Rundveehouderij

Achtergrond 5 reacties

Het zijn de liters die tellen in Letland

Efficiënt werken en de melk zo goed mogelijk tot waarde brengen. Dat zijn de belangrijkste uitdagingen op melkveebedrijf Pienenes.

Zichtbaar trots toont Egīls Seņkāns op het computerscherm in zijn kantoor een staatje van de gestegen melkproductie. Die ging van 2012, het moment waarop de oude melkveestal van de voormalige staatsboerderij werd vervangen door een spiksplinternieuwe, omhoog van 6.277 naar 10.149 liter melk per koe in 2018. Niet onbelangrijk, aangezien het in Letland de liters zijn die tellen. Betalen voor kilo’s vet en eiwit, daar doen ze hier niet aan. Toch liggen de gehaltes in de melk op dit bedrijf met 4,4% vet en 3,5% eiwit niet laag.

Agronoom Egīls Seņkāns (58) is 1 van de 17 eigenaren van coöperatie SIA Lestene. Hij is sinds 1992, toen de coöperatie nog 368 leden telde, voorzitter. Bij het bedrijf hoort 1.700 hectare grond. Het gaat onder meer om 900 hectare tarwe, 300 hectare raapzaad, 75 hectare mais en 350 hectare raaigras (25%) en luzerne (75%). Het melkveebedrijf draagt de naam Pienenes en telt 420 melkkoeien en 370 stuks jongvee. Bij de onderneming werken 50 medewerkers waaronder een eigen dierenarts. - Foto's: Ronald Hissink
Agronoom Egīls Seņkāns (58) is 1 van de 17 eigenaren van coöperatie SIA Lestene. Hij is sinds 1992, toen de coöperatie nog 368 leden telde, voorzitter. Bij het bedrijf hoort 1.700 hectare grond. Het gaat onder meer om 900 hectare tarwe, 300 hectare raapzaad, 75 hectare mais en 350 hectare raaigras (25%) en luzerne (75%). Het melkveebedrijf draagt de naam Pienenes en telt 420 melkkoeien en 370 stuks jongvee. Bij de onderneming werken 50 medewerkers waaronder een eigen dierenarts. - Foto's: Ronald Hissink

Paardenbloemgeel

De gevel van melkveebedrijf Pienenes is opvallend paardenbloemgeel. De kleur wordt alleen onderbroken door grijze banen boven de toegangsdeuren. De gele kleur is niet zomaar gekozen, zo legt Seņkāns uit. Pienenes betekent paardenbloemen, een veel in de regio voorkomende plant. Na binnenkomst is het trouwens de kleur blauw die overheerst.

Het melkveebedrijf Pienenes.
Het melkveebedrijf Pienenes.

Melkstal

De melkkoeien worden gemolken in een 2x16 zij aan zij snelwissel melkstal. De in- en uitloop is voorzien van looprubber. 2 werknemers hangen de melkstellen onder. Op de vloer van de melkput liggen kratten voor een betere werkhouding. De dieren maken gemiddeld zo’n 3 lijsten vol. Prima, zo verzekert Seņkāns. Door de koeien na 3 lactaties af te voeren, blijven grote gezondheidsproblemen uit. Het gemiddelde celgetal ligt rond de 180.000 en het kiemgetal varieert van 13 tot 15. Getallen waarmee de onderneming zich prima kan meten met een gemiddeld Nederlands bedrijf.


  • Tot oprichting van het melkveebedrijf werd besloten in 1992. Reden was risicospreiding binnen het te splitsen staatsbedrijf.

    Tot oprichting van het melkveebedrijf werd besloten in 1992. Reden was risicospreiding binnen het te splitsen staatsbedrijf.

  • De in- en uitloop is voorzien van looprubber.

    De in- en uitloop is voorzien van looprubber.

Moderne technieken

De stallen zijn voorzien van de modernste technieken als een Herdnavigator en een automatisch klimaatsysteem. Voor optimaal koecomfort treedt de vernevelingsinstallatie in werking bij temperaturen boven de 20 graden. De koeien in de melkveestal staan verdeeld in 4 groepen. Melkvaarzen, tweede en derde lactatiekoeien, koeien einde lactatie en een groep droge koeien. Opvallend is het lage inseminatiegetal van 1,4. De investering van € 5.300 per koeplaats lijkt zich uit te betalen. De stal werd gefinancierd door de bank en met behulp van een Europese fonds. Zo dient nog 1.100 hectare grond als onderpand voor de benodigde lening. Efficiënt werken en de geproduceerde melk tegen een zo hoog mogelijke prijs in de markt zetten is dus van groot belang. Vooral dat laatste is een grote uitdaging.


  • Het melkveebedrijf importeerde afgelopen jaar 64 drachtige vaarzen uit Nederland. Komende winter wil de onderneming nog eens 100 koeien importeren.

    Het melkveebedrijf importeerde afgelopen jaar 64 drachtige vaarzen uit Nederland. Komende winter wil de onderneming nog eens 100 koeien importeren.

  • De veestapel bevat nu zo’n 40% holstein bloed. De onderneming begon met Latvian Brown vee, een lokaal ras.

    De veestapel bevat nu zo’n 40% holstein bloed. De onderneming begon met Latvian Brown vee, een lokaal ras.

Letse zuivel niet competitief

De Letse zuivelindustrie telt meer dan 40 verwerkers op minder dan 800.000 ton melk en is daardoor niet competitief. Van de melk wordt rond de 60% geëxporteerd, maar desondanks liggen de melkprijzen al jaren op het laagste niveau binnen de EU. Seņkāns zelf is voorzitter van de in 2004 opgerichte zuivelcoöperatie Piena Ceļš. Ondanks zijn wens om uit te betalen op vet en eiwit ziet ook hij momenteel geen mogelijkheid om het systeem te doorbreken. Dit alles vanwege de hevige concurrentie. Wel wordt op de achtergrond gewerkt aan meer samenwerking. Momenteel moeten ze zich tevreden stellen met een melkprijs van rond de 31 cent per liter. Volgens de veehouder een erg gemiddelde melkprijs en nagenoeg gelijk aan de kostprijs. Met dank aan de Europese toeslagen, volgens de veehouder de laagste in de EU, blijft er gelukkig een bescheiden winst over.


  • Dagelijks gaat er 11.000 ton melk naar Piena Ceļš 10 kilometer verderop. Deze coöperatie telt 48 leden met bedrijven variërend in omvang van 20 tot 600 melkkoeien.

    Dagelijks gaat er 11.000 ton melk naar Piena Ceļš 10 kilometer verderop. Deze coöperatie telt 48 leden met bedrijven variërend in omvang van 20 tot 600 melkkoeien.

Nieuwe stallen voor jongvee

Rondlopend op het bedrijf lijken de zaken voor het melkvee prima op orde. Voor het jongvee valt er nog wel wat te verbeteren. Niet voor niets zijn er 3 nieuwe stallen in aanbouw voor de kalveren, vaarzen en droge koeien. De afkalfstal bevindt zich nu nog in dezelfde ruimte als de ziekenboeg en dat wil de veehouder graag veranderen. Ook staat een deel van het jongvee nog in een aanbindstal verderop. Drachtige vaarzen hebben het zichtbaar moeilijk om te wennen aan de loopstal, zo vertelt Senkāns. Reden voor de veehouder om de dieren al 3 maanden voor afkalven in de melkveestal onder te brengen. Na oplevering van de nieuwbouw voor het jongvee moeten dit soort zaken definitief tot het verleden behoren.

Effecten van droogte

Alle mest van het melkveebedrijf, jaarlijks zo’n 20.000 kuub, gaat in een nabijgelegen biovergister. Het overgebleven digestaat gaat als organische meststof op het land. Ze doen dit nu al vele jaren en geven aan tevreden te zijn met de resultaten. Van verlies aan organische stof of bodemvruchtbaarheid hebben ze nog niets gemerkt. Wel hakte de droogte er afgelopen jaar ook hier flink in. 5 maanden viel er geen drup regen. Het melkveebedrijf is dan ook bijna door haar voorraad ruwvoer heen (stand van zaken eind mei, red.). De eerste snede gras/luzerne gaat als het goed is volgende week van het land. Gelukkig houdt de onderneming standaard 100 tot 200 ton als voerreserve. Die was afgelopen seizoen meer dan hard nodig.

Laatste reacties

  • veldzicht

    Mooi bedrijf,zo te zien lopen ze daar ook zeker niet achter.

  • Jan-Zonderland

    Arbeid is zeker niet duur daar: 50 medewerkers !?!?

  • el

    10 koeien per arbeider. Komen ze niets tekort!

  • hookwood

    ook 85 ha per arbeider....

  • el

    Moeten ze die met de schop klaarleggen?

Laad alle reacties (1)

Of registreer je om te kunnen reageren.