Rundveehouderij

Achtergrond

Nico Bons: grasoogst blijft altijd mooi werk

Nico Bons fokt koeien met exterieur op topniveau. Maar hij heeft ook een grote plaats in zijn hart voor de grasteelt. Op zijn bedrijf wordt 4 juni de Grasdag 2019 gehouden.

Nico Bons (42) is vooral bekend in de wereld van exterieurfokkerij. Hij heeft in Ottoland (Z.-H.) samen met zijn vrouw Lianne (39) 65 melkkoeien en evenveel stuks jongvee. Er is 40 hectare veengrond in eigendom. Daarvan is 5 hectare mais. “Maar weinigen weten dat ik ook veel plezier beleef aan de grasoogst”, zegt de topfokker. Voor zijn bedrijf zijn 3 zaken van belang: fokkerij, huisvesting en voeding. “Voor mij wegen die 3 even zwaar.”

Ik ben meestal zo’n 2 weken later aan het maaien dan de anderen hier in de buurt. Dan moet ik nog wel eens de andere kant opkijken

Hoe wordt er bemest?

“We bemesten altijd met sleepslangen, met water ter verdunning. Ik denk dat de verhouding meestal op 60% mest en 40% water ligt. Dit doen we om de mest goed tussen het gras te krijgen. Ik wil absoluut niet dat de mest mee omhoog groeit. Ik wil schoon gras voor de koeien. Zeker in de beweiding, maar ook voor de oogst. Daarom laten we na beweiding met de koeien óf de droge koeien óf de pinken naweiden. Daarna bloten we wat er nog staat en dat harken we bij elkaar. Zo verwijderen we gelijk (opgedroogde) mestflatten. Dit gaat op de mesthoop. Dat geeft extra werk, maar zo houd ik mijn weiden schoon. Na de droogte van vorig jaar is de grasmat zo open geworden dat er dit voorjaar erg veel muur stond. Dat is gespoten en vervolgens doorgezaaid met een mengsel van DLF.”

Nico Bons: "Ik wil absoluut niet dat de mest mee omhoog groeit. Ik wil schoon gras voor de koeien. Zeker in de beweiding, maar ook voor de oogst". - Foto: Roel Dijkstra
Nico Bons: "Ik wil absoluut niet dat de mest mee omhoog groeit. Ik wil schoon gras voor de koeien. Zeker in de beweiding, maar ook voor de oogst". - Foto: Roel Dijkstra

Waar mik je op in de grasoogst?

“De eerste snede is meestal pas rond half mei. Ik mik op gras met een hoog drogestofgehalte en voldoende structuur. Ik ben dan ook meestal zo’n 2 weken later aan het maaien dan de anderen hier in de buurt. Dan moet ik nog wel eens de andere kant opkijken, want het kriebelt dan wel”, lacht hij. “De structuur is nodig om de koeien goed te vullen. Dat vind ik belangrijk.”

Ben je niet veel meer met de koeien bezig?

“Als we eenmaal met de grasoogst bezig zijn, kan ik daar enorm van genieten. Dan ben ik daar ook constant mee bezig en zal je mij niet snel in de stal vinden. Door het lange wachten is het melkdrijvend effect van het gras wel minder, maar dat is ook niet ons doel. Het gewonnen gras van vorig jaar bevatte gemiddeld 75% droge stof. Bijna hooi dus. Een koe die breed en diep is, moet eerst goed gevuld zijn. De productie kan je aanvoeren met krachtvoer. Wij voeren tot maximaal 10 kilo van een speciale brok van De Heus in de melkstal. We hebben geen krachtvoerautomaten.”

En er is geen graskuil?

“Klopt, alle gras gaat in de ronde baal. Tot 6 jaar geleden kuilden we alles in. Maar om alle voer goed op te kunnen slaan en vooral te bewaren, zijn er eigenlijk sleufsilo’s nodig. Dat is hier op veengrond erg duur en zou voor ons een investering vragen van zo’n € 60.000. Maken van ronde balen kost voor ons bedrijf € 3.500 meer dan regulier inkuilen, maar nu ben ik verlost van broei en verliezen. Dat compenseert dat bedrag zeker.”

Of registreer je om te kunnen reageren.