Rundveehouderij

Achtergrond 4 reacties

Celgetal als barometer van gezondheid koe

Jan Karel Seinhorst realiseert al jarenlang een laag celgetal bij zijn melkkoeien. Een tankcelgetal van 100 is bij hem al een uitschieter.

De melkrobot van Jan Karel Seinhorst laat net een koe weglopen. Het hek opent en de volgende koe meldt zich. De MIone zoekt de uier op en sluit feilloos een voor een de spenen aan. Vervolgens worden de spenen voorbehandeld. De voormelk met water wordt gedumpt en als de stimuleringsfase begint, kan de melk ook richting de tank. “Ik kan per kwartier separeren, maar dat doe ik eigenlijk nooit.” Seinhorst gooit ook bijna nooit melk weg, want de uiergezondheid op zijn bedrijf is hoog. Het gemiddelde celgetal beweegt zich altijd zo rond de 50 (50.000 cellen per milliliter melk). “Tijdens de laatste monstername hadden 27 koeien, dus de helft, een celgetal onder de 25. Slechts 8 koeien zaten boven de 100.”

Ik zie het celgetal als de barometer van de algemene gezondheid van de koeien

Seinhorst zegt niet veel bijzonders te doen om het celgetal laag te hebben en te houden. Hij kent ook tijden met een celgetal vlot boven de 300. Dat is wel lang geleden, maar toch. “Op de achtergrond speelde er dan wel altijd iets. IBR, BVD, of iets enorm mis met de voeding. In elk geval geeft dat stress bij de koe en volgens mij verlaagt dat de weerstand. Het weerstandssysteem richt zich dan immers daarop en dan ligt uierontsteking op de loer. Altijd als de achterliggende oorzaak werd aangepakt, daalde het celgetal weer. Daarom zie ik het celgetal als de barometer van de algemene gezondheid van de koeien.”

Lees verder onder de foto.

Schone boxen voorzien van gehakseld stro en een handvol kalk houden de besmettingsdruk laag. - Foto's: Henk Riswick
Schone boxen voorzien van gehakseld stro en een handvol kalk houden de besmettingsdruk laag. - Foto's: Henk Riswick

Ruimte op de melkrobot maakt dat weidegang niet leidt tot gemiddeld minder melkingen per koe

De melktechniek is een belangrijk onderdeel in de uiergezondheid. “Met name het voorbehandelen sprak mij destijds, en nog steeds, aan. De robot staat er nu bijna tien jaar. Toen zag je heel vaak een stijging van het celgetal bij boeren die overstapten op een robot, maar hier was juist sprake van een daling. Ik heb toen ook voor dit systeem gekozen omdat het vrij eenvoudig en tegen relatief lage kosten is uit te breiden met een extra melkbox.”

Dat is echter nooit gebeurd. Het was niet nodig. Seinhorst kon wel meer koeien gaan melken, maar op papier bleef het bedrijfsresultaat volgens hem dan vrijwel gelijk, maar ondertussen heeft hij dan wel meer werk. “Dat is niet erg, maar zolang bedrijfsopvolging niet aan de orde is, heeft het voor mij weinig zin om uit te breiden.”

Lees verder onder de foto.

Het eenvoudige rantsoen met gras en maiskuil wordt aangevuld met krachtvoer. Seinhorst drijft zijn koeien qua productie niet tot het uiterste.
Het eenvoudige rantsoen met gras en maiskuil wordt aangevuld met krachtvoer. Seinhorst drijft zijn koeien qua productie niet tot het uiterste.

Melkrobot is voor 80% bezet

De robot is 80% bezet. “Dat melkt prettig. Extra ruimte maakt dat het nooit dringen is voor de melkrobot. We realiseren gemiddeld 2,7 melkingen per koe per dag. In de zomer, als de koeien buiten lopen is dat misschien 0,1 minder.” De selectiepoort bepaalt of koeien eerst door de robot moeten voor ze naar buiten mogen. “Dat is het voordeel van extra ruimte. Je zit niet direct klem bij weidegang, zodat het niet ten koste gaat van het gemiddeld aantal melkingen.”

Kalk en stro

Naast melktechniek speelt ook de verzorging van de koeien een belangrijke rol. De koeien zijn gehuisvest in een relatief sobere stal. De 2 + 2 rijige stal biedt aan de rechterzijde, waar ook de robot staat, ruim plaats aan de 54 melkgevende koeien. De boxen zijn voorzien van matrassen. Seinhorst maakt die tweemaal per dag schoon en strooit in met gehakseld stro. Daarnaast gebruikt hij vrijwel dagelijks nog een handvol kalk in de boxen. Dat maakt het milieu ongunstig voor bacteriën. En samen met een laag celgetal is de besmettingsdruk toch al laag.

Lees verder onder de foto.


  • Jan Karel Seinhorst (53) houdt met zijn vrouw Jolanda (50) 60 melkkoeien

    Jan Karel Seinhorst (53) houdt met zijn vrouw Jolanda (50) 60 melkkoeien

  • Celgetal als barometer van gezondheid koe

Fokkerij

Ook houdt Seinhorst zijn bedrijfsvoering gesloten. Volgens hem een belangrijke voorwaarde om geen bedrijfsvreemde kiemen binnen te slepen. “Als ik te krap vervanging heb, melk ik maar een koe minder.”

Verder houdt de Achterhoeker van een robuuste koe. Zijn van oudsher MRIJ-veestapel is in de jaren tachtig ingekruist met rode Holstein.

Maar de zuivere Holstein is hem toch eigenlijk net te scherp. Daarom gebruikt hij op de koeien die naar zijn idee te scherp zijn, een Montbéliarde-stier om de robuustheid erin te houden. De typische witte koppen zijn dan ook vlot terug te vinden in de stal.

Lees verder onder de foto.


  • Ruimte op de robot maakt dat de koeien in de winter, maar ook tijdens weidegang, gemiddeld 2,7 keer per dag worden gemolken.

    Ruimte op de robot maakt dat de koeien in de winter, maar ook tijdens weidegang, gemiddeld 2,7 keer per dag worden gemolken.

  • De melktechniek levert in de optiek van melkveehouder Seinhorst een belangrijke bijdrage aan de uiergezondheid op zijn bedrijf.

    De melktechniek levert in de optiek van melkveehouder Seinhorst een belangrijke bijdrage aan de uiergezondheid op zijn bedrijf.

Ik wil er wel vlot ruwvoer in kwijt kunnen; daar ligt de kracht van mijn bedrijf

Terugkruisen met MRIJ ziet hij niet zitten, omdat de koeien dan te klein en propperig worden. “Ik wil er wel vlot ruwvoer in kwijt kunnen. Daar ligt de kracht van mijn bedrijf. Ik voer rond 180 gram mengvoer per kilo melk en hou zo de krachtvoerkosten op 6 cent per kilo melk. De rest komt uit ruwvoer. Ik voer alleen gras en mais. Meer niet. Samen met hoge gehalten realiseer ik een goed voersaldo, dat altijd zo’n 3 à 4 cent boven gemiddeld ligt.

Vrij droog voer in ruwvoer

In het ruwvoer koerst Seinhorst op vrij droog voer. “Ik mik op 55% droge stof. Velen vinden dat te droog, maar ik kan er goed mee uit de voeten. Het verteert een stuk rustiger dan graskuil van 35 of 40%. Ik heb door omstandigheden ook wel eens ruwvoer met dat drogestofgehalte, maar ik melk daar nooit prettig van.” De robuuste koeien kunnen prima ruwvoer verwerken en omzetten in melk. “Dat ze dat vlot en gezond kunnen, lees ik onder meer af aan het celgetal. Zolang dat op het huidige niveau blijft, is dat voor mij een teken dat het goed gaat met de koeien.”

Lees verder onder de foto.

Via het bedieningspaneel op de melkrobot kan Seinhorst de koegegevens oproepen en eventuele aanpassingen doorvoeren.
Via het bedieningspaneel op de melkrobot kan Seinhorst de koegegevens oproepen en eventuele aanpassingen doorvoeren.

Melkveebedrijf Seinhorst, Doetinchem – Bedrijfsgegevens:

60 melk- en kalfkoeien
30 stuks jongvee
8.400 kilo melk per koe
4,75% melkvet
3,74% melkeiwit
37,5 hectare grond
1 GEA-melkrobot

Laatste reacties

  • husky

    Mooi z'n bedrijf

  • tinusje

    prachtig..best leven voor koe en boer...goed vol te houden zo

  • Wiann

    Fijne reportage ,van een gezond bedrijf.

  • PieterXT

    Een goede boterham met 60 MK en tevreden, zouden er meer moeten doen.

Of registreer je om te kunnen reageren.