Rundveehouderij

Achtergrond

Ruwvoerpositie krap voldoende

De ruwvoerpositie van de melkveehouders in Nederland houdt niet over, maar is voldoende voor aankomende winterseizoen. Alleen in het Oosten van het land en in gebieden met muizenschade is nog een tekort.

De ruwvoerpositie is in het algemeen voldoende om de winter door te komen. Dat blijkt uit een rondgang langs loonbedrijven verspreid over het land. Zij hebben goed zicht op de ruwvoerpositie van de melkveehouders in hun werkgebied. Natuurlijk zijn er bedrijven die intensiever van aard zijn die nog wel voer moeten bijkopen, maar dat is niet anders dan andere jaren. Alleen in de gebieden waar de droogte zowel in 2018 als 2019 heeft huisgehouden zijn de voorraden krap.

Dit is een redelijk gemiddeld beeld van de mais in Nederland. Voldoende ontwikkeld, maar niet superlang. Er wordt een redelijke opbrengst verwacht. In sommige zandgebieden met weinig neerslag staat de mais een stuk slechter. - Foto: Hans Prinsen
Dit is een redelijk gemiddeld beeld van de mais in Nederland. Voldoende ontwikkeld, maar niet superlang. Er wordt een redelijke opbrengst verwacht. In sommige zandgebieden met weinig neerslag staat de mais een stuk slechter. - Foto: Hans Prinsen

Neerslagtekort

De grootste problemen op gebied van ruwvoervoorziening doen zich voor in het Oosten van het land. Met name de zandgebieden hebben behoorlijk last gehad van het neerslagtekort. Een tweede gebied in Nederland is Zuidwest-Friesland waar nogal wat problemen zijn geweest als gevolg van muizenschade. Ook daar is plaatselijk nog niet voldoende voer gewonnen.

Lees ook: Zo doen zij dat: ruwvoer opslaan

Grasland

Voor heel Nederland geldt dat de eerste en tweede snede goed zijn binnen gehaald. De eerste snede viel al vroeg in het jaar. Zo rond Koningsdag waren flink wat boeren al aan het maaien geslagen. De weersvooruitzichten waren goed, maar toch viel de opbrengst uiteindelijk tegen. Er zijn nogal wat kuilen gewonnen die niet boven de 35% droge stof uitkomen. De kwaliteit daarvan is echter wel goed. Anderen die wachtten tot er iets meer gras in het veld stond, hebben tussen 5 en 15 mei gemaaid. Ook daarvan is de kwaliteit goed, maar dit gras kwam juist vaak aan de droge kant in de kuil.

Tweede snede

Ook de tweede snede is in het algemeen goed binnen gehaald. Daarna werd het droog. In het Westen en Noorden van Nederland liep de opbrengst van het grasland wel terug, vooral als gevolg van het warme weer. Toch viel daar zo heel af en toe nog wat neerslag, waardoor het gras niet echt verdroogde. Wel is daar sprake van ruwweg een tot anderhalve snede minder opbrengst dan normaal. Omdat het gras nog niet echt verdroogd was, kwam het na de eerste intensievere buien weer snel op gang.

De ruwvoerpositie is op de meeste bedrijven voldoende, maar er is geen sprake van opbouw van buffers die vorig jaar en dit jaar zijn opgevoerd. - Foto: Mark Pasveer
De ruwvoerpositie is op de meeste bedrijven voldoende, maar er is geen sprake van opbouw van buffers die vorig jaar en dit jaar zijn opgevoerd. - Foto: Mark Pasveer

Situatie in het Oosten

In het Oosten, met name in de Achterhoek en Twente is dat anders. Daar viel veel te weinig neerslag en de zandgronden in deze gebieden zijn niet vochtvasthoudend genoeg om vanuit de bodem de plant van vocht te voorzien. In deze streken is grasland dan ook verdroogd. Wie beregenen kon, deed dat. Daar is men ook al relatief snel in het seizoen mee gestart, mede omdat de grondwaterstand door de droge zomer van 2018 ook al tussen een en anderhalve meter lager stond dan normaal. Ook dat zorgde voor een lagere aanvoer van water vanuit de bodem.

Vooruitblik

In de afgelopen weken is er opnieuw flink veel oppervlakte gemaaid. Niet overal met de hoogste opbrengsten, maar september kan nog een heel goede groeimaand zijn. De bodemtemperatuur is hoog en ook de stikstofvoorraad in de bodem is hoog. Met voldoende vocht kan er dus nog best heel mooi voer groeien.

De grasoogst kwam dit jaar al vroeg op gang. Rond Koningsdag is er al volop gemaaid. - Foto: Henk Riswick
De grasoogst kwam dit jaar al vroeg op gang. Rond Koningsdag is er al volop gemaaid. - Foto: Henk Riswick

Lengte van weideseizoen

Wat ook een rol speelt in de ruwvoerpositie van de veehouders, is de lengte van het weideseizoen. Hoe langer de koeien buiten zelf hun gras kunnen ophalen, hoe later er een start wordt gemaakt met het voeren van de wintervoorraad. In dat geval speelt de relatief lage hoeveelheid neerslag van de zomer een gunstige rol. Het vochtbergend vermogen van de bodem is nu heel hoog, en het moet nog flink regenen voordat de draagkracht van de meeste gronden in Nederland een probleem dreigt te worden.

Door droge koeien op stro en brok te zetten is meer eigen ruwvoer voor de melkkoeien beschikbaar. Het is een alternatief voor aankoop van ruwvoer. - Foto: Ronald Hissink
Door droge koeien op stro en brok te zetten is meer eigen ruwvoer voor de melkkoeien beschikbaar. Het is een alternatief voor aankoop van ruwvoer. - Foto: Ronald Hissink

Mais aan korte kant

Voor de maisteelt is logischerwijs het zelfde beeld zichtbaar. Het is wel duidelijk dat het geen super maisjaar is. Ook in de gebieden waar nog wel met regelmaat wat neerslag viel, staat de mais er redelijk goed bij. Maar toch mist het lengte en daarmee opbrengst. Dat komt omdat de start vrij koud was. Op veel plaatsen begon de mais zich pas rond half juni te sluiten terwijl dat normaal gesproken zo’n 2 weken eerder het geval is. Daarna volgde zeer warm weer met te weinig neerslag. En hoewel mais een subtropisch gewas is, stond het toen wel stil. De celstrekking verminderde en veel maispercelen zijn nu niet veel hoger dan 2 tot 2,5 meter.

Kwaliteit mais

Omdat er voor de meeste percelen nog wel op tijd regen viel om de bevruchting goed te laten plaatsvinden, ontwikkelen de kolven zich nu goed. Kwalitatief zal het waarschijnlijk wel meevallen met de mais, gezien een juiste kolf/stengelverhouding. Alleen zal de opbrengst op veel percelen dichter bij de 40 dan bij de 50 ton liggen.

Met name langs de oostgrens zijn er wel maispercelen die verloren zijn gegaan. Daar waar nog wel bevruchting heeft plaatsgehad, is de mais veel te kort. De opbrengst is daardoor ook veel te laag.

Prijs mais op stam verwacht op niveau 2018

De ruwvoermarkt, met name voor mais op stam, heeft door alle bovenstaande redenen een afwachtende houding aangenomen. Voor de meeste veehouders in Nederland is er geen noodzaak om meer voer aan te kopen dan normaal. Vorig jaar startte de maisprijs hoog. Zo rond € 2.000. Omdat de kwaliteit van de mais toen in Oost- en Zuid-Nederland tegenviel (waar toch 80% van de mais wordt geteeld) wachtte veel kopers af, waardoor de handel met de mais dreigde te blijven zitten. De prijzen daalden toen sterk en liepen uiteen van € 1.400 tot € 1.700.

Prijzen onzeker

Ook nu zijn de prijzen onzeker. Van de 15 ondervraagde loonbedrijven zijn er slechts 2 die een prijs van € 2.000 laten vallen. De rest zegt het niet te weten. De meeste loonbedrijven waarschuwen wel dat veehouders niet moeten kopen op emotie. Wie zeker wil zijn, koopt vast voor een hogere prijs, maar gezien de ruwvoerpositie van de meeste boeren en de vrij goede kans op nog een goede snede en een lang weideseizoen, zal de druk op de snijmaismarkt eerder afnemen dan toenemen. De verwachting is dan ook dat de meeste mais niet voor hogere prijzen dan vorig jaar zal worden verkocht.

Ruwvoer verdringen met structuur en krachtvoer

Bij voertekort zijn er naast aankoop van mais ook alternatieven. Een optie is om ruwvoer uit te sparen bij jongvee en droge koeien door deze op stro en brok te zetten. Gras en mais dat normaal naar deze groepen gaat, al is het dan niet in grote hoeveelheden, kan dan ingezet worden voor de melkkoeien. Ervan uitgaand dat droge koeien rond 12 kilo droge stof opvreten, volgt de vuistregel dat bij 10% droogstand elke 100 dagen droge koeien op stro en brok, 10 dagen ruwvoer extra geeft voor de melkkoeien. Als deze strategie voor de hele winter wordt toegepast kan het zomaar een aantal weken voervoorraad voor de melkkoeien schelen. Tarwestro in grote balen kosten nu rond € 110 per ton, waarbij het reëel is te verwachten dat deze prijs gedurende de winter iets zal oplopen.

Bijmengen van ruwvoer

Bijmengen van ruwvoer in de vorm van gehakseld stro of gedroogde luzerne is ook een mogelijkheid. Alleen bijmengen van deze voeders verdringt al kuilvoer en door het hogere aanbod van goede structuur kan er ook meer mengvoer gevoerd worden. En ook dat verdringt ruwvoer. De brokprijs is relatief laag en ligt nu op het niveau van 2017, en lijkt nog verder te kunnen dalen. Om zetmeel in het rantsoen aan te vullen is aankoop van maismeel of geplet graan een optie. Net als mengvoer vertonen ook deze voeders qua prijs een dalende tendens. Begin augustus kende maismeel en tarwemeel nog prijs tussen de € 230 en € 250 per ton. Omgerekend naar de voederwaardeprijs is dat rond 85%. Daarbij worden deze voeders pas gekocht als ze nodig zijn en hoeft er dus niet vooruit te worden betaald zoals bij aankoop van snijmais. Aankoop uit de kuil kan ook, maar deze prijzen liggen nu op zo’n € 70 per ton.

Of registreer je om te kunnen reageren.