Rundveehouderij

Achtergrond

Drie kwekers houden maisrassen-onderzoek Delphy in stand

KWS Benelux, Pioneer en euroCORN vormen de stichting Agrotransfer Seeds. Daarmee houden ze onafhankelijk onderzoek van maisrassen in stand.

In een nieuwe stichting met de naam Agrotransfer Seeds wordt het onafhankelijk maisonderzoek van Europees geregistreerde rassen voortgezet. In 2018 voerde Delphy voor het eenentwintigste jaar dat onafhankelijk onderzoek naar snij- en korrelmaisrassen uit. De resultaten van dit onderzoek, dat ooit startte als Agrotransfer en via DLV Advies bij Delphy terechtkwam, werden de laatste jaren gepubliceerd via www.delphy.nl/maisrassenwijzer.

Het rassenonderzoek moet ertoe leiden dat de veehouder uiteindelijk in de kuil krijgt wat bij zijn bedrijfsvoering en voedingsstrategie past. - Foto's: Ronald Hissink
Het rassenonderzoek moet ertoe leiden dat de veehouder uiteindelijk in de kuil krijgt wat bij zijn bedrijfsvoering en voedingsstrategie past. - Foto's: Ronald Hissink

Onderzoeksprogramma korrelopbrengst

In december 2018 kondigde Delphy echter aan het onderzoek te stoppen. Drie kwekers, KWS Benelux, Pioneer en euroCORN zochten contact met elkaar en via snelle besluitvorming zorgden zij ervoor dat in elk geval een onderzoeksprogramma voor korrelopbrengst in 2019 is gefinancierd en uitgevoerd onder de paraplu van Agrotransfer Seeds. Voor de snijmaisrassen is in 2019 geen onderzoek uitgevoerd. Een gemis aan informatie, zo vinden de drie kweekbedrijven.

Boer helpen bij keuze

Corné Kocks, die ooit het Agrotransfer-onderzoek startte en uitbouwde tot een nationaal gerespecteerd vergelijkingsonderzoek van Europees geregistreerde rassen, geeft aan dat het een goede zaak is dat het onafhankelijk onderzoek wordt voortgezet. “Er is behoefte aan informatie waarbij de inzenders van rassen het onderzoek betalen, maar verder geen enkele inbreng hebben in de totstandkoming van de cijfers. Wel wordt hen natuurlijk gevraagd op welke eigenschappen of wijze mais onderzocht zou kunnen worden om de boer uiteindelijk te helpen om een betere keuze te maken voor rassen die ook bij hun bedrijf passen.”

In de loop der jaren zijn er juist door het onafhankelijke onderzoek ook in het onderzoek voor de Rassenlijst aanpassingen doorgevoerd die anders wellicht niet waren doorgevoerd

Corné Kocks

Cijfers rassen onder Nederlandse omstandigheden

Van de 200.000 hectare mais die in Nederland wordt verbouwd, wordt een derde ingezaaid met Europees toegelaten rassen. Deze rassen zijn niet onderzocht in het officiële onderzoek uitgevoerd door Open Teelten van Wageningen University & Research, dat cijfers genereert voor de Aanbevelende Rassenlijst. Omdat de telers wel behoefte hebben aan cijfers van deze rassen onder Nederlandse omstandigheden, levert het onderzoek, dat voorheen uitgevoerd werd door Delphy, wel de nodige informatie.

Oogsttijdstip van maisproefvelden

Daarnaast vinden de drie kwekers het een goede zaak dat er een extra vorm van onderzoek en dus ‘concurrentie’ is naast het onderzoek voor de Rassenlijst. Het houdt de zaak scherp, zo vinden ze. Kocks: “In de loop der jaren zijn er juist door het onafhankelijke onderzoek ook in het onderzoek voor de Rassenlijst aanpassingen doorgevoerd die anders wellicht niet waren doorgevoerd.” Een van de belangrijkste daarin is het oogsttijdstip van de maisproefvelden. Het onafhankelijk onderzoek koos al lang geleden voor een oogsttijdstip per vroegheidsgroep. Dat geeft een nauwkeuriger beeld van de kwaliteitseigenschappen van de rassen. Uiteindelijk is deze werkwijze ook gevolgd door het onderzoek dat plaatsvindt voor de Rassenlijst. Ook daar werd alles gehakseld op één datum, maar dat is nu gewijzigd in een datum per vroegheidsgroep. Dat past ook beter bij het rijpheidsstadium van de mais in die groepen. Toch zijn daar nog grote variaties zichtbaar.

De nieuwe stichting Agrotransfer Seeds wil snijmaisrassen af laten rijpen tot het korrelmaisstadium. Dan kan het maisras zijn volle potentie laten zien met betrekking tot zetmeel- en eiwitproductie.
De nieuwe stichting Agrotransfer Seeds wil snijmaisrassen af laten rijpen tot het korrelmaisstadium. Dan kan het maisras zijn volle potentie laten zien met betrekking tot zetmeel- en eiwitproductie.

Snijmaisrassen laten afrijpen tot volledige rijpheid

Het plan van de nieuwe stichting is dan ook om de snijmaisrassen te laten afrijpen tot volledige rijpheid: het korrelmaisstadium. Reden is dat in die situatie het maisras zijn volle potentie kan laten zien met betrekking tot zetmeel- en eiwitproductie. Want daar draait het uiteindelijk toch om in de maisteelt, zo lichten de kwekers toe.

Rassenonderzoek traag

De vraag werpt zich op waarom de kwekers dit dan niet sneller voor elkaar gekregen hebben binnen het officiële rassenonderzoek voor de Rassenlijst. Ze zijn immers ook vertegenwoordigd via Plantum. Het antwoord daarop is dat men daar met vaststaande protocollen te maken heeft die niet eenvoudig te veranderen zijn. Plus het feit dat er een heleboel verschillende kweekbedrijven in vertegenwoordigd zijn, die niet allen gelijk overtuigd zijn van aanpassingen in een systeem. Daarom is het officiële onderzoek ook trager in de werkwijze, ten aanzien van aanpassingen.

De onafhankelijke vergelijking biedt snel een correct inzicht in de kwaliteiten van een ras en de geschiktheid ervan voor een land of regio

Corné Kocks

Maisteelt veranderd

Mede door de concurrentie is de maisteelt veranderd, zo leggen de drie initiatiefnemers uit. “Kijk maar eens naar de ontwikkeling in droge stof. Vroeger kuilden de veehouders in met een drogestofdoel van 28 tot 30% droge stof. Later verschoof het advies naar 32% en nu zitten we al op 36%. Dat komt omdat de planten langer gezond en groen blijven en kunnen blijven staan tot ze volledig rijp zijn en maximale korrelopbrengst hebben. Dat deze rassen nu de boventoon voeren, komt vooral omdat deze rassen nu ook in het onafhankelijk onderzoek steeds als beste naar voren kwamen.” Als er geen aanpassingen waren geweest in het protocol, zouden we nu nog steeds rassen als Brutus kweken, zo denken de kwekers.

Regio en grondsoort

Een ander aspect van het onderzoek naar de Europees geregistreerde rassen is dat de telers ook een neutraal beeld krijgen van de eigenschappen en prestaties van het ras onder Nederlandse omstandigheden en in verschillende gebieden. Het voorbeeld daarbij is Duitsland. Daar is naast een nationale rassenlijst ook een rassenlijst per regio. De drie kwekers zijn ervan overtuigd dat ook binnen Nederland en België verschillen zijn in de prestaties van rassen, afhankelijk in welke regio deze geteeld zijn. Kocks voegt toe dat het onzin is om elk ras in elk land afzonderlijk te laten testen via het officiële onderzoek. “Deze rassen zijn erkend en worden herkend. Die kan je prima testen in vergelijkend rassenonderzoek, zonder dat het hele proces van officiële opname in de Rassenlijst moet doorlopen. Dat kost de kwekers te veel geld en dus uiteindelijk de veehouder ook. De onafhankelijke vergelijking biedt snel een correct inzicht in de kwaliteiten van een ras en de geschiktheid ervan voor een land of regio.”

Zo wordt er verschil gemaakt tussen bijvoorbeeld Noord- en Zuid-Nederland, maar ook in grondsoort. Er zijn rassen die op de hogere zandgronden in het Zuiden wel tot afrijping kunnen komen, maar dit in het Noorden op lagere, koude grond met vaak toch gemiddeld enkele graden lagere dagtemperatuur, niet halen. Dat voorkomt dat telers een niet passend ras kiezen op basis van nationaal gemiddelde cijfers.

Jaarlijks budget van € 100.000 tot € 150.000

Voor de doorstart van het onafhankelijk maisrassenonderzoek, waar Kocks overigens in de toekomst geen leidende rol zal spelen, is een jaarlijks budget nodig van € 100.000 tot € 150.000. Voorlopig dragen KWS Benelux, Pioneer en euroCORN deze lasten. Mogelijk zullen vanaf seizoen 2021 ook weer andere kweekbedrijven veelbelovende nieuwe rassen aanmelden voor beproeving bij Agrotransfer Seeds.

Of registreer je om te kunnen reageren.