Rundveehouderij

Achtergrond 7 reacties

Genomics verandert speelveld fokkerij

De introductie van genomics tien jaar geleden heeft ervoor gezorgd dat er veel minder stieren geselecteerd worden voor de fokkerij. De afzetmarkt voor de fokker is een stuk kleiner en de kans een fokstier te krijgen daardoor ook.

In de topfokkerij is het niet gemakkelijker geworden om stieren te fokken. De reden daarvoor is vrij gemakkelijk aan te wijzen. De komst van genomics, ofwel het vaststellen van het genetisch potentieel van een dier door het ‘lezen’ van de genen, heeft het aantal stieren dat gekocht wordt op de Europese markt flink verkleind. Ook in Nederland. De reden daarvoor is dat er al in een heel vroeg stadium geselecteerd kan worden welke stieren mogelijk geschikt zijn om in de toekomst als fokstier dienst te doen.

Het spoelen van een genetisch hoogwaardige pink houdt het generatieinterval kort. - Foto: Bert Jansen
Het spoelen van een genetisch hoogwaardige pink houdt het generatieinterval kort. - Foto: Bert Jansen

Generatie-interval stuk korter

Door genomics is het generatie-interval een stuk korter geworden. De eerste inseminaties van een stier vinden plaats als de stier zelf nog jong is. Maar het duurt zo’n drie jaar eer er ook dochterinformatie beschikbaar is en de betrouwbaarheid van de fokwaarde van de stier gaat toenemen. In die periode is de kans aanwezig dat hij alweer ingehaald is door jongere generaties. En als de fokkerij goed in elkaar steekt en er van de genetische vooruitgang wordt geprofiteerd, hoort de jongere generatie beter te zijn dan de oudere. De komst van Europees breed ingezette genomics maakt dat het aantal in te kopen stieren is gedecimeerd. Zette CRV in het verleden per jaargang nog tussen de 400 en 500 stieren in, nu is dat nog maar 50 à 60. In Duitsland is het aantal ingezette stieren gedaald van rond 1.500 naar 300. In Italië en Spanje is een gelijke trend zichtbaar.

Toepassen genomics

In Nederland zijn in het fokbeleid nog wel duidelijke overeenkomsten, maar ook verschillen aan te wijzen tussen ki-organisaties. De overeenkomst zit vooral in het belang dat fokkerij-organisaties hechten aan koefamilies. De verschillen komen vooral voort uit het vertrouwen in genomics en het al dan niet toepassen van die genetische informatie.

Wij kijken niet naar genomics. Volgens ons klopt het gewoonweg niet wat daar berekend wordt. Wij kijken naar koefamilies

Gerard Scheepens, directeur bij KI Samen

Kijken naar koefamilies

CRV zet in elk geval vol in op genomics. Bij KI Kampen speelt genomics ook wel een rol, maar is niet altijd doorslaggevend. KI Samen geeft aan helemaal niet met genomics te werken. Zo geeft Gerard Scheepens, directeur bij KI Samen aan: “Wij kijken niet naar genomics. Volgens ons klopt het gewoonweg niet wat daar berekend wordt. Wij kijken naar koefamilies. Wij zoeken koeien die bovengemiddeld presteren. Niet alleen die koe, maar de hele koefamilie moet goed zijn. Dan kun je zoeken naar kwaliteiten die wat toevoegen aan een te fokken stier. Want uiteindelijk moet de stier ook weer wat kunnen toevoegen aan de koeien van andere veehouders die deze stieren inzetten.”

Dier genotyperen

Erik Laarhuis, foktechnisch medewerker bij KI Kampen, zegt ook flink belang te hechten aan goede koefamilies.”Die moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen, bijvoorbeeld op gebied van melkproductie en eiwitgehalte, willen wij daar een stiertje uit gebruiken. Het enige dat we doen, vóór de daadwerkelijke aanschaf, is het dier laten genotyperen. Dat is niet doorslaggevend, maar aan de andere kant wil je ook graag een positief merkereffect.”

Vroeg stadium

De genotypering speelt bij CRV een nog veel grotere rol. Jaap Veldhuisen, hoofd product development bij CRV: “Koefamilies spelen echter nog altijd een belangrijke rol. Maar we kijken ook zeker naar genomics. Dat gebeurt al in een vroeg stadium. Soms worden embryo’s al getypeerd, zodat daar al een keuze gemaakt wordt, welke tot ontwikkeling gebracht worden.

In Wirdum wint CRV eicellen van jonge donordieren om deze met verschillende stieren te kunnen bevruchten. - Foto: Anne van der Woude
In Wirdum wint CRV eicellen van jonge donordieren om deze met verschillende stieren te kunnen bevruchten. - Foto: Anne van der Woude

Breeding Center in Wirdum

Het is ook niet voor niets dat CRV in Wirdum het Breeding Center heeft gebouwd. Daar worden genetisch hoogwaardige donorpinken gespoeld en worden eicellen gewonnen om deze te bevruchten met het sperma van de best passende stieren. Veldhuisen: “Dat kunnen stieren zijn met de hoogste genetische aanleg, maar ook stieren waarvan de bloedvoering niet veel gebruikt is in de fokkerij. Van deze zogenoemde ‘outcross-stieren’ proberen we een flink aantal embryo’s te maken, zodat we ook van deze stieren aansprekende nakomelingen krijgen. Daarnaast zijn er nog wel factoren die een rol spelen bij de keuze voor stieren of koefamilies. Denk aan de roodfactor, hoornloosheid of buitenlandse fokwaarden.”

We willen voor elk wat wils. De veehouder moet uit de stierenkaart kunnen kiezen wat bij hem past

Erik Laarhuis, foktechnisch medewerker bij KI Kampen

Spreiding in aanbod stieren en stiervaders

Voor KI Samen en KI Kampen geldt ook dat zij binnen het programma spreiding zoeken in het aanbod van stieren en van stiervaders. “We willen voor elk wat wils. De veehouder moet uit de stierenkaart kunnen kiezen wat bij hem past. Of dat nu melkaanleg is, gehalten of een andere bloedvoering”, zegt Laarhuis. Scheepens is het daarmee eens. “Een stier hoeft niet op alle fronten goed te zijn. Hij moet juist op enkele punten excelleren en op de andere eigenschappen niet toegeven. Dan voeg je wat toe en kunnen je correctieparingen uitvoeren op je koeien.”

Samengevat lijkt het erop dat het doel, stieren fokken met iets extra’s, voor de drie organisaties voorop staat, alleen is de weg ernaar toe anders.

Afzet voor fokkers

De komst van genomics heeft de vraag naar stieren verkleind en daarmee ook de kans dat een fokker een stiertje kan afzetten. Scheepens geeft aan dat KI Samen op jaarbasis nog zo’n 55 stieren aankoopt. Daarvan 30 zwartbont en 25 roodbont. Scheepens: “Dat is eerder iets meer dan tien jaar geleden omdat wij nog altijd kans zien om te groeien in deze markt. Wij kopen al onze toekomststieren bij de fokkers en betalen een goede prijs voor zulke stieren. Als de spermakwaliteit goed is en het dier houdt zich goed tijdens de opfok, dan wordt een stier ingezet. Op dat moment volgt er nog een betaling aan de fokker. Dat kan een bedrag ineens zijn als hij daarvoor kiest.” Het kan ook zijn dat hij met een lager bedrag genoegen neemt en kiest voor nabetaling per eerste inseminatie. Het totaalbedrag dat een fokker ontvangt voor een stier kan in dat laatste geval erg variëren, afhankelijk van zijn succes.

We hebben een vast systeem voor de aankoop van onze stieren. Daar wijken we ook niet van af

Erik Laarhuis, foktechnisch medewerker bij KI Kampen

Vast systeem voor aankoop

KI Kampen werkt ongeveer op gelijke wijze. Rond 10% van de ingezette stieren zijn zogenoemde KIK-stieren. Die zijn geboren uit aangekochte embryo’s door KI Kampen. Dan komt nog 15% van de stieren uit gecontracteerde stiermoeders waar de koeien op kosten van KI Kampen gespoeld worden en dan ook het recht van eerste aankoop heeft. De overige 75% koopt KI Kampen op de fokbedrijven. Laarhuis: “We hebben een vast systeem voor de aankoop van onze stieren. Daar wijken we ook niet van af. Veehouders krijgen een bedrag bij aanschaf en later naar keuze een extra bedrag of een nabetaling per eerste inseminatie.”

Aanschaf van vrouwelijk vee via veilingen kan ook voor fokkers een snelle manier zijn om de basis voor een nieuwe koefamilie op het bedrijf te krijgen. - Foto: Anne van der Woude
Aanschaf van vrouwelijk vee via veilingen kan ook voor fokkers een snelle manier zijn om de basis voor een nieuwe koefamilie op het bedrijf te krijgen. - Foto: Anne van der Woude

Afzet van vrouwelijke dieren

Bij CRV geldt dat zij ongeveer rond 110 stieren op jaarbasis koopt. Ongeveer een kwart daarvan koopt de organisatie bij de fokkers. Veldhuisen: “Naast de stieren uit dit Eurodonor-programma fokken wij zelf ook stieren in het Breeding Center in Wirdum. Veel van die stieren komen indirect bij fokkers vandaan. De moeders of grootmoeder zijn door fokkers gefokt en door CRV aangekocht. Want we hebben ook hoogwaardige vrouwelijke dieren nodig. De aantallen stieren die wij kopen zijn dan wel verminderd, maar daarvoor is er voor de fokkers nu wel ook ruimte gekomen voor de afzet van vrouwelijke dieren. Dat verruimt de markt weer een beetje.”

KI Samen en KI Kampen kopen geen vrouwelijke dieren. Ze geven beide aan dat ze die koefamilies natuurlijk wel in de gaten houden en daar mogelijk stieren uit willen gebruiken. Daarbij kan er op advies van de organisatie een bepaalde stier gebruikt worden om daar vervolgens het recht van eerste keus te mogen hebben.

Goede stier brengt duizenden euro’s op

Een stier die het tot fokstier schopt, kan aardig wat geld opbrengen. Snelheid is geboden om de kansen te vergroten. Voor de aankoopsom die de verschillende organisaties betalen voor een stier is geen vaste hoogte. Een en ander hangt af van het niveau, de vraag en de exclusiviteit van de gefokte en aangeboden stieren.

Tussen € 3.000 en € 8.000
KI Samen en KI Kampen willen uit concurrentieoverwegingen niet al te veel kwijt over de prijzen die betaald worden voor de stieren. De bedragen liggen ergens tussen de € 3.000 en € 8.000 bij inzet van de stier. De stieren worden vaak afgenomen op een leeftijd van circa acht maanden. Daarnaast kan er een nabetaling zijn, als de fokker daarvoor kiest, en dan kan een populaire fokstier een aardige nabetaling opleveren. De nabetaling varieert tussen de ki-organisaties van 20 tot 45 cent per eerste inseminatie.

Verschillende contractvormen
CRV wil wel een spreiding aangeven. De meeste stiertjes worden gekocht op drie maanden leeftijd. Er zijn verschillende contractvormen. Dat kan een bedrag in een keer zijn dat varieert tussen € 6.500 en € 14.000. Er kan ook gekozen worden voor een lager bedrag, van € 4.750 tot € 9.000 en een nabetaling per rietje.

Spoelen van potentiële stiermoeders
De fokkers moeten er rekening meehouden dat spoelen van de potentiële stiermoeders bijna noodzakelijk is. Spoelen zorgt dat er meerdere nakomelingen van een fokstier geboren worden waaruit gekozen kan worden. Soms worden embryo’s al getypeerd en hoeft de fokker niet te wachten tot het kalf geboren is en vindt de eerste selectie al plaats. Een natuurlijke dracht betekent negen maanden wachten en dan is het nog maar hopen op een stierkalf. Als dat dier dan zo’n vier maanden jonger is dan zijn halfbroertjes die al bij de ki’s staan, nemen de kansen op afzet van een stier uit natuurlijke dracht af. Dan zijn er immers al meerdere stierkalveren van de stiervader geselecteerd.

Iets anders dan anderen
Daarnaast geldt dat wie in de fokkerij een rol wil spelen, wat speciaals moet bieden. Behalve goede koefamilies is het belangrijk om iets anders te doen dan anderen. Dat zit dan in bloedlijnen, stiergebruik of bepaalde eigenschappen zoals hoornloosheid. Veldhuisen: “Ik roep de fokkers in het veld op om vooral dieren boven te laten drijven die interessant kunnen zijn. Er is dan ook altijd wel een partij die daar iets mee kan. Het houdt de bloedspreiding in stand en ook de diversiteit van bestaande of nieuwe koefamilies.”

Laatste reacties

  • veldk

    fokken op maat wordt gokken op maat

  • diekmann

    Een aanpassing in de genomics berekening en weg zijn de stieren.

  • john***

    Haastige spoed is zelden goed..

  • Axl

    Sperma is niet goedkoper geworden ondanks dat er veel minder proefstieren worden ingezet heeft voor de boeren niks verbeterd.
    Verschil tussen de hoogste geno stieren en geteste stieren word ook steeds kleiner dan kun je beter voor de hoge zekerheid van fokstieren kiezen

  • farmerbn

    Er zijn nog veel vragen over genomics. Eén daarvan is waarom sommige stieren beter scoren op genomics bij de nakomelingen dan bij andere gelijkwaardige stieren. Als je te veel nadruk legt op genomics dan fok je niet op beter vee maar op dieren die goed scoren op genomics. Je draait het fokken dan in feite om. Net hetzelfde als 75 jaar geleden. Koeien met een fijne lange staart gaven meer melk. Toen zijn ze lange fijne staarten gaan fokken en de rest is duidelijk.

  • Willemijns

    Gek blijft het dat genomische fokwaarden en de verzameling van de gegevens voor de berekening volgens EU-regelgeving onder verantwoordelijkheid van het erkende stamboek valt. Maar in Nederland bepaalt een commerciële, spermaverkopende organisatie welke stieren de beste zijn en die organisatie bepaalt ook welke andere stamboekdeelnemers nationale genomic fokwaarden kunnen krijgen en onder welke voorwaarden.. Niks eerlijks aan lijkt me..

  • trendvolger2

    Naast de afzet naar Nederlandse KI organisatie verkopen de Nederlandse fokkers ongeveer 100 stieren naar buitenlandse KI verenigingen. Een mooie en noodzakelijke afzet om fokkerij op topnivo interessant te houden.

Laad alle reacties (3)

Of registreer je om te kunnen reageren.