Rundveehouderij

Achtergrond

Marginale reserve bepaalt maismarkt

De maiscampagne van 2019 verliep beter dan die van 2018. De verschillen in kwaliteit zijn echter nog altijd groot. Vooral het oosten van het land had te kampen met droogte.

De droogte drukte dit jaar opnieuw een stempel op de maisteelt, vooral bij boeren in het oosten van het land. In de rest van Nederland had de maisteelt veel minder last van de droogte, uitzonderingen daargelaten. Daar waren de opbrengsten normaal en ook de kwaliteit van de snijmais is er veel beter.

Wel of niet beregenen, maakte het verschil

Handelaren in mais constateerden de grootste problemen in Twente en de Achterhoek. Hoewel het neerslagtekort over het algemeen minder groot was dan vorig jaar, bleef het in het Oosten heel lang (te) droog. Net als vorig jaar hebben boeren in deze regio die hun mais kónden beregenen, dat veelal gedaan. Dat zorgde ervoor dat hun mais van een acceptabele kwaliteit was. Collega-boeren die niet het materiaal of de mogelijkheid hadden om een regeninstallatie over de mais te laten gaan, moeten het doen met mais die van veel mindere kwaliteit is. Deze mais heeft tijdens de kolfzetting niet of nauwelijks water gehad.

Zetmeelgehaltes verschillen aanzienlijk

En dat is terug te zien in het zetmeelgehalte. Uit onderzoek van Eurofins Agro blijkt dat maiskuilen uit Gelderland en Overijssel gemiddeld 333 gram zetmeel per kilo droge stof hebben, terwijl dat in mais uit Zuid-Holland en Utrecht gemiddeld 376 gram is. De cijfers van Eurofins Agro laten zien dat de verschillen tussen maiskuilen flink kunnen oplopen. De kuilen die door Eurofins zijn bemonsterd, kennen een bovengrens van 406 gram zetmeel, terwijl de ondergrens op 285 gram zetmeel per kilo droge stof ligt. Ook de VEM loopt sterk uiteen.

Toch iets meer zetmeel dan verwacht

De snijmaiskuilen van 2019 bevatten met 345 gram per kilo droge stof een matige hoeveelheid zetmeel. Dat bleek uit eerste analyses van de snijmaismonsters uitgevoerd door Eurofins. Een tweede run, gebaseerd op meer maiskuilen tot en met 3 december, waarin ook meer afgerijpte mais verwerkt is, duidt op een iets hoger zetmeelgehalte van 353 gram per kilo droge stof. De gemiddelde voederwaarde ligt op 987 VEM per kilo droge stof.
Vochtvoorziening
Hoewel de zetmeelgehalten iets boven het gemiddelde van 2018 liggen, is 353 gram duidelijk lager dan een normaal groeiseizoen waar de zetmeelgehalten tussen de 370 en 380 gram per kilo droge stof liggen. Er zijn grote verschillen vastgesteld in de zetmeelgehalten. Van alle monsters ligt 90% tussen 285 en 406 gram zetmeel. De vochtvoorziening van de mais speelt daar een rol in. De droogte drukt het zetmeelgehalte in het oosten van het land.
De gemiddelde voederwaarde van de snijmaiskuilen komt uit op 987 VEM per kilo droge stof. Mede door de grote verschillen in zetmeelgehalte loopt ook de voederwaarde sterk uiteen, waarbij de verschillen tussen 765 en 1085 VEM per kilo droge stof liggen, waarbij 90% tussen 951 en 1.021 VEM uitkomt.
De bestendigheid van het zetmeel is gemiddeld 29%. Hoewel verwacht werd dat dit percentage nog wat zou oplopen, als meer afgerijpte mais wordt bemonsterd en geanalyseerd, is dat echter exact gelijk gebleven.
Melkzuurgehalte
Het melkzuurgehalte in de snijmaïs ligt met 59 gram per kilo droge stof fors boven het vijfjarig gemiddelde van 52 gram. Het suikergehalte ligt wat lager dan vorig jaar. Volgens Eurofins Agro toont de combinatie van beide cijfers aan dat de conservering goed is geslaagd. De aanwezige suikers zijn omgezet naar melkzuur. Het laboratorium waarschuwt we op het verloop van de bestendigheid van het zetmeel. Kuilen die pas over enkele maanden worden gevoerd zullen een lagere bestendigheid hebben dan de analyse meldt omdat het zuur inwerkt op de celwanden van de maiskorrels. Het onderdeel ‘Penskarakter’ op het analyserapport laat zien hoe snel en in welke richting de snijmaiskuil zich ontwikkeld.

Handel op stam of per ton?

Door de droogte van vorig jaar is de markt voor verse mais wel veranderd, merken handelaren. Door de droge zomer van 2018 slonk de ruwvoerpositie van veel veehouders. Om toch verzekerd te zijn van voldoende mais, werden sneller percelen snijmais op stam gekocht.

Toch was er ook een grote groep veehouders die lering trok uit vorig jaar en wat meer afwachtend was in de maishandel. Ze willen meer zekerheid over de kwaliteit van de mais die ze kopen. Hoewel voorafgaand aan het hakselen van een perceel vaak al een goede inschatting kan worden gemaakt van de kwaliteit, geeft kopen van kuilmais met analyse na de oogst veel meer duidelijkheid over de voederwaarde. En dus ook over de prijs, want zo kan met bijproducten sneller worden bijgestuurd in het rantsoen.

Tekst gaat verder onder de foto

Door de droogte zijn er minder reserves goede mais opgebouwd. Dit gaat de maismarkt naar verwachting parten spelen. - Foto: Anne van der Woude
Door de droogte zijn er minder reserves goede mais opgebouwd. Dit gaat de maismarkt naar verwachting parten spelen. - Foto: Anne van der Woude

De maisprijzen tijdens de oogst lagen in ieder geval duidelijk boven het niveau van een jaar geleden. De Boerderij-notering voor verse mais stond dit jaar op, voor zover bekend, recordhoogte. De notering begon dit jaar op maximaal € 1,85 per % droge stof, terwijl dat een jaar geleden nog € 1,60 per % droge stof was. Toen ging de prijs uiteindelijk nog met 10 cent omhoog naar maximaal € 1,70 per % droge stof. Dit jaar ging de Boerderij-notering voor verse mais gedurende de maiscampagne juist met 10 cent omlaag naar € 1,75 per % droge stof.

Minder reserves

Hoewel handelaren redelijk tevreden lijken over de maiscampagne van dit jaar, hebben ze wat meer zorgen over de campagne van volgend jaar. Dat heeft alles te maken met het ontbreken van reserves aan goede mais. Ondanks een redelijk goede oogst in grote delen van het land, zijn er door de droogte veel minder reserves opgebouwd dan in voorgaande jaren. Dat gaat de maismarkt het komende jaar, en misschien ook nog wel de jaren daarna, parten spelen, zo is de verwachting. Handelaren durven er nog geen prijskaartje op te plakken, maar de prijzen voor kwalitatief goede mais kunnen daardoor nog wel eens lang op het huidige niveau blijven staan.

Grote diversiteit in aanbod kuilmais

Wat niet anders zal zijn in het volgende jaar is de grote diversiteit in het aanbod van kuilmais. Door de droogte in verschillende delen van het land is er een groot verschil in kwaliteit ontstaan. Dat was tijdens de oogst al zichtbaar, maar dat werkt ook door in de handel van kuilmais in 2020. Hoeveel mais er beschikbaar is voor de handel, valt moeilijk te zeggen. Handelaren verwachten dat de betere mais heel vlot, en waarschijnlijk ook tegen een relatief hoge prijs, wordt verkocht. Het aanbod aan iets mindere mais zal wat groter zijn. Deze mais kan weliswaar tegen een lagere prijs worden gekocht, maar om goed in het rantsoen te passen zijn meer bijproducten nodig.

Handelaren verwachten dat de meeste vraag naar mais gaat komen uit het oosten van het land. Daar heeft de mais namelijk het meest te lijden gehad onder de droogte en vielen de opbrengsten en kwaliteit van de mais tegen.

Prijs bijproducten ligt relatief hoog

Veehouders die met bijproducten het rantsoen voor hun koeien bijsturen, zijn dit jaar duurder uit dan voorgaande jaren. De prijzen van populaire producten als bierbostel, persvezels en aardappelstoomschillen zijn duidelijk hoger dan afgelopen jaren.
Bierbostel
Bierbostel is ‘aan de prijs’ met € 2,55 per % droge stof. De laatste keer dat de Boerderij-notering voor bierbostel in december op dit niveau stond, was in 2013. De afgelopen periode is de prijs behoorlijk gestegen. Dat heeft alles te maken met een teruglopend aanbod. Na de zomermaanden daalt het aanbod omdat de bierbrouwers hun productie terugschroeven. Daarmee komt dus minder restproduct beschikbaar.
Daar staat ook nog eens tegenover dat de vraag in de afgelopen periode behoorlijk aantrok. Dat had niet zozeer te maken met de maiscampagne, maar meer met het feit dat melkveehouders zijn begonnen met het voeren van graskuilen van de eerste snede. Omdat voorjaarskuilen over het algemeen minder eiwit bevatten, wordt vaak voor bierbostel gekozen als eiwitbrenger in het rantsoen. Handelaren verwachten daarom dat de vraag naar bierbostel altijd op een goed niveau blijft.
Perspulp
De prijs voor perspulp lag dit jaar ook duidelijk boven het niveau van een jaar geleden. De campagne werd gestart op een prijsniveau van € 1,65 per % droge stof. Een jaar eerder werd nog afgetrapt op een prijsniveau van € 1,35 per % droge stof. Toen viel het aanbod aan perspulp echter flink tegen en liep de prijs uiteindelijk op tot € 1,80 per % droge stof. Hoewel perspulp dit jaar dus op een hoger niveau in de markt werd gezet, kwam de prijs uiteindelijk niet boven die van vorig jaar uit. De laatste vrachten werden geleverd voor € 1,80 per % droge stof.
Aardappelstoomschillen
Voor veehouders die aardappelstoomschillen afnemen, geldt dat ze het gehele jaar een hogere prijs hebben betaald dan vorig jaar. Zeker in de laatste maanden van het jaar ligt de prijs op een relatief hoog niveau met € 2,15 per % droge stof. Het product werd vooral richting de zomermaanden fors duurder. Dat heeft alles te maken met de beschikbaarheid. Dat de prijs in de tweede helft van het jaar op een relatief hoog niveau staat, heeft ook te maken met een sterke vraag vanuit de varkenshouderij. Verkopers melden dat vanwege het hoge niveau van de varkensprijs ook varkenshouders meer stoomschillen kopen dan andere jaren.

Medeauteur: Wijnand Hogenkamp

Of registreer je om te kunnen reageren.