Rundveehouderij

Achtergrond 2 reacties

Daling aantal kalverplaatsen, onzeker met hoeveel

De kans is reëel dat de komende jaren veel kalverhouders stoppen. Dat heeft gevolgen voor het aantal kalverplaatsen. De mate waarin is onzeker.

Het aantal blanke vleeskalveren in Nederland, en ook het aantal rosékalveren, laat al jaren een lichte stijging zien. Bij de meest recente CBS-cijfers zijn vorig jaar 599.535 blanke kalveren en 311.755 rosékalveren geteld. Daarmee liggen de aantallen blanke kalveren op het hoogste niveau sinds 2010 en qua rosékalveren zijn er nog nooit zoveel geweest.

Toch is het de vraag of dit aantal kalveren houdbaar is want in de belangrijke kalvergebieden staat nogal wat te gebeuren, vooral in Noord-Brabant. Kalverhouders in die provincie krijgen vanaf 2022 met strenge emissieregels te maken. De mate waarin hangt af van de leeftijd van de stallen.

Ook oudere stallen moeten emissiearm zijn

De belangrijkste beperkingen in de provincie Noord-Brabant vloeien voort uit de zogenoemde notaruimte. In die provincie moeten binnen enkele jaren alle stallen emissiearm zijn uitgevoerd. Bij uitbreiding moeten ze elders stalruimte opkopen (stalderen). De benodigde maatregel hangt af van de leeftijd van de stal. Stallen ouder dan 20 jaar moeten in 2022 de ammoniakemissie met 50% hebben teruggebracht. Stallen die in 2024 die leeftijd bereiken moeten 70% reduceren. In 2028 moeten 20 jaar oude stallen zelfs 85% minder ammoniak uitstoten.

Intern salderen is niet toegestaan. Tot nu zijn alleen luchtwassers praktijkrijp. Een chemische wasser is mogelijk maar steeds minder gewenst. Een biologische wasser werkt vaak niet zo goed in kalverstallen doordat de bacteriën die de ammoniak omzetten een constante hoeveelheid ammoniak nodig hebben zonder perioden van leegstand. Er vindt al enkele jaren onderzoek naar alternatieve systemen plaats, onder andere met mestbanden en -schuiven. De provincie verstrekt daar ook subsidies voor.

Strenge regels

Bouwadviesbureau Van Dun gaf recentelijk aan te verwachten dat – als de provincie vasthoudt aan de strenge regels – de helft van de Brabantse kalverhouders deze omschakeling niet meer gaat maken en voor die tijd stopt. Ook andere delen van Nederland hebben via het Besluit Huisvesting te maken met emissie-eisen, maar dat is vooralsnog alleen bij nieuwbouw.

In Noord-Brabant zitten in 2018 volgens het CBS ruim 113.000 blanke vleeskalveren op 117 bedrijven. Dat is respectievelijk 18% en 15% van het totaal. Aangezien naar verwachting relatief meer kleine bedrijven stoppen is de impact voor het aantal kalveren kleiner dan voor het aantal bedrijven. Toch zou de kalverstapel aanzienlijk slinken als de helft van de Brabantse kalverhouders daadwerkelijk de handdoek in de ring gooit. Daar komt bij dat in hét kalvergebied bij uitstek, de Veluwe, nogal wat kleine bedrijven zijn en opvolging in het algemeen een probleem is in de sector.

Geen grote groeistappen

Dat er nogal wat op de kalversector afkomt, ziet ook Wim Thus, voorzitter van de vakgroep kalverhouderij bij LTO. Thus noemt een lichte krimp van het aantal kalveren niet zo’n groot probleem. “Maar bij grote aantallen zou het een ramp zijn. Het tast de kracht van de keten aan.”

Een cruciale vraag is of de blijvers de plaatsen van de stoppers opvangen. De stabiele inkomens, de afhankelijkheid van importkalveren en de sturing uit de sterke integraties maken volgens Thus dat de meeste kalverhouders geen grote groeistappen zullen zetten. Aan de andere kant ziet hij dat diverse noodzakelijke ontwikkelingen in de sector plaatsvinden. “Maar op veel bedrijven is de rek er wel uit, zeker als er de komende jaren kostprijsverhogende maatregelen nodig zijn.” Voor Brabantse kalverhouders zijn het vooral de emissie-eisen, maar Thus ziet ook inkomenseffecten uit maatregelen vanuit het klimaatakkoord en de kringloopvisie van minister Schouten.

De kalverhouderij loopt op veel thema’s voor maar juist op het gebied van ammoniakreductie is er een achterstand ontstaan

Thus verwacht dat er wel impulsen zullen ontstaan voor innovatie en vernieuwing in de sector. Op het gebied van emissiebeperking is dat hard nodig. “De kalverhouderij loopt op veel thema’s voor maar juist op het gebied van ammoniakreductie is er een achterstand ontstaan.” Dat heeft volgens hem waarschijnlijk met de kleine omvang van de sector te maken en het weinig internationale karakter van de kalverhouderij waardoor grote bedrijven minder snel met innovaties komen.

Toekomstige structuur

Dat de toekomstige structuur moeilijk is in te schatten vindt ook Jeroen van den Hurk, sectormanager food & agri bij Rabobank. “Het hangt van veel factoren af die lang niet allemaal in beeld zijn. Maar ik zie niet snel een sterke daling van het aantal kalveren.” Hij verwacht ook wel dat kleine en gemengde bedrijven geen grote investeringen meer doen. “Maar daar zitten niet de grote aantallen kalveren.”

Overnames

Bovendien constateert Van den Hurk dat in de sector al is voorgesorteerd op stoppende bedrijven. “Het aantal kalverplaatsen is de afgelopen jaren wat opgelopen.” Hij ziet op een deel van deze bedrijven groeipotentie, maar ook hij verwacht geen groeispurten zoals in de varkenshouderij. Hij noemt 800 tot 1.200 kalveren nog altijd als optimum. “Dat heeft onder andere te maken met de kalverlogistiek en invulling van arbeid.”

Van den Hurk ziet wel gebeuren dat kalverhouders de locatie van een stoppende kalverhouder overnemen. De stopper kan eventueel tegen betaling het werk blijven doen. “Het moet wel voldoende omvang hebben, technisch in orde zijn en passen bij de ondernemer.” Hoeveel dat gaat gebeuren is giswerk.

Maximum aantal kalveren

Ook Marijke Evers, director corporate affairs bij VanDrie Group, kan de impact voor het aantal kalverplaatsen moeilijk inschatten. Wel merkt ze op dat de kalverhouderij op het maximum van het aantal kalveren zit. Gezien de ontwikkelingen verwacht ze eerder een lichte krimp van de sector dan verdere groei. “Pas als we de uitwerking van alle maatregelen weten, kunnen we een betrouwbare schatting maken.”

Evers noemt het belangrijk dat de sector goed luistert naar maatschappelijke vragen en zich niet blind staart op groei en maximalisatie van productie. Aan de andere kant moet er voor worden gewaakt dat kosten in de keten laag zijn en voldoende volume blijft om afzetmarkten goed te kunnen bedienen. “Dat zal de komende jaren een uitdaging blijven.” Waar de minimale grens ligt, kan ze niet aangeven. “We moeten dat in de keten oplossen. Ik heb er vertrouwen in dat dat gaat lukken.”

Laatste reacties

  • jan4072

    Weer een heel foute manier van schrijven. Waarom elke keer weer schrijven van alles wat er nog niet gedaan is en achteraan lopen. Schrijf toch liever wat er allemaal al niet gedan is en hoe goed dat uitgepakt heeft en hoeveel baat het milieu er niet bij gebaat heeft. Of dat allemaal onzin is maakt niet uit. 2 weken terug stond er een stuk over waarheid en onwaarheid en het succes van actie groepen. Het probleem van de naakte waarheid is dat de grote masse mensen dit niet willen of kunnen begrijpen. Maar halve waarheid en glazenbol waarzeggerij slaat altijd wel aan. Als voorbeeld werd Hitler genoemd. Die is groot geworden door de Duitsers te vertellen hoe fout het was dat ze onderdrukt werden en dat hij ze er boven op ging helpen met o.a auto voor iedereen enz enz. De spiegel van op en top socialisme. De waarheid was dat hij een komplete oorlogsmachine optuigde. Die grote waarheid kwam pas boven toen het al te laat was. Daarom René schrijf toch eens hoe geweldig we het doen.

  • Aanpassen veranderen regelgeving bedenken overleggen controleren verkopen .
    WERK allemaal werkgelegenheid, daarom zal die gekkigheid niet eerder stoppen dan dat de laatste boer/ondernemer is gestopt. ALS je zegt dat het GOED is, verkoop je niks, verdienen velen niks, behalve de boer/ONDERNEMER.

Of registreer je om te kunnen reageren.