Rundveehouderij

Achtergrond 11 reacties

Ondergemiddelde melkveebedrijven met perspectief

Er is een groep serieuze melkveebedrijven met een ondergemiddelde omvang. Een deel van deze bedrijven kan opschalen op eigen kracht of met anderen. Voor een deel is verbreden of stoppen de toekomst.

Het gemiddelde Nederlandse melkveebedrijf telt momenteel ruim 100 melkkoeien. Uit CBS-cijfers blijkt de range groot; er zijn in 2019 813 bedrijven waar minder dan 20 koeien staan en ook 480 bedrijven waar de teller verder dan 250 stuks gaat.

Lees verder onder de foto.

Een deel van de wat kleinere bedrijven is in staat om nog een groeisprong te maken; andere kiezen voor verbreding of een uitdrijfstrategie. De bedrijfssituatie en eigen ambities zijn daarbij belangrijk. - Foto: Peter Roek
Een deel van de wat kleinere bedrijven is in staat om nog een groeisprong te maken; andere kiezen voor verbreding of een uitdrijfstrategie. De bedrijfssituatie en eigen ambities zijn daarbij belangrijk. - Foto: Peter Roek

Er is een aanzienlijke groep bedrijven met minder koeien dan het gemiddelde, maar groot genoeg om er in meer of mindere mate een inkomen uit te halen. Een harde onder- en bovengrens is er niet, maar volgens de indeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn er 4.435 bedrijven met 50 tot 80 koeien per bedrijf waar in totaal bijna 287.200 koeien staan. Dat is 18% van het totaal. De categorie daarboven, dus van 80 tot 120 koeien, herbergt de meeste bedrijven.

Lees verder onder de grafieken.

Met 4.435 bedrijven heeft de categorie bedrijven met 50 tot 80 melkkoeien in 2019 een groot aandeel. De meeste bedrijven zitten bij de categorie 80 tot 120 koeien.

Op basis van het aantal koeien per omvangcategorie neemt het belang van de bedrijven met 50 tot 80 koeien af. Globaal staat krap 20% van de veestapel daar.

Het blijft een momentopname, want feit is dat de komende jaren veel bedrijven stoppen. Dat is meestal het gevolg van het ontbreken van een opvolger, te weinig inkomen en/of gebrek aan ontwikkelingspotentieel. Zo sloten de afgelopen vijf jaar meer dan 2.000 melkveebedrijven de deuren. Logischerwijs en historisch bekend zitten de afhakers vooral bij de bedrijven met een ondergemiddelde omvang. Ook gaat schaalvergroting door, weliswaar in een wat lager tempo dan de afgelopen jaren.

Deel melkveebedrijven is laatstegeneratiebedrijf

Het aantal bedrijven in de categorie ‘net onder het gemiddelde’ zal de komende jaren afnemen. Dat wil zeker niet zeggen dat perspectief ontbreekt, benadrukt Herrold Lammertink, directeur van DLV Advies. Hij ziet een aantal aspecten dat bepalend is bij eventuele groeimogelijkheden: de huidige omvang, de economische cijfers, de technische staat van de gebouwen en de hoogte van de financiering.

“Het opschalen van 70 naar 120 koeien is een hele stap als je nieuw moet bouwen en fosfaatrechten aan moet kopen, maar ik kom ze tegen die het kunnen, met bijvoorbeeld een slimme samenwerkingsovereenkomst tussen een stoppende ondernemer en een opschalende ondernemer.” Ook een bovengemiddeld aantal koeien is volgens hem geen garantie voor groeipotentie. “Als de financiering te hoog is of als een nieuwe stal moet worden gebouwd, kunnen ook deze bedrijven tegen een grens aanlopen.”

Bovengemiddelde bedrijven hebben in het algemeen meer mogelijkheden om stappen te zetten

Een deel is een laatstegeneratiebedrijf. “En als dat met elkaar is uitgesproken, is daar ook helemaal niks mis mee.” Het is anders als verwachtingen van ondernemers en eventueel zakelijke partners anders zijn. Hij adviseert tijdig hierover na te denken.

In het algemeen geldt: hoe kleiner het bedrijf, hoe lastiger het is om nog een groeisprong te maken. Een ondergrens heeft Lammertink zo niet. “Dat hangt volledig van de situatie af. In het algemeen zie ik dat autonome groei bij minder dan 80 koeien erg moeilijk is.” Voor dat type bedrijven zijn wel opties in beeld, zoals een samenwerking aangaan of grond te gelde maken.

Mogelijkheden als bedrijfsontwikkeling moeilijk is

Veehouders die willen doorgroeien, maar het financieel niet redden, hebben een aantal mogelijkheden. In de meeste gevallen moet voor een dergelijke groeisprong de financiering relatief laag zijn en moeten geen grote vervangingsinvesteringen nodig zijn.

  • Samenwerken met een andere ondernemer, zoals een collega-melkveehouder of een akkerbouwer. Voor overdracht van fosfaatrechten is samenwerking met een stoppende melkveehouder een interessante optie. Dat geldt ook voor de overdracht van fosfaatrechten met een huur-koopovereenkomst. Met name aan de fosfaatmaatschap zitten echter nogal wat fiscale en juridische haken en ogen. Alle opties van samenwerking vragen persoonlijke kwaliteiten en elkaar wat willen gunnen.
  • Grond te gelde maken via een erfpachtconstructie via bijvoorbeeld Fagoed of ASR. Als jaarlijkse pachtprijs betaalt de veehouder een vergoeding in de vorm van canon. Het verbetert de liquiditeitspositie van de ondernemer. De maximale financiering is 70 tot 80% van de marktwaarde. Het levert uiteindelijk geen eigendom op en de waardestijging zit deels bij de investeerder. Een ander nadeel is dat de canon jaarlijks stijgt met de inflatie, bijvoorbeeld jaarlijks 2%. Er zijn vaak wel interessante mogelijkheden voor terugkoop.
  • Groeien uit eigen kracht door verhogen van het rendement door betere resultaten. Het structureel verlagen van de kritieke melkprijs en/of verhogen van de opbrengstprijs geeft extra investeringsruimte.

Marge in verschillende bedrijfscategorieën nagenoeg gelijk

Dat er bedrijven zijn met groeipotentie, beaamt Marijn Dekkers, sectorspecialist melkveehouderij bij Rabobank. “Bovengemiddelde bedrijven hebben in het algemeen meer mogelijkheden om stappen te zetten dan bedrijven met minder koeien dan het gemiddelde. Toch zegt omvang op zich niet alles over het rendement en het verdienvermogen van een bedrijf.” Dekkers benadrukt het belang van topprestaties om stappen te kunnen zetten.

Lees verder onder de tabel.

Hoe de economische situatie is op onze groep bedrijven, is door Flynth in beeld gebracht. De categorie bedrijven met 60 tot 100 melkkoeien heeft een lagere productie per koe dan de bedrijven erboven. Wel hebben ze wat hogere niet-melkopbrengsten, wat vaak te danken is aan inkomsten uit verbreding. Ook de niet-toegerekende kosten pakken voor de ‘100-minbedrijven’ wat minder gunstig uit. Het is volgens Hans Scholte, sectormanager melkvee bij Flynth, het gevolg van schaalnadeel.

Per kilo melk hebben ze een iets hogere kritieke melkprijs die wordt gecompenseerd door een wat hogere melkopbrengst als gevolg van hogere gehaltes en vaker weidetoeslag. Daardoor is de marge op alle bedrijven nagenoeg gelijk. Wel heeft de categorie van 60 tot 100 koeien een wat lagere reserveringscapaciteit. Naast de marge is dat voor banken een belangrijke graadmeter. Banken hanteren een norm van 7 tot 8 cent per kilo melk.

Natuurlijk spelen naast de economische resultaten ook persoonlijke omstandigheden

De vraag is wat deze cijfers zeggen over de slagkracht en groeipotentie. Scholte typeert die op basis van deze cijfers als ‘matig’. “Gemiddeld is op de wat kleinere bedrijven weinig ruimte om tegenvallers op te vangen. Dat betekent dat investeringen, zoals in groei, direct voldoende rendement moeten opleveren om de bijbehorende extra financieringslasten te kunnen dragen.” Vooral intensieve bedrijven komen dan snel tekort.

Uitbreiding melkveebedrijf lastig rond te rekenen

Een voorbeeldberekening door Flynth geeft aan dat een groeisprong moeilijk is rond te rekenen. Bij een saldo van € 2.081 per koe resteert na aankoop van ruwvoer (€ 635) en afvoer mest (€ 272) op een intensief bedrijf een saldo van € 1.174 per koe. De jaarkosten voor fosfaatrechten (€ 130 per kilo) zijn het eerste jaar € 1.508 en gemiddeld over vijf jaar € 1.424. Voor uitbreiding van de stal is het eerste jaar met € 390 per koe en daarna met € 315 gemiddeld per koe per jaar gerekend.

Onder de streep heeft het intensieve bedrijf een tekort van € 724 per koe in het eerste jaar en € 565 de jaren erna. Een ondernemer die dan van 80 naar het sectorgemiddelde met 104 koeien uitbreidt, komt het eerste jaar € 17.376 en de jaren erna € 13.560 tekort.

Voor een extensief bedrijf kan het wel eerder uit, omdat geen of minder kosten voor voer en mest worden gemaakt. Dit bedrijf houdt bij de genoemde uitbreiding het eerste jaar € 4.392 over en de jaren erna € 8.208. Dat is zonder extra kosten voor arbeid en bedrijfsmiddelen.

Natuurlijk spelen naast de economische resultaten ook persoonlijke omstandigheden. Denk daarbij aan de leeftijd en ambitie van de ondernemer en wel of geen opvolger.

Verbreden is een optie voor melkveehouders

Een alternatief voor groeien in koeien, is verbreden. Dat is volgens de deskundigen een prima optie, maar vraagt andere ondernemerscapaciteiten. Afhankelijk van de ambitie van de ondernemer en eventuele opvolger, kunnen verdiensten met deze tak in de ontwikkeling van het melkveebedrijf worden gestoken. Ook is investeren in de neventak mogelijk, wat wel inhoudt dat de melkveetak waarschijnlijk niet meer groeit. Voor een bedrijf met 50 koeien is dat lastiger dan voor een bedrijf waar al 100 koeien worden gemolken.

Lees verder onder de foto.

Verbreden kan een mogelijkheid zijn om meer inkomen uit het bedrijf te halen zonder dat grote investeringen in het melkveebedrijf nodig zijn. Het vraagt andere ondernemerscapaciteiten. - Foto: Fred Libochant
Verbreden kan een mogelijkheid zijn om meer inkomen uit het bedrijf te halen zonder dat grote investeringen in het melkveebedrijf nodig zijn. Het vraagt andere ondernemerscapaciteiten. - Foto: Fred Libochant

Daarnaast is ook inkomen buiten de deur een mogelijkheid. Dat kan zeker bij gebruik van automatisering en een efficiënte bedrijfsinrichting. Daarbij wel moet de kanttekening worden geplaatst dat groeien vanuit het extra inkomen in veel gevallen niet gaat lukken. Daarnaast bestaat het risico dat technische resultaten en daarmee het rendement onder druk komen. Dekkers is minder negatief: “Met de juiste ondernemerscapaciteiten zien we ook bedrijven die door een extra inkomen of een neventak weer een impuls krijgen en waar bedrijfsontwikkeling mogelijk is.”

Laatste reacties

  • farmer135

    Slachtkracht , is dat een nieuw kengetal ?
    :-)

  • jfvanbruchem1

    Boerderij is zelf rijp voor de slacht.

  • kanaal

    melkprijs is onder gemiddeld.

  • Zuperboer

    D'r moeten weer nieuwe kandidaten gevonden worden om de jaarcijfers van de adviseurds kleur te geven. Mooi plan maken, de grond verkopen aan een verzekeraar en een mooie nieuwe gevel laten verrijzen. En voor 30 mille aan advieskosten natuurlijk. Tel uit je winst. ;)

  • Attie

    Slachtkracht moet boven een duppie!

  • huisvader

    Een kopende boer is een blijvende boer

  • farmerbn

    Binnen 10 jaar zullen de helft van de melkveehouders gestopt zijn. De overgebleven melkveehouders kunnen of willen die verloren koeien niet erbij melken. Het aantal melkkoeien in Nederland zal tegen 2030 veel lager liggen dan in 2015. De politiek hoeft niks te doen om enkele vraagstukken actief ( met veel geld) op te lossen. Dat gaat automatisch. Gewoon afwachten en vooral niks doen.

  • Axl

    De boeren onder 60 koeien zijn de einige met een positieve marge en daar gaat het toch om?
    Je kunt wel 500 koeien hebben maar als je dan een negatief marge hebt boer je nog achteruit en bij een melkprijs van 30 cent maakt het grote bedrijf 170.000 verlies en het kleine 30.000 en als dan de financiering per ha bij het grote bedrijf 2x zo hoog is als bij het kleine weet ik nog niet welk bedrijf meer toekomst heeft

  • PieterXT

    Er wordt al tientallen jaren geadviseerd om meer liters te melken om de kosten meer uit te smeren, maar is nog nooit gebleken dat dat meer rendement oplevert.

  • farmerbn

    Mijn kleine franse cooperatieve melkverwerker heeft geld genoeg om leden meer melkgeld uit te betalen maar doet dat niet omdat ze al het meest uitbetaalt. Wel geeft ze haar leden de mogelijkheid om flink extra melk te leveren voor de A-prijs. Als antwoord op mijn vraag waarom meer melk ontvangen ipv hoger literprijs geven zei de voorzitter dat de coop verdient aan elke liter dus hoe meer ltrs hoe hoger de winst. Boeren verdienen amper aan meer melk leveren maar de zuivelfabrieken wél. Behalve RFC dan.

  • Gradje 1966

    AXL als je wat schuld hebt en een gezin moet onderhouden van die 50 of 60 koeien
    moet je een flinke marge hebben een dubbeltje bruto heb je vlug nodig.
    Dit gaat haast niet of je hebt het bedrijf gekregen van de familie

Laad alle reacties (7)

Of registreer je om te kunnen reageren.