Rundveehouderij

Achtergrond 5 reacties

Grasraffinage na 15 jaar nog in proeffase

Ondanks dat het principe grasraffinage (Grassa) al bijna 15 jaar bestaat, is het niet groots uitgerold. Toch is er wat vooruitgang: in 2020 gaat DLV Advies met Grassa in zee en start het een pilot in Noord-Nederland.

Het raffineren van gras – ook bekend als Grassa – boekt progressie. De eerste mobiele pilot grasraffinage-installatie om nutriënten uit gras efficiënter te benutten is in omloop. Deze is gebouwd op een vrachtwagentrailer en gaat ook voor testen naar het buitenland. In 2011 is al het eerste proefmodel geïntroduceerd, maar de techniek was nog niet goed genoeg om alle componenten – vezels, eiwitten, suikers en mineralen – uit gras te scheiden. Volgens Grassa-directeur Peter van Paridon, heeft extra financiering nu tot het gewenste resultaat geleid: “De eerste proefmachine met een verwerkingscapaciteit van 2 ton per uur is een feit. Maar als we rendabel gras willen raffineren, moet de productie zeker naar 10 à 12 ton gras per uur.” Die installatie moet volgend jaar klaar zijn en eind dit jaar al een met 4 ton per uur.

Het proces

Het proces begint met gras als input. Gras produceert twee tot drie keer zoveel eiwit per hectare als soja. Dat gras wordt vervolgens geperst tot vezelproducten en grassappen, die volgens de ontwikkelaars veelvoudig in te zetten zijn. De vezelkoek, die nog de helft van het eiwit bevat, kan de boer direct voeren aan de koeien. Van Paridon stelt dat koeien dit eiwit zeer efficiënt omzetten en dat de melkkwaliteit en productie gewaarborgd blijven. “Het melkvee produceert dan ook nog 30% minder stikstof en fosfaat in de mest.” Volgens Van Paridon kunnen boeren er ook voor kiezen om onder contract gras op stam te verkopen aan Grassa. Die verwerkt het dan verder en verkoopt de producten aan bijvoorbeeld de mengvoederindustrie.


  • De mobiele installatie van Grassa. Vers gras wordt via de klep geladen en vervolgens verwerkt tot een vezelkoek (zichtbaar op de foto) en eiwitrijke grassappen. - Foto's: Ruud Ploeg

    De mobiele installatie van Grassa. Vers gras wordt via de klep geladen en vervolgens verwerkt tot een vezelkoek (zichtbaar op de foto) en eiwitrijke grassappen. - Foto's: Ruud Ploeg

  • Het uitgeperste grassap komt in een verzamelbak terecht. Vanuit hier worden eiwitten, mineralen (N, P en K) en suikers gescheiden om elders effectiever te gebruiken.

    Het uitgeperste grassap komt in een verzamelbak terecht. Vanuit hier worden eiwitten, mineralen (N, P en K) en suikers gescheiden om elders effectiever te gebruiken.

Eiwitrijk product

Het eiwit wordt uit het grassap gehaald en verder verwerkt tot een eiwitrijk product, dat zowel in de natte als droge vorm gevoerd kan worden. In de droge vorm kunnen mengvoeders het verwerken voor onder andere pluimvee en varkens. De natte vorm kan direct gevoerd worden aan bijvoorbeeld varkens. Wat dan overblijft is een sap met mineralen (N, P en K) en suikers. De mineralen worden op hun beurt gescheiden en kunnen gebruikt worden als organische meststof. De suikers zijn rijk aan prebioticum fructo-oligosachariden (FOS). Met name voor jonge dieren verbetert dit de darmwerking. Het restproduct is zuiver water.

Grasraffinage:

  • is naast gras bedoeld voor de verwerking van al het groene plantenmateriaal;
  • perst eiwit, mineralen en suikers uit het gras om elders effectiever te benutten;
  • produceert lokaal eiwit ter vervanging van geïmporteerde soja;
  • produceert vezelkoek met lager eiwitgehalte wat effectiever benut kan worden door de koe;
  • produceert mineralen (N, P en K) voor de toepassing als organische meststof;
  • produceert suikers die rijk zijn aan FOS voor stimulering darmwerking;
  • produceert als reststroom zuiver water;
  • zorgt voor circa 30% minder N en P in koeienmest;
  • verlaagt aankoop van krachtvoer;
  • kan de opbrengst per kg droge stof verdubbelen, volgens DLV;
  • zit ondanks 15 jaar ontwikkeling nog in de proeffase.

Pilot in Noord-Nederland

DLV Advies ziet kansen in deze manier van eiwit- en mineralenbenutting en heeft daartoe in Noord-Nederland het project ‘Raffinage van najaarsgras’ opgezet. In samenwerking met adviesbureau Delphy en ABZ Diervoeding onderzoekt het bij vijf boeren in Drenthe, Friesland en Groningen of het principe renderende afzetmogelijkheden biedt. De focus hierbij ligt op lokale raffinage van najaarsgras, omdat de initiatiefnemers van het project daar het meeste rendement verwachten. De bedoeling is om tot eind 2021 meerdere monsters af te nemen bij de deelnemende boeren. Volgens projectaccountmanager Sytze Waltje van DLV Advies moet de opbrengst per kilo droge stof gras met raffinage verdubbeld kunnen worden van 10 naar 20 cent, en misschien wel naar 30 cent. “Daarnaast kan door het gebruik van eiwitten de aankoop van krachtvoer flink gereduceerd worden. Bijkomend voordeel is dat er minder soja geïmporteerd hoeft te worden”, aldus Waltje.

Sytze Waltje is projectaccountmanager bij DLV Advies en werkt samen met Delphy en ABZ Diervoeding in Noord-Nederland aan het project ‘Raffinage van najaarsgras’.
Sytze Waltje is projectaccountmanager bij DLV Advies en werkt samen met Delphy en ABZ Diervoeding in Noord-Nederland aan het project ‘Raffinage van najaarsgras’.

Verwerken van najaarsgras

Waltje wil – voor dit project – puur inzetten op het verwerken van najaarsgras, terwijl de ontwikkelaars van de machine het hele grasseizoen gras en ook ander groen plantenmateriaal gaan verwerken. Volgens Waltje is het verwerken van najaarsgras echter het meest effectief, omdat daar veel eiwitten inzitten die de koe niet allemaal kan verwerken tot nuttige nutriënten. “Bovendien zie je op derogatiebedrijven vaak dat het najaarsgras de optimale werking van de bemesting door het jaar heen heeft gehad.” Met het raffineren van najaarsgras verwacht Waltje dat aan de 65% eis van eiwit van eigen grond voldaan kan worden. “Bijkomend voordeel is dat het eiwit VLOG-waardig is: het is niet genetisch gemodificeerd en je bespaart ook nog eens op transport- en bewerkingskosten.”

Financiering

Investeerders in Grassa zijn Brightlands Agrifood Fund (L.), financier LIOF (L.) en mengvoeder Fransen Gerrits (N.-Br.). Het project in Noord-Nederland wordt gefinancierd door de provincies Drenthe, Friesland en Groningen en met Europees POP3-geld. Binnen het thema verduurzaming in de tweede pijler van het GLB bedraagt de Europese subsidie ruim 4 ton.

Na 15 jaar zit er progressie in de Grassa-techniek, maar vooralsnog is het afhankelijk van financiers en subsidiegelden.

‘Opbrengst per kilo droge stof verdubbelen van 10 naar 20 cent’

DLV Advies ziet mogelijkheden om de eiwitten uit najaarsgras efficiënter te benutten door de componenten te scheiden met de techniek van Grassa. Adviseur Waltje verwacht een verdubbeling van de opbrengst.

Wat houdt het project in?

“Met het project ‘Raffinage van najaarsgras’ onderzoeken wij samen met Delphy en ABZ Diervoeding of het de melkveehouder renderender afzetmogelijkheden biedt dan het te voeren aan jongvee, droogstaande koeien of te verkopen als overtollig ruwvoer. Het project telt nu drie deelnemers en loopt tot eind 2021 in de provincies Drenthe, Groningen en Friesland. De mobiele installatie van Grassa gaat op meerdere momenten gras raffineren om continu monsters te verzamelen. ABZ onderzoekt samen met De Schothorst de mogelijkheden.”

Wat levert het de boer op?

“Met het raffineren van najaarsgras kan de boer de opbrengst per kg droge stof verdubbelen van circa 10 cent naar 20 cent, en misschien wel naar 30 cent. Ook wordt meer eiwit van eigen land gehaald en hoeft de boer dus minder eiwit te kopen, zoals sojaschroot wat zo’n € 35 – € 40 per ton kost. Ook resterende vezels en grassappen kunnen als kunstmest waarde vertegenwoordigen.”

Waarom najaarsgras?

“Najaarsgras bevat veel eiwitten en in deze tijd hebben boeren – vooral in het noorden van het land – vaak een overschot aan gras. De aangebrachte organische mest die in voorjaar en zomer wordt toegediend op gras levert stikstof in het najaar, die wordt omgezet in onbestendig eiwit. Voorjaarssnedes leveren veel tonnen product op die je theoretisch ook kunt raffineren, maar hier zie ik eigenlijk geen verdienmodel voor. De boer kan deze voorjaarssnedes beter inkuilen. Ons samenwerkingsproject beperkt zich tot raffinage van najaarssnedes.”

Is deze manier van grasraffinage rendabel?

“Ja en nee. Veel boeren in het noorden van het land hebben – met name – in het najaar veel gras over en vragen zich af wat ze er het beste mee kunnen doen. Juist in het najaar stijgen de eiwitgehaltes in gras. In de onderzoeksfase is de capaciteit van dit prototype – 2 ton per uur – te klein en moet nog vergroot worden.”

Hoe ziet u de toekomst van grasraffinage?

“Positief, al moet de capaciteit nog wel opschalen. Als het project goede uitkomsten biedt, dan denk ik dat grote melkveebedrijven of samenwerkende veehouders in de toekomst zelf een installatie aanschaffen. Door raffinage kunnen we de afzonderlijke delen van gras inzetten waar ze meer rendement bieden met minder verliezen.”

Maatschap Veenstra is enthousiast, maar heeft nog veel vragen

Melkveehouder Jan Veenstra in Doezum (Gr.) ziet het raffineren van gras wel zitten. Hij doet mee aan het tweejarig project van DLV advies, maar heeft nog wel de nodige vragen. De melkveehouder stelde zijn bedrijf open voor een demonstratiemiddag. Daar draaide de mobiele installatie van Grassa proef voor geïnteresseerden en verzamelde data voor het lab.

Melkveehouder Jan Veenstra doet mee aan het project grasraffinage. Hij heeft 69 stuks melkvee op 48 hectare in het Groningse Doezum. Het prototype van Grassa draaide op de demonstratiedag op Veenstra zijn erf.
Melkveehouder Jan Veenstra doet mee aan het project grasraffinage. Hij heeft 69 stuks melkvee op 48 hectare in het Groningse Doezum. Het prototype van Grassa draaide op de demonstratiedag op Veenstra zijn erf.

Wat is uw motivatie om mee te doen aan het project?

“Ik ben vooral benieuwd naar welke voordelen ik uit mijn najaarsgras halen kan, zoals Grassa en DLV Advies voorspiegelen. Ik heb een derogatiebedrijf en haal 83% van het eiwit van eigen land. Dit wil ik nog verder verhogen, en het verkregen fosfaat uit de raffinage wil ik op eigen land gaan gebruiken. Bovendien heb ik op jaarbasis genoeg gras en kan ik gerust een deel ‘missen’. Dat zal in andere delen van het land – zoals in het Oosten – niet altijd zo zijn, vooral niet door de droogte van de afgelopen twee jaar.”

Wat levert het u op?

“Componenten die ik zelf weer gebruiken kan op mijn bedrijf zoals het fosfaat en eiwit van eigen land, bij voorkeur in brokvorm. Dat scheelt mij ook in de kosten. Anders moet ik – net zo als nu – krachtvoer aankopen wat ook ingrediënten uit het buitenland bevat.”

Ziet u toekomst in grasraffinage?

“Ik hoop dat het rendabel is. Het past perfect bij mijn bedrijfsvoering. Dat geldt ook voor mijn collega-boeren in het noorden van Nederland die veel grasland bezitten. Maar op dit moment heb ik nog veel vraagtekens bij het totale kostenplaatje; het concept zit natuurlijk ook nog in de proeffase.”

Welk gras is volgens u het meest rendabel om te raffineren?

“Najaarsgras. Dat zit vol eiwit. De ureumwaarde in de melk is bij het voeren van najaarsgras veel te hoog, gemiddeld zo rond de 31%. Dat moet idealiter 20% tot 22% zijn.”

Zou u andere boeren aanmoedigen om mee te doen?

“Dat hangt af van het kostenplaatje en de ligging van een boerderij. Voor mij en mijn buren is het ideaal. We hebben overtollig gras dat efficiënter gebruikt kan worden. Bovendien zit samenwerkingspartner ABZ Diervoeding hier om de hoek, waardoor de transportkosten laag zijn.”

Laatste reacties

  • wadevries

    Interessant project ;kan dit systeem een concurrent worden van de grasdrogerijen?
    En hoe hoog is het energieverbruik?

  • kleine boer

    Net nog wagen gras voor de koeien gedraaid maken er melk van ongelofelijk hé.....

  • Zie het voordeel ook niet zo wel een nadeel weer meer co2 de lucht in en administratie om de boel bij LNV te verantwoorden

  • veel lachende gezichten op de plaatsjes...mooi...als na 15 jr het nog een proef is heb ik er een hard heufd in....

  • agratax(1)

    De kosten verbonden aan het uit elkaar halen van een goed voederproduct en het daarna weer in de koepens of diermagen samenvoegen worden die goed gemaakt door dat deel dat niet via de dieren in de kringloop komt? Ik zie dit net als het hele recycling traject van gebruiksgoederen, waarbij de kosten hoger zijn dan het gebruik van nieuw. Bij dit laatste voorbeeld kunnen we nog als excuus aanvoeren de eindigheid van grondstoffen, dit gaat bij voeders niet op alles wat in het dier gaat komt er hoe dan ook weer uit.

Laad alle reacties (1)

Of registreer je om te kunnen reageren.