Rundveehouderij

Achtergrond 1 reactie

Betere registratie nodig voor gezondere klauw

Het Hoofcare Expertise Centre moet veehouders bewuster maken van klauwgezondheid. Voorzitter Gerrit Hooijer pleit daarom voor stimulans van registratie.

Slechte klauwgezondheid schaadt het welzijn van de koe ernstig en kost geld aan behandeling en inkomstenderving door productieverlies, verhoogde afvoer van koeien en een verlengde tussenkalftijd. In de 12 jaar dat DigiKlauw in de lucht is, zijn van ongeveer een miljoen koeien de klauwscores bijgehouden en is het percentage klauwaandoeningen over de gehele lijn licht gedaald, terwijl Mortellaro en witte lijndefecten juist een stijging lieten zien.

Gerrit Hooijer (65) is hoofd herkauwersgezondheidszorg aan de faculteit diergeneeskunde in Utrecht. Vanuit die functie is Hooijer sinds november 2017 voorzitter van het Hoofcare Expertise Centre (HEC). - Foto: Herbert Wiggerman
Gerrit Hooijer (65) is hoofd herkauwersgezondheidszorg aan de faculteit diergeneeskunde in Utrecht. Vanuit die functie is Hooijer sinds november 2017 voorzitter van het Hoofcare Expertise Centre (HEC). - Foto: Herbert Wiggerman

Onvoldoende aandacht klauwgezondheid

“Klauwgezondheid leeft in het algemeen nog steeds te weinig onder veehouders”, stelt Gerrit Hooijer, hoofd herkauwersgezondheidszorg binnen de faculteit diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht en voorzitter van het Hoofcare Expertise Centre. “Dit is echter het grootste welzijnsprobleem omdat een klauwprobleem veel pijn geeft. In stallen zie je regelmatig koeien met klauwproblemen. Je kunt daarbij alleen kijken naar koeien die echt kreupel lopen, maar ik pleit ervoor meer te kijken naar de koeien met een locomotiescore 1 of 2. Een koe die met een licht bollende rug loopt, is misschien niet duidelijk kreupel maar kan wel degelijk pijn hebben. In het Koekompas is de aandachtswaarde voor de locomotiescore niet voor niets verlaagd van 3 naar 2.”

Klauwgezondheid verbeteren door kennis bundelen

Gerrit Hooijer (65) is hoofd herkauwersgezondheidszorg aan de faculteit diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht. Vanuit die functie is Hooijer sinds november 2017 voorzitter van het Hoofcare Expertise Centre (HEC). Dit samenwerkingsverband is opgericht door de Vereniging van Rundvee Pedicures, AB Vakwerk, AB Werkt, ABEOS, Abiant, CRV, faculteit Diergeneeskunde, Dairy Training Centre en het Nederlands Klauwgezondheidscentrum met als belangrijkste doel het verbeteren van de klauwgezondheid.

Wordt een bepaalde mate van structurele klauwproblemen geaccepteerd?

“Dat denk ik wel. Het is net zoals bij klinische mastitis; als je daarbij 15 tot 20% in je veestapel normaal vindt, dan kan het zijn dat je nog onder het landelijk gemiddelde zit. Een veehouder moet voor zichzelf gaan nadenken welke mate van kreupelheid hij acceptabel vindt. We hebben hier op de faculteit wel eens de discussie gehad over wat erger is; een koe 2 weken goed kreupel en daarna hersteld of een jaar lang een beetje pijn en een locomotiescore 2-3.”

En?

“Vanuit de koe geredeneerd, heb ik daar geen antwoord op. Het zou best allebei even erg kunnen zijn maar het geeft wel aan dat je als veehouder meer vanuit de koe moet redeneren. De koe vertelt het je wel of iets goed gaat of niet, alleen moet je die signalen wel oppikken.”

Gaat het op sommige bedrijven daarop mis?

“Het zit gewoon in de perceptie van de veehouder. De een vindt 1 kreupele koe al te veel, de ander accepteert er meer. Het is heel goed om van een koppel koeien op gezette tijden de locomotie te scoren, elk half jaar of elk kwartaal. Als dat je te veel tijd kost, kun je het uitbesteden. Dat scoren is puur om veranderingen te volgen. Maar daar blijft het niet bij, je moet tijdig ingrijpen en niet een week wachten omdat de klauwverzorger dan toch komt. Tijd is op veel bedrijven beperkt, maar tijdig problemen onderkennen en erop ingrijpen bespaart uiteindelijk tijd én geld.”

Gerrit Hooijer: We hebben hier op de faculteit wel eens de discussie gehad over wat erger is; een koe 2 weken goed kreupel en daarna hersteld of een jaar lang een beetje pijn en een locomotiescore 2-3.- Foto: Ruud Ploeg
Gerrit Hooijer: We hebben hier op de faculteit wel eens de discussie gehad over wat erger is; een koe 2 weken goed kreupel en daarna hersteld of een jaar lang een beetje pijn en een locomotiescore 2-3.- Foto: Ruud Ploeg

Dus meer registratie?

“Ja, er gaat nog te veel via nattevingerwerk. Stel als veehouder en klauwverzorger een goede diagnose, behandel vervolgens de koeien en registreer diagnose en behandeling. Dat maakt het ook controleerbaar of een aanpak effect heeft.”

Veehouders hebben het al druk en dan pleit u voor meer registratie.

“Een veehouder zou alleen moeten gaan registreren als het nut ervan ingezien wordt. Met technische middelen vraagt registratie weinig tijd.”

Zijn veehouders voldoende opgeleid om diagnoses te stellen?

“De meesten wel, maar je moet als veehouder ook hulp durven inroepen van een klauwverzorger of dierenarts. Die moeten samen met de veehouder kijken wat het probleem is. Kijk als veehouder niet alleen puur naar je koeien, maar kijk ook naar risicofactoren als te kleine boxen, te smalle paden en draaipunten en vraag je dan af of je gekozen aanpak wel tot een structurele oplossing leidt.”

Vloeren die heel nat blijven, zoals veel dichte vloeren, zijn niet positief voor klauwgezondheid, bijvoorbeeld voor Mortellaro. Een mestrobot pakt soms niet alle hoeken goed mee, terwijl koeien wel op die plekken staan of lopen met alle risico’s van dien

De afgelopen 10 jaar zijn er veel nieuwe stallen gebouwd. Zijn we er op het gebied van huisvesting op vooruitgegaan?

“Er is zeker veel vooruitgang geboekt maar er zijn nog genoeg nieuwere stallen waarin te veel obstakels zijn, bijvoorbeeld de ketting van de mestschuif of een te smalle doorgang, waardoor een koe niet snel genoeg weg kan komen en toch weer rare draaien gaat maken. Ook vloeren die heel nat blijven, zoals veel dichte vloeren, zijn niet positief voor klauwgezondheid, bijvoorbeeld voor Mortellaro. Een mestrobot pakt soms niet alle hoeken goed mee, terwijl koeien wel op die plekken staan of lopen met alle risico’s van dien.”

Je kunt niet stellen dat de ligboxenstal per definitie fout is, aldus Hooijer. - Foto: Theo Galama
Je kunt niet stellen dat de ligboxenstal per definitie fout is, aldus Hooijer. - Foto: Theo Galama

Hebben we fout gebouwd?

“Dat is lastig te zeggen. Je kunt niet stellen dat de ligboxenstal per definitie fout is. Maar veel stallen beschikken niet over de juiste maten voor ligboxen en looppaden. Ook in vrijloopstallen of potstallen kunnen echter infecties voorkomen, die zijn er slecht uit te krijgen.”

Bij de melkkoeien is nog een wereld te halen, hoe zit het eigenlijk met jongvee?

“Er loopt te veel jongvee met Mortellaro of tussenklauwontsteking rond. Langzamerhand komt er bij jongvee wel meer aandacht voor mineralen, wat van positieve invloed is op klauwgezondheid. Er mag echt wel meer aandacht voor hygiëne komen om besmetting van jongvee te voorkomen, bijvoorbeeld looplijnen en de overdracht tussen diergroepen. En dan te bedenken dat een grote groep bedrijven jongvee aankoopt. Er wordt naar van alles en nog wat gekeken bij de aankoop, maar te weinig naar klauwgezondheid. Ik ken een bedrijf dat nooit Mortellaro had maar door de aankoop van 1 pink voorgoed besmet is geraakt.”

Door gerichter te fokken op betere klauwen, ga je uiteindelijk naar een koe toe die langer op het bedrijf blijft

Klauwgezondheid heeft ook een fokwaarde. Kan fokkerij bijdragen aan de gewenste vooruitgang?

“Zeker, door stieren te kiezen die hoog scoren is zeker een slag te maken en dat mag hoger op het wensenlijstje. Door gerichter te fokken op betere klauwen, ga je uiteindelijk naar een koe toe die langer op het bedrijf blijft.”

Een klauwverzorger aan het werk. - Foto: Henk Riswick
Een klauwverzorger aan het werk. - Foto: Henk Riswick

Als we teruggaan naar registratie. Digiklauw is in 2007 op de markt gekomen als hét registratieprogramma. Waarom wordt daar niet meer gebruik van gemaakt?

“Ik denk toch dat dit een geldkwestie is in combinatie met niet goed de toegevoegde waarde ervan inzien. Een klauwverzorger is met de registratie erbij meer tijd kwijt, dus kost het de melkveehouder meer geld. Maar als je registratie op orde is, kan het wel eens geld gaan opleveren. Je moet echter wel wat met de rapportages doen samen met klauwverzorger en/of dierenarts.”

Hoe krijgen we die veehouder dan wel aan het registreren?

“Op een of andere manier toch via een financiële stimulans. Dat kan alleen als klauwgezondheid erkend wordt als een sectorprobleem. Op het moment dat je als sector duurzaamheid hoog in het vaandel hebt, dan kan het zijn dat je moet stimuleren om vooruitgang te boeken. Geef elke veehouder die dat wil een bijdrage voor een jaar DigiKlauw. Blijft vervolgens 50 tot 70% doorgaan dan krijg je de gewenste vooruitgang.”

Een zoolzweer, wittelijndefect of infectie hebben allemaal hun eigen oorzaak en aanpak. Nu is het te veel dweilen met de kraan open en al helemaal niet preventief gericht

Als veehouders gaan registreren, dan moeten ze de gegevens ook gaan gebruiken.

“Daar is het programma goed genoeg leesbaar voor, omdat het een eenvoudige weergave geeft van wat er aan de hand is. Ik zeg dat niet om de kas van CRV te spekken. Een zoolzweer, wittelijndefect of infectie hebben allemaal hun eigen oorzaak en aanpak. Nu is het te veel dweilen met de kraan open en al helemaal niet preventief gericht.”

Schets eens hoe het er over een jaar of 5 tot 10 kan uitzien, als veehouders vanaf nu gaan registreren?

“Dan kunnen we enorme stappen maken. In de loop der jaren ga je effecten zien als minder uitval door kreupelheid en minder arbeid aan kreupele of zieke koeien en niet te vergeten een beter welzijn.”

Eén reactie

  • peter van dijk

    de tijd dat je aldoor aan het registreren bent kun je beter aan bekappen gaan,
    de basis moet goed zijn voer ,vloeren,voetbad,regelmaat.
    dan kun je het als veehouder prima zelf allemaal onder controle houden.
    zonder exstra onnodige kosten van buitenaf.
    kleine administratie is hierbij wenselijk wat je doet voor jezelf.

Of registreer je om te kunnen reageren.