Rundveehouderij

Achtergrond

Sturen op stikstof in maisteelt

De bemesting van mais luistert steeds nauwer. De stikstofadviezen zijn al afgestemd op 80% van de behoefte. Het is zaak de dat de mais ook over die meststoffen kan beschikken als het gewas ze ook daadwerkelijk aan de bodem onttrekt.

De handel kent nieuwe maismeststoffen die geleidelijk stikstof vrijgeven. Achterliggende gedachte is dat de stikstof niet uitspoelt of vervluchtigd, maar ook daadwerkelijk voor het gewas beschikbaar is. Een deel komt dan pas vrij in de periode half juni tot eind juli, als de mais zijn groeispurt doormaakt en veel stikstof nodig heeft voor celdeling en celstrekking. Na de omslag van vegetatieve fase (groei) naar de generatieve fase (bloei en kolfontwikkeling) neemt de stikstofbehoefte en dus ook de opname uit de bodem sterk af (zie afbeelding hieronder).

Rijenbemesting

De stikstofbemesting is tot nu toe altijd voorzien uit de bemesting met dierlijke mest, eventueel aangevuld met kunstmest via rijenbemesting tijdens zaai. “In het begin is er dan meer stikstof beschikbaar dan er opgenomen wordt. Dat is de periode waarin verliezen kunnen voorkomen in de vorm van vervluchtiging of uitspoeling”, zo geeft Ronald van Hal, innovatiemanager Ruwvoer van ForFarmers aan.

De vraag is of dat beter kan en de afgifte van meststoffen, met name stikstof, te reguleren is naar de momenten als de gewasonttrekking het grootst is. Het antwoord daarop is: ja. De maisteler heeft 2 opties.

 

  1. De eerste optie is gebruik van een nieuwe generatie meststoffen, waarvan een deel van de stikstofmeststof gecoat is, waardoor deze later in het seizoen vrijkomt.
  2. De tweede optie is om gedeelde bemesting toe te passen.

Melkveehouder Arjan Geerets (24) heeft in 2018 voor het eerst meststoffen gebruikt met gecoat ureum in de snijmaisteelt. Lees zijn verhaal onderaan dit artikel.

Nieuwe meststoffen

Voor de eerste optie geldt dat veel leveranciers inmiddels de beschikking hebben over een nieuwe generatie meststoffen die de stikstof meer geleidelijk vrijgeven. Zo werkt ForFarmers sinds vorig jaar met GroMaize Opticoat. Cropsolutions, waaronder onder meer CAV Agrotheek, AgruniekRijnvallei (AR), De Samenwerking en Vitelia, werkt al enkele jaren met Maismaster Pro. Verder levert OCI sinds 2017 maismeststoffen onder de naam OCI Exacote en OCI Exacote Premium. Ekompany levert ook complexe gecoate NPK-meststoffen met gecontroleerde stikstofafgifte onder de naam Ekote Agriculture Mais. De meeste meststoffen zijn zonder fosfaat, maar ze zijn ook met fosfaat verkrijgbaar.

Gecoate stikstof

“Agrifirm doet onderzoek naar gebruik van gecoate stikstof, maar ziet op dit moment nog geen meerwaarde”, zegt Evert Bosma, specialist ruwvoermanagement bij Agrifirm. “Wij houden voorlopig vast aan de bewezen werking van Entec Maismeststoffen. Door nitrificatieremming wordt het ammoniumdeel van de stikstof langzaam omgezet naar nitraat en daardoor komt deze ook later vrij, als de mais het ook nodig heeft.”

Voor de meeste melkveehouders zijn gecoate meststoffen dit nog onbekend terrein. Norbert Huveneers, teeltdeskundige bij OCI, schat in dat er afgelopen jaar zo’n 5.000 hectare mais bemest is met meststoffen met een aandeel gecoat stikstof. “Daarvan zal een substantieel deel gebruikt zijn door akkerbouwers die mais telen. In de akkerbouw worden gecoate meststoffen al langer toegepast en is men dus wat meer bekend met deze techniek.” ForFarmers meldt dat in 2018 ruim 8.000 hectare bemest is met GroMaize Opticoat.

Lees verder onder de foto.

De nieuw ontwikkelde kunstmeststoffen, met een deel gecoate stikstof, maken het mogelijk om het aanbod stikstof meer bij de onttrekking van het gewas te laten passen. - Foto: Koos Groenewold
De nieuw ontwikkelde kunstmeststoffen, met een deel gecoate stikstof, maken het mogelijk om het aanbod stikstof meer bij de onttrekking van het gewas te laten passen. - Foto: Koos Groenewold

Ureum

De basis in al deze meststoffen is de gecoate ureum Ekote Inside van Ekompany (zie kader hieronder). De variaties in gehalte ontstaan door meststoffen toe te passen waaruit deze blends ontstaan. Zo varieert het totale stikstofniveau soms, net als de hoeveelheid zwavel en of borium dat de meeste producten bevatten. In de meeste gevallen gaat het om een combinatie van gecoat ureum, zwavelzure ammoniak en KAS. Het nitraatdeel uit KAS is het snelst beschikbaar en voorziet de plant bij de kieming en beginontwikkeling. Het ammoniakale deel stikstof komt deels ook uit KAS en deels uit de zwavelzure ammoniak, die zoals de naam al aangeeft ook zwavel meegeeft. Het laatste deel stikstof komt dan vrij uit de gecoate ureum.

“De coating beschermt de stikstof tegen uitspoeling en vervluchtiging, waardoor deze voldoende beschikbaar is voor de maisplant op het moment dat de stikstofbehoefte het grootst is”, zo meldt Stan Hoeijmakers, marketingmanager bij Ekompany.

Ekote gecoat ureum

Ekompany in Born (L.) produceert de basismeststof als polymeer gecoat ureum. Deze wordt gebruikt als bouwsteen voor complexe meststoffen. Het bedrijf koopt ureum in en coat deze. De coating zorgt ervoor dat de stikstof geleidelijk vrijkomt. Deze afgifte duurt 2 tot 4 maanden, dus tijdens het groeiseizoen van de mais. Afhankelijk van het gewas zijn er ook andere afgifteprofielen, tot zelfs achttien maanden.
De afbraak van de polymeercoating is afhankelijk van de bodemtemperatuur. Bij gemiddeld 15 graden duurt het in geval van maismeststoffen vier maanden, maar naar gelang de bodemtemperatuur stijgt gaat het sneller. Bij gemiddeld 30 graden duurt de vrijgave van nutriënten naar het wortelstelsel zo’n 2 maanden.
Omdat niet alle stikstof gecoat is, zal er ook voor de beginontwikkeling van de mais voldoende stikstof aanwezig zijn in de bodem, ook al vanuit de organische bemesting.
Afhankelijk van de samenstelling van de maisrijenmeststof en overige bemesting zal de adviesdosering tussen de 80 en 120 kilo per hectare in de rij liggen. De meststof moet niet dieper dan 10 centimeter in de bodem worden gebracht.

Gedeelde gift

Zoals aangegeven is een gedeelde stikstofgift ook een manier om het stikstofaanbod te spreiden. Het eerste deel wordt via de normale rijenbemesting meegegeven. Het tweede deel kan dan via korrel of vloeibaar toegediend worden als de mais kniehoog is. “Wie onderzaai toepast kan deze werkgang combineren”, zegt Mark de Beer, adviseur bij Groeikracht. “Maak in geval van een tweede bemesting gebruik van een snel werkende stikstofmeststof.” Als de mais kniehoog is en de omstandigheden zijn goed, dan kan de mais in de weken daarna in een drietal weken enorm snel groeien en de maximale lengte bereiken tot het moment waarop bloei en kolfvorming begint. Zo nodig kan een tweede stikstofgift gecombineerd worden met een kali bemesting door een NK meststof te gebruiken.

Gecoate meststoffen zijn duurder

De Beer spreekt nu nog zijn voorkeur uit voor gedeelde gift waar dat kan. “Dan weet je zeker dat je de stikstof toedient als het gewas erom vraagt. En de gecoate meststoffen zijn ook nogal wat duurder.” Hoeijmakers stelt echter dat telers, door de betere benutting van meststoffen die voorzien zijn van geleidelijk vrijkomende stikstof, toe kunnen met een iets lager bemestingsniveau. “De totale bemestingskosten zijn dan nog maar zo’n € 20 per hectare duurder. Als je daardoor een beter gewas kunt krijgen met betere voederwaarde is dat verschil snel terugverdiend. Het gaat uiteindelijk om het saldo.”

Verlies stikstof

Wel is duidelijk dat alle leveranciers en adviseurs vinden dat, welke optie de veehouder ook kiest, een betere afstemming van het stikstofaanbod op de behoefte van het maisgewas een goede ontwikkeling is die de teelt ten goede komt en verlies van stikstof tot een minimum beperkt.

‘Ik reken op 20% meer efficiëntie’

Arjan Geerets (24) heeft in 2018 voor het eerst meststoffen gebruikt met gecoat ureum in de snijmaisteelt. Hij rekent op een hogere efficiëntie van de meststoffen.

Vanuit zijn buitendienstfunctie bij Vitelia Agrocultuur kwam Geerets in aanraking met deze meststoffen. Hij probeerde ze vorig jaar op het eigen bedrijf uit.

Waarom ben je met deze meststoffen gestart?

“We moeten onze gewassen met steeds minder stikstof en fosfaat telen. Dan wil je wel dat de meststoffen dié je geeft, ook zo goed mogelijk worden benut. Vaak betekent dat voorkomen van uitspoelen van nitraatstikstof. En met de nieuwe generatie meststoffen kan dat volgens mij. Door de samenstelling van de meststof komt de stikstof vrij als het gewas daar ook daadwerkelijk behoefte aan heeft. Als dat gebeurt is de benutting ook hoger. Ik ga uit van 20% betere benutting in vergelijking met KAS als je de maisplant op het juiste moment van stikstof kunt voorzien.”

Lees verder onder de foto.

Arjan Geerets (24) houdt, samen met zijn ouders en broer 140 melkkoeien in Castenray (L.). Daarnaast werkt hij in de buitendienst van Vitelia Agrocultuur. - Foto: Bert Jansen
Arjan Geerets (24) houdt, samen met zijn ouders en broer 140 melkkoeien in Castenray (L.). Daarnaast werkt hij in de buitendienst van Vitelia Agrocultuur. - Foto: Bert Jansen

Hoe bemestte je eerder?

“Tot vorig jaar gebruikten we altijd rundveedrijfmest en een rijenbemesting met Maismap. Na het zaaien en vóór opkomst strooien we dan ook nog altijd kali-60 bij. In 2018 hebben we voor het eerst de Maismap als rijenmeststof vervangen door een meststof met gecoat ureum. De overige bemesting is ongewijzigd. Het doel is om de mais in juni en juli, als de vraag naar stikstof het grootst is, de stikstof ook voor de plant beschikbaar te hebben.”

Wat zijn je ervaringen?

“We hebben vorig jaar 12 hectare mais geteeld, waarvan 10 hectare met de nieuwe meststof en de andere 2 hectare op de ‘oude’ manier. Door te splitsen kunnen we een beetje vergelijken. De mais met de nieuwe meststof kende een iets vlottere ontwikkeling en zag er wat groener, frisser uit. In de loop van juni werden die verschillen op het oog aardig gelijk getrokken. Nu zie je verschillen op het oog pas bij 10% opbrengstverschil, dus het is lastig te zeggen of ook alle groei en ontwikkelingsverschillen helemaal weg waren. Helaas werd het daarna enorm droog. Dan houdt de vergelijking ook helemaal op. We hebben de partijen ook niet apart geoogst, gewogen of bemonsterd. Ik weet dus niet waar verschillen zouden zijn. Ik had tot de droogte in elk geval wel een goed gevoel bij het gebruik van de nieuwe meststoffen.”

Lees alles over het stikstofbeleid en het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in dit dossier.

Of registreer je om te kunnen reageren.