Rundveehouderij

Achtergrond 4 reacties

Sappelende zuivel zoekt nieuwe ‘cashcow’

De zuivel heeft het lastig. Melkveehouders eisen goede melkprijzen, en hebben die nodig, maar vlotte verdiensten kent de industrie steeds minder. Wie het spel niet goed speelt, raakt in de problemen.

Twee van de grootste Amerikaanse melkverwerkers in surseance van betaling. Achterblijvende resultaten en reorganisaties bij diverse grote zuivelbedrijven in Nieuw-Zeeland en Europa, zie Fonterra, Milcobel, DMK, FrieslandCampina … Veel zuivelbedrijven hebben het moeilijk, al is het niet altijd vanwege dezelfde oorzaken.

Wereldwijd tegenvallend ondernemingsklimaat

Het tegenvallende ondernemingsklimaat houdt al een aantal jaren aan. De laatste echt goede resultaten werden geboekt in 2013 en 2014, toen de melkprijzen ook voor de melkveehouderij op een hoogtepunt zaten – tenminste, in Europa. Het is verleidelijk om vervolgens even een jaartje verder te kijken, naar 2015. Toen was er in Europa het einde van de melkquotering, en kwam er in de EU opeens heel veel melk bij, waardoor de prijzen daalden. Echter, niet alleen Europese zuivelbedrijven zijn in zwaar weer terechtgekomen, zoals het bovengenoemd rijtje duidelijk maakt.

Ook in de Verenigde Staten en Nieuw-Zeeland gebeurde het. Dat is niet verbazend, want er zou ook veel nieuwe vraag bij komen, zo werd bedrijven steeds voorgehouden door analisten. De extra vraag kwam er ook wel, maar vaak minder snel dan voorspeld. Bovendien ging het in veel gevallen ook nog om extra vraag met een lagere koopkracht.

Milcobel mist scherpte

De problemen van de grotere zuivelcoöperaties dichtbij, zoals Milcobel, DMK en FrieslandCampina zijn niet zodanig dat ze failliet dreigen te gaan. Het is ondertussen wel alle hens aan dek, zoals voormalig RFC-topman Roelof Joosten in 2017 al zei. Het wordt steeds moeilijker om te voldoen aan de coöperatieve missie om alle aangeboden melk te ontvangen en tot waarde te brengen, een zo hoog mogelijke melkprijs uit te betalen en dan ook nog winst te maken.

Het bestuur van het al langer zoekende Milcobel zette eind vorig jaar topman Peter Koopmans aan de dijk, omdat hij een te lage melkprijs neerzette, zeker ten opzichte van de grootste Belgische concurrent. Er wordt gezocht naar een remedie, maar een antwoord is er nog niet. Voorganger De Muêlenaere waarschuwde in 2017 al dat de scherpte nog niet echt in de genen zat. Simpel focussen op de winstmakers, zoals Koopmans wilde, is niet genoeg.

Productie van mozzarella bij Milcobel in Langemark. Mozzarella was en is een geldmaker bij Milcobel, maar een te groot deel van de productie loont nog niet of niet meer.
Productie van mozzarella bij Milcobel in Langemark. Mozzarella was en is een geldmaker bij Milcobel, maar een te groot deel van de productie loont nog niet of niet meer.

Meer goedkope vraag

Een goed voorbeeld hiervan is de melkpoedermarkt in een aantal tropische landen. Daar is eigen melkproductie om diverse redenen vaak moeilijk, maar bestaat bij een doorgaans snel groeiende bevolking wel behoefte aan goede voeding. Traditioneel wordt naar deze landen condens, volle of magere melkpoeder geëxporteerd, maar bij hogere zuivelprijzen zijn deze producten niet voor iedereen daar betaalbaar. In het geval van vollemelkpoeder komt daar nog het bezwaar bij dat dit product bij hogere temperaturen snel ranzig wordt. Daarom werd ‘fat-filled’ melkpoeder ontwikkeld – melkpoeder waarbij het melkvet werd vervangen door palm- of kokosolie. Dat geeft een betaalbaarder en ook beter te bewaren product. En als ook gewone ‘fat-filled’-melkpoeder te duur wordt, kan het melkeiwit ook nog worden vervangen door wei-eiwit. Zo groeit wel de zuivelmarkt, maar niet op een wijze dat er in het land van herkomst extra aan wordt verdiend. Ondertussen komen de resultaten op de eigen Europese markt vaak verder onder druk te staan.

China dicteert marge

Anderzijds heeft een aantal bedrijven, zoals FrieslandCampina, Danone en Nestlé, ook wel geprofiteerd van markten en producten met een hoge marge, zoals kindervoeding in China. Helaas voor velen van hen is deze markt inmiddels ook grotendeels afgegraasd. Er zijn zoveel aanbieders gekomen dat het centraal bestuurde China de verkopende partijen gemakkelijk tegen elkaar kan uitspelen en, net als een supermarktconcern, vrijwel ieders marge kan dicteren.

DMK lost belofte nog niet in

Bij DMK beloofde topman Ingo Müller afgelopen zomer dat de resultaten vanaf toen ‘alleen maar beter’ zouden worden. De suggestie was dat de lange reeks moeilijke jaren, met lage melkprijzen en massaal opstappende leden, eindelijk achter de rug was. Het blijkt nog niet het geval. De Duitse zuivelreus blijft ondergemiddeld uitbetalen, moet Mueller erkennen. Extra eenmalige kosten zouden daarvan de schuld zijn. Maar ook mist DMK echte winstmakers en is het vermogen zwak. De onderneming blijft daarom reorganiseren, terwijl ook wordt gekeken naar versterking van de ijsproductie en naar plantaardige producten om de marges mee te verbeteren. Loonproductie voor Arla en FrieslandCampina helpt ook een beetje. Verder is DMK zuinig op het semi-onafhankelijk dochterbedrijf Fude & Serrahn (50% aandeel, geen managementcontrole). Die concurreert wel deels met DMK, maar schrijft ook welkome zwarte cijfers.

DMK heeft voor veel geld een oude ijsfabriek in Strückhausen omgebouwd tot fabriek voor kindervoeding. De onderneming hoopt dat het een winstmaker voor het bedrijf zal worden.
DMK heeft voor veel geld een oude ijsfabriek in Strückhausen omgebouwd tot fabriek voor kindervoeding. De onderneming hoopt dat het een winstmaker voor het bedrijf zal worden.

Bemoeilijkende factoren

Extra aanbod, een toegenomen concurrentie en ook sterker dan voorheen fluctuerende marktprijzen bemoeilijken het speelveld waarin bedrijven moeten opereren. Daar komen nog handelsgeschillen, meer politieke instabiliteit, sterk wisselende consumentenvoorkeuren bij, terwijl – zeker in het geval van coöperaties – de boeren wel een goede melkprijs eisen. Vanuit hun perspectief ook heel begrijpelijk en noodzakelijk.

Simpele verwerkers

Zuivelbedrijven moeten in deze omstandigheden hun zaken heel goed op orde hebben om te overleven. Zo niet, dan is het zomaar einde verhaal. De voorbeelden van Dean Foods en Borden Dairy in de VS zijn sprekende voorbeelden van hoe het kan gaan als de rek er uit is. Veel Amerikaanse verwerkers zijn ten eerste vaak heel simpele verwerkers, en voegen weinig waarde toe aan hun product (melk pasteuriseren, ontromen, in een jerrycan verpakken en/of, poeder en boter maken). Als in zo’n situatie een grote supermarktketen (Walmart) een eigen melkfabriek bouwt die ook nog eens veel nieuwer en flexibeler is, dan wordt het al snel lastig voor de verwerker met zijn doorgaans oude installatie.

RFC behoudt winstmakers

Bij FrieslandCampina heeft de te dure garantieprijs en het verlies van de grote winsten uit de Chinese markt de financiële kracht van het bedrijf aangetast. Daarom is de garantieprijs naar beneden bijgesteld en wordt extra eigen vermogen aangetrokken. Ook wordt verder gesleuteld aan de aansturing van het bedrijf. Wat dit oplevert, moet blijken. Plantaardige producten blijven nog buiten de deur. Wel probeert FrieslandCampina graantjes mee te pikken van de groeiende markt voor vlees- en gedeeltelijke zuivelvervangers. Het timmert aan de weg met Valess-kaasburgers en is gestapt in de productie van fat-filled melkpoeders (met plantaardige vetten). Geld verdienen op een aantal grote markten, zoals Duitsland blijft een klus, maar gelukkig voor FrieslandCampina heeft het nog diverse lucratieve exportmarkten en belangen, zoals in DFE Pharma. Concurrent Arla lijkt de dans voorlopig nog te ontspringen.

Sinds 2015 is er wel veel meer melk bij gekomen, maar lang niet alle melk is met een mooie meerwaarde verkocht kunnen worden. Veel extra vraag was ook minder koopkrachtige vraag. - Foto: Herbert Wiggerman
Sinds 2015 is er wel veel meer melk bij gekomen, maar lang niet alle melk is met een mooie meerwaarde verkocht kunnen worden. Veel extra vraag was ook minder koopkrachtige vraag. - Foto: Herbert Wiggerman

Supertankers moeten wendbaarder

Het is dus zaak om te blijven investeren, vernieuwen en snel te kunnen reageren op veranderende marktomstandigheden. Soms vraagt dit van grote ondernemingen ook een flexibiliteit die ze in de voorbije jaren juist afgelegd hebben. Neem de voorbeelden van FrieslandCampina en DMK. Hun topmannen betitelen deze bedrijven regelmatig als ‘supertankers’ – grote ondernemingen die heel efficiënt iets met bulk kunnen doen. Dit is heel mooi in een vragende markt, maar in een lastige markt, met wisselende omstandigheden en voorkeuren, is de flexibiliteit en extra zelfstandigheid van individuele vestigingen, die er vroeger was, toch wel weer heel welkom. Om deze reden wordt de verregaande centralisering van onder meer de kaasfabrieken van FrieslandCampina weer voor een belangrijk deel teruggedraaid, zo weten zegslieden bij het bedrijf. Ook de talloze, brede overlegcircuits en langdurige besluitvormingsprocessen helpen niet.

Extreem plat zuivelbedrijf

Een mooi voorbeeld van hoe een bijna extreem plat zuivelbedrijf de gevestigde orde kan verslaan, is de situatie in België. Daar betaalde ‘no-nonsense coöperatie’ Laiterie des Ardennes (LdA) in de voorbije jaren meer melkgeld uit dan het veel industriëler ontwikkelde en kapitaalsintensievere Milcobel. Of dat zo blijft, is wel de vraag. Milcobel wil de zaken anders gaan aanpakken en LdA gaat juist meer investeren in verdere verwerking.

Op het eerste gezicht lijkt de situatie bij LdA het voorbeeld van Dean tegen te spreken, maar Dean was heel erg een consumptiemelkbedrijf met vaste afnemers, terwijl LdA vooral zuivelgrondstoffen maakt voor andere verwerkers (B2B – business tot business) en commercieel ook wendbaarder is.

Drie grote zuivelspelers buiten de problemen

Het zijn dus niet overal coöperaties die het zwaar hebben in de zuivel, maar de coöperaties zijn wel sterk vertegenwoordigd onder de tobbers in de bedrijfstak.

Tot de grote zuivelspelers die tot nog toe buiten de problemen blijven, behoren de grote drie in de sector: Danone, Lactalis en Nestlé. Wat zij vóór hebben op de rest, is dat ze beschikken over sterke merken, niet van melk alleen afhankelijk zijn – Danone en ook Nestlé hebben ook niet-zuiveldivisies en ze hebben de laatste jaren zwaar ingezet op melkvervangers. Ook hebben ze geen last van melkdruk. Dit geldt in ieder geval voor Danone en Nestlé. Deze twee kopen op belangrijke afzetmarkten altijd flinke volumes melk lokaal in. Bovendien hebben ze sterke merken.

Laatste reacties

  • GAJ VAN DEN BROEK

    Je vergeet nog het debakel van FrieslandCampina in Pakistan ,waar de beurswaarde is gehalveerd door falend beleid.

  • René de jong

    Mooie analyse heer van de Horst,

    Het is dus niet de vraag naar melk die zakt, nee die is juist toegenomen.
    Het is de dure productie en verwerking die de winsten onder druk zetten.
    En laten wij nou net in een landje zitten waar we min of meer gedwongen worden om melk met een gouden randje te maken.

    En dan ook nog eens melk (en andere producten) zonder gouden randje binnen mogen halen......

  • farmerbn

    Ook bij zuivelbedrijven geldt dat je de kosten heel goed in de gaten moet houden. En dan vooral personeelskosten van lieden die niet in de fabriek werken.

  • agratax(1)

    Wat mooi naar voren komt is de stijgende vraag naar melkproducten voor andere voedingstoffen zal het niet anders zijn. Helaas is deze vraag niet koopkrachtig en kan dan ook vanuit het dure Noordelijk halfrond niet worden bediend tegen een lonende prijs. Als producent zit ik niet bepaald te wachten op dit soort van vraag!!

Of registreer je om te kunnen reageren.