HSK400906_18

Fosfaatrechten en prijs fosfaatrechten

Lees in het dossier alles over de veelbesproken onderwerpen fosfaat, fosfaatreductie, derogatie en fosfaatrechten.

Terug naar dossier
Rundveehouderij

Achtergrond

Aanpassing derogatie-eisen kan animo vergroten

In 2018 deden 1.228 bedrijven minder mee met derogatie dan het jaar ervoor. Aanpassing van de eisen kan helpen de trend te stoppen.

Uit een studie van Wageningen Economic Research blijkt dat vorig jaar het aantal derogatiebedrijven met 1.228 (6,6%) daalde ten opzichte van het jaar ervoor. In 2017 ging het om 448 bedrijven. Het ging toen om een daling van 2,3%. Het onderzoek is gedaan in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Derogatie heeft vooral betrekking op melkveebedrijven; circa drie kwart van de deelnemers heeft melkvee dat bijna 90% van het derogatie-areaal beslaat. De afname van het aantal derogatiebedrijven in de periode van 2016 tot 2019 komt vooral door bedrijfsbeëindiging, derogatievoorwaarden die als beperkend worden beschouwd en omschakeling van bedrijven naar andere producten of productiewijzen.

In 2018 zijn 314 bedrijven gestart met derogatie en 1.542 gestopt. Een jaar ervoor waren dat respectievelijk 438 en 886 bedrijven. Het aantal stoppers neemt dus toe. De meeste derogatiebedrijven zitten in het gebied Zand-Midden Oost, gevolgd door Zand-Noord en Noordelijke Zeeklei. De sterkste afname van bedrijven werd vorig jaar gezien in Zand-Zuid + Löss (-10,7%), Zand-Midden Centraal (-8,1%) en Noordelijk Veenweide (-6,6%). Opvallend is dat het aandeel grasland tussen de gebieden schommelt tussen de circa 83 en 95%. In alle gebieden behalve Zuid-Oost + Löss neemt het percentage grasland per bedrijf jaarlijks af.

Norm 80% grasland verlagen

Uit gesprekken met 23 deelnemers en een aantal sectordeskundigen blijkt een belangrijk bezwaar voor stoppers de eis van 80% grasland. Een deel van de veehouders zou weer met derogatie meedoen als deze norm wordt verlaagd, bijvoorbeeld naar 70%. Dat wordt door veehouders genoemd als acceptabel percentage.

Een deel van de veehouders zou weer met derogatie meedoen als de norm wordt verlaagd. Deelnemers aan een onderzoek noemen een verlaging van de eis van 80% grasland naar 70% acceptabel. - Foto: Reina de Vries
Een deel van de veehouders zou weer met derogatie meedoen als de norm wordt verlaagd. Deelnemers aan een onderzoek noemen een verlaging van de eis van 80% grasland naar 70% acceptabel. - Foto: Reina de Vries

Invoeren van gewasderogatie

De onderzoekers geven ook een andere mogelijkheid aan, namelijk invoeren van gewasderogatie. Bij niet-uitspoelingsgevoelige gewassen mag dan meer dan 170 kilo stikstof per hectare uit dierlijke mest worden gebruikt. Een opgevoerd argument tegen de 80%-eis is dat het ook niet past bij het streven naar meer teelt van eiwit van eigen land. Bovendien leidt een hoog aandeel graslandproducten tot een hoger percentage onbestendig eiwit in het rantsoen. Als een verhouding gras/snijmais wordt 70/30 tot 60/40 als ideaal genoemd.

Reparatiebemesting met fosfaatkunstmest of organische fosfaatmeststof

Sinds 2014 mag een derogatiebedrijf geen fosfaatkunstmest meer gebruiken. De ondervraagde bedrijven geven dit niet als reden aan om te stoppen met derogatie, maar bedrijfsadviseurs noemen dat wel een aantal keer. Mogelijk daalt het animo voor derogatie verder door de fosfaathuishouding.

Circa de helft van de bedrijven heeft een negatieve fosfaatbalans, met een teruglopende fosfaattoestand tot gevolg. Reparatiebemesting met fosfaatkunstmest is echter niet toegestaan. Een voorstel is fosfaatkunstmest beperkt toe te staan als rijenbemesting bij teelt van mais. Ook wordt gebruik van alternatieve organische fosfaatmeststoffen als reparatiebemesting genoemd, zoals dikke fractie of compost.

Lees ook: In december pas duidelijkheid over derogatie 2020

Of registreer je om te kunnen reageren.