Rundveehouderij

Achtergrond 12 reacties

Meer eigen eiwit hakt er hard in

Grondgebondenheid met 65% eigen eiwit kost veehouders in Oost-Brabant tienduizenden euro’s tot tonnen per jaar. Ook neemt de uitstoot van CO2 en NH3 toe. Dat heeft ZLTO voor een groep veehouders berekend.

Grondgebondenheid blijft de gemoederen bezighouden. Kringlooplandbouw en stikstof staan recentelijk weliswaar meer in de actualiteit, maar worden daar ook vaak aan gelinkt. Vanwege de vele manieren om het te beschouwen, kwam de Commissie Grondgebondenheid vorig jaar in opdracht van LTO en NZO met een definitie, inclusief een advies hoe de sector hiermee aan de slag kan.

Lees verder onder de foto.

Meer eiwit van eigen land geeft op een deel van de intensieve bedrijven een forse financiële aderlating, blijkt uit berekeningen van ZLTO. Bedrijven kunnen wel wat doen maar 65% is meestal niet haalbaar. - Foto: Michel Velderman
Meer eiwit van eigen land geeft op een deel van de intensieve bedrijven een forse financiële aderlating, blijkt uit berekeningen van ZLTO. Bedrijven kunnen wel wat doen maar 65% is meestal niet haalbaar. - Foto: Michel Velderman

Bij een groep van elf melkveehouders in het oosten van Brabant veroorzaakte het een ware schokgolf. “Ons type bedrijven kan nooit aan de definitie van de commissie voldoen”, aldus Peter Verberne, melkveehouder in Vlierden (N.-Br.) en woordvoerder voor de groep. Hij doelt op melkveebedrijven die intensief zijn, zwaar leunen op de maisteelt en (mede daardoor) een hoge melkproductie realiseren. Maar ook minder intensieve bedrijven komen in de knel, is hun verwachting.

Grondgebondenheid niet alleen een Brabants probleem

Om inzicht te krijgen in de situatie voor hun bedrijven, vroeg de groep aan ZLTO om de eis van 65% eigen eiwit door te rekenen. Het aantal is uitgebreid naar 25, overigens zonder te selecteren op intensiteit. Het percentage eiwit van eigen land (EEL) ligt tussen 30 en 75, maar veruit de meeste (op drie bedrijven na) halen de 65% niet.

Lees verder onder de grafiek.

Het deel eiwit van eigen land (EEL) dat bedrijven nu hebben en wat met eenvoudige aanpassingen is te realiseren. Een paar procent kan er vaak wel bij, maar 65% is meestal onhaalbaar.

Er is gekeken hoeveel EEL de bedrijven nu hebben, hoeveel ze met eenvoudige maatregelen kunnen realiseren en wat de economische consequenties zijn als de bedrijven aan de eis moeten voldoen.

Lees verder onder de grafiek.

De impact op het saldo van de 25 onderzochte bedrijven als ze naar 65% eigen eiwit moeten. Vanaf een veebezetting van 3 GVE per hectare ontstaat een saldoverlies van € 20.000.

De belangrijkste conclusie: de helft van de 25 bedrijven moet een jaarlijks verlies van € 10.000 verwachten als ze aan de doelstelling moeten voldoen. ZLTO berekende dat vanaf een veebezetting van 3 GVE per hectare (inclusief jongvee) een saldoverlies ontstaat van € 20.000 per bedrijf. Dat loopt op tot € 40.000 bij 7 GVE. Gerard Willems, adviseur melkveehouderij bij ZLTO, benadrukt dat het geen Brabants probleem is. “Er zijn duizenden bedrijven met een grotere veebezetting die niet grondgebonden kunnen worden. We willen ook voor deze bedrijven perspectief.”

Helemaal uit de lucht vallen komen de resultaten niet, want al langer is bekend dat verschillen tussen bedrijven en regio’s groot zijn. Een inventarisatie afgelopen zomer in de Achterhoek toonde aan dat ongeveer de helft van de melkveebedrijven in die regio aan de 65%-norm voldoet.

Doorrekening financiële consequenties ontbreekt

Een belangrijke oorzaak van de saldodaling uit het ZLTO-onderzoek is de lagere melkproductie per koe. Verder is vaak veel meer grond nodig met hogere teeltkosten en pachtlasten tot gevolg. Wel dalen de kosten voor aanvoer van kracht- en ruwvoer en afzet van mest. “Grond wordt ingezet voor teelten waar het meeste mee wordt verdiend en, los van de kosten, het probleem is dat de grond er in veel regio’s gewoon niet is. Bovendien gaan grondeigenaren geen contracten van drie jaar afsluiten met risico’s rondom pacht”, aldus Willems.

Voer moet straks uit de buurt komen

Snijmais is op intensieve bedrijven een veelgebruikt voedermiddel en draagt bij aan een efficiënte en hoge melkproductie. Meer eiwit van eigen land betekent andere rantsoenen met minder melk tot gevolg. - Foto: Van Assendelft
Snijmais is op intensieve bedrijven een veelgebruikt voedermiddel en draagt bij aan een efficiënte en hoge melkproductie. Meer eiwit van eigen land betekent andere rantsoenen met minder melk tot gevolg. - Foto: Van Assendelft

Een belangrijk aspect van het advies van de Commissie Grondgebondenheid dat in juli 2018 is gepresenteerd, is het kengetal percentage eiwit van eigen land (EEL). Dat is bedoeld om gras in het rantsoen te stimuleren en wordt berekend op basis van een voortschrijdend driejarig gemiddelde.

Melkveehouders met onvoldoende eigen grond om aan deze eis te voldoen, kunnen buurtcontracten afsluiten. Dat is een driejarige schriftelijke overeenkomst over de afname van voer tussen een melkveehouder en een collega binnen een straal van 20 kilometer. Ook alle mest moet op eigen grond of binnen een straal van 20 kilometer afgezet kunnen worden.

Om te voorkomen dat bedrijven met onvoldoende eigen grond op papier toch grondgebonden kunnen worden, is het afsluiten van buurtcontracten alleen mogelijk als minimaal 50% van het ruwvoer op eigen grond wordt geteeld. Praktische invulling van buurtcontracten vraagt nog aanpassingen van wet- en regelgeving.

Verder moeten bedrijven beschikken over een huiskavel met voldoende gras, uitgaande van een veebezetting van maximaal tien koeien per hectare beweidingsoppervlakte.

ZLTO en de groep melkveehouders wijzen erop dat het rapport nergens ingaat op de financiële consequenties voor bedrijven. Er wordt wel gesproken over ‘behoud van de concurrentiepositie’ maar een doorrekening ontbreekt. Nieuwe marktconcepten en herverdeling van melkgeld worden genoemd als mogelijkheden om grondgebondenheid te implementeren. “De claims over een concurrerende en duurzame melkveehouderij worden niet onderbouwd”, merkt Verberne op. Het rapport erkent dat effecten per bedrijf sterk kunnen verschillen, wat dus juist de angst is van de groep intensieve melkveehouders.

Naast de economische gevolgen is door ZLTO ook de impact op de uitstoot van CO2 en NH3 bepaald. Niet onverwacht daalt de stikstofbenutting naarmate bedrijven meer eigen eiwit in het rantsoen hebben. Als gevolg daarvan neemt de uitstoot van CO2 en NH3 per kilo melk toe. Willems: “Dat zien we bij deze 25 bedrijven, maar ook op 245 waarvan de KringloopWijzer 2018 is geanalyseerd.”

Grondgebondenheid is geen doel op zich, maar een afgeleide van een aantal maatschappelijke en milieudoelen

Het lastige rondom impact op duurzaamheid/milieu is dat deze doelen zich niet eenduidig laten bepalen en meten. Geraadpleegde deskundigen geven aan dat de KringloopWijzer nog altijd de beste indicator voor efficiëntie en de mate van milieubelasting is. De overheid kiest echter voor sluiten van kringlopen, wat wel raakvlakken heeft met grondgebondenheid maar niet hetzelfde is. De zuivel lijkt vooral aan te willen sluiten bij maatschappelijk belangrijke thema’s als milieubelasting en biodiversiteit, zoals eerder al met weidegang is gedaan. Uiteindelijk hangt alles af van uitgangspunten en definities in welke mate de intensiteit van een bedrijf voor- of nadelig is. Het is immers geen rocket science dat intensieve bedrijven zeer efficiënt melk produceren.

‘Dan is het gedaan met mijn bedrijf’

Erwin Fleerakkers (53) - Foto: Bert Jansen
Erwin Fleerakkers (53) - Foto: Bert Jansen

Bedrijfsgegevens

135 melkkoeien zonder jongvee

32 hectare grond in gebruik

25 hectare gras

4,2 GVE per hectare

Erwin Fleerakkers is 1 van de 25 veehouders waarvan de situatie door ZLTO is doorgerekend. Hij is bedrijf nummer 4 in de bovenstaande grafieken. “Voldoen aan de eis van 65% eigen eiwit, gaat mij jaarlijks € 48.000 kosten. Dan is het gedaan met mijn bedrijf.” Met deze uitkomst behoort hij tot de bedrijven met de grootste impact, hoewel er ook bij zijn waar invoering van de eisen meer dan een ton per jaar kost.

De grootste impact heeft de aanpassing van het rantsoen als gevolg van meer gras voeren. Daardoor is een melkgiftdaling van 1.750 kilo melk voorzien. “De efficiëntie van mijn rantsoen daalt flink.” Verder wordt uitgegaan van hogere kosten voor huur van land. “Er is hier al een hoge gronddruk. Het is niet zo moeilijk wat er gaat gebeuren met de prijs als iedereen meer grond moet hebben.”

Zijn bedrijf heeft nu een percentage eiwit van eigen land (EEL) van 42. In een realistisch scenario is dit op te schroeven tot 49%. Hij rekent dan op een wat hogere grasproductie door overal de puntjes op de i te zetten.

Of en hoe de eis voor grondgebondenheid door de zuivel of in wetgeving verplicht wordt gesteld, is niet zeker. Fleerakkers heeft er weinig vertrouwen in en op de vraag wat er moet gebeuren, heeft hij een kort en bondig antwoord: “Dit moet van tafel. We hebben genoeg andere mogelijkheden om het bedrijf duurzamer te maken.” Ondanks het pessimistische scenario voor zijn bedrijf blijft de ondernemer positief. “Ik hoop dat redelijkheid de boventoon voert. NZO en LTO zijn er toch voor de boeren.”

Commissierapport geen harde eis maar richting

Cruciaal voor de werkelijke gevolgen voor de intensieve veehouders is wat er met het advies van de commissie gaat gebeuren. Bij de presentatie van het rapport anderhalf jaar geleden gaven LTO en NZO aan dat de aanbevelingen bindend zijn en zullen worden omgezet in concreet beleid. Het is inmiddels opgenomen als een van de doelen binnen de Duurzame Zuivelketen. Een plan van aanpak op basis waarvan het advies de komende jaren wordt geïmplementeerd, is in de maak. Een woordvoerder van FrieslandCampina zegt voor de eigen strategie de uitkomsten daarvan af te wachten.

De overheid ziet vooralsnog weinig in een verplicht karakter

LTO laat nu een voorzichtig geluid horen. Wil Meulenbroeks, voorzitter van de vakgroep melkveehouderij, benadrukt dat wat LTO betreft het rapport vooral een richting is en geen harde eis. “We willen stimuleren, niet verplichten. Grondgebondenheid is geen doel op zich, maar een afgeleide van een aantal maatschappelijke en milieudoelen. Het stimuleren en in beweging brengen van de sector is het uitgangspunt. Of en hoe de zuivel dit oppakt, is evenwel hun verantwoordelijkheid.”

De overheid ziet vooralsnog weinig in een verplicht karakter. Bij de opstelling van het klimaatakkoord wilde de politiek, met name VVD en CDA, het advies over grondgebondenheid niet vastleggen. De sector wilde dat wel. Nu is afgesproken dat de sector minder afhankelijk wordt van eiwitrijk voer uit het buitenland.

Laatste reacties

  • gjh

    Alles mede dankzij die klootzakken van het LTO. Die waren er direct mee eens. Hoe dom moet je zijn om daar nog lid van te zijn.

  • Attie

    Gewone gezinsbedrijven mogen hier niet de dupe van worden.., anderzijds mag grondgebonden groei best beloond worden.

  • Alco

    Of grond nu van jouw is met bankgeld.
    Of gehuurd.
    Of gekocht product van de buurman.
    Wat maakt het uit?

  • agratax(1)

    Willen we de mensen in Nederland nog meer achter ons krijgen, is het wenselijk, zelfs nodig, uit te rekenen wat inkrimping van de veestapel en/of kringlooplandbouw gaat kosten aan BNP met andere woorden hoeveel geld heeft Nederland minder te besteden aan" leuke dingen". Links gaat alleen uit van hun "Heilige Kringloop" en ziet daarmee een kostenpost import veevoer weg vallen en dat geld is dan te besteden aan hun hobbies.

  • J en M

    7 GVE is ook wel akelig intensief

  • Noordam2

    Toch maar eens een VOF beginnen met een akkerbouwer! Kost geen investering en levert wel rendement

  • johan.vandegraaf

    Allemaal dikke onzin om boeren de pas af te snijden een intensief bedrijf is meestal veel slimmer bezig de doorgaande mineralenstroom te benutten dan een extensieve,beetje boeren pesten en ambtenaren aan het werk houden,kunnen jullie niet een front vormen,zonder dat komt dat er toch door?

  • egbert

    Ze denken alleen als modelbedrijf maar er is er niet een gelijk ook al heb je grond zat dan kun je nog intensief vee houden als je ook nog akkerbouwwaarderdige grond hebt. Wat is daar mis mee.
    Kringloopboeren doen we allemaal denk maar aan alle reststromen van de voedselproductie dat gaat allemaal in veevoer. Enz

  • Alco

    Maar wat heeft dat nu eigenlijk tot doel.
    Werkverschaffing voor overbodige controle ambtenaren?

  • egbert

    Wat hebben we er aan als alles op eigen erf wordt geproduceerd en laten de verwerkende industrie met hun reststromen zitten .
    Die reststromen moeten eerst door koe varken kip en dan als mest op het land.
    Niet de reststromen direct op het land dat is ook verspilling.
    De kringlopen regelen zich zelf wel daar hebben we niet nog meer regels voor nodig regels hebben we zat .
    De melk blijft gewoon wit.

  • Marowak

    De reststromen zijn ook landbouwproducten waar energie en eiwitten in zit die benut kunnen worden.

  • Attie

    Zijn in het zuiden ook wat makkelijker daarin misschien? Denken..grond, ach da komt een goeiene keer??

Laad alle reacties (8)

Of registreer je om te kunnen reageren.