Rundveehouderij

Achtergrond 3 reacties

‘Met 3 ton al een mooi melkveebedrijf in Frankrijk’

In het westen van Frankrijk komen in rap tempo meer veebedrijven vrij. Er ontstaat soms zelfs melktekort. Dat biedt kansen voor Nederlandse emigranten. Taal en bureaucratie zijn wel aandachtspunten.

Johan Bijstra begon in 1991 als veehouder in de Franse Vendée met 55 hectare en 4 ton melk. In 2017 stopte hij, inmiddels verdubbeld, en werd emigratiebegeleider. Sindsdien heeft Bijstra al veel Nederlandse boeren geholpen in hun emigratietraject. Specifiek voor melkveehouders ziet hij kansen ontstaan. “De West-Franse veehouderijsector holt hard achteruit. De overheid hier ziet het liefst Franse opvolgers, maar die zijn er nauwelijks. Het zijn de Franse akkerbouwers die de gronden overnemen, maar zo verdwijnt de veehouderij. Franse makelaars hebben buitenlandse veehouders nodig voor de grotere bedrijven”, zegt Bijstra.

Johan Bijstra (57) is emigratiebegeleider voor Farm4sale in Frankrijk. Het westen van dat land biedt kansen voor Nederlandse melkveehouders. - Foto: Farm4sale
Johan Bijstra (57) is emigratiebegeleider voor Farm4sale in Frankrijk. Het westen van dat land biedt kansen voor Nederlandse melkveehouders. - Foto: Farm4sale

Waarom stoppen zoveel Franse melkveehouders?

“Veel veehouders naderen de pensioenleeftijd en hebben geen opvolger. Een ander groot probleem is het huidige fors groeiende bedrijvenaanbod. Veel 50’ers met grotere bedrijven zijn bang dat hun bedrijf hierdoor snel minder waard wordt. Ook is het relatief moeilijk om agrarisch personeel te vinden en is er simpelweg minder passie voor het boeren dan in Nederland. In Frankrijk kent men de 35-urige werkweek. Die loopt steeds meer uit de pas met de zware boerenwerkweek. Jongeren willen dat niet meer.”

En voor akkerbouwers is dat makkelijker?

“Ja, zij gaan wel door. Zeker als de grond veel potentie heeft. Akkerbouw is qua arbeid en levensstijl gemiddeld makkelijker dan veehouderij. Met voldoende goede grond kun je meestal een prima boterham verdienen. Als telers de hectares maar hebben. Dat is ook de reden waarom ze steeds vaker azen op de grond die vrijkomt bij West-Franse melkveehouders. Zo krijgen ze serieus omvang.”

Hier kun je met een relatief klein budget nog goed boeren

Hoe groot is ‘uw’ regio?

“Het westen van Frankrijk bestaat grofweg uit de regio’s Normandië, Bretagne, Pays de la Loire en Charente Poitou. Je ziet er zowel melkvee, vleesvee als akkerbouw. In Bretagne en het noorden van Charente Poitou zijn de meeste melkveebedrijven. In die laatste regio en in Pays de la Loire neemt het aantal veebedrijven al hard af. In Bretagne gaat dat zeker ook spelen.”

Hoe ziet een gemiddeld veebedrijf eruit?

“Bedrijven zijn kleiner, zeker in Bretagne, en minder efficiënt dan in Nederland. Melkprijs, vet- en eiwitpercentage liggen lager. De gemiddelde productie ligt rond 8.000 kilo per jaar. Ook is er meer ruwvoer dan krachtvoer. Franse boeren hebben daar de grond voor. Koeien worden hier ook bijna het hele jaar geweid. De bedrijfsgebouwen zijn geen 5-sterrenstallen, maar ze zijn wel degelijk en functioneel. Dit zijn vaak lagere, niet-emissiearme stallen met dichte vloeren en stro in de boxen. De mest wordt bijna altijd op eigen land uitgereden. Overigens zoeken wij voor Nederlanders altijd gemiddeld grotere bedrijven met 1 miljoen kilo melk en 130 tot 230 hectare land.”

Wat is de grootste troef van Frankrijk?

“Hier kun je met een relatief klein budget nog goed boeren. Dat kun je in Nederland vergeten. Het eigen vermogen dat nodig is, hangt af van de hoeveelheid grond die je overneemt en hoeveel rendement je als koper hebt. Dat kan vaak al vanaf 30% van de vraagprijs. Als je niet te veel grond koopt, heb je met 3 ton al een mooi melkveebedrijf.”

Een groot voordeel is dat de Franse grondbank een stevige vinger in de pap heeft. Die houdt de prijzen relatief laag

Hoe is de West-Franse grond?

“Die is gewoon goed. Er is voldoende neerslag en de bodem heeft voldoende capaciteit om vocht vast te houden. De omstandigheden zijn relatief Nederlands. Irrigatie is nauwelijks nodig. In Bretagne en Pays de la Loire is de grond het meest geschikt voor gras en mais. Elders zie je veel tarwe, maar ook rogge, koolzaad en zonnebloemen. Dit is meestal leem op klei.”

Hoe is de verkaveling?

“Die is minder dan in Nederland, maar extreem versnipperd is het zeker niet. Huiskavels zijn kleiner, maar gemiddeld zijn er niet meer dan 2 tot 4 veldkavels. Alleen bij grotere bedrijven zijn dat er meer.”

Hoe duur is die grond?

“Grond is hier veel goedkoper. In Pays de la Loire betaal je € 1.500 tot € 3.500 per hectare voor gras, mais of tarwe. In Bretagne is de hectareprijs gemiddeld € 5.600. Al varieert dat sterk: van € 2.000 tot € 12.000. In Normandië, waar de meeste akkerbouwers zitten, wordt het meest betaald: € 10.000 per hectare voor grasland. Een groot voordeel is dat de Franse grondbank een stevige vinger in de pap heeft. Die houdt de prijzen relatief laag. Een verkoper die te veel vraagt, wordt op de vingers getikt.”

En pacht?

“In Pays de la Loire noteert een hectare € 100 tot € 170 en in Bretagne is dat € 140 tot € 220. In Normandië ben je het meest kwijt: € 200 tot € 250.”

West-Franse melkveehouderij in cijfers

In Frankrijk is de schaalvergroting in de melkveehouderij wat langzamer gegaan dan in andere EU-landen. Het Franse beleid was lange tijd gericht op het in stand houden van gezinsbedrijven en het afremmen van schaalvergroting. Inmiddels wordt op dat vlak een inhaalslag gemaakt.

Foto: ANP
Foto: ANP

Het westen van Frankrijk is de melkveeregio van het land. Ruim de helft van de Franse melkproductie komt uit Bretagne, Normandië, Pays de la Loire en Charente Poitou. De melkproductiekosten liggen relatief laag door het milde zeeklimaat.

De meeste melk komt uit Bretagne: 5,44 miljard kilo (2019). Bedrijven zijn er wel kleiner. Een gemiddeld bedrijf heeft ongeveer 470.000 kilo melk. Dat komt neer op 60 melkkoeien. In Charente Poitou zijn melkveebedrijven gemiddeld het grootst. Daar gaat het om 633.000 kilo melk (86 koeien). Bedrijven in Pays de la Loire en Normandië (75 tot 80 melkkoeien) zitten hier tussenin. Dat blijkt onder meer uit cijfers van Agreste. In de rest van Frankrijk zijn melkveebedrijven een stuk kleiner.

Hoe is de verhouding koop/pacht?

“Dat wisselt. Meestal kan 20 tot 30% van de grond gekocht worden, de rest wordt dan gepacht. Dat is ook een kwestie van goed onderhandelen. In Frankrijk heb je wel met veel verpachters te maken. Gemiddeld tussen 3 en 20. Zeker dichterbij de oceaan zijn veel kleinere grondeigenaren. Pachtcontracten zijn in de regel negen jaar geldig en kunnen via een makelaar of onderling geregeld worden, maar de grondbank is een vast loket. Een nadeel is dat dit juridisch soms een mijnenveld is, je moet een beetje een diplomaat zijn. Dit zijn lastige puzzels waar je goede hulp bij nodig hebt. Wie hier een melkveebedrijf koopt, heeft gemiddeld een jaar nodig om alles rond te krijgen.”

De boerencoöperaties zijn niet alleen praktisch, ze hebben ook een sociaal aspect. Dat is hier niet onbelangrijk

Wat zijn nog meer plussen en minnen?

“In vergelijking met Nederland is mestafzet zeker een plus. Het is hier wel een thema, maar niet met de regels en kosten zoals bij jullie. Veehouders hebben of zelf genoeg land of ze ruilen met gesloten beurs met een akkerbouwer (stro voor mest). Een andere plus is dat in sommige regio’s, zoals de Vendée, zelfs een melktekort lijkt te ontstaan. Er zijn te veel stoppers. Ook is de Franse rente voor aflossingen gunstig. Daar staat tegenover dat de taal voor emigranten vaak een struikelblok is en de bureaucratie berucht. Iedereen eet graag mee van de taart. Je moet weten op welke deurtjes je moet kloppen.”

Hoe is de infrastructuur?

“Die is goed. In Pays de la Loire en de Vendée is alles dichtbij. Dat geldt in wat mindere mate ook voor het dunner bevolkte Bretagne. In Normandië zijn de afstanden wel groter. Typisch Frans zijn de boerencoöperaties, de zogenoemde Cuma’s. Die variëren qua grootte van 4 tot 35 boeren. Samen hebben ze dan machines en ook trekkers in eigendom. Boerenleden betalen naar gebruik, soms zelfs met personeel als chauffeurs of monteurs. De Cuma’s zijn niet alleen praktisch, ze hebben ook een sociaal aspect. Dat is hier niet onbelangrijk.”

Nederlandse boeren kunnen zich nog aanmelden voor drie themadagen over de mogelijkheden in Frankrijk. Er is, in samenwerking met Johan Bijstra, een programma samengesteld op 12, 13 en 14 november. Zo hoeft de taal geen probleem te zijn. De themadagen zijn gratis (inclusief verblijfkosten en reiskosten ter plekke) en officieel georganiseerd door de centrale vereniging van melkfabrieken in Poitou Charentes in het westen van Frankrijk. Onder meer melkfabrieken, banken en de grondbank (Safer) houden presentaties. Daarnaast worden melkfabrieken en melkvee- en geitenbedrijven bezocht. Datzelfde geldt voor te koop staande bedrijven en bedrijven die op zoek zijn naar opvolgers in maatschapvorm. Voor meer informatie en aanmeldingen: Johan Bijstra, tel. +33 675480777 of johan.bijstra@wanadoo.fr.

Laatste reacties

  • Schrauwen Landbouw

    De lage grondprijs klinkt als muziek in de oren, daar kun je mee vooruit. Buiten dat is het een zorgelijke ontwikkeling dat steeds meer Franse boeren er mee stoppen, terwijl ze eigenlijk doen wat beleidsmakers in Nederland ook graag zouden zien: Kleinschalig en extensief.

  • koestal

    Wat is de melkprijs ?

  • koestal

    toch weer mogelijkheden voor jonge boeren .

Of registreer je om te kunnen reageren.