelen.”

Als de perspulp gebracht wordt, laten we het altijd één dag liggen omdat het warm is en nog stoomt

Daarna is het de beurt aan Waterink zelf. Het benodigde plastic heeft hij niet zelf in voorraad, maar haalt hij op bij zijn loonwerker. Die komt vervolgens langs met een kraan om de bult netjes te maken. Met een bak drukt de loonwerker de bult aan zodat de lucht er uitgaat. Waterink en zijn vrouw zorgen er daarna voor dat het plastic er goed op komt te liggen. “Ik leg een rol plastic in de bak van mijn shovel en rol het plastic uit over de kuil”, vertelt de veehouder. “Dan gooien we een beetje zand over het plastic waarna de loonwerker dit volledig met zand bedekt. Gemiddeld is die laag zand 25 tot 30 centimeter hoog.” Per kuil is Waterink hier van begin tot eind ongeveer een half uur mee bezig. Na dit werk blijft de perspulpkuil minimaal twee weken dicht. Pas dan opent Waterink de kuil en begint hij met voeren.

Waterink trekt het plastic boven de perspulpkuil naar achteren. Normaal gesproken ligt er een laag van 25 tot 30 centimeter zand boven het plastic.
Waterink trekt het plastic boven de perspulpkuil naar achteren. Normaal gesproken ligt er een laag van 25 tot 30 centimeter zand boven het plastic.

4 à 6 kilo perspulp per koe per dag                                          
5 vrachten per jaar
30 à 35 ton per vracht

De veehouder is tevreden over zijn opslag onder plastic. “Een goede laag zand is de beste verzekeringspremie; er is altijd druk op de kuil. Daarnaast is het een goedkope, maar evengoed veilige methode. Er zijn heel weinig verliezen. Dat het wat arbeidsintensiever is, neem ik graag voor lief. De shovel moet tenslotte het werk doen.” Waterink stelt ook dat het nooit misgaat met deze vorm van opslag. “Met voldoende zand, goede machines en regelmatige controle zorg je ervoor dat je ongedierte of kraaien weghoudt.”

Of registreer je om te kunnen reageren.