Rundveehouderij

Achtergrond 2 reacties

Verschuiving mastitisverwekkers vraagt meer aandacht

Omgevingsgebonden mastitisverwekkers lijken de laatste jaren meer voor te komen. Voor een goede mastitisbehandeling en -preventie blijft bacteriologisch onderzoek belangrijk.

Er lijkt een verschuiving plaats te vinden in de populatie ziekteverwekkers van mastitis. Die signalen krijgt Otlis Sampimon van geneesmiddelenbedrijf Zoetis, van dierenartspraktijken die bacteriologisch onderzoek (BO) uitvoeren. “De bacteriën Serratia, Citrobacter, Klebsiella, Mycoplasma bovis en Lactococcus Garviae komen de laatste jaren meer voor. Evenals Prototheca, een alg als mastitisverwekker”, vertelt Sampimon. Hij concludeert dat het aantal omgevingsgebonden mastitisverwekkers toeneemt. “Het langjarig gebruik van biobedding kan een toename veroorzaken van bepaalde omgevingsbacteriën.”

Geen aselecte steekproef

GD kan de praktijkervaringen van Sampimon niet onderbouwen met cijfers. “Het bacteriologisch onderzoek van melk dat wij uitvoeren is slechts een weergave van wat dierenartsen en veehouders inzenden en geen aselecte streekproef van Nederlandse bedrijven. Daarmee is er geen wetenschappelijke onderbouwing voor een verschuiving van mastitisverwekkers”, zegt Christian Scherpenzeel van GD.

Toename van veeaankoop

De toename van veeaankoop door krapte aan jongvee is mogelijke ook een oorzaak van verschuiving in mastitisverwekkers. “Streptococcus equi, een bacterie die droes veroorzaakt bij paarden, zien we ook als verwekker van mastitis bij melkvee. In een regenachtige zomer zien we via weidegang (besmetting via modder en mest) vaker Streptococcus uberis als mastitisverwekker. In Nieuw-Zeeland komt dat vaak voor.”

Behandeling soms lastig

De mastitisverwekkers die nu vaker worden aangetroffen, zijn niet altijd eenvoudig te behandelen. Een voorbeeld is Mycoplasma, een bacterie zonder celwand. Deze is moeilijk te diagnosticeren, is besmettelijk en reageert niet op antibiotica. “Als veehouders niet snel reageren op een Mycoplasma-besmetting kan dat desastreuze gevolgen hebben”, zegt Sampimon. Mycoplasma is niet aan te tonen met standaard BO. “Daarvoor is een aparte specifieke kweek of PCR-techniek nodig van melk”, aldus Scherpenzeel. Hij adviseert om koeien die besmet zijn met Mycoplasma af te voeren vanwege de slechte prognose en de kans op besmetting van gezonde dieren.

Koeien met Prototheca-infectie afvoeren

Prototheca ofwel algen die mastitis veroorzaken zijn vooral op natte plaatsen in de omgeving aanwezig. Ze zijn wel aan te tonen met BO, maar zijn ook niet te behandelen met antibiotica. Het advies is om koeien met een Prototheca-infectie af te voeren, want deze koeien zijn onbehandelbaar. De algen persisteren gedurende lange tijd, ook tijdens de droogstand.

Ken de mastitisverwekkers en hun bron

“Om mastitiskoeien effectief te behandelen en preventief te werken, moet je weten om welke kiemen het gaat”, stelt Sampimon. “Bij onbehandelbare varianten, kun je dan snel reageren om erger te voorkomen.”

Hij adviseert BO uit te voeren op melk van 10 dieren met een verhoogd celgetal (> 200.000 cellen/ml) of van koeien met zichtbare mastitis. “BO gebeurt nog steeds te weinig en dan duurt het te lang voordat veehouders gericht ingrijpen. Voer ook bij milde mastitis BO uit. Want de koe kan drager blijven van de bacterie en deze verder verspreiden, waardoor het probleem toeneemt. Ken ook de bron van aanwezige ziekteverwekkers en houd omgevingsbacteriën op het bedrijf zo laag mogelijk.“

“Mastitisverwekkers gedijen goed in vochtig organisch materiaal. Zorg daarom voor droge ligbedden en biobedding met minimaal 35% droge stof onder de scheider en voor een goede drinkwatervoorziening.” Gebruik een barriѐredip na het melken en zet daarna koeien een half uur vast in het voerhek. Dat helpt om infecties met omgevingsbacteriën te beperken.

Laatste reacties

  • H. van Grinsven

    wat voegt een goede drinkwatervoorziening toe op uiergezondheid?

  • farmerbn

    Water zonder algen?

Of registreer je om te kunnen reageren.