Rundveehouderij

Achtergrond 8 reacties

Managen op PlanetProof is een hele klus

Het PlanetProof-programma voor de zuivel leverde in het eerste praktijkjaar roulette-achtige uitkomsten op. Het lijken aanloopproblemen. Toch is het niet simpel om op genoeg punten goed te scoren.

Ondanks een nog beperkte meerprijs neemt de belangstelling voor de productie van PlanetProof-melk toe. Bij FrieslandCampina zijn nu meer dan 600 deelnemers. Ook bij Farmel en NoorderlandMelk is een aardige groep veehouders die er brood in ziet. De deelnemers moeten echter wel een aantal hobbels nemen, want het is lastig vooraf in te schatten of je aan de gestelde eisen kunt voldoen, is de kritiek. Achteraf blijkt ook bevestigd dat het een flinke opgave is om op meerdere punten tegelijk goed te scoren. Zelfs bij een groep gemotiveerde Koeien & Kansen-boeren lukte het slechts een kleine minderheid om de eerste keer aan alle voorwaarden te voldoen.

Lees verder onder de foto.

Verdunnen van mest is een maatregel die in alle opzichten voordelig is, ook voor PlanetProof. Bij gebruik van een sleepvoetenmachine is het overigens al verplicht. - Foto: Lex Salverda
Verdunnen van mest is een maatregel die in alle opzichten voordelig is, ook voor PlanetProof. Bij gebruik van een sleepvoetenmachine is het overigens al verplicht. - Foto: Lex Salverda

De vraag lijkt gerechtvaardigd of het mogelijk is om gericht te managen op het voldoen aan PlanetProof. De Wageningse onderzoekers Michel de Haan en Aart Evers, die beiden met de Koeien & Kansen-veehouders veel tijd hebben gestoken in het PlanetProof-dossier, menen dat er diverse maatregelen zijn die de uitkomsten van PlanetProof kengetallen verbeteren, al zal niet iedere melkveehouder aan alle criteria kunnen voldoen. Dat is volgens beheerder SMK en FrieslandCampina ook de opzet van de systematiek. PlanetProof is een duurzaamheidsprogramma voor een voorhoede, waar volgens FrieslandCampina zo’n 10% van de leden-melkveehouders aan zal kunnen voldoen. Daar zijn de criteria ook op gericht.

SMK wil PlanetProof voorop houden

Het PlanetProof-keurmerk is geen eigendom van FrieslandCampina, maar van de Stichting Milieukeur (SMK). Deze stichting bepaalt de criteria waaraan PlanetProof-producten moeten voldoen. Een college van deskundigen (wetenschappers en mensen vanuit praktijk/bestuur/ngo’s) stelt de criteria vast en besluit over eventuele afwijkingen. Ook worden periodiek herzieningen doorgevoerd, zodat het PlanetProof-keurmerk garant blijft staan als keurmerk van voorloperbedrijven. Daarom wil SMK volgend jaar de Koemonitor verplicht stellen en nieuwe diergezondheids- en welzijnsciteria opnemen.

PlanetProof is geen BEX-plus

Voor PlanetProof geldt een uitgebreide reeks voorwaarden waar een melkveehouder aan moet voldoen. Op zich niet gek, als in aanmerking wordt genomen dat het gaat om een integraal systeem, meent De Haan. “Het is heel wat anders dan BEX of een soort BEX-plus, waar je met een aantal redelijk simpele maatregelen aan kunt voldoen.” Voor PlanetProof is er een ‘boekje’ met regels om binnen het systeem te blijven. Het heeft veel melkveehouders niet tegen gehouden. De praktijk bewijst echter dat er, ook voor de bedrijven die de uitdaging zijn aangegaan, in ieder geval drie grote struikelblokken liggen over 2018. Dat betreft het percentage eiwit van eigen land, het stikstofbodemoverschot en de emissie van broeikasgassen.

Lees verder onder de foto.

Voor eiwit van eigen land krijgen deelnemers een ‘compensatie’ van 10 procentpunt extra, het stikstofbodemoverschot mag 35 kilo hoger zijn en de CO2-emissie per kilo melk mag 25 gram hoger zijn. Hierdoor kan 10% van de melkveehouders blijven voldoen aan de PlanetProof-eisen. - Foto: Henk Riswick
Voor eiwit van eigen land krijgen deelnemers een ‘compensatie’ van 10 procentpunt extra, het stikstofbodemoverschot mag 35 kilo hoger zijn en de CO2-emissie per kilo melk mag 25 gram hoger zijn. Hierdoor kan 10% van de melkveehouders blijven voldoen aan de PlanetProof-eisen. - Foto: Henk Riswick

Vorig jaar bleek het vooral door de droogte lastig om te kunnen voldoen aan het criterium voor eiwit van eigen land (en dat had gevolgen voor het voldoen aan PlanetProof dit jaar). Er was vaak wel genoeg eigen land, maar door het gebrek aan regen kwam er niet genoeg gras (dus ook eiwit) van af. Dat was lastig en ‘het weer heb je niet in de hand’, zo wordt geklaagd, terwijl de criteria hard zijn. Op zich een terechte opmerking, maar er zijn volgens De Haan en Evers structureel bezien diverse manieren om de kwetsbaarheid op dit punt te beperken. “In een aantal gevallen, zo zeggen sommige veevoederdeskundigen, wordt nogal eens meer eiwit gevoerd dan de koeien op basis van melkproductie nodig hebben. Als je een overmaat aan eiwit meevoert, schiet je in eigen voet, want je moet dan ook meer gras telen en heb je daar het land voor?”, aldus Evers. Het totale eiwitgebruik kan op sommige bedrijven omlaag door krachtvoer met een lager ruw-eiwitgehalte te voeren. “Als je erin slaagt het totale eiwitgebruik omlaag te brengen, is het vervolgens ook wat gemakkelijker om te voldoen aan het criterium voor eiwit van eigen land.” Andere methoden zijn het bijpachten van land en zorgen dat de hoeveelheid grasland in het totaalareaal groot genoeg blijft.

Uitwisseling met akkerbouw problematisch

Zorgen voor voldoende grasland is bij de heel intensieve bedrijven met weinig grond erg lastig. De benodigde hoeveelheid eiwit van eigen land is dan moeilijk te halen. Verder is het criterium ‘blijvend grasland’ een zware opgave voor bedrijven die veel land uitwisselen met akkerbouwers. Dit ‘ruilland’ wordt te vaak gescheurd om hieraan te voldoen. Het zorgt wel steeds voor een jonge grasmat met een forse productie, maar hiermee scoor je niet goed bij het kengetal ‘blijvend grasland’, aldus De Haan.

Boeren die lastig zitten met eiwit van eigen land, zouden er baat bij kunnen hebben als buurtcontracten worden erkend en toegestaan in PlanetProof, maar zo’n systematiek is nog niet opgetuigd en daar kan PlanetProof dus ook nog niet mee werken.

Managen op PlanetProof is een hele klus
Er is tijd nodig om ingespeeld te raken op PlanetProof

Aart Evers

Tegelijk met het niet kunnen voldoen aan het eiwitcriterium speelde voor veel boeren ook dat het stikstofbodemoverschot te groot was. Verklaarbaar, want door de droogte werd minder gewas van het land gehaald dan normaal, terwijl er vaak nog wel bemest was. Zo’n probleem is op meerdere manieren te ondervangen, in ieder geval deels. Bijvoorbeeld met beregenen, maar ook het aanpassen van de bemesting. Veel bemesten bij extreme droogte heeft geen zin, want het gras groeit toch niet. Maar, zoals gesteld, als de meeste meststoffen al gegeven zijn en de droogte zorgt ervoor dat het gras niet groeit, dan zal het bodemoverschot niet klein uitvallen.

Diepwortelend jong gras scoort minder

In een droog jaar zal beregenen van grasland de gehele droogte niet opheffen, maar door sterk verdunde mest te gebruiken, kan de benutting van de stikstof door het gras ook worden verbeterd. De Haan: “De put in het voorjaar deels vol laten lopen met water kan helpen om de benutting van stikstof te verbeteren en de ammoniakemissie te verminderen.” Daar waar in andere gevallen blijvend grasland de voorkeur heeft, helpt met enige regelmaat vernieuwen van de grasmat ook om het gewas droogteresistenter te maken. “Jong gras wortelt dieper dan oud gras”, zo stelt De Haan op basis van recent onderzoek op De Marke.

Lees verder onder de foto.

Foto: Hans Prinsen
Foto: Hans Prinsen

Van de criteria percentage eiwit van eigen land, broeikasgasemissies, ammoniakuitstoot, blijvend grasland en bodemoverschot bleek in 2018 dat op de Koeien & Kansen-bedrijven het criterium voor bodemoverschot het minst werd gehaald (59% van boeren voldeed aan de eis van maximaal 150 kilo N bodemoverschot).

Het verminderen van de broeikasgasemissie is volgens beide onderzoekers nog wel even een kwestie van puzzelen. Bedrijven met veel krachtvoer en bijkoop van kunstmest hebben het gemiddeld genomen lastiger om deze emissies in de hand te houden.

Managen op PlanetProof is een hele klus

PlanetProof is niet een paar simpele voorwaarden

Michel de Haan

Technische aanpassingen op het bedrijf, zoals aan de vloer en mestopslag en vergisting, kunnen uitkomst bieden, maar dit soort aanpassingen is vaak vrij kostbaar en vraagt ook tijd. Hetzelfde geldt voor fokken op een geringere methaanemissie. Deze emissie wordt vooral veroorzaakt door de werking van bacteriën in de koeienpens. Vraag is of het mogelijk is om te fokken op methaan-armere koeien. Het zou kunnen dat aanpassing van het microbioom (pensvocht) een effectieve aanpak blijkt. Ook daarbij is het evenwel de vraag hoe dat moet, want er zijn wel ideeën over en het wordt volop onderzocht, maar de resultaten moeten nog komen.

Nog een manier om de emissie van broeikasgassen te beperken, is zuinig zijn met energie. Daarmee zetten veel boeren al behoorlijke stappen.

Tijd en ervaring

De Haan en Evers zijn er ondertussen van overtuigd dat best veel melkveehouders (tenminste, degenen die dat willen) na een bepaalde aanloopperiode in staat zullen zijn om te kunnen voldoen aan de eisen van het PlanetProof-systeem. Er is kennis voor nodig, integraal denken en werken. Daarbij is er nu nog maar goed een jaar ervaring met het systeem. Als er een paar jaar ervaring mee bestaat, valt ook veel beter in te schatten wat redelijk en haalbaar is, wanneer iets een extreme afwijking is van de gewone situatie en wanneer uitzonderingen moeten worden gemaakt en wanneer niet.

Aart Evers wil mede met dit laatste in gedachten terugkomen op de, op het eerste gezicht, tegenvallende resultaten van het Koeien & Kansen-traject. Slechts een klein aantal deelnemers voldeed aan alle PlanetProof-eisen, maar de meesten haalden in een jaar tijd toch een bijna voldoende resultaat, voert hij aan. Met iets meer tijd en ervaring opdoen, is volledig voldoen mogelijk voor meer melkveebedrijven, meent hij.

Koeien & Kansen: stappen zetten

Wageningen Livestock Research heeft via het Koeien & Kansen-traject getest hoe zeventien deelnemende melkveebedrijven presteren als ze langs de PlanetProof-maatlat worden gelegd. Ze werden beoordeeld op vijf duurzaamheidscriteria, een kleinere lijst met meetpunten dan de echte lijst, maar wel met lastige punten. Het bleek dat in 2018 slechts drie van de zeventien bedrijven op alle punten voldeden. Een veel grotere groep voldeed bijna.
Bij FrieslandCampina dreigde dit jaar ook een grote groep melkveehouders niet te kunnen voldoen aan de eerder opgestelde SMK-criteria, vanwege de extreme droogte in 2018. Die droogte was voor het college van deskundigen van SMK dan ook aanleiding om de lat iets lager te leggen. Er kwam een eenmalige correctie voor drie prestatiecriteria: voor eiwit van eigen land krijgen de deelnemers een ‘compensatie’ van 10 procentpunt extra, het stikstofbodemoverschot mag 35 kilo hoger zijn en de CO2-emissie per kilo melk mag 25 gram hoger zijn. Hoeveel deelnemers daarna alsnog uit het systeem vallen, wil niemand zeggen. Door de versoepeling kan volgens de mededelingen nog steeds 10% van de melkveehouders blijven voldoen aan de PlanetProof-eisen.

Laatste reacties

  • kleine boer

    melk is wit en melk is lekker.

  • deB.

    De rest wordt erbij geleuterd door de hele grote kliek die de ruif leeg eet van de bedrijven.
    Totaal niet houdbaar, en de bedrijven gaan stoppen, het zin, de uitdaging is er niet meer, omdat alles opgelegd wordt, door nitwitters.

    Iedere mooi prater is hier niet meer welkom, alle poespas ook van het pad getrapt, nog een paar abbo's opzeggen, kortom dan hou je veel pingels in de zak. Geen euro meer investeren in deze verrotte sector.

  • diekmann

    Als je 10% bsk daling hebt krijg je al flink kortingspunten. Wat willen ze nauw de koeien op stal met contante productie. Of de koeien buiten en zoals nu lagere melkproductie met hoge gehaltes en rechtstreeks eiwit van het land. De criteria klopt niet bij cdm scores .

  • koestal

    Een boer komt aan het normale werk al bijna niet meer toe door al die regeltjes uit Den Haag en Brussel

  • Gradje 1966

    Moet men alles terug betalen als men het niet haalt????

  • Henkie H

    Hoe dom kunnen boeren zijn om in Planetproof mee te gaan. Men wordt gewoon weer een worst voorgehouden en ze trappen er nog in ook. Supermarkten spelen weer mooi weer over de rug van de boer. Niemand moet aan deze flauwekul meedoen dan is het zo opgelost.

  • Kelholt

    Dit artikel beschrijft precies de waanzin van het SMK-keurmerk PlanetProof.
    Goed gedaan @Klaas van der Horst!

  • Energie besparen en vervolgens beregenen passen niet echt goed bij elkaar

Laad alle reacties (4)

Of registreer je om te kunnen reageren.