Rundveehouderij

Achtergrond 3 reacties

Knop om voor weidevogels

Gerwout Netjes heeft voor 22% van zijn areaal zwaar natuurbeheer ingepast in zijn bedrijfsvoering. Het doel is het aantal weidevogels in stand te houden of zelfs te laten toenemen.

Het bedrijf van Gerwout Netjes ziet eruit als ieder ander melkveebedrijf. Niets wijst direct op de inspanningen die hij verricht om de weidevogels op zijn bedrijf en in het omringende gebied te beschermen en ruimte te geven. Toch is hij daar intensief mee bezig. Zo is hij bestuurslid van Collectief Eemland, een groep die zich inspant om de dalende weidevogelstand tegen te gaan en zelfs mogelijk in het gebied wil laten groeien.

Gerwout Netjes (29) heeft samen met zijn ouders Gerrit en Willy een melkveebedrijf in Eemdijk (U.). - Foto's: Ton Kastermans Fotografie
Gerwout Netjes (29) heeft samen met zijn ouders Gerrit en Willy een melkveebedrijf in Eemdijk (U.). - Foto's: Ton Kastermans Fotografie

Kwart areaal in zwaar beheer

Bijna een kwart van zijn areaal ligt in zwaar beheer. Dat omvat nestbeheer, plasdrasgebieden, kruidenrijk gras en uitgestelde maaidatum. Vrijwilligers tellen de nesten en houden de weidevogelstand bij. Volgens Netjes is het beheer prima inpasbaar in de bedrijfsvoering. “Wij zijn sinds 2010 op dit bedrijf. In Kampen, waar we vandaan komen, hadden we ook wel wat natuurbeheer, maar hier is dat uitgegroeid.” Bij de bedrijfsovername waren er nog lopende contracten. “Dan kom je er meer mee in aanraking en dat groeit dat van lieverlee ook uit.” Volgens Netjes moet bij veehouders die ermee willen starten de knop om. “Je gaat van productief gericht bezig naar een andere invulling van je percelen. Je creëert een biotoop waarin weidevogels goed uit de voeten kunnen.” Dat betekent dat ze de ruimte hebben om te nestelen en hun kuikens kunnen grootbrengen.

Hier draait het zwaar beheer op het bedrijf van Gerwout Netjes om: behoud van de weidevogels in het gebied, zoals deze grutto.
Hier draait het zwaar beheer op het bedrijf van Gerwout Netjes om: behoud van de weidevogels in het gebied, zoals deze grutto.

Toegevoegde waarde plasdras

Volgens Netjes zijn vooral de plasdrasgebieden een toegevoegde waarde. Hij heeft dit jaar 3 van zulke plasdrasstroken. Op een strook in een perceel is dan een kunstmatig gecreëerde waterplas. Dit gebeurt met een pomp die continu water naar het te vernatten deel pompt. Een buis in de greppel fungeert als overloop en laat overtollig water terug in de sloot. De pomp is voorzien van energie via zonnepanelen. Netjes schaft de pompen zelf niet aan. Die zijn beschikbaar gesteld door de provincie. “Ik hoef alleen maar te controleren of ze blijven werken.”

De plasdrasgebieden zijn ideaal voor de weidevogels. In het midden een strook water, daar direct omheen kruidenrijk gras en daar weer omheen uitgestelde maaidatum.
De plasdrasgebieden zijn ideaal voor de weidevogels. In het midden een strook water, daar direct omheen kruidenrijk gras en daar weer omheen uitgestelde maaidatum.

In de plasdrasgebieden kunnen de vogels gemakkelijker met hun snavels in de grond en zo in voedsel voorzien. In de directe omgeving van het plasdras staat kruidenrijk grasland. Dit biedt open ruimte aan de kuikens. Ook trekken de kruiden meer insecten aan die het voedsel voor de kuikens zijn. Het geheel is omzoomd door grasland met uitgestelde maaidatum.

Minder opbrengst

De exacte opbrengstderving is niet bekend. Voor een uitgestelde maaidatum geldt een norm van 14% opbrengstdaling. Die zit vooral in de eerste snede. Na het maaien mag Netjes het land gewoon regulier gebruiken, dus bemesten en beweiden. De gemiddelde voederwaarde ligt op zo’n 830 VEM en 12% eiwit. “Het is de kunst om te accepteren dat je daar later moet maaien. Het is daarom beter om je te richten op behoud van kwaliteit en minder te focussen op opbrengst.” Voor het kruidenrijke grasland wordt gerekend met een opbrengstdaling van 50%, terwijl het onder water gezette deel tot 100% opbrengstderving leidt.

De weidevogelbescherming valt goed te combineren met melkproductie, maar vraagt wel enige planning.
De weidevogelbescherming valt goed te combineren met melkproductie, maar vraagt wel enige planning.

Tegenover de verliezen staan ook opbrengsten. Die variëren van jaar tot jaar, afhankelijk van de pakketten die Netjes uitvoert en de oppervlakte die hij daarvoor inzet. Voor Netjes geldt dat hij gemiddeld 1,5 cent per liter melk als vergoeding ontvangt. “Dat geld kan je gebruiken om bijvoorbeeld perspulp of mais voor aan te kopen. Je wordt er in elk geval niet rijk van”, grapt hij.

Predatoren

De grootste bedreiging voor de weidevogels zijn de natuurlijke vijanden voor hun kuikens. Het gaat dan vooral om vossen, ooievaars en kraaien. Om de kansen voor de weidevogels te vergroten zijn veel bomen in de polder gekapt. “Een boom is een rustplaats en uitkijkpost voor predatoren. Je vindt ook nooit nesten in de directe omgeving van een boom.” Voor de vossen geldt in het gebied een 0-optie. Dat betekent dat de Wild Beheer Eenheid vossen hier mag bejagen. Om de weidevogels verder tegen vossen te beschermen is dit jaar voor het eerst een stroomraster om de plasdrasgebieden geplaatst. Dit raster werkt op zonne-energie. “Het is een extra drempel om de vossen daar weg te houden waar juist de meeste vogels en kuikens zitten.”

Dit jaar is voor het eerst een stroomraster met schrikapparatuur op zonne-energie geplaatst om een plasdraggebied. Dat biedt een extra drempel om vossen uit het gebied te houden.
Dit jaar is voor het eerst een stroomraster met schrikapparatuur op zonne-energie geplaatst om een plasdraggebied. Dat biedt een extra drempel om vossen uit het gebied te houden.

Politiek

Netjes is kritisch op het beleid van de overheid. “Dat vergt aanpassing als het gaat om combinatie natuurbeheer en goede landbouwpraktijk. De minister wil graag kringlooplandbouw met meer aandacht voor biodiversiteit. Tegelijkertijd wordt ook de landbouw grondgebonden gemaakt via de ‘eigen eiwitnorm’. Dat stookt niet met elkaar.” Netjes ervaart namelijk dat de eiwitopbrengst van zijn beheerpercelen veel lager is. Nu is zijn bedrijf niet te intensief. “Wij zitten op 70% eiwit uit eigen voer, maar dat daalt richting 65%. Dat is nog net genoeg, maar bedrijven die de norm amper halen, hebben geen ruimte voor natuurontwikkeling of inpassen van weidevogels. Die sturen op meer opbrengst en dat werkt monocultuur juist in de hand.” Netjes pleit er daarom voor dat bedrijven die meer biodiversiteit willen ontwikkelen, met een lagere eigen eiwitnorm mogen werken. “Of voer een andere norm in, zoals fosfaatoverschot per hectare. Dat kun je goede landbouwpraktijk met natuurbeheer combineren.”

Laatste reacties

  • koestal

    Ook worden de predatoren beschermd door de overheid,hypcriet beleid.

  • Soms

    Op de bovenste foto lijkt het erop dat het hele gebied in 1 keer gemaaid is. Ik mag hopen dat er (voortaan) mozaïek beheer toegepast wordt. Anders heeft het allemaal niet zoveel zin voor de jonge weidevogels.

  • koestal

    Ook de knop om ,om de de predatoren te bestrijden.

Of registreer je om te kunnen reageren.