Rundveehouderij

Achtergrond

Buitenlandse koe naar Nederlandse slachterij

Na jaren van weinig import van slachtrunderen worden weer meer koeien uit met name Duitsland geslacht. Daar staat een kleinere uitvoer tegenover.

De in- en uitvoer van slachtrunderen kent de afgelopen decennia grote golfbewegingen. Onder andere de BSE-crisis, Europese wet- en regelgeving en nationale ontwikkelingen hebben de dierstromen telkens beïnvloed, evenals de slachtcapaciteit in landen.

Slachtrunderen en slachtingen – twee kernpunten:

* De uitvoer van slachtrunderen is na het topjaar 2017 fors afgenomen. De afgelopen jaren worden steeds meer buitenlandse dieren in Nederland geslacht.
* Het aantal binnenlandse slachtingen laat na de piek uit 2017 een gestage daling zien tot ongeveer 500.000 dieren per jaar. Dat is ongeveer het niveau van voor 2017.

Fosfaatenwetgeving en uitstoot melkkoeien

De laatste jaren zorgde de fosfaatwetgeving voor een forse verandering van het aanbod uitgestoten melkkoeien. Zo werden in 2017 meer dan 700.000 runderen geslacht.

De goede prijzen voor slachtrunderen in met name Duitsland gaf de export een extra impuls. In dat jaar werden nog ruim 32.000 dieren uitgevoerd naar een buitenlandse slachterij. “De export hield toen de prijzen stevig in de benen”, aldus Andries Kringma, voorzitter van de stichting Veehandelscentrum Noord-Nederland.

Uit cijfers van de NVWA blijken dat in 2019 nog maar amper 12.000 runderen te zijn.

Noodzaak melkvee exporteren is voorbij

Nu de melkveestapel een stuk is gekrompen en er geen extra uitstoot is vanwege fosfaat, is de noodzaak om te exporteren voorbij. Bovendien is er ook prijstechnisch minder reden voor handelaren om buiten Nederland zaken te doen.

Veruit de meeste resterende exportrunderen zijn uitgestoten melkkoeien, maar België importeert ook een beperkt aantal dikbillen. Dat komt omdat de vleesveestapel daar krimpt. Dat blijft een vrij stabiele stroom, ook omdat een deel van deze dieren in een vleesconcept zit.

Grotere invoer van slachtrunderen

Daar waar de uitvoer van slachtrunderen afneemt, is bij de invoer een ander beeld te zien. Waren het in 2017 nog ruim 10.200 dieren; in 2019 staat de teller tot en met oktober al op ruim 17.600 stuks. De hogere invoer is een direct gevolg van de kleinere melkveestapel in Nederland en het gegeven dat slachterijen hun capaciteit willen benutten.

Lees verder onder de foto.

Veruit het grootste deel van de oudere slachtrunderen zijn koeien uit de melkveehouderij. Er worden er steeds meer uit het buitenland aangevoerd alhoewel de absolute aantallen beperkt zijn. Daarnaast bestaat de categorie uit (luxe) meststieren en zoogkoeien. - Foto: Boerderij
Veruit het grootste deel van de oudere slachtrunderen zijn koeien uit de melkveehouderij. Er worden er steeds meer uit het buitenland aangevoerd alhoewel de absolute aantallen beperkt zijn. Daarnaast bestaat de categorie uit (luxe) meststieren en zoogkoeien. - Foto: Boerderij

Kosten BSE-test

Wat de invoer van buitenlands vee helpt, is dat de kosten voor een BSE-test in Nederland niet meer hoger zijn dan in Duitsland. Verder wordt de invoer de laatste jaren geholpen door de aangetrokken prijzen, zeker vergeleken met het niveau in Duitsland.

Op het totaal zijn het geen grote aantallen, maar het is wel een teken dat de markt in verandering is. Overigens een kanttekening, namelijk dat de absolute hoogte van invoercijfers volgens het CBS een onzekerheid in zich heeft vanwege de vele categorieën die er zijn qua gewicht en bestemming. Ook de NVWA kan geen betrouwbare selectie maken tussen uit het buitenland aangevoerde vleeskalveren en oudere dieren.

Etikettering van rundvlees is lastig

Ondanks dat de handel in (slacht)runderen tussen Nederland, Duitsland en België vrij eenvoudig gaat, is er wel een complicerende factor: de Europese etikettering van rundvlees. Dat is de aanduiding op rundvlees in welk land het dier is geboren, gemest, geslacht en verwerkt. Sommige ketens of afnemers eisen bijvoorbeeld dat het vlees is voorzien van een 4 x NL-etiket.

Individueel aangeboden rund in aparte batch

Voor hun afzet willen slachterijen zoveel mogelijk dieren met éénzelfde herkomst en een ander geboorteland bij een individueel aangeboden rund betekent dat het dier in een aparte batch verwerkt moet worden. Echter, zolang de aantallen voldoende zijn bij importdieren vanuit een andere lidstaat, kunnen deze dieren in een aparte batch geslacht en verwerkt worden.

Zo kan een slachterij vrij gemakkelijk de eisen van etikettering naleven. Dat is de ervaring van Marco de Keizer, eigenaar van het veehandelsbedrijf De Keizer Vee. Dat merkte de handel met name in 2017, toen noodgedwongen een deel van de uitgestoten koeien in Duitsland en België werd geslacht. “Vanwege de grote koppels gaf dat nauwelijks problemen voor de afzet naar deze buitenlandse slachterij.”

Koeien die als jongvee uit buitenland kwamen

Een moeilijke categorie is volgens De Keizer de koeien die als jongvee uit het buitenland zijn gekomen. Voor import van drachtige vaarzen, melkgevende vaarzen en koeien zijn Denemarken en Duitsland de afgelopen jaren in trek. Een deel wordt via veilingen gekocht, een ander deel direct via melkveehouders in die landen of via handelaren die vee opkopen. Bij afvoer naar de slachterij is het echter nog steeds een buitenlands dier. Dat kan het voor een slachterij moeilijk maken omdat het in verschillende batches verwerkt moet worden.

Slachterij dichtbij

Of meer invoer van met name slachtkoeien goed of slecht is voor de Nederlandse rundvleessector, is niet eenduidig aan te geven. Feit is dat de afstanden vanaf veel Belgische adressen voor een slachterij als Vion in Tilburg korter zijn dan vanuit Noord-Nederland.

Datzelfde geldt voor afvoer van koeien vanaf de veemarkt in Leeuwarden, die al lange tijd een stabiele stroom richting enkele Duitse slachterijen net over de grens kent. “Van Leeuwaren naar Oldenburg is dichterbij dan de bestemmingen in het Zuiden. De meeste koeien zijn veel sneller dan de maximale acht uur op de plaats van bestemming”, aldus Kingma.

Tegenstanders van invoer zien het als een bedreiging voor de Nederlandse markt en vrezen dat het de inkoopprijzen van Nederlands vee drukt. Voorstanders wijzen op het belang dat slachterijen hun capaciteit zo goed mogelijk benutten. Bovendien is de Nederlandse sector zelf ook gebaat bij een gemakkelijke uitvoer van vee zolang dit kan met transporten binnen acht uur. De vraag is echter of de relatief kleine aantallen die nu binnen komen wel een verschil maken, en dat geldt voor zowel de voor- als tegenstanders.

De Keizer vindt het een gezonde manier dat er regulering is via import of export. Hij ziet de roodvleessector in Noordwest-Europa steeds meer als één markt. “Met invoer en uitvoer is er een mechanisme om de slachtcapaciteit beter te benutten. Een goede efficiënte slachtcapaciteit is goed voor de prijsvorming. Daar heeft de hele sector baadt bij.”

Vetweiden van koeien wordt makkelijker

Het verzamelen van rundvee is door aangescherpte wet- en regelgeving de afgelopen decennia steeds verder aan banden gelegd. Daar hadden de veemarkten veel last van. Ook werd het voor bedrijven die vetweiden, dus afmesten van koeien, steeds moeilijker. Daar kwam voor die bedrijven de discussie over de fosfaatrechten nog bovenop. Bijzonder is dat het wel mogelijk was om weidekoeien vanuit het buitenland aan te voeren, maar niet vanaf een Nederlandse verzamelplaats.

Animal Health Regulation
Mede door lobby van de veehandel en ondersteund door nieuwe Europese wetgeving (Animal Health Regulation) is de regelgeving rondom verzamelen bij schapen en geiten twee jaar geleden gewijzigd. Ook voor rundvee voor de slacht wordt gewerkt aan een aanpassing van de Regeling Preventie om verzamelen onder voorwaarden weer mogelijk te maken.
Andries Kingma, voorzitter van de stichting Veehandelscentrum Noord-Nederland, heeft goede hoop dat het dit voorjaar weer mogelijk is. Hij benadrukt dat het zonde is dat veel koeien nu direct naar de slacht gaan, waardoor een stuk waardevermeerdering verloren gaat.

Of registreer je om te kunnen reageren.